Allebei rood-wit, toch oneindig anders

Woord: Sjoerd Mossou
Gepost: 25-10-2019
Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.

Beeld: Feyenoordshirts.nl, Floor Wesseling/BloodInBloodOut.nl
Eerder verschenen in SANTOS #04, oktober 2017.

Allemaal leuk en aardig, die vermaarde landstitel van Feyenoord in 1999, maar toch even een belangrijke kanttekening bij het succes van Don Leo en zijn vriendjes. Godallemachtig, mensen: dat shirt.

Dat foeilelijke, vormloze, veel te grote hansopje waarin Jean-Paul van Gastel de schaal omhoogtilde in De Kuip, na de 2-2 tegen NAC. Die rare adidas-strepen vanuit de oksel. Die goedkope glimstof. Dat reusachtige witte plakkaat met ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’, liefdeloos over de rood-witte vlakken heen gekwakt.

“Ahum”, zegt Alwin Graafland (niet zijn echte naam, zie kader onderaan dit verhaal), kenner en verwoed verzamelaar van Feyenoord-shirts. De grafisch ontwerper is tevens beheerder van de website Feyenoordshirts.nl waarop zijn volledige collectie prijkt, compleet met uitgebreide analyses van elk ontwerp. “Ze zijn niet zo mooi als die van 1984 of dit jaar misschien, maar ik vind die shirts uit 1999 eigenlijk best wel gaaf.”

Zo zie je maar, over smaak valt best te twisten, en al helemaal als het om voetbalshirts gaat. Nergens vloeien straatmode, commercie, historie en sentiment zo intrigerend samen als in voetbalshirts, niet in de laatste plaats bij traditieclubs als Ajax en Feyenoord. Ieder zijn eigen herinnering, ieder zijn eigen voorkeuren, ieder zijn eigen fetisj.

“Onder verzamelaars gaat het ook heel vaak over zoiets als kraagjes”, vertelt Alwin. “Van Ajax-fans heb ik wel eens gehoord dat ze een echt kraagje ‘typisch Feyenoord’ vinden. Grappig wel. Zelf ben ik weer teleurgesteld over het UEFA Cup-shirt uit 2002, want dat is het enige Feyenoord-shirt ooit met het clubembleem in het midden, in plaats van links op de borst. Esthetisch misschien best mooi, eerlijk is eerlijk, maar het is gewoon te veel ‘Ajax’.” Grijnzend: “Sorry.”

Het ultieme Klassieker-shirt

Op zoek naar de essentie van het Feyenoord- en het Ajax-shirt zijn we eerst in het atelier van Floor Wesseling in Amsterdam-Noord beland, jarenlang meesterontwerper voor Nike en gezworen voetbalshirtjespurist.

Overal in zijn stijlvol gepimpte loods liggen voetbalshirtjes. Hoog aan de muur hangt het Boca Juniors-shirt uit 2013-2014 en het Oranje-tenue van het WK in Brazilië. Allebei geesteskindjes van Wesseling. De tafels van zijn studio liggen bezaaid met shirts. Langs de wanden: rekken vol voetbalshirts.

Het was Wesseling die ooit het ultieme Klassieker-shirt maakte: een kunstzinnige combinatie van beide clubshirts, letterlijk met elkaar verknipt, waardoor het shirt automatisch een gevoel van ongemak en vervreemding oproept. Er bestaan twee varianten van; eentje hing in het Amsterdam Museum, de andere nog steeds in het Rotterdam Museum.

Ook Wesseling kent en herkent alle ontwerpdetails in voetbalshirts. De kraagjes, de sponsoruitingen, de strepen, de positionering van de clubemblemen, de stiksels. Moeiteloos schudt hij een analyse uit zijn mouw die decennia en tientallen shirts beslaat.

Over hoe Feyenoord zijn shirt als eerste verkwanselde aan sponsors, en daar later gelukkig van terugkwam. Hoe er in Amsterdam ooit een volksopstand uitbrak over de eerste adidas-strepen. Hoe Ajax regelmatig sjoemelde met de exacte breedte van de rode baan, die soms opeens smaller was, en dan weer breder.

“Dat verbreden begon met Aegon”, aldus Wesseling. “Dat had een paar centimeter meer nodig dan TDK, en ook dan ABN AMRO, die destijds voor verticale typografie kozen. De rode baan werd daarom stiekem wat breder gemaakt.”

Kenners kicken op juist dit soort fundamentele details, maar toch eerst even een stukje shirtjesgeschiedenis. Ajax speelde oorspronkelijk in een gestreept shirt, maar veranderde dat in 1911, toen de club uit Amsterdam landelijk ging spelen tegen onder meer Sparta, dat een identiek tenue had. Omdat Ajax destijds veel leden had die waren overgekomen van omnisportvereniging VVV (Veni Vidi Vici), koos Ajax voor het tenue van die club. Een wit shirt met een rode baan.

“Het shirt dat we vaak domweg ‘Ajax-shirt’ noemen – met die verticale, brede baan – is een typisch Nederlands ontwerp”, aldus Wesseling. “In andere landen zie je het zelden, in het Nederlandse amateurvoetbal en vroege profvoetbal zijn er wél vrij veel, in allerlei kleurcombinaties. Denk aan Go Ahead Eagles, IJsselmeervogels, FC Hilversum. Die baan is typisch Nederlands.”

Het Ajax-shirt is een typisch Nederlands ontwerp, het Feyenoord-shirt is veel Britser.

Het Feyenoord-shirt is ontwerptechnisch veel Britser, vertelt Wesseling. Het zogenoemde ‘Harlequin-ontwerp’ werd al in de negentiende eeuw volop gedragen in Engeland, met Blackburn Rovers als beroemdste voorbeeld. Shirts met twee vlakken en ‘omgekeerd gekleurde’ mouwen zag je bij cricketclubs en jockeys al veel in die jaren. Het ontwerp waaide in bescheiden mate over naar Nederland, maar ook naar veel andere Europese landen.

“De kracht van het Feyenoord-tenue zit hem ook in de zwarte broek en de zwarte kousen”, vindt David Endt, oud-teammanager van Ajax en voetbalshirtjesromanticus. “Dat zwart maakt het shirt nog sterker, vind ik. Om eerlijk te zijn vind ik het Feyenoord-tenue stoerder, krachtiger dan dat van Ajax. Ook mooi natuurlijk, maar wat te veel wit, vind ik. Wit is elegant, maar ook zachter, minder sprekend. Mede daarom zweer ik nog altijd bij het klassieke Ajax-tenue: met zwarte kousen en rood-witte afwerking.”

Waar de meeste voetbalshirtfetisjisten het over eens zijn: ergens is het jammer dat Ajax en Feyenoord allebei in rood-wit spelen, waardoor één van beide altijd in een uittenue moet aantreden. Wat dat betreft, is Boca Juniors-River Plate of FC Barcelona-Real Madrid pas écht een clash van tenues. “En neem nou Inter-AC Milan”, aldus Endt. “Die speelden vrijwel altijd in hun originele tenue, ondanks het zwart dat zogenaamd doubleert.”

Wesseling vindt het rood-wit bij beide clubs juist wel wat hebben. De ontwerper roemt de klassieke, veelal succesvolle voetbalkleuren, óók de kleur van PSV, die andere traditionele Nederlandse topclub. “Als je die drie tenues kaal naast elkaar ziet, heeft dat ook echt wat”, aldus Wesseling. “Alle drie rood en wit, maar alle drie klassieke voetbalshirts, en alle drie echt anders. Strepen, harlekijn, verticale baan. Qua design een heel mooi palet.”

Uitshirts, een genre op zichzelf

Het heeft er hoe dan ook toe geleid dat de Hollandse Klassieker in de loop van de geschiedenis een oneindige verzameling uitshirts kende, in alle denkbare kleuren, vaak de meest uiteenlopende reacties oproepend. Alleen al onder Feyenoord-supporters bestaan verschillende bloedgroepen.

De één zweert bij groen-witte uitshirts, verwijzend naar de vlag van Rotterdam. De ander heeft weer meer met goud-geel, refererend aan een van de populairste Feyenoord-shirts aller tijden, midden jaren tachtig, met Gouden Gids als sponsor, niet in de laatste plaats gedragen door Johan Cruijff en Ruud Gullit.

Uitshirts mogen dan speeltjes zijn van de commercie, ook die hebben vaak grote sentimentele waarde. De lancering van elk ontwerp roept eeuwig discussie op, óók bij het wat grotere publiek van doorsneeliefhebbers.

Er kleven grappige verhalen aan. Zo speelde Feyenoord in de jaren zestig en zeventig vaak niet in één uittenue per seizoen, maar in meerdere. Wit, rood, blauw, groen – alles kwam voorbij. “In die tijd had de vertegenwoordiger van adidas een kantoortje in De Kuip”, vertelt Alwin. “Die zette gewoon af en toe een tas vol shirtjes in de kleedkamer. Daar speelden ze dan in.”

Een exemplaar van de bonte stoet aan uitshirts die Feyenoord in de vorige eeuw droeg, in dit geval uit het seizoen 1979-1980.

Over uitshirts gesproken: neem het legendarische blauw-rood-witte blokjes-shirt van Ajax uit het seizoen 1989-1990, gemaakt door Umbro. Esthetisch gezien afgrijselijk misschien, maar wél een baanbrekend, onvergetelijk ontwerp, gedragen door spelers als Stefan Pettersson en Dennis Bergkamp bovendien. Een uitshirt waar Ajax-fans nog altijd een moord voor doen.

Samen met het schubbenshirt dat Oranje in 1988 droeg, markeerde dat kinky blokjesontwerp van Umbro ook een nieuwe tijd in de evolutie van het voetbalshirt. In de jaren negentig werd het voetbalshirt definitief een commercieel product.

“Een modestatement ook”, aldus Wesseling. “Tot die tijd was een voetbalshirt gewoon een voetbalshirt. Op straat liepen de mensen in de jaren tachtig in grote, kleurige colberts met schoudervullingen, maar voetbalshirts bleven tamelijk sober. Vanaf het eind van de jaren tachtig werd het voetbalshirt stilaan onderdeel van de jongeren- en straatcultuur. Clubs gingen steeds meer geld verdienen met merchandise. Dat zag je terug in de ontwerpen. Designers wilden zich laten zien, nieuwe dingen uitproberen, inspelen op de modetrends.”

Amerikaanse hiphopcultuur

Het leidde tot nogal wat excessen. In navolging van de Amerikaanse hiphopcultuur werden voetbalshirts steeds wijder, drukker en kleuriger. Ajax had in de jaren negentig de meest extreme uitshirts, terwijl ook in het thuisshirt allerlei innovatieve designtrucs werden toegepast. Een rits bekers en schalen die in de rode baan werden verwerkt volgens de zogenoemde ‘Jacquard-techniek’, een soort watermerk.

Feyenoord ging met het thuisshirt vaak nog wat verder. Waar Ajax in elk geval de rode baan fier in stand hield, ongeacht de sponsor, veranderde Feyenoord stilaan ook de essentie van het ontwerp.

“Dat gebeurde voor het eerst in 1985, bij de tweede generatie Opel-shirts van Puma, al was het toen nog minder opvallend”, aldus Wesseling. “Het gele kader waarin de sponsor op het shirt stond, was eigenlijk geen kader meer, maar een compleet vlak van naad tot naad over de hele breedte van het shirt.”

De essentie van twee vlakken verdween daarmee, vindt Wesseling. “Zeker toen het sponsorvlak later wit werd en nóg groter, met shirtsponsors HCS en Stad Rotterdam Verzekeringen. Er was eigenlijk geen sprake meer van twee vlakken. Het wit werd veel te dominant. De vlakken verzopen als het ware in elkaar.”

Alwin knikt. Onderdeel van het probleem, aldus de Feyenoord-verzamelaar, is dat de Rotterdamse club eind jaren tachtig en begin jaren negentig zo arm was. Er was domweg geen geld en geen tijd voor moeilijke discussies over de shirts. De kledingsponsor leverde de shirts aan, een sponsorvlak werd domweg op het shirt genaaid. Klaar was Kees.

“En toen daarna Stad Rotterdam Verzekeringen kwam, werd het stuk stof daar óók weer overheen gestikt”, vertelt Alwin. Ook een mooi detail: in Europese wedstrijden stelde de UEFA eisen aan de grootte van de sponsoruiting. Dus koos Feyenoord niet voor een kleiner lettertype of een ander sponsorontwerp, het liet het woord ‘Verzekeringen’ gewoon weg. Wel zo praktisch.

In 1987 en 1988 speelde Ajax zijn Europa Cup II-finale in shirts die eigenlijk van het merk Robey waren; het logo van de eigenlijke sponsor Kappa werd erop genaaid. Het zijn ware collector’s items geworden.

De shirts hadden in de jaren negentig zo veel toeters en bellen, dat je haast zou vergeten aan welke eisen beide shirts nu precies moeten voldoen. Hoe breed moet bijvoorbeeld de Ajaxbaan exact zijn? Is dat ooit vastgelegd in de statuten? Wesseling pakt er een shirt bij uit de TDK-tijd. “Kijk. Als je het mij vraagt, hoort de baan ongeveer anderhalve centimeter uit te wijken aan beide zijdes van het kraagje. Maar dat is vooral gevoel.”

De breedte van de baan is sowieso lange tijd op basis van gevoel bepaald, weet David Endt. “De eerste keer dat Ajax echt concessies deed aan het eigen shirt, was in 1972, voor de Europa Cup 1-finale tegen Internazionale. Le Coq Sportif bood destijds aan de shirts gratis te leveren, toen nog een mooie deal, maar wat bleek: de baan was een paar centimeter smaller.”

Dergelijke, min of meer toevallige schoonheidsfoutjes zag je wel vaker. Zo speelde Ajax in zowel 1987 als 1988 zijn Europa Cup II-finale in shirts die eigenlijk van het merk Robey waren. Kledingsponsor Kappa kon niet op tijd ‘sponsorloze’ shirts leveren, zoals de UEFA destijds nog eiste. Daarom bestelde Ajax in allerijl andere shirts. Dan maar bij het Nederlandse merk Robey, dat toevallig een stapel op voorraad had. Het Kappa-logo werd er nadien haastig op gestikt, net als het clubembleem. Het leidde tot een shirt dat zo uniek is, dat verzamelaars er vele honderden euro’s voor over hebben.

En wat te denken van de Feyenoordshirts van midden jaren tachtig, waarbij het clubembleem en het Puma-logo soms aan de verkeerde kant zaten. Sommige spelers hadden de Puma onder de linkerschouder, anderen juist aan de rechterkant. Ook curieus: in sommige gevallen was het Puma-logo gespiegeld op het shirt gedrukt.

Sterker nog, Feyenoord speelde in vergeten tijden geregeld in een volledig verkeerd ontworpen shirt. Het rood en wit waren omgedraaid, waardoor het shirt er opeens heel anders uit kwam te zien. “Zo’n shirt zou ik nog heel graag hebben”, zegt Alwin. “Het probleem is alleen dat die shirts veelal zijn weggegooid. Het werd puur als een productiefout gezien. Er was nog geen besef van de historische waarde, en logisch ook wel.”

Tegenwoordig is zo’n fabrieksfout ondenkbaar. De lancering van een nieuw shirt is een miljoenenbusiness geworden, een soort geheime operatie, elk jaar goed voor een stroom van meningen en reacties. Bij veel clubs kijken supporters officieus of officieel mee, net als vaak trainers of teammanagers.

Ondanks de commerciële waarde heeft dat professionalisme stilaan ook tot een soort ‘back to basics’ geleid. Zeker over thuisshirts wordt zorgvuldig nagedacht, vaak met gevoel voor sentiment en historie. Ajax heeft tot opluchting van veel fans geen adidas-strepen meer op de mouwen, die lopen dit seizoen haast onzichtbaar over de zijnaden, bij Feyenoord is het witte sponsorvlak alweer jaren verdwenen.

Dat beide clubs veel aandacht besteden aan hun shirts, is te zien. Ajax speelt dit seizoen met een klassiek wit jarenzeventigboordje, Feyenoord werd in mei kampioen in een prachtig shirt, waar alle kenners die we voor dit verhaal spraken heel blij van worden. Mooie zwarte hals, stijlvolle boordjes, goede pasvorm, uitgebalanceerde sponsoruitingen. Een kampioensshirt waardig.


800 euro op eBay is vrij normaal

Dat Alwin Graafland liever niet met zijn eigen achternaam in SANTOS wil, is een keuze uit veiligheid: zijn shirtverzameling is veel geld waard. Kijk maar eens op eBay, Feyenoord-shirts van vóór pakweg 1993 kosten vaak honderden euro’s, zeker wanneer ze ‘match worn’ (tijdens een wedstrijd gedragen) zijn. En bij Ajax is dat niet anders.

“Oudere shirts zijn duurder, maar er spelen meer factoren mee”, aldus Alwin. “Zo is het blauwe HCS-shirt van Hummel buitengewoon veel geld waard, vooral omdat er zo weinig exemplaren van zijn. Feyenoord heeft die shirts destijds vrijwel allemaal naar Afrika gestuurd. In Ghana zijn er vermoedelijk nog genoeg, in Nederland juist niet.”

Het omgekeerde zie je bij het beroemde uitshirt van Gouden Gids en Puma uit 1984. Die werden destijds volop verkocht in de fanshop van Feyenoord, terwijl het AD een speciale actie had waarbij je het shirt kon bestellen. Wat veel mensen niet weten: het gele Gouden Gids-shirt had een voorloper die wél heel zeldzaam is. “Bij dat shirt is het geel donkerder, en zit de sponsorbalk er als het ware opgeplakt, net als bij het thuisshirt van dat seizoen. Voor dat shirt is 800 euro vrij normaal.”

Veel Ajax-shirts zijn zeker zo duur. Met name uit de Kappa- en TDK-tijd, voor veel verzamelaars een gouden tijdperk, al was het maar omdat bijvoorbeeld Marco van Basten in dat shirt speelde. Bovendien liep Ajax destijds achter waar het om merchandise ging. In de fanshop van De Meer werden wedstrijdshirts amper verkocht. Wie een dergelijk shirt wil, moet goede contacten hebben óf zijn portemonnee trekken.


Genoten van dit verhaal? Overweeg dan eens supporter te worden van SANTOS, dan kunnen wij zulke verhalen blijven maken en krijg jij vier keer per jaar ons magazine thuisbezorgd. Klik hier om je aan te melden, krijg je er nog de nieuwste verhalenbundel van Wilfried de Jong bij ook.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”
Reconstructie

De dag dat filmster
Jayne Mansfield
Het Kasteel veroverde

Uit het niets stond ze daar op het veld, Jayne Mansfield, de Amerikaanse seksbom, voorafgaand aan de Eredivisiewedstrijd Sparta-DOS in 1957. Het had nogal wat impact op Het Kasteel, vooral op vedette Rinus ‘De Rots’ Terlouw.