America first

Woord: Koen van der Velden
Gepost: 01-07-2019
In het beloofde land blijft mannenvoetbal steken in de marge, terwijl de Amerikaanse vrouwen op alle fronten de baas zijn. Nergens voetballen meer vrouwen, nergens zijn meer voetbalheldinnen, nergens meer WK-titels. Maar inmiddels hijgt de concurrentie uit alle windstreken in de nek. Blijft de grootste ook de beste?

Eerder verschenen in SANTOS #11, maart 2019, geheel en al gewijd aan voetbalvrouwen.

Woensdagavond betekent krachttraining voor de meisjes van de Long Island Soccer Club, een voetbalacademie net buiten de stadsgrenzen van New York City. Een koufront teistert grote delen van Amerika. Het kunstgrasveld van Hofstra University, een paar straten verderop, is bedekt met een dun laagje sneeuw. In de fitnessruimte op de tweede verdieping van een nabijgelegen gymzaal blijven ballen opgeborgen. Voor achttien talenten staan balans- en stabiliteitsoefeningen op het menu. Een conditietrainer kijkt toe.

De academie is een van de 67 soortgelijke voetbalscholen in Amerika, de U.S. Soccer Development Academies (DA’s) die de nationale bond twee jaar geleden in het leven riep om de krimpende voorsprong op de rest van de wereld te behouden. Meisjes van tussen de veertien en negentien jaar oud, middelbarescholieren, worden er klaargestoomd voor het universiteitsvoetbal, en wie weet een profbestaan.

Beeld: Dennis Schneidler/DBJ Photography

Kracht- en duurtraining is een belangrijke pijler van de Amerikaanse School. Het is de onvermoeibare, fysieke stijl waarmee de Amerikaanse vrouwen de rest van de wereld de laatste drie decennia hun wil oplegden. Pressie, negentig minuten lang, plus een ‘never say die’-mentaliteit die drie wereldtitels en vier olympische eindzeges opleverde.

Wild wapperende paardenstaart

Meghan Frey, coach bij Long Island SC, herinnert zich de eerste keer dat ze haar land wereldkampioen zag worden nog goed. Het was in 1991, de Amerikanen speelden op het eerste officiële WK voor vrouwen in China. Wedstrijden mochten niet langer dan tachtig minuten duren, zo had wereldvoetbalbond FIFA beslist. In Amerika werden ze met vertraging uitgezonden, op een kanaal dat door velen nog moest worden ontdekt. De tienjarige Frey was een van de weinige kijkers en zag hoe haar landgenoten geen wedstrijd verloren, hoe Noorwegen in de finale in Guangzhou met 2-1 werd verslagen. Vooral Mia Hamm, een negentienjarige schoolvoetbalster met een wild wapperende paardenstaart, maakte indruk. Frey wist het zeker: ze wilde worden zoals de vrouwen die ze zojuist de trofee had zien optillen. In de auto, op de weg terug van een training, vertelde ze het aan haar moeder.

Mia Hamm werd ze niet, maar als keepster kende Frey een verdienstelijke carrière als een van de eerste profvoetbalsters van het land: in 2002 speelde ze enkele maanden voor New York Power in de Women’s United Soccer Association (WUSA), de eerste profcompetitie in de Verenigde Staten en voorloper van de huidige National Women’s Soccer League (NWSL). Een avontuur in Engeland, bij Bristol City, leerde haar dat Europa op het gebied van vrouwenvoetbal nagenoeg een ground zero bleek te zijn. In de Premier League speelde ze overwegend samen met tieners. Nee, dan Amerika – in haar thuisland puilde de prijzenkast van het nationale elftal inmiddels uit.

Vraag de meisjes van de voetbalschool in Long Island naar hun idolen en een opsomming van de huidige generatie aan sterren volgt: 260-voudig international Carli Lloyd, Alex Morgan, de aanvalster die met sponsordeals naar verluidt 3 miljoen per jaar binnenhaalt, de inmiddels gepensioneerde Abby Wambach, goed voor 184 interlanddoelpunten, en Megan Rapinoe, voorvechtster van gelijke betaling voor vrouwen (in een voetballand dat door vrouwen op de kaart is gezet, verdienen mannelijke collega’s nog altijd aanzienlijk meer). In het sportgekke Amerika zijn het iconen, celebrities met autobiografieën die bestsellerlijsten bestormen. Rolmodellen, bovendien.

De beslissende strafschop van Brandi Chastain die Amerika in 1999 de wereldtitel bezorgde. Beeld: Hollandse Hoogte

In 1999, het jaar van de grote voetbalrevolutie, trokken meisjes en vrouwen massaal de kicksen aan toen het Amerikaanse elftal het wereldkampioenschap in eigen land won. In de Rose Bowl in Pasadena, Californië, zagen 90.000 toeschouwers hoe Brandi Chastain in de finale tegen China de beslissende strafschop binnenschoot. Het beeld van de uitzinnige Amerikaanse, die in de euforie haar shirt uittrok en gehuld in een sportbeha ter aarde stortte, werd het symbool van een ontluikende tak van sport. Het toonaangevende tijdschrift Newsweek plaatste de foto van Chastain op de cover – “Girls rule!” las het bijschrift.

Brandi Chastain ná haar beslissende strafschop in de WK-finale van 1999. Beeld: Hollandse Hoogte

In de nasleep van het kampioenschap werden de vrouwen nationale bekendheden die op de bank van David Letterman belandden. De populaire talkshowhost doopte het team tot ‘Babe City’ en verklaarde zichzelf burgemeester. Direct na de overwinning op China feestten de vrouwen met Bill Clinton en Jack Nicholson. Of hij van vrouwenvoetbal hield, werd de laatste gevraagd. “Nee, maar wel van vrouwen”, antwoordde de acteur.

Wachten op een telefoontje

Toni Payne (23) was vier jaar oud toen haar voorgangsters het land in de zomer van 1999 op z’n kop zetten. Het zou niet lang duren voor ze zelf voor het eerst tegen een bal zou trappen. Rond haar vijfde besloot haar vader, een immigrant uit Nigeria, haar te gaan trainen. In het weekend, op zaterdagochtend, keek de familie samen naar wedstrijden uit de Premier League. Payne had talent, merkte ze. Andere kinderen konden haar niet of nauwelijks bijbenen. In Alabama, de staat waar het American football toonaangevend is, meldde ze zich bij een lokale club. Haar vader werd er coach.

Payne was niet de enige die het voetbal op jonge leeftijd omarmde. “In Amerika groeit elk kind ermee op”, zegt de aanvalster, als prof in dienst van Sevilla. Vorig jaar werd ze met Ajax kampioen in de Nederlandse Eredivisie. Een trapveldje is in haar thuisland nooit ver weg, zegt ze. “Voetbal is een prettige sport voor kinderen én hun ouders, daarom is het zo populair bij de Amerikaanse jeugd. Je ziet overal groepen koters in een kudde achter een bal aan rennen.”

Waar veel jongens op latere leeftijd, rijp voor de middelbare school, overstappen naar traditioneel Amerikaanse sporten als basketbal, American football en honkbal, blijven meisjes zoals Payne het voetbal vaker trouw.

Dankzij Title IX, een wet die in 1972 werd ingevoerd tegen discriminatie in het Amerikaanse schoolsysteem op basis van geslacht, konden ook vrouwelijke scholieren een studiebeurs verdienen door te excelleren in een sport. Vooral in het voetbal werden veel beurzen beschikbaar gesteld. Voor de sport was het een belangrijke duw in de richting van professionalisering.

Toni Payne (rechts), voorheen uitkomend voor Ajax, hoopt binnenkort te debuteren in de Amerikaanse ploeg. Beeld: Soccrates Images

Payne verdiende een beurs aan Duke University, waar ze getraind werd door Carla Overbeck, voormalig aanvoerster van het Amerikaanse elftal. Een lid van de generatie Hamm. Tweevoudig wereldkampioen.

Tijdens haar studie raakte Payne nieuwsgierig naar het voetbal in Europa. Ja, haar land mocht dan het beste zijn, maar overseas was de sport een levenswijze, een bezigheid verweven met de cultuur. In Europa zijn ze tactisch en technisch beter onderlegd, ontdekte Payne. Anderzijds: op fysiek en mentaal vlak zijn de Amerikaanse speelsters volgens haar beter ontwikkeld. Op haar universiteit beschikte elk team over een sportpsycholoog.

Op termijn zal Payne terugkeren naar de Amerikaanse NWSL, de competitie die in 2012 werd opgericht en momenteel uit negen clubs bestaat. De grote namen (Lloyd, Morgan, Rapinoe, Tobin Heath en ‘MVP’ Lindsey Horan) spelen in hun moederland, waar de internationals door de bond betaald worden (het maximumloon voor niet-internationals is 46.000 dollar, sterren kunnen enkele tonnen verdienen). Veel kijkers trekken de paar wedstrijden die jaarlijks live worden uitgezonden niet. “Een aantal jaren geleden waren ze nog alleen op YouTube te zien”, zegt Payne. “In Amerika zijn we vrouwensport nu pas aan het ontdekken als iets dat mensen dagelijks willen bekijken.”

De aandacht voor het competitievoetbal staat in schril contrast met wedstrijden van het nationale team. Plak een Amerikaanse vlag op een voetbalshirt, en sportfans in de “U-S-A! U-S-A!” lopen massaal warm. Zo werd de gewonnen finale van het WK van 2015 door liefst 25 miljoen Amerikanen bekeken. Een van de belangstellenden was Payne. Na het doorlopen van alle nationale jeugdteams, als huidig lid van de U23-selectie, hoopt ze binnenkort klaar te zijn voor een debuut in de hoofdmacht. “Ik wacht op een telefoontje.” Ook spelen voor Nigeria, het land van haar ouders, is een optie. Wordt het Amerika, dan is het winnen van prijzen niet gegarandeerd. “De rest van de wereld zit ons op de hielen.”

Spinnenweb aan routes

Het decor, de skyline van New York City, werkt verblindend. Wie de ogen niet op de bal houdt, kan verdwalen in de pracht van de omgeving. Op loopafstand van de Brooklyn Bridge, aan de oevers van de East River, bevindt zich een van de mooiste voetballocaties van de Verenigde Staten. Vraag een liefhebber in New York naar dé plek om een balletje te trappen, en het antwoord zal zijn: Pier 5, daar waar de wolkenkrabbers van Manhattan meekijken over de schouders van de gelukkigen die een plekje op een van de drie velden hebben weten te bemachtigen. Wanneer ’s avonds gespeeld wordt, zorgen de verlichte kantoren van Wall Street voor de ambiance van een voetbalstadion gevuld met met aanstekers zwaaiende supporters. Scoren voelt er nét iets lekkerder.

Op de kunstgrasvelden van Pier 5 in New York City wordt dag in, dag uit gevoetbald. Jong en oud, man en vrouw, door elkaar heen. Beeld: Julienne Schaer

Het is een plek waar jong en oud voetbalt. Dag in, dag uit. De beste jeugdselecties van de regio beleggen er trainingskampen, recreanten met beginnende buikjes slijten er de laatste restjes kraakbeen in hun knieën. Op het donkergroene kunstgras maken jongens en meisjes middels gemengde trainingen kennis met de sport. Veldjes als deze, met of zonder spectaculaire ligging, zijn er overal in de Verenigde Staten, van New York tot Los Angeles en van Boston tot Portland – de officieuze voetbalhoofdstad van het land.

Beeld: Alex MacLean

Loopt er talent rond, dan is de kans aanwezig dat Mirelle van Rijbroek ervan op de hoogte is. Voor de Amerikaanse bond is de Nederlandse verantwoordelijk voor de ontdekking en ontwikkeling van de beste jonge voetbalsters die in aanmerking komen voor de nationale jeugdteams. Director of talent identification, heet haar functie officieel.

In het najaar van 2017 lokte de baan haar naar het hoofdkantoor van U.S. Soccer in Chicago, na een lang dienstverband bij de KNVB. Vaak is ze onderweg, de meeste van de vijftig staten heeft ze al gezien. Altijd is ze op zoek naar de volgende ruwe diamant. Een nieuwe Mia Hamm, Carli Lloyd of Abby Wambach. Wanneer ze praat over voetballand Amerika, gebruikt ze de wij-vorm. In haar positie mag ze het eigenlijk niet zeggen, maar toch: “We worden langzaam ingehaald.”

Lange tijd konden de Amerikanen grotendeels leunen op een numerieke meerderheid. Bij een telling van de FIFA uit 2006 bleek dat de helft van de voetballende vrouwen ter wereld (1,5 miljoen) in de Verenigde Staten woonde. Buiten de grenzen van Amerika werd het vrouwenvoetbal nauwelijks serieus genomen, was het onderontwikkeld of vrijwel niet aanwezig. De situatie is inmiddels drastisch veranderd. “In veel landen zit vrouwenvoetbal echt in de lift”, zegt Van Rijbroek. “Kijk naar Frankrijk, Spanje, Nederland en Australië, maar bijvoorbeeld ook Japan en de jeugd van Noord-Korea.” De Engelsen komen eraan, terwijl olympisch kampioen Duitsland, het land dat verbeten aan de staart van de Amerikaanse adelaar trekt, een geduchte concurrent blijft.

De Nederlandse Mirelle van Rijbroek is voor de Amerikaanse bond altijd op zoek naar de volgende ruwe diamant.

Om te wennen aan een hogere weerstand slaan de nationale jeugdselecties de vleugels uit en trekken ze voor trainingskampen naar Europa. Daar weten de betere teams zich tegenwoordig makkelijker onder de Amerikaanse pressie uit te tikken, ziet Van Rijbroek. “Fysieke verschillen worden minder, de ruimtes zijn kleiner en de handelingssnelheid ligt hoger.”

De grootte van het land blijft de kracht van de Amerikanen, zegt de Nederlandse, maar tegelijkertijd vormt het een complicerende factor. Het voetballandschap is versnipperd. Een duidelijke piramide, zoals in Nederland, bestaat niet. Verschillende competities, onder de paraplu van verschillende zelfstandige organisaties die op hun beurt weer zijn aangesloten bij Amerika’s overkoepelende bond U.S. Soccer, vormen een spinnenweb aan mogelijke routes naar de top. Breng het maar eens in kaart.

One nation, one team

Het schoolprogramma, het fundament onder het Amerikaanse succes, vormt een intensieve opleiding: in de maanden waarin gespeeld wordt, zijn wedstrijden talrijk, soms wel drie per anderhalve week. Een beperkende factor: in grote delen van het jaar ligt het programma stil, en mag er volgens de regels van de NCAA, de overkoepelende studentenorganisatie die de belangen van alle sporten behartigt, nauwelijks worden getraind met een bal. Curieus genoeg is performance training, dus zonder bal, wel toegestaan. Op de middelbare scholen duurt de competitie slechts een tiental weken.

In Europa, waar de meeste traditionele topclubs inmiddels over vrouwenafdelingen beschikken, kunnen jonge voetbalsters ondertussen het hele jaar door spelen, in de beste omstandigheden. De Amerikaanse bond counterde met het opzetten van voetbalacademies zoals die in Long Island, met een competitie die het hele seizoen doorloopt en waar – bijna on-Amerikaans – persoonlijke ontwikkeling wordt verkozen boven winnen.

Tijd voor paniek is het nog niet, denkt Van Rijbroek: “Er is nog altijd enorm veel potentie hier.” De huidige situatie noemt ze uitdagend. “Als we de talenten blijven ontwikkelen op gebieden als understanding the game en decision-making én ze in de beste omgeving weten te krijgen, kunnen we aan de top blijven.”

Het wereldkampioenschap in Frankrijk van deze zomer wordt een belangrijke graadmeter. Miljoenen Amerikanen, verstokte liefhebbers of tijdelijke wegwerpsupporters, zullen toekijken hoe de nationale heldinnen zich verweren in een tijd van globalisering. Een vierde wereldtitel zal, hoe dan ook, worden verwacht. Het winnen zit diep verzonken in de genen van de Amerikaan. Geduld, of begrip voor een verschuivend, mondiaal voetballandschap? Not so much.

One nation, one team’ luidt de slogan die staat afgedrukt op de shirts waarmee de vrouwen in Frankrijk hun wereldtitel zullen verdedigen. De bravoure en trots van de voetbalgrootmacht zijn intact. Of hetzelfde geldt voor de ongekende suprematie, zal de komende jaren moeten blijken.

Genoten van dit verhaal? Overweeg dan eens supporter te worden van SANTOS, dan kunnen wij zulke verhalen blijven maken en krijg jij vier keer per jaar ons magazine thuisbezorgd. Klik hier om je aan te melden, doen wij je nog een te gek COPA-shirt cadeau ook.

Lees ook
Overig

SANTOS presenteert:
DIEGO MARADONA

Nog een paar weken en dan verschijnt DIEGO MARADONA, de veelbesproken docufilm van Oscarwinnaar Asif Kapadia (SENNA, AMY) over de opkomst en ondergang van Diego Armando Maradona. Wij hebben ’m alvast mogen zien en we kunnen verklappen: het is 125 minuten lang genieten geblazen van nog niet eerder vertoonde beelden. In aanloop naar de bioscooppremière toert SANTOS langs filmhuizen in Breda, Utrecht en Rotterdam met een speciale preview van de film.
Reconstructie

EK 1992:
(G)een goed stel

Waarom werden onze idolen van 1988 eigenlijk maar één keer Europees kampioen? Daar moesten we reconstructie-expert Auke Kok maar eens in laten duiken, bedachten we. Met behoorlijk ontnuchterende gevolgen.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Retro
Jackie

SANTOS houdt van nu, maar ook heel erg van vroeger. Dus toen we een nummer gingen maken over vrouwen en voetbal, leek het ons tof om een OranjeLeeuwin te hijsen in onze favoriete voetbalshirts van weleer. En wie konden we daarvoor nu beter vragen dan Jackie Groenen, de spelbepaler van het Nederlands elftal met een voorliefde voor al wat retro is?
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Hollen, inhouden, stilstaan,
schijnbeweging, draaien
en wegwezen

Wilfried de Jong belooft plechtig Lieke Martens niet langer te vergelijken. Niet met Arjen Robben, niet met een eekhoorn, niet met Johan Cruijff. “De tijd is aangebroken dat vrouwen (en mannen) in het voetbal moeten proberen om, al is het maar een beetje, Lieke Martens te worden.”
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”
Film

Uit de archieven
van
Johan Kramer:
De stem van Barcelona

Op speciaal verzoek van SANTOS opent regisseur Johan Kramer zijn archief vol schitterende voetbalfilmpjes. Geregeld delen we zo’n pareltje. Dit keer in de hoofdrol: Manel Vich, als stadionspeaker zestig jaar lang (!) de stem van FC Barcelona. Over het geheim van een goede speaker, zijn favoriete speler aller tijden en waarom er gefloten werd als hij Johan Cruijff omriep.