Being Berry

Woord: Menno Pot
Gepost: 01-12-2018
Zijn halve leven geleden won Hubertus Aegidius Hermanus van Aerle (55) in één maand tijd de Europacup I met PSV en het EK met Oranje. Rijk werd hij er niet van, althans: niet in financiële zin. De cultheld bleef altijd in Helmond wonen, die schitterende, grote stad van HVV, Het Haagje, ‘Skiete Willy’ en Berry de Musical.

Beeld: Willem de Kam, VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

1. POSTKANTOOR

Je zou ze de kost moeten geven: al die mensen die denken dat Berry van Aerle nog altijd postbode is. Dan gaan ze lopen roepen, op straat, of-ie nog post voor ze heeft. Hij vindt het niet vervelend hoor, maar vreemd is het wel, want hoelang werkte hij nou helemaal bij de PTT? Nog niet eens een jaar, vijftien uurtjes in de week, een slordige twintig jaar geleden, toen hij net was afgekeurd als profvoetballer.

“Ik zat in de kantine van mijn oude voetbalvereniging. Een vriend van me vertelde over werken bij de PTT. Zo heette het toen nog. Berry, zei hij, dat zoude gij ook moeten doen. Ik dacht: waarom niet? Ik had vroeger weleens post rondgebracht, het leek me wel een leuk baantje en ik ben nu eenmaal geen stilzitter. Dus ik solliciteren. Moest ik op gesprek komen. Vragen beantwoorden, zoals: ‘Stel: de post valt in een plas water. Wa moe’de dan doen?’”

Berry werpt zijn gast een indringende, vragende blik toe, zo van: nou? De interviewer heeft geen idee en zwijgt in alle talen. Zeg het maar. “Proberen droog te maken, dus”, zegt Berry. “Je kunt de post natuurlijk niet zomaar nat bij de mensen in de brievenbus gooien, of wel dan? Zulke vragen dus. En daarna kon ik aan de slag. Het was nog een prima bedrijf toen, de PTT. Altijd met plezier gewerkt. Ik kan je het postkantoor niet laten zien, want dat staat er niet meer, en op het nieuwe ken ik niemand meer, dus dat heeft weinig zin.”

Je zou ze de kost moeten geven: al die mensen die denken dat Berry van Aerle nog altijd postbode is.

De mensen vonden het natuurlijk leuk dat hij postbode werd. De media ook. Hij was in één klap ‘Berry de postbode’. Dat is blijven hangen. Het is natuurlijk ook te mooi om níet te blijven oplepelen dat Berry van Aerle de enige postbode is die de Europacup I won en Europees kampioen werd met de nationale ploeg. Hij snapt het wel, zegt hij, “maar soms lijkt het alsof ik als postbode beroemder ben dan als voetballer.” Hij zegt het zonder een spoortje ironie of sarcasme.

Klopte het dan toch, wat Theo Maassen zei? Was het dan echt zo dat de gemiddelde PSV-speler in 1988 tonnen opstreek, terwijl antiheld Berry van Aerle netjes de maandelijkse contributie betaalde? Dat hij af en toe, in het voorbijgaan, een briefje van tien gulden toegestopt kreeg van manager Kees Ploegsma, voor bewezen diensten? Of een horloge bij zijn tienjarig lidmaatschap, vergezeld van de mededeling dat er Seiko in stond gegraveerd omdat dat Japans is voor Berry?

“Theo weet het mooi te vertellen”, zegt Berry. “Daar is hij natuurlijk ook komiek voor, maar ik heb het altijd goed gehad. En nog steeds. Ik heb altijd met mijn volle verstand mijn contracten ondertekend. Natuurlijk had ik best meer willen verdienen, maar ach, ik ben vijf keer landskampioen geweest, heb in een absolute topploeg gespeeld en heb de Europa Cup I gewonnen. Dát wil je toch vertellen aan je kleinkinderen, als je tachtig bent?”

In actie tegen FC Luzern met PSV tijdens de Europacup I (1989).

2. Thuis

Berry staat op. “Nog een bakske?” Nou, graag, en dus loopt hij naar de keuken om verse koffie te tappen. Berry van Aerle bij hem thuis, in Helmond, waar hij werd geboren en getogen. Mooi, wit huis aan een doodlopend straatje, vlakbij het centrum. Strakke, stijlvolle inrichting. Veel wit. Hondje Sam snuffelt rond. In de boekenkast staan boeken over PSV en PSV’ers, maar bijvoorbeeld ook de biografieën van Mick Jagger (‘Ja, gelezen’) en Bill Clinton (‘Ook gelezen’).

Zijn vrouw Willeke komt ‘houdoe’ zeggen en een kus geven (aan Berry, niet aan SANTOS). Ze gaat een dagje naar de sauna, ‘want ja, ze kan er wel de hele tijd naast blijven zitten, maar daar heeft ze natuurlijk niks aan’ – en laten we eerlijk zijn: dat is waar.

Laten we het hebben over het werk dat Berry van Aerle (55 jaar oud en allang niet meer in het bezit van de borstelsnor van de Paniniplaatjes) wél doet. Hij is scout. In dienst van PSV. Hij bekijkt spelers vanaf de B-junioren, dus vanaf een jaar of zestien, zeg maar. Hij reist wat af. Vorige week een paar dagen Portugal. Vanavond Jong Oranje. Waar de club hem maar hebben wil.

In de boekenkast staan boeken over PSV en PSV’ers, maar ook de biografieën van Mick Jagger (‘​Ja, gelezen’​) en Bill Clinton (‘​Ook gelezen’​).

Sinds 2001 staat hij weer op de loonlijst bij de club die hij als speler dertien seizoenen diende, inclusief een klein seizoen verhuur aan FC Antwerp. Aanvankelijk werd hij supporterscoördinator. Oók prachtig werk, vindt hij. “Het is schitterend om te zien wat die supporters voor de club overhebben. Ze geven hun leven ervoor, bij wijze van spreken. Sommige spelers zijn zich daar niet bewust van, maar ik heb altijd een goed contact met de supporters gehad. Ik ging ook mee naar buitenlandse wedstrijden. Dan zie je mensen die lang hebben gespaard om de club achterna te reizen. Ik heb als speler natuurlijk prijzen gewonnen met de club, dus die jongens vonden het wel mooi dat ik tussen ze in stond, denk ik.”

Soms moest hij weleens wat van die jongens tot de orde roepen. Dat hoorde er ook bij. “Dan was het van: ‘Berry, Berry, kunde gij eens even komen praten?’ Dan was er bijvoorbeeld eentje kwaad geworden omdat hij gefouilleerd moest worden of zijn kaartje moest tonen terwijl hij het kwijt was of zo. Ik erheen: ‘Wat is er aan de hand?’ Nou, dit en dat en zus en zo. ‘Ho ho, rustig jongens’, zei ik dan. Beetje de spanning eraf halen. Soms werkte dat, soms ook niet, want ik ben geen tovenaar.”

De uitvalsbasis van Berry is Helmond. Altijd geweest. Hij woont vlakbij het centrum, in een doodlopend straatje.

Helmond is de uitvalsbasis. Altijd geweest. Hij kent de grappen die mensen over zijn thuisstad maken. Het zou de sportiefste stad van Nederland zijn. Iedereen loopt er immers in trainingspak. “Die grappen ken ik, ja. Heb ik niks mee. En trouwens: de Helmonders zijn écht een sportief volkje!”

Berry somt op: “De Van de Kerkhofjes? Helmond. Fieke Boekhorst, hockey-international? Helmond. Erica van den Heuvel, de badmintonster? Ook Helmond. Nieky Holzken, de kickbokser?” We raden het al.

En ‘Skiete Willy’ natuurlijk. Willy van der Kuijlen, PSV-legende, doelpuntenmachine en tevens de man die Berry ervan verdenkt dat hij hem in de vroege jaren tachtig een proefwedstrijd bij de club heeft bezorgd, al weet hij dat niet helemaal zeker, want hij heeft het nooit op de man af gevraagd.

We zijn overtuigd: het barst van de topsportcultuur in dat kleine Helmond. “Kléin?” zegt Berry en hij zet er ongelovige grote ogen bij op. “Vier treinstations. Ik vind het een schitterende stad. Echt waar. En over die trainingspakken: ik denk dat elke Nederlander wel een trainingspak heeft, of niet dan?”

3. Het Haagje

Berry steekt zijn hand op naar een voorbijganger aan de overkant van de straat.
“Winny”, groet Berry.
“Berry”, groet Winny.

We zijn met het zwarte autootje van Berry naar de andere kant van de wijk gereden, waar hij werd geboren, opgroeide en op straat voetbalde. Het Haagje. Volksbuurt. Knusse straatjes. Veel nette nieuwbouw, maar ook nog rijtjes oude arbeiderswoningen. “Mensen zeggen altijd wel: tjongejonge, Het Haagje, wat een volk dáár woont... Nou, dat valt best mee. Het is een gezellige buurt, waar de mensen vroeger aan het eind van de dag een praatje maakten op straat met een pilsje in de hand.”

Hier was het ongeveer, zegt Berry, en hij bakent met armgebaren de contouren van het verdwenen pleintje af waar hij eindeloos ‘paaltjesvoetbal’ speelde met zijn jeugdvrienden Hans Meeuwsen en Hans Vincent. Ze voetbalden met zijn drieën bij HVV Helmond, even verderop: drie jongens van bouwjaar 1962. Alle drie haalden ze het profvoetbal. De twee Hansen speelden voor Helmond Sport en Willem II en Hans Vincent ook nog voor MVV.

De beste voetballer van de drie? “Hans Vincent”, zegt Berry. Dat was de stilist. Hans Meeuwen was meer een werkpaard. “Net als ikzelf”, zegt Berry. “Dat was toen al zo en het is ook altijd zo gebleven, ook bij PSV en het Nederlands elftal. Ik wist wat mijn taak was en die voerde ik uit. Punt.”

Mensen zeggen altijd wel: tjongejonge, Het Haagje, wat een volk dáár woont... Nou, dat valt best mee.
Berry van Aerle

Vader Van Aerle werkte in de fabriek bij Philips in Eindhoven, maar omdat er vijf kinderen gevoed moesten worden en er voor Berry natuurlijk ook nog kostbare zaken als voetbalschoenen aangeschaft moesten worden, ging hij op zaterdag door Het Haagje om wat bij te verdienen. Bloemen venten, langs de deuren. Hij bleef het doen toen Berry al prof was bij PSV. “We kregen van PSV van die fotokaarten van onszelf, om uit te delen aan fans. Die dingen lagen bij ons thuis maar wat in de kast, want dat is niet echt iets voor mij. Op een dag kwamen er in de wijk wat kinderen op me af met zo’n fotokaart van mij. Of ik er een handtekening op wilde zetten. Ik zeg: hoe komen jullie daaraan? Nou, die hadden ze van mijn vader gekregen. Hij was weer met zijn bloemen langs de deuren geweest en had fotokaarten van mij uitgedeeld. Ik ben toen boos geworden, maar hij deed het natuurlijk omdat hij trots op me was. Omdat ik bij PSV speelde.”

Vader Van Aerle, de goede man, is allang niet meer onder ons. Berry verloor zijn beide ouders kort na elkaar, binnen een maand, alweer zo’n 23 jaar geleden. Gelukkig hebben ze zijn grote successen nog meegemaakt, maar ze maakten niet meer mee dat de kampioen Berry van Aerle zijn carrière afsloot in Helmond. In het seizoen 1994-1995 hoopten de drie oude vrienden Berry, Hans en Hans de paaltjesvoetbalsfeer van Het Haagje nog één keer tot leven te wekken bij Helmond Sport. Een afbouwjaar. Het werd een teleurstelling. Hij speelde ternauwernood vijftien wedstrijden. “Ik heb een gezellig jaar gehad, daar niet van, maar de faciliteiten, het tempo… Het was toch wel een forse stap terug. Ik was bij PSV natuurlijk de top gewend. En mijn beide knieën waren kapot, het ging niet meer. Dat seizoen Helmond Sport was teleurstellend, maar ik heb een prachtcarrière gehad. Nee, ik ben er inderdaad niet rijk van geworden. Ik moet gewoon werken voor de kost, maar daar is toch niets mis mee? Dat moest mijn vader ook.”

4. HVV

Het heeft wel wat, het in geel-zwart uitgevoerde sportpark Houtsdonk, even buiten Het Haagje, maar je ziet ook dat het een beetje vergane glorie is. De rauw-industriële gebouwen van het aanpalende fabrieksterrein vormen het decor. Daar zat vroeger Hartman, van de plastic tuinstoelen. Berry voetbalde zijn hele jeugd voor HVV, samen met Hans en Hans, onder de bezielende leiding van jeugdtrainer Hans Lintermans. “Mijn mentor”, zegt Berry. “Een vaderfiguur. Ik heb ontzettend veel aan die man te danken.”

Het ging toen wat beter met de club dan nu. Er zijn er te veel, zegt Berry. Bruheze, Helmondia en natuurlijk Mierlo-Hout, waar hij vroeger met HVV pittige Helmondse jeugdderby’s tegen speelde.

HVV, van 1899, is de club van ‘Skiete Willy’. En de club van Berry van Aerle, natuurlijk. “Ja”, zegt Berry. “Dat ook. Ik ben nog bestuurslid geweest. En ik geloof dat ik nog steeds erelid ben, hoewel ik hier wel een klein beetje ruzie heb gekregen met wat mensen en mijn lidmaatschap ook weleens heb opgezegd.”

Als Berry niet op straat voetbalde, speelde hij bij HVV Helmond, samen met zijn jeugdvrienden Hans en Hans.

Nooit vergeet hij de dag dat ze als jonge HVV’ers door PSV werden uitgenodigd voor een testwedstrijd: Hans, Hans en Berry. “Ik was doodnerveus. De coach van het C-team, Jan Reker, kwam binnen en vroeg aan mij op welke positie ik wilde spelen. Van de zenuwen zei ik: linksbuiten. Daar had ik nog nooit gestaan. Ik heb geen idee waarom ik dat zei. Mijn vader stond te kijken langs de lijn, zag mij linksbuiten spelen en liep boos naar Jan Reker toe. ‘Waarom staat onzen Berry potdomme linksbuiten? Hij is helemaal geen linksbuiten!’ ‘Dat heeft-ie anders zelf aangegeven’, zei Jan Reker. Maar ik speelde een goeie partij, scoorde twee keer en mocht een contract tekenen.”

De glorietijd brak aan nadat hij, in het seizoen 1986-1987, een tijd was verhuurd aan FC Antwerp. Berry deed het goed in België, werd teruggehaald en plofte midden in een topploeg en aan het begin van een gouden seizoen om de Europacup I. “Gerets, Nielsen, Lerby, Koeman, Kieft. Dat waren wel stevige karakters hoor, maar er verzaakte niemand. Een echte vriendenploeg zou ik het niet willen noemen, maar de collegialiteit was groot en in de wedstrijd hadden we alles voor elkaar over. Ik kende mijn plaats en kon met iedereen goed opschieten, maar ik liet ook weer niet over me lopen. Ik had mijn woordje wel klaar en heb me altijd gerespecteerd en gewaardeerd gevoeld.”

Meestal was hij rechtsback, soms rechtshalf, maar in de grote wedstrijden moest Berry voorstopper spelen. Hij speelde Emilio Butragueño en Hugo Sanchez van Real Madrid uit de wedstrijd en in Oranje een keer zijn eigen ploeggenoot Romario (“Die werd gewisseld”). De opdracht aan Berry de mandekker? Simpel: “Berry, gij loopt ’m voor zijn poten en geeft hem geen centimeter ruimte. Als hij gaat poepen, dan ga je maar mooi mee.”

De zomer van 1988 werd de zomer van zijn leven. Na de Europacuptriomf met PSV volgde het gouden EK in West-Duitsland. “Marco van Basten heeft weleens gezegd: zonder types als Wouters en Van Aerle was dit niet gelukt. Ik kon het uitstekend vinden met Van Basten. We waren een tijd kamergenoten bij Oranje. Marco had het moeilijk, toen. Bij AC Milan had hij een ongelukkig eerste jaar gehad en bij Oranje was hij geen bassispeler. Hij twijfelde of hij wel mee zou gaan naar het EK, maar hij is blijven vechten. In de voorbereiding op het EK moesten we ’s middags rusten. Dan liep Marco te trainen, in zijn eentje. We gingen naar Duitsland met het gevoel dat West-Duitsland favoriet was en we verloren de eerste wedstrijd van de Russen, maar vanaf de winst op Engeland groeide het gevoel dat we dat toernooi konden winnen.”

Nog zo’n mijlpaal in 1988: na zijn dubbele Europese titel kreeg hij, in augustus, op de Herdgang een slap, vluchtig handje van een klein, wispelturig mannetje uit Brazilië, genaamd Romario. Nieuwe ploeggenoot. “Bij zijn aankomst was hij timide, want hij kwam in zijn eentje uit het verre Brazilië, maar dat veranderde snel, want hij was al snel onmisbaar. Dat had hij zelf natuurlijk ook wel in de gaten. Soms zei hij in de kleedkamer: vandaag is Romario-dag. Dan schoot hij er twee of drie in. Zo simpel was dat. Wat hij met een sinaasappel kon, kon ik nog niet eens met een skippybal.”

Dankzij de inmiddels legendarische kopbal van Wim Kieft wint Nederland op het EK'88 van Ierland (1-0). Berry deelt in de feestvreugde.

Hij wilde de kantjes er nog weleens vanaf lopen, het Braziliaanse wonderkind. Soms hoefde hij niet te trainen en waren er scheve gezichten bij serieuze, fanatieke types als Eric Gerets. Koeman, Nielsen en Lerby ergerden zich ook weleens. Zo niet Berry van Aerle, al was er wel een taalbarrière, want Berry’s Portugees was ongeveer even goed als Romario’s Helmonds.

“Ik wist: hij is gewoon een beetje anders, maar hij schiet er wel dertig per seizoen binnen. Voor mijn part komt-ie helemaal nooit trainen en gaat hij de hele dag in een hangmat liggen, als hij mij die kampioens-premie maar bezorgt. Hij was weleens zogenaamd ziek. Verscheen hij kuchend op de maandagtraining en vroeg hij of hij naar huis mocht. Hij liet zich een keer op een brancard van het veld dragen. Wij dachten: oei, dat is ernstig, die zijn we een tijd kwijt. Na afloop van de wedstrijd was hij al weg. Naar het ziekenhuis, dacht ik. Wij gingen met de spelersvrouwen naar dancing The Joy aan het Stratumseind en wie stond daar op de dansvloer?”

Of neem die keer dat Romario een hele week ziek in zijn bed bleef liggen en de spelersraad, met onder meer de geachte afgevaardigde B. van Aerle, hem wat fruit wilde gaan brengen. “Je weet wel, zo’n fruitschaal. Romario wist dat we kwamen. Wij aanbellen. Verscheen hij boven voor het raam, maar ons binnenlaten? Ho maar. Hij gebaarde: zet maar bij de deur. ‘Romario beetje moe.’ Konden we weer naar huis. Zo was hij. Echt een aparte. Maar hij was wel een aardig menneke. Ik heb met geen enkele ploeggenoot echt problemen gehad. Nooit. Dat klinkt misschien saai, maar ja: jíj wilde dit interview. Ik kan er verder ook niks aan doen.”

5. Speelhuis

Het is niet ver van Het Haagje naar het centrum van Helmond. We wandelen onder de weg door en kijk daar nou eens, dat verwacht je dan weer niet in de stad van de trainingspakken: een fraaie kerk die dienstdoet als theater. Berry is zichtbaar trots, alleen al om het culturele juweel van Helmond te laten zien en helemaal omdat hij ook nog naar waarheid kan vertellen dat er maar één voorstelling is waarvoor Theater Speelhuis niet minder dan elf keer op rij uitverkocht was: Berry de Musical. Elke avond volle bak, van Tweede Kerstdag 2014 tot en met 4 januari 2015. “Over andere sporters worden boeken geschreven, over mij kwam er een musical. In het Helmonds. Een paar mensen uit de buurt zijn er ruim een jaar mee bezig geweest. Er speelden mensen mee uit mijn wijk, van vroeger. Jongens met wie ik gevoetbald heb. Onvergetelijk.”

Over andere sporters worden boeken geschreven, over mij kwam er een musical. In het Helmonds.
Berry van Aerle

Hij vertelt dat hij naar de première ging, op Tweede Kerstdag, dat hij zijn hele familie meenam en dat iedereen het schitterend vond – en van pure opwinding blijft hij consequent ‘uitzending’ zeggen in plaats van ‘voorstelling’. Berry de Musical begon met Radar Love van Golden Earring, zijn favoriete band. Kippenvel. En ja, door sommige dingen was hij ontroerd. “Er zat een dans in met twee lampen in het donker. Die lampen moesten mijn ouders voorstellen. Ze gingen plotseling uit, kort na elkaar. Daar was ik wel emotioneel van, maar het was zo mooi, jongen. Echt mooi.”

Het Haagje. Hans en Hans. HVV. PSV. De grote successen. Het EK. Alles zat erin. “Mensen zeggen soms dat ik te bescheiden ben geweest, maar ik heb altijd gedacht: ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken, ik heb geluk gehad en bijna alles gewonnen. Wat ik in 1988 heb meegemaakt, dat maken niet veel voetballers mee, maar Berry van Aerle mooi wel. Dan heb je als boerke uit Helmond toch wel iets neergezet.

Erelijst

Europees kampioen (1988)
Europacup I (1988)
Kampioen van Nederland (1986, 1988, 1989, 1991, 1992)
KNVB beker (1988, 1989, 1990)

Clubs als prof

PSV (1981-1994)
Antwerp FC (1986-1987)
Helmond Sport (1994-1995)

Interlands

35 (1987-1992)

Lees ook
SANTOS #10: SANTOS Voetbalreisgids

Handboek voor de ideale voetbaltrip

Wat zijn de tofste steden en regio’s voor een ideaal voetbalweekendje? Waar vind je de beste pubs, of die ene obscure snackbar van een beroemde oud-speler? In welke steden vind je glamour en glorie, maar ook pure cult? Hoe kom je aan kaartjes? Kun je met je vrienden het beste naar Londen, of misschien toch naar Liverpool?
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van de Eredivisie in 18 foto’s

Of hij misschien zin had om voor SANTOS en de Eredivisie CV de ziel van onze eigen, schitterende Eredivisie in beeld te brengen, vroegen we een paar maanden geleden aan fotograaf annex stadionfetisjist Marco Magielse. We waren nog niet uitgesproken, of Magielse zat al in de auto. Zo’n 4.500 kilometer en 18 stadions verder wilde hij eigenlijk nog niet stoppen, maar helaas, de Eredivisie-huizen waren op. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Daarom, nog 18 keer: een kijkje in de ziel van de Eredivisie door de lens van de misschien wel beste voetbalcultuurfotograaf van Nederland.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Groningen in 57 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Het stadion van FC Groningen was zijn laatste halte. 57 foto’s van het Hitachi Capital Mobility Stadion (jawel) om je vingers bij af te likken
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Groningen:
trillende tribunes en
uitgelaten Ultras

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Henk Mulder, de onbetwiste FC Groningen-specialist van de voetbal- en schrijversfamilie Mulder.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van Ajax in 56 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer de Johan Cruijff ArenA van Ajax zoals je ’m nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van Ajax:
een platzak lefgozertje
op een chique feest

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Popjournalist en voetbalschrijver Menno Pot (1975) vertelt waarom hij bezig is aan zijn 26ste jaar als seizoenkaarthouder van Ajax.