Jeffrey Bruma

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 10-11-2018
Jeffrey Bruma
Rotterdam, 13 november 1991
Centrumverdediger van PSV, nu VfL Wolfsburg

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

Van mijn achtste tot mijn zeventiende maakte ik mijn eigen voetbalrapportjes. Vooral van wat ik van mijn eigen wedstrijden vond. ‘Lekker gespeeld, maar wel een keer mijn man kwijt,’ schreef ik dan op. Aan het eind van de maand las ik alles terug. Kijken of ik een goede maand had gedraaid. Viel het tegen dan ging ik extra trainen. Alsof ik mijn eigen werknemer was.”

“Als je iemand fair tackelt en hij vliegt even flink door, ja dat is lekker. Als ik de bal en de man als het ware het stadion uit ros, geeft me dat een machtig gevoel. Ik wil niemand blesseren, ik wil het liefst zelfs geen overtreding maken. Maar als iemand mij vraagt wat de essentie van verdedigen is, dan is dat het.”

“Nee, ik heb niet echt gepuberd. Ik ging op mijn vijftiende naar Chelsea. Op mijn zeventiende maakte ik mijn debuut. Er was geen speelruimte, geen tijd voor fratsen.”

Ik wil groeien, nee, ik móét groeien. Als mens. Als voetballer. Die laatste stappen zetten. Ook nu ik al 24 ben. Ik maakte te veel fouten. ‘Brumaatjes,’ zeiden ze op tv. De club reikte me een paar sessies met een mental coach aan, ik ben er op eigen verzoek mee doorgegaan.”

“De monstermodus, noemde ik het. Als iets mij of een ploeggenoot werd aangedaan, vloog ik er bovenop. Schelden. Duwen. Macho doen. Op het veld was ik een vechtersbaas. Ik wilde me constant bewijzen. Hapte snel. Ik dacht dat het een kwaliteit is. Maar het kostte me bergen energie. Daardoor maakte ik later in de wedstrijd foutjes, want dan was mijn concentratie gewoon op. Ik heb geleerd boven de situatie te blijven staan, vroeger stond ik er middenin.”

Ik sta nu boven de situatie. Vroeger zat ik er middenin.
Jeffrey Bruma

“Mijn vader werkte in de bouw, mijn moeder in de verpleging, die maakten zo twaalf uur op een dag. Ik sliep met mijn twee broers en zus op een kamer met twee stapelbedden. We gingen op vakantie in een tweedehands Mazdaatje. Hopen dat-ie niet stuk ging. Was altijd spannend. Sleet natuurlijk hard met zes man erin.”

“Het is onzin dat Chelsea me veel meer geld bood dan Feyenoord. Het was ongeveer net zoveel. Toen ik echt voor een groot salaris kon gaan bij Chelsea heb ik juist voor minder gekozen door bij PSV te tekenen. Het was puur de uitdaging die me trok.”

“Toen Chelsea mijn contract openbrak, reed ik in een Opel Astra van een paar duizend euro. Ik zat al bij het eerste. Maar ik vond: ik koop pas een nieuwe auto als ik mijn basisdebuut heb gemaakt. Pas dan heb ik het gevoel dat ik hem verdiend heb. De fysio van Chelsea zei: ‘Hey Jef, ik vind het prachtig hoe jij denkt.’ Andere jongens kochten Range Rovers en Rolexen als ze net aan het eerste hadden geroken.”

“Geld mag nooit tussen ons in komen te staan, dat heb ik tegen mijn familie gezegd. Dat zou ik heel erg vinden. Als christen is geld voor mij niets meer dan een ruilmiddel. Maar het geeft veel macht, het verandert mensen. Ik heb kleinere gezinnen gezien die, doordat er plots veel geld was, uit elkaar vielen. Je weet nooit hoe zoiets zich ontwikkelt. Gelukkig heeft nooit iemand me om geld gevraagd. Iedereen houdt zijn eigen broek op. Soms help ik op eigen initiatief bij bepaalde aankopen. Dat vind ik geweldig. Zij hebben offers voor mij gebracht. Ik moest zo nodig naar Chelsea. En dan alleen als mama meeging. Dat is nogal wat. Dat is bijna niet in geld uit te drukken.”

“Ik ben nederig opgevoed, maar het komt vooral uit mezelf. Mijn broer heeft bijvoorbeeld iets minder discipline.”

“‘Jef, je hebt een oude ziel.’ Ja, dat heb ik vaak gehoord. Misschien zit er iets in. Ik heb in ieder geval een oude kop! Die rimpels had ik al jong.”

“Ik heb drie vrienden. Die ken ik al van kleins af aan. Dat voelt als familie. Ik laat mensen niet snel toe. Heel vaak blijkt dat iemand met je wil zijn omdat je bekend bent. In die teleurstelling heb ik geen zin.”

“Er zijn genoeg profvoetballers die profiteren van hun roem. Is ook prima. Die pakken wat ze pakken kunnen. Hup, kindje erbij. Tot het uitgaat. En het ze echt geld gaat kosten. Dan hebben ze hoofdpijn. Het allerergste vind ik: het kind is er de dupe van.”

“Mijn vriendin heeft mij niet nodig om rond te komen. Ze studeert rechten, werkt overdag bij een bank. We hebben het nooit over geld. Ook niet over voetbal, trouwens. We zijn bioscoopfreaks. Ze laat me anders denken, corrigeert me. Daar wil ik op dat moment dan niet aan. Maar later moet ik haar vaak gelijk geven. Ze is veel slimmer.”

Je vindt haar niet bij mijn Instagram-foto’s. Privé is privé voor mij. Dat is bijna niet meer van deze tijd. Ik krijg soms de vraag: heb je nog wel een vriendin?”

“Er zijn er zat die leven voor de aandacht. Die plaatsen elke week foto’s van hun vrouwen of auto’s op Instagram of Facebook. Ik ben zo niet. Waarom zou je dat laten zien? Soms heb ik het idee dat ze zo druk zijn met showen hoe goed ze het hebben dat ze vergeten te genieten van het moment. Het is lucht. Zo zie ik dat. Mensen die echt gelukkig zijn, hoeven dat niet zo nodig te laten zien.”

“De heg was een begrip bij Chelsea. Hij stond tussen het trainingsveld van het eerste en de beloften. Iedereen wilde door die heg. ‘Zo, kijk, hij mag door de heg!’ Ik weet mijn eerste keer door de heg nog. Ik had er niet op gerekend, mijn voetbalschoenen waren vies. Maar Terry, Drogba, Lampard, al die mannen; ze zagen me niet eens. Ze waren te druk met trainen. Ik kon me niet eens voorstellen. Gelukkig gaf ik meteen twee, drie geweldige passes over veertig meter. Toen wilden ze meteen weten wie ik was.”

“Drogba is een bonk steen. Je stuitert terug als je daar tegenaan loopt. Ik wist na het eerste duel met hem op de training meteen: Jef, je moet echt groeien. Ik heb zoveel eiwitshakes op dat ze mijn neus uitkwamen, centimeters eelt op mijn handen van de halters. Dan dacht ik na een week keihard werken: Nu zal het beter gaan. Baf, stuiterde ik weer terug.”

“Drogba was mijn norm. Ik wist: als ik daar een duel van win, ben ik pas klaar voor de Premier League. Spelen tegen hem voelde als een bokswedstrijd. Fair, maar we vlogen erin. Ik ook. Ik moest wel. Anders val je af.”

“Ik debuteerde al in 2010 bij Oranje, maar ik voel me pas de laatste maanden basisspeler. Daar heb ik vrede mee. Natuurlijk had ik er flink de pest in toen ik niet bij de WK-selectie zat. Al snel werd ik supporter. Het is niet anders. Mijn pad is voorbestemd.”

“Mijn moeder is van Surinaamse komaf, mijn vader blank. Ik ben echt een mixje. Ik geniet heel erg van de verjaardagen van moeders kant. Dat massale, gezellige, gastvrije. Overal eten. Mijn bouw is ook meer Surinaams, denk ik. Ik heb gelukkig wel de Nederlandse denkwijze; gedisciplineerd. Nou ja... Dat zeg ik nu wel, maar mijn moeder is de meest gedisciplineerde bij ons thuis. Ze houdt mijn administratie in de gaten, is heel stipt en zit twee keer per week in de kerk.”

“Bidden doe ik de hele dag door. Voor mijn ontbijt. Als ik van huis ga. In de kleedkamer. ’s Avonds voor het eten. Voor het slapen. In totaal iets van tien keer per dag. Geen lange sessies. Gewoon korte gesprekjes. Zaken die op mijn hart zitten. Of Hij mij kan helpen. En mijn familie.”

“Ik snap het wel als mensen die niet geloven zeggen: ‘Die is gek.’ Het stoort me ook niet als iemand met gvd scheldt. Tenzij mijn moeder erbij is.”

“Als jongeren tegen ouderen geen ‘u’ zeggen, heb ik daar moeite mee. Die ‘Hè?’ zeggen in plaats van ‘Wat zegt u?’ Ik zeg ‘u’ tegen mijn ouders. En zal het ook van mijn kinderen verlangen. Voor ouderen toon je respect.”

Clubs: Chelsea (verhuurd aan Leicester City en HSV), PSV en nu VfL Wolfsburg.
Trivia: Bruma werd geboren als Jeffrey van Homoet. Omdat hij de meisjesnaam van zijn moeder beter bij hem vindt passen, neemt hij de naam Bruma aan. Zijn oudere broer Marciano en neef Kyle Ebecilio zijn ook actief (geweest) als profvoetballer.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”