Jeffrey Bruma

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 13-12-2017
Jeffrey Bruma
Rotterdam, 13 november 1991
Centrumverdediger van PSV, nu VfL Wolfsburg

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

Van mijn achtste tot mijn zeventiende maakte ik mijn eigen voetbalrapportjes. Vooral van wat ik van mijn eigen wedstrijden vond. ‘Lekker gespeeld, maar wel een keer mijn man kwijt,’ schreef ik dan op. Aan het eind van de maand las ik alles terug. Kijken of ik een goede maand had gedraaid. Viel het tegen dan ging ik extra trainen. Alsof ik mijn eigen werknemer was.”

“Als je iemand fair tackelt en hij vliegt even flink door, ja dat is lekker. Als ik de bal en de man als het ware het stadion uit ros, geeft me dat een machtig gevoel. Ik wil niemand blesseren, ik wil het liefst zelfs geen overtreding maken. Maar als iemand mij vraagt wat de essentie van verdedigen is, dan is dat het.”

“Nee, ik heb niet echt gepuberd. Ik ging op mijn vijftiende naar Chelsea. Op mijn zeventiende maakte ik mijn debuut. Er was geen speelruimte, geen tijd voor fratsen.”

Ik wil groeien, nee, ik móét groeien. Als mens. Als voetballer. Die laatste stappen zetten. Ook nu ik al 24 ben. Ik maakte te veel fouten. ‘Brumaatjes,’ zeiden ze op tv. De club reikte me een paar sessies met een mental coach aan, ik ben er op eigen verzoek mee doorgegaan.”

“De monster-modus, noemde ik het. Als iets mij of een ploeggenoot werd aangedaan, vloog ik er bovenop. Schelden. Duwen. Macho doen. Op het veld was ik een vechtersbaas. Ik wilde me constant bewijzen. Hapte snel. Ik dacht dat het een kwaliteit is. Maar het kostte me bergen energie. Daardoor maakte ik later in de wedstrijd foutjes, want dan was mijn concentratie gewoon op. Ik heb geleerd boven de situatie te blijven staan, vroeger stond ik er middenin.”

Ik sta nu boven de situatie. Vroeger zat ik er middenin.
Jeffrey Bruma

“Mijn vader werkte in de bouw, mijn moeder in de verpleging, die maakten zo twaalf uur op een dag. Ik sliep met mijn twee broers en zus op een kamer met twee stapelbedden. We gingen op vakantie in een tweedehands Mazdaatje. Hopen dat-ie niet stuk ging. Was altijd spannend. Sleet natuurlijk hard met zes man erin.”

“Het is onzin dat Chelsea me veel meer geld bood dan Feyenoord. Het was ongeveer net zoveel. Toen ik echt voor een groot salaris kon gaan bij Chelsea heb ik juist voor minder gekozen door bij PSV te tekenen. Het was puur de uitdaging die me trok.”

“Toen Chelsea mijn contract openbrak, reed ik in een Opel Astra van een paar duizend euro. Ik zat al bij het eerste. Maar ik vond: ik koop pas een nieuwe auto als ik mijn basisdebuut heb gemaakt. Pas dan heb ik het gevoel dat ik hem verdiend heb. De fysio van Chelsea zei: ‘Hey Jef, ik vind het prachtig hoe jij denkt.’ Andere jongens kochten Range Rovers en Rolexen als ze net aan het eerste hadden geroken.”

“Geld mag nooit tussen ons in komen te staan, dat heb ik tegen mijn familie gezegd. Dat zou ik heel erg vinden. Als christen is geld voor mij niets meer dan een ruilmiddel. Maar het geeft veel macht, het verandert mensen. Ik heb kleinere gezinnen gezien die, doordat er plots veel geld was, uit elkaar vielen. Je weet nooit hoe zoiets zich ontwikkelt. Gelukkig heeft nooit iemand me om geld gevraagd. Iedereen houdt zijn eigen broek op. Soms help ik op eigen initiatief bij bepaalde aankopen. Dat vind ik geweldig. Zij hebben offers voor mij gebracht. Ik moest zo nodig naar Chelsea. En dan alleen als mama meeging. Dat is nogal wat. Dat is bijna niet in geld uit te drukken.”

“Ik ben nederig opgevoed, maar het komt vooral uit mezelf. Mijn broer heeft bijvoorbeeld iets minder discipline.”

“‘Jef, je hebt een oude ziel.’ Ja, dat heb ik vaak gehoord. Misschien zit er iets in. Ik heb in ieder geval een oude kop! Die rimpels had ik al jong.”

“Ik heb drie vrienden. Die ken ik al van kleins af aan. Dat voelt als familie. Ik laat mensen niet snel toe. Heel vaak blijkt dat iemand met je wil zijn omdat je bekend bent. In die teleurstelling heb ik geen zin.”

“Er zijn genoeg profvoetballers die profiteren van hun roem. Is ook prima. Die pakken wat ze pakken kunnen. Hup, kindje erbij. Tot het uitgaat. En het ze echt geld gaat kosten. Dan hebben ze hoofdpijn. Het allerergste vind ik: het kind is er de dupe van.”

“Mijn vriendin heeft mij niet nodig om rond te komen. Ze studeert rechten, werkt overdag bij een bank. We hebben het nooit over geld. Ook niet over voetbal, trouwens. We zijn bioscoopfreaks. Ze laat me anders denken, corrigeert me. Daar wil ik op dat moment dan niet aan. Maar later moet ik haar vaak gelijk geven. Ze is veel slimmer.”

Je vindt haar niet bij mijn Instagram-foto’s. Privé is privé voor mij. Dat is bijna niet meer van deze tijd. Ik krijg soms de vraag: heb je nog wel een vriendin?”

“Er zijn er zat die leven voor de aandacht. Die plaatsen elke week foto’s van hun vrouwen of auto’s op Instagram of Facebook. Ik ben zo niet. Waarom zou je dat laten zien? Soms heb ik het idee dat ze zo druk zijn met showen hoe goed ze het hebben dat ze vergeten te genieten van het moment. Het is lucht. Zo zie ik dat. Mensen die echt gelukkig zijn, hoeven dat niet zo nodig te laten zien.”

“De heg was een begrip bij Chelsea. Hij stond tussen het trainingsveld van het eerste en de beloften. Iedereen wilde door die heg. ‘Zo, kijk, hij mag door de heg!’ Ik weet mijn eerste keer door de heg nog. Ik had er niet op gerekend, mijn voetbalschoenen waren vies. Maar Terry, Drogba, Lampard, al die mannen; ze zagen me niet eens. Ze waren te druk met trainen. Ik kon me niet eens voorstellen. Gelukkig gaf ik meteen twee, drie geweldige passes over veertig meter. Toen wilden ze meteen weten wie ik was.”

“Drogba is een bonk steen. Je stuitert terug als je daar tegenaan loopt. Ik wist na het eerste duel met hem op de training meteen: Jef, je moet echt groeien. Ik heb zoveel eiwitshakes op dat ze mijn neus uitkwamen, centimeters eelt op mijn handen van de halters. Dan dacht ik na een week keihard werken: nu zal het beter gaan. Baf, stuiterde ik weer terug.”

“Drogba was mijn norm. Ik wist: als ik daar een duel van win, ben ik pas klaar voor de Premier League. Spelen tegen hem voelde als een bokswedstrijd. Fair, maar we vlogen erin. Ik ook. Ik moest wel. Anders val je af.”

“Ik debuteerde al in 2010 bij Oranje, maar ik voel me pas de laatste maanden basisspeler. Daar heb ik vrede mee. Natuurlijk had ik er flink de pest in toen ik niet bij de WK-selectie zat. Al snel werd ik supporter. Het is niet anders. Mijn pad is voorbestemd.”

“Mijn moeder is van Surinaamse komaf, mijn vader blank. Ik ben echt een mixje. Ik geniet heel erg van de verjaardagen van moeders kant. Dat massale, gezellige, gastvrije. Overal eten. Mijn bouw is ook meer Surinaams, denk ik. Ik heb gelukkig wel de Nederlandse denkwijze; gedisciplineerd. Nou ja… Dat zeg ik nu wel, maar mijn moeder is de meest gedisciplineerde bij ons thuis. Ze houdt mijn administratie in de gaten, is heel stipt en zit twee keer per week in de kerk.”

“Bidden doe ik de hele dag door. Voor mijn ontbijt. Als ik van huis ga. In de kleedkamer. ’s Avonds voor het eten. Voor het slapen. In totaal iets van tien keer per dag. Geen lange sessies. Gewoon korte gesprekjes. Zaken die op mijn hart zitten. Of Hij mij kan helpen. En mijn familie.”

“Ik snap het wel als mensen die niet geloven zeggen: ‘Die is gek.’ Het stoort me ook niet als iemand met gvd scheldt. Tenzij mijn moeder erbij is.”

“Als jongeren tegen ouderen geen ‘u’ zeggen, heb ik daar moeite mee. Die ‘Hè?’ zeggen in plaats van ‘Wat zegt u?’ Ik zeg ‘u’ tegen mijn ouders. En zal het ook van mijn kinderen verlangen. Voor ouderen toon je respect.”

Clubs: Chelsea (verhuurd aan Leicester City en HSV), PSV en nu VfL Wolfsburg.
Trivia: Bruma werd geboren als Jeffrey van Homoet. Omdat hij de meisjesnaam van zijn moeder beter bij hem vindt passen, neemt hij de naam Bruma aan. Zijn oudere broer Marciano en neef Kyle Ebecilio zijn ook actief (geweest) als profvoetballer.
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”