Viktor Fischer

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 07-02-2018
​Viktor Fischer
Århus, 9 juni 1994
Buitenspeler van Ajax, nu FC Kopenhagen

Beeld: Dirk-Jan van Dijk
Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

­“Ik zeg het liefst ‘u’ tegen Dennis Bergkamp. Dat vind ik prettiger. Dennis Bergkamp zie ik niet als mijn coach, niet als mijn vriend – al zou ik trots zijn als ik hem eens zo mag noemen – maar als een legende. Alles wat hij deed als voetballer had klasse. Iedere aanname, ieder tikje, ieder schot. Soms komt hij na de training naar me toe. In het begin ging er dan een schokje door me heen. Hij vertelt me over zijn eigen ervaringen. Ik voel me soms beschaamd om dan aan te komen met mijn heel kleine problemen.”

“Ik ben van nature extreem zelfkritisch. Als jochie werd ik driftig als het niet ging. Maar dan echt niet normaal driftig.”

“Ik baal als ik op de bank zit, ik sterf er zelfs een beetje. Maar het is ook goed voor mij. Als ik twee jaar geleden bij Ajax de concurrentie had gehad die ik nu heb, was ik veel verder geweest. Toen scoorde ik veel, was alles positief rond mij, maar als ik slecht speelde, werd ik nog steeds opgesteld. Dit is veel beter.”

“Mijn opa is aan het dementeren. Hij is 83, hij heeft zijn leven gehad. Hij heeft me leren voetballen. Hij moet er nu aan herinnerd worden dat zijn kleinzoon profvoetballer is. Ik heb het er niet zo heel moeilijk mee. Zo gaat het leven.” 

“Ik wil me veilig voelen als voetballer. Veel vaster worden. Minder pieken en dalen. ‘Geef de bal aan Viktor, dan komt het wel goed.’ Daarvoor moet je zelfvertrouwen goed en stevig zijn.”

“Er zijn verschillende typen zelfvertrouwen. Het makkelijkste is het zelfvertrouwen dat je krijgt als je het goed doet. Dan gaat het vanzelf, dan vlieg je een beetje, lukt alles. Als je het minder goed doet, moet je jezelf een kontje geven. Dat is… ik wil niet zeggen vals zelfvertrouwen, maar het is een lastig soort zelfvertrouwen. Het is breekbaar, dat weet je, maar dat idee moet je uitschakelen. En dan heb je nog zelfvertrouwen wat ertussen zit: het gaat oké, maar je moet waken dat je zelfvertrouwen de verkeerde kant opslaat. Dan zit je te dubben: hoeveel zelfvertrouwen mag ik nu hebben?”

“Ik denk veel na. Over alles. Dat is niet handig als voetballer. Je moet doen, niet denken, hoor je vaak. Een slechte pass of wedstrijd moet onmiddellijk uit je systeem. Anders kun je niet verder. Toch wil ik er niet vanaf, van dat vele nadenken. Dit is wie ik ben. Dit is waarom mijn vriendin van me houdt. Ik wil mezelf niet verloochenen. Ook al duurt het daardoor twee jaar langer eer ik daar ben waar ik wil zijn, dat moet dan maar. Dit speelt al tien jaar. Sinds ik over mijn nadenken begon na te denken eigenlijk. Ik moet het proberen te gebruiken als een voordeel. Want het wordt niet anders. Mijn moeder, broer en zusje zijn ook zo. Mijn broer studeert rechten, mijn zusje zit op het gymnasium. Als ze een 9 halen, gaan ze nadenken waarom ze geen 10 hebben.”

“Ik vind het altijd jammer als ik gewisseld word. Ik denk dat ik altijd, ook op een slechte dag, doelpunten kan leveren. Dat weet ik van mezelf. Dus je ziet me vaak teleurgesteld naar de bank lopen. Meestal ben ik boos op mezelf. Nou goed, soms denk ik: trainer, ken je me wel? Je weet toch dat ik kan scoren?”

Ik zal nooit iets anders zeggen dan mijn waarheid. En anders hou ik m'n bek. Dat is voor mij de enige weg. Anders kan ik niet met mezelf leven.
​Viktor Fischer

“Ik zeg wel andere dingen dan toen ik net doorbrak. Ik ben niet voorzichtiger geworden, maar ik hoop dat ik wijzer ben geworden. Ik merk het nu bij nieuwe talenten. Je denkt dat je er al bent, want je bent de jongste en hoort nu al bij de besten. Dan kan het toch alleen maar meer worden? Dan durf je heel veel dingen te zeggen. Het is leuk om te lezen en naar te luisteren. Maar het slaat nergens op.”

“Ik ben emotioneel, extravert. Mijn opa was ook profvoetballer, maar veel rustiger. Net als mijn idolen. Thierry Henry, die juichte niet als hij scoorde. Voor Roger Federer is het niets nieuws om een waanzinnige forehand te slaan. Waarom dan uit je dak gaan? Zidane idem dito. Ik juichte in het begin ook niet, terwijl ik vanbinnen superblij was. Dat werd uitgelegd als arrogant. Het is geen arrogantie, het is zelfverzekerdheid. Dat voelde ik toen. Daar ben ik naar op zoek.”

“Ik heb twee jaar geleden gezegd dat ik graag zou zien dat kleine jongetjes mij als stijlicoon gaan zien. Daar denk ik nu heel anders over. Het maakt me geen fuck uit als ze m’n T-shirt of schoenen tof vinden. Ik heb veel liever dat ze naar me kijken en denken: oké, ik mag mezelf zijn als persoon. Niet dat ik bijzonder ben of zo. Helemaal niet. Maar het lijkt me mooi als ze zien: hij durft zichzelf te zijn. Ze moeten mijn kleding niet kopiëren. Ik wil juist dat jongens die me bewonderen, denken: oké, hij heeft een paars T-shirt aan, maar ik houd niet van paars, ik houd van limoengroen, dus trek ik een limoengroen shirt aan.”

“Ik geloof dat ik beter ben dan toen ik net doorbrak en er meteen die verhalen kwamen over interesse van internationale topclubs. Ik dacht toen zelf ook: nog één fantastische goal en ik ga naar Real. Nu sta ik voor de buitenwacht met lege handen. Een jaar geblesseerd geweest, geen zekerheid over een basisplaats. Maar ik voel me veel beter, veel verder.”

“Ik ben geen speler die het alleen kan. Maar Messi kan het ook niet alleen.”

Ik ben heel erg boos geweest tijdens mijn revalidatieperiode. Echt héél boos. Schreeuwen, vloeken. Maar ik leerde dat die negatieve houding niet langer dan een dag moest duren.
​Viktor Fischer

“Mode was heel belangrijk voor me, ik lees nog steeds graag modebladen als Cover, Vogue, Vogue America, Vogue England. Maar het staat nu in een rijtje met de mooiste meubels, het beste eten, de lekkerste koffie, de beste boeken, goede films; alles wat je zintuigen, je geest en je lijf prikkelt. Eigenlijk vind ik mode dan nog het minst boeiend. Je wordt er alleen maar dommer van. Ik vind mensen interessanter.”

“Alle mensen die interessant zijn, zijn niet interessant. In is out, out is in. Ken je die? Komt uit Glamorama van Bret Easton Ellis. Echt een geweldig boek.”

“Wes Anderson is een inspiratiebron. Al zijn films zijn een avontuur. Anderson geeft niet om waargebeurde verhalen, hij gooit het normale script in de blender, creëert een bullshitverhaal met volstrekt immorele toestanden en mensen erin. En toch heeft het een goede moraal.” 

“Mijn broer en zusje en oude vrienden van school zijn veel verder in hun sociale en culturele ontwikkeling dan ik. Ik zie ze helaas niet dagelijks, dat mis ik wel. Lijkt me heerlijk om in het café te filosoferen, elkaar te inspireren. Voetballers hebben vaak andere interesses. Ik voel me echt niet verheven, eerder een buitenbeentje. Ik wíl ook echt een topvoetballer worden, want ik wil mensen inspireren, maar vraag me soms af of mijn persoonlijkheid in het voetballen past.”

“Als ik interviews van twee jaar geleden teruglees dan vind ik mezelf erg dom. Ik kijk nu zo anders tegen dingen aan. Terwijl ik nog steeds heel dom ben. Over twee jaar walg ik weer van dit interview. ‘Hoor dat mannetje van 21 nou praten over interessante mensen, films en boeken. Wat denkt hij wel niet’, zal ik dan denken. Of nee, hopelijk ben ik dan zo ver dat ik erom kan lachen. Dat ik wat minder streng ben voor mezelf.”­­

Als dit niet lukt dan ga ik terug naar Denemarken en direct naar de acteursschool. En zal ik het voetballen misschien wel heel erg missen.
​Viktor Fischer
Clubs: Lyseng IF, Århus GF, FC Midtjylland, Ajax, Middlesbrough, FSV Mainz 05 en FC Kopenhagen.
Trivia: Opa Poul Pedersen speelde vijftig interlands, vader Hendrik haalde Jong Denemarken, moeder Jane speelde badminton op het hoogste niveau.
Lees ook
Column

Mulder bemint:
Robert Schlienz

Als Wehrmacht-soldaat werd Robert Schlienz geraakt door een Russische kogel, maar de grootste schade liep hij op bij een auto-ongeluk ná de Tweede Wereldoorlog: hij verloor een arm. Hij liet zich er niet door tegenhouden.
Reportage

Trauma’s te lijf
bij Mamio 5

In het vijfde elftal van de Groningse amateurclub Mamio spelen bijna louter gevluchte Eritreeërs. Ze zijn gaan voetballen om te integreren, en ‘om niet gek te worden’. SANTOS bezocht de thuiswedstrijd tegen Groen Geel 7.
Reportage

De cult van
de Cosmos

De glorietijden van de New York Cosmos zouden herleven op de campus van Hofstra University, maar het lijkt niet te lukken. New York kijkt naar New York City FC en de New York Red Bulls, terwijl de Cosmos gevangen zit op ‘niveau twee’. De club van de toekomst is een herinnering geworden.
Overig

Eusébio en het
zout van de traan

Wilfried de Jong brengt in elk nummer van SANTOS een ode aan een overleden voetballegende door hem voor een dag terug te halen naar aarde. Deze keer spreekt de Portugees Eusébio (1942-2014) af met zijn nog springlevende opvolger Cristiano Ronaldo.
SANTOS #10: SANTOS Voetbalreisgids

Handboek voor de ideale voetbaltrip

Wat zijn de tofste steden en regio’s voor een ideaal voetbalweekendje? Waar vind je de beste pubs, of die ene obscure snackbar van een beroemde oud-speler? In welke steden vind je glamour en glorie, maar ook pure cult? Hoe kom je aan kaartjes? Kun je met je vrienden het beste naar Londen, of misschien toch naar Liverpool?
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van de Eredivisie in 18 foto’s

Of hij misschien zin had om voor SANTOS en de Eredivisie CV de ziel van onze eigen, schitterende Eredivisie in beeld te brengen, vroegen we een paar maanden geleden aan fotograaf annex stadionfetisjist Marco Magielse. We waren nog niet uitgesproken, of Magielse zat al in de auto. Zo’n 4.500 kilometer en 18 stadions verder wilde hij eigenlijk nog niet stoppen, maar helaas, de Eredivisie-huizen waren op. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Daarom, nog 18 keer: een kijkje in de ziel van de Eredivisie door de lens van de misschien wel beste voetbalcultuurfotograaf van Nederland.