Björn van der Doelen

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 22-08-2019
Björn van der Doelen
24 augustus 1976, Goirle
Oud-voetballer, muzikant

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #05, december 2017.

“Mark van Bommel kon de hele dag over voetbal praten. Ik keek niet eens de samenvattingen van mijn eigen wedstrijden, ging liever een beetje pielen met mijn gitaar.”

“Ik ben gestopt op mijn 29ste. Ik was klaar met dat korset, de regeltjes, de niet-nagekomen beloftes van trainers. Maar ik kan nog steeds niet zonder sport. Ik móét drie keer per week boksen. En dan echt sparren, mezelf meten met een ander. Als ik voetbal met het tweede amateurteam van PSV, ben ik nog steeds bloedfanatiek. Schelden, schoppen, sleuren. Kapot gaan, dat zit er zó in. Bij muziek maken koester ik juist de rust.”

“Als voetballer was ik niet ingewikkeld: ballen afpakken, inleveren, beetje draven. Ik houd van simpel. Als muzikant praatzing ik over wat ik meemaak in het plat Brabants op een soort Americana-blues, bietje country erbij; niet te moeilijk.”

“Repeteren met de band doe ik nooit, terwijl ik trainen het leukste vind bij voetbal. Lekker naar de kloten gaan. Soms met een goede kater. Héérlijk. Krijg je karakter van. Van mijn oude ploegmaat Lucius, die nu jeugdtrainer is, begreep ik dat spelers nu alles met een bal kunnen, maar zestien keer van zestien naar zestien rennen, daar hebben ze de inhoud niet voor. Dan is het niet raar als je afhaakt bij de top.”

Dat is trouwens het enige zinnige dat ik te zeggen heb over onze voetbalcrisis.
Björn van der Doelen

“Interviews met voetballers, sorry, je kunt ze tegenwoordig bijna allemaal overslaan. Waterreus (voormalig PSV-keeper, red.) zei gewoon: ‘PSV is twee topspitsen en een goede keeper.’ Ja, dat gáf een partij gezeik. Nou en? Wat is er mis mee als er een keer iemand uit de bocht vliegt? Krijg je tenminste een beetje vuur. Hij had nog een punt ook, trouwens. Het is nu allemaal zo vlak, zo volgzaam, zo zouteloos, zo voorzichtig. Dat zie je ook terug in het veld, dat gebrek aan initiatief, aan lef. Ik was vorig jaar een keer bij PSV-Twente en er gebeurde een uur lang niets. Niets! Ik dacht: Wat doe ik hier?”

“Ik relativeer niet in mijn muziek, heel vrolijk is het niet. Daarvoor hoeft er niet iemand voor je neus dood neer te vallen. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Mijn leed is misschien niet zo groot. Maar ik heb het wel gevoeld.”

“Als mijn middelste zoontje vertelt dat hij moest huilen omdat een bepaald nummer van Bruce Springsteen hem zo heeft geraakt, dat hij dan altijd aan papa moet denken, ja, dan moet ik ook bijna janken. Dat vind ik zó mooi.”

“De band met ons moederke is heel hecht, we bellen dagelijks. We kunnen uren ouwehoeren. We hebben elkaar enorm gemist toen ik in het PSV-internaat zat. Ik was al vanaf mijn veertiende uit huis. En op het strand in Spanje was ik als vijfjarig menneke eens zes uur verdwaald. Dat zijn traumaatjes die ons enorm hecht hebben gemaakt.”

“Ik ben heel jaloers. Dat is ook een goede emotie om mee te klooien in een liedje.”

Normaal vraag ik 300 euro ex btw solo en 100 euro per muzikant. Soms minder. Het is nog niet een procent van wat ik als voetballer verdiende.
Björn van der Doelen

“Ik wil alles het liefst zo veel mogelijk zelf in de hand houden. Als mensen via de e-mail een plaat bestellen, fiets ik zelf naar het postkantoor om hem af te gooien. Soms doe ik er iets persoonlijks bij. Een speciaal woordje, een sticker of een taske. Is toch leuk?”

“Radio Veronica vroeg wat ik wilde hebben voor een wekelijkse column. Ik zei: ‘Ik hoef geen geld, draai mijn muziek gewoon een keer.’ Het was alsof ik om een medicijn tegen ongeneeslijke kanker had gevraagd. De playlist van zo’n station is heiliger dan God. Terwijl ze alleen maar dezelfde meuk draaien.”

“Een vriend zit in de worstenbroodjes. Die vroeg of ik een liedje over worstenbroodjes kon maken voor een mooi bedrag. Zeg ik: ‘Nee, ik hoef geen geld, maar dan en dan heb ik een feestje, dus als je dan een doos worstenbroodjes kan afgooien, zou dat fijn zijn.’ De ouderwetse ruilhandel, daar ben ik een voorstander van. Jij helpt mij, ik help jou. Wat nummerkes spelen in een tattooshop is ook geen probleem in ruil voor wat verse inkt op mijn lijf.”

“De voetballerij is wat dat betreft natuurlijk helemaal de weg kwijt. Kan me niet voorstellen dat je er echt gelukkig van wordt als je tientallen miljoenen verdient. Krijg je allemaal van die types achter je aan. En het is nooit genoeg, zeker niet in de top. Jongens gaan zich echt raar gedragen.”

“In mijn tijd was het niet zo extreem. Halverwege de maand kregen we bij PSV tijdens de lunch onze salarisstrook. Zei Ruud van Nistelrooij: ‘Hé, er staat een nul te veel bij mij! O nee, klopt gewoon.’ Lag iedereen dubbel.”

Van Nistelrooij vond het nummer Scar Tissue van de Red Hot Chili Peppers geweldig. Dat was al heel wat.
Björn van der Doelen

“Denk ik aan het mooiste uit mijn voetbalcarrière, dan denk ik aan ertussenuit piepen in een vreemde stad na een Europa Cup-wedstrijd met Fredje Bouma. En dat je dan ineens Ooijertje en Van der Weerden in die stad tegenkwam, want die waren hem ook gesmeerd. Als we elkaar nu weer zien, gaat het alleen over dat soort dingen. Nooit over: ‘Goh, weet je nog toen je die goal scoorde of ik die mooie pass gaf op jou?’ ”

“Van Nistelrooij vond het nummer Scar Tissue van de Red Hot Chili Peppers geweldig. Dat was al heel wat. Qua muzieksmaak had ik weinig medestanders in de kleedkamer. Willie Nelson en Johnny Cash draaien ze niet op de radio. En van Bruce Springsteen soms alleen ‘The River’. Er is zóveel meer…”

“Als voetballer werd je gevraagd door een club, als muzikant is het leuren. Wil je veel werk hebben, dan moet je zo veel mogelijk op tv of radio zijn. Daarom heb ik geen manager, ik wil niet iemand die aan mijn kop zeurt dat ik ergens moet opdraven omdat dat goed is voor mijn carrière, ik wil zelf die keuze maken.”

“In de meeste programma’s mag je een liedje van anderhalve minuut spelen en dan weer wegwezen. Ja, ik heb dus geen liedjes van anderhalve minuut, dus dan kom ik niet. En ik ga ook niet ergens over meepraten waar ik geen verstand van heb. Ik ben natuurlijk verwend. Ik kan het aardig uitzingen door wat ik als voetballer heb verdiend.”

Net als kutwedstrijden heb je ook weleens kutoptredens.
Björn van der Doelen

“Als muzikant is het moeilijk te meten wanneer je het hebt gemaakt en wanneer niet. Is dat als je ervan kunt leven of als je de Ziggo Dome uitverkoopt en je muziek de hele dag op de radio klinkt? Ik ben blij hoe het gaat, heb een beetje een fanbase opgebouwd. Ik hoop theaterzaaltjes van 200, 300 man vol te krijgen in Brabant en een klein beetje erbuiten. Groter hoeft niet. Ik ben niet graag lang van huis. Serieus touren lijkt me vreselijk. Ik kan nog geen vier dagen zonder de kiendjes.”

“Ik neem Teuntje, Kootje en Klaasje weleens mee naar een middagoptreden. Staat m’n meisje ook mee te zingen op het podium. Laatst kwam halverwege de middelste het podium op. Ik zei: ‘Wa komde gij doen?’ ‘Ja,’ zegt-ie, ‘ik moet even iets aan mama vragen.’ Is toch mooi?”

“Net als kutwedstrijden heb je ook weleens kutoptredens. Ik heb een keer in een Eindhovens bejaardentehuis voor dementerenden opgetreden. Die mensen worden in een zaaltje gezet en die weten ook niet wat er komt. Ik maak dus heel rustige muziek, zeker solo. Zat een vrouw heel hard op tafel te slaan, een ander schreeuwde dat ze ermee op moest houden.
Een man vlak voor mijn neus zei na het derde nummer: ‘Waar zit ik nou naar te luisteren? Het is alleen maar geouwehoer!’
Ik zei: ‘Ja, sorry het is een soort praatzang.’
Na vier nummers zei hij: ‘Breng me maar naar mijn kamer.’
Ik: ‘Nou meneer Van Looi, ik denk niet dat we u terugzien na de pauze.’
Hij antwoordde: ‘Ge moet goed oefenen!
Er klonk instemmend gebrom uit de zaal. En dan moet je nog een uur.”

“Ik heb als ik zelf voetbalde vaak gedacht: Dat mensen hier naar gaan zitten kijken… Het is zó saai! Nou was ik geen voetballer die met een geweldige steekpass de boel openbrak. Dus ging ik maar een beetje jagen, de patronen doorbreken, gewoon als een jonge hond achter die bal aan. Zo kon je iets losmaken. Maar ik zie niemand nog iets opportunistisch doen. Denk dat het ook niet mag. Trainers hebben het alleen maar over ‘organisatie zus en zo’. Alsof het over een bedrijf gaat.”

“Zelfspot lijkt uitgestorven. Ronaldo, Neymar, Waylon, Blaudzun. Die zelfingenomenheid, ik kan er niet tegen. Maar ik weet ook: relativering is funest als je de top wil halen.”

“Mijn muziek is heel autobiografisch, maar voetbal komt er niet in voor. Vind ik niet interessant. Ik kan ook niet zeggen dat ik veel inspiratie kreeg van de PSVfans voor diepgaande songteksten. Ze zongen: ‘Doeleuh, Doeleuh, Doeleuh’.”

Clubs: PSV, Standard Luik, FC Twente, NEC Nijmegen.
Albums: ‘D’n Duvel Die Slaapt Nooit’, ‘Als De Wolven Janken’, ‘Caballero Zonder Filter’, ‘De Cowboy, De Outlaw, De Sheriff en De Hoer’.
Label: Val allemaal maar kapot ik doe het zelf wel-records.
Trivia: Van der Doelen voetbalde tussen 1994 en 2006 en werd met PSV drie keer kampioen. Sedertdien is hij muzikant, thans onder de naam Björn van der Doelen en de Huursoldaten (voorheen Allez Soldaat). Heul gevecht werd in 2011 verkozen tot Brabants Moiste (lied van het jaar). Vakblad OOR schreef recentelijk: “Van der Doelen ontpopt zich tot een Americana-artiest van formaat.”
Tourschema & merch: bjornvanderdoelen.com.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”