Bureau Sport: Culthelden

Woord: Bureau Sport
Gepost: 08-12-2017
Bureau Sport doet veel aan onderzoeksjournalistiek, maar presentatoren Erik Dijkstra en Frank Evenblij lullen het liefst over bijzaken. Dit keer bespreken ze hun favoriete culthelden.

Beeld: Casper Rila
Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

Erik: “Wie is jouw ultieme cultheld?”

Frank: “John Feskens van Willem II. Mijn cluppie.”

Erik zucht.

Frank:D’n Beitel was zijn bijnaam. Vanwege zijn vooruitstaande kin. Ik vond het meer op een kassa lijken. Of zo’n ouderwetse centenbak. Echt een cultkin. Hij was libero. Dat vond ik ook gaaf.”

Erik: “Speelde jij ook libero dan?”

Frank: “Nee, was ik dat maar geweest. Libero’s bestaan niet meer. Ze stonden achter de verdediging een beetje te schreeuwen en die ballen naar voren te poeieren. Feskens scoorde veel met afstandsschoten. Ik had zelf ook een goed afstandsschot.”

Erik: “Ik krijg bijna de indruk dat als jij libero had gestaan, je een aardige profvoetballer was geworden.”

Frank: “Zou zomaar kunnen. Maar nog even over John.”

Erik: “Er is nóg meer?”

Frank: “Wist je dat ik hem gebeld heb als zestienjarige? Eerst naar 008 gebeld en gevraagd naar het nummer van John Feskens uit Tilburg. Dat kreeg je dan gewoon en dan kon je hem bellen. Ik belde hem op zijn verjaardag, het was de dag voor Willem II-Ajax. Ik zei: ‘Hoi John, dit is Frank uit Den Haag. Gefeliciteerd en succes morgen.’ ”

Erik: “Ik dacht: er komt nu een waanzinnige telefoonprank. Maar jij zegt alleen maar: ‘Gefeliciteerd en succes’. Schitterend.”

Frank: “Hielp niets. Ze verloren met 1-0.”

Wist je dat ik John Feskens gebeld heb als zestienjarige? Eerst naar 008 gebeld en gevraagd naar het nummer. Dat kreeg je dan gewoon.
Frank Evenblij

Erik: “Mijn ultieme cultheld was, ik zal het ook maar een beetje dicht bij huis houden, Prince Polley. Die had een dikke reet en kon er eigenlijk niet veel van. Maar toch keken we er graag naar bij Twente. Hij was een van de eerste donkere spelers bij de club. We zongen: ‘Oeh ah Polley is er, Polley is er’. Zijn bijnaam was de chocoprins. Dat kan nu echt niet meer. Ik had niet het idee dat Prince Polley er erg mee zat. Het zou ook kunnen dat hij het allemaal niet begreep. Hij lachte overal om.”

Frank: “Heb je hem weleens gebeld?”

Erik: “Nee, dan kon ik blijven bellen. Twente had zo’n goede ploeg in die tijd. Al was Polley wel de meest bijzondere. Hij kwam uit Ghana. Daar ging je van alles bij fantaseren.”

Frank: “Willem II had ook een Ghanees, Jatto Ceesay (Ceesay is afkomstig uit Gambia, red.). Die was wel erg goed.”

Erik: “Oh ja, jullie Ghanees was wél weer goed. Zullen we eens buiten onze eigen habitatjes kijken? Wat dacht je van Berry van Aerle?”

Frank: “Ja, maar wat kun je daar nog aan toevoegen? Berry is al bijna uitgecultiveerd. Net als Theo Janssen.”

Erik: “Ik vind wel dat Theo een nieuwe dimensie heeft gegeven aan zijn cultschap met die enorme baard van hem. Heb je dat gezien?”

Frank: “Ja. Maar laten we wat ruimte overhouden voor de cultheld aller culthelden: Maradona.”

Erik: “Terecht. Messi en Ronaldo zijn ook goed, maar Maradona, daar kwam nog zoveel emotie bij kijken. Het was altijd gekte rond die man.”

Frank: “Ik weet nog dat we na de eerste Bureau Sport in een interview zeiden: als we Maradona kunnen interviewen, stoppen we.”

Erik: “Jaha, weet ik nog. Er kwam gelijk een reactie van: laat dat alsjeblieft snel geregeld worden, dan kunnen die twee klootzakken van de buis.”

Frank: “Bij Maradona denk ik meer aan het WK ’90 dan dat van ’86.”

Erik: “Klopt. Toen liep-ie half mank, er was van alles met zijn lijf aan de hand. Toch kwamen ze steeds een rondje verder. Brazilië had 12-1 moeten winnen. Maar Maradona stak een keer Caniggia weg en het was gebeurd. Sloeg nergens op. Dat was een veel groter wonder dan die handsbal.”

Frank: “Caniggia, ook een cultheld. Die snoof nog meer dan Pluisje.”

Erik: “Als hij bij de zijlijn stond had je weinig aan hem. Hij snoof zo al het krijt naar binnen.”

Frank: “Het mooiste aan Maradona vond ik dat het eigenlijk helemaal geen atleet was. Hij was klein en dik.”

Erik: “Ga je nu zeggen dat jij ook zo goed als Maradona had kunnen zijn?”

Frank: “Als ik libero had gestaan wel.”

Prince Polley had een dikke reet en kon er eigenlijk niet veel van. Maar toch keken we er graag naar bij Twente.
Erik Dijkstra
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”