Danny Koevermans

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 01-11-2019
Danny Koevermans
Schiedam, 1 november 1978
Oud-profvoetballer, amateurvoetballer

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #06, april 2018.

“Het was of er een warme deken over me heen viel toen ik wist dat mijn profcarrière erop zat. 11 maart 2014 was dat. Een dinsdagmorgen. Het schoot weer in mijn kuit. Het was klaar. Het hoefde niet meer. Weg met die druk. Dat was eerlijk gezegd een heel fijn gevoel. Hè, lekker, dacht ik.”

“Natuurlijk was het een schijteinde van mijn carrière. Ik heb mijn laatste club, FC Utrecht, niets meer kunnen brengen. Maar ik had er alles aan gedaan om terug te komen na een zware knieblessure. Ik kon mezelf niets verwijten en heb er niet lang mee gezeten. De derde helft van mijn voetballeven lonkte. Terug naar de amateurs!”

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”

“Ik ben begonnen bij Excelsior’20 in Schiedam. Mooie, lange historie, trouwe achterban, prima kantine. Schiedam was een echte voetbalstad. Toen ik jong was, waren er zeventien of achttien clubs in Schiedam. Echt illustere verenigingen waren dat. Nu zijn er tien minder. Kan ik een beetje melancholisch van worden.”

Ik schrijf de wedstrijdverslagen. Als extra rubriek heb ik de kantinetest toegevoegd. Bij iedere uitwedstrijd volgt een beoordeling.
Danny Koevermans

“Misschien zitten mensen nu liever thuis, hebben ze genoeg aan hun telefoon als communicatiemiddel. Ik snap daar he-le-maal niks van. Mijn bijnaam is 0G. Ik ben de enige zonder data op mijn telefoon. Als ik van huis ben en je hebt me nodig, moet je me maar bellen.”

“Direct na mijn profcarrière ben ik bij SV Brandevoort naar binnen gestapt en heb me ingeschreven voor het nieuwe seizoen. Het is een jonge club. Een moderne kantine met veel glas, er stond maar vier man langs de lijn bij het eerste. Dat was wel anders bij Excelsior’20. Maar Brandevoort is twee minuten op de fiets van ons huis in Helmond. Een niet te onderschatten voordeel.”

“Je moet er ook zelf iets van maken. Het is al veel levendiger. Er is een kidsclub, er zijn veel betrokken ouders, teams gaan bij elkaar kijken. Zo krijg je een band. En die kantine krijgt vanzelf karakter. Iedereen binnen Brandevoort doet zijn stinkende best om er op zondag iets van te maken.”

“Ik schrijf de wedstrijdverslagen. Beetje humor erin. Ik spaar mezelf niet. Als ik een fout maak, hoor ik al na afloop: ‘Koef, heb je ’m genoteerd?’ Als extra rubriek heb ik de kantinetest toegevoegd. Bij iedere uitwedstrijd volgt een beoordeling.”

“Een kantine moet niet te licht zijn, liefst een beetje donker. Oude gordijntjes, oubollige meubelen. Bekers, sjaaltjes, vaantjes en het liefst nog wat aparte relikwieën aan de muur. En oude scoreborden met de standen van minimaal het eerste en tweede waarbij de clubnamen, eventueel met schuifletters, op bordjes staan die je kan verhangen. Paar hanglampjes waar je tegenaan kan slaan. En een bar waar een hoek in zit, zodat je elkaar kan zien.”

“Soms zie je dat ze aparte snacks hebben. Bij SJVV hadden ze een frietje moeilijk. Kan ik me dan al de hele wedstrijd op verheugen. Ook top: de catamaran. Twee frikadellen speciaal en daarop frites gegooid. Hoe verzin je het. Prachtig. Bonuspunten.”

“Geen biljart wat mij betreft, wel een bierpongtafel. Dat is een grote, rechthoekige tafel. Aan beide zijden zet je in een bowlingopstelling kleine glaasjes met drank erin. Dan ga je met een pingpongballetje op elkaars glaasjes mikken. Als je in een glaasje gooit, moet de ander hem in een keer wegtikken. Briljant, man.”

“O ja, Nederlandstalige muziek of meezingbare popmuziek. En een tv voor Studio Sport. Pakken we ook meteen de avond mee.”

“Drieënhalf jaar speel ik nu in het eerste en we hebben flinke progressie geboekt. Na mijn eerste uitwedstrijd, bij Blitterswijck, gingen we meteen terug naar Brandevoort. Daar was het hek al dicht, iedereen stapte zijn auto in en dat was dat. Inmiddels wordt het niet meer geaccepteerd als je binnen een halfuur weg bent. Vaak zijn we om zeven uur nog steeds wat aan het drinken met een man of acht. Samen met de tegenstander. Hartstikke leuk om daar een band mee te creëren.”

“In de profwereld heb je druk, veel meer belangen, veel meer gedoe eromheen. Elk verkeerd woord in een interview is nieuws. Als je met de groep een drankje doet in de stad, moet je 25 keer om je heen kijken of niet iemand een filmpje maakt. Alles kan verkeerd geïnterpreteerd worden. Zo jammer.”

Ik haalde na een wedstrijd een pizza, later op de avond soms een broodje shoarma.
Danny Koevermans

“Ik weet zeker dat wij bij PSV beter presteerden doordat we na een wedstrijd met tien, twaalf man overbleven in De Verlenging (stadioncafé, red.). Als je een mooie avond hebt met elkaar, pak je de week erop lachend die honderd meter extra voor je maatje op het veld.”

“Je kan als prof geen broodje kroket meer eten of er is een nationale rel. Even naar de McDonald’s gaan met zijn allen en het land staat op zijn kop. Schei toch uit. De zogenaamde professionaliteit in het profvoetbal is doorgeslagen. Totaal. Ik haalde na een wedstrijd een pizza, later op de avond soms een broodje shoarma. Ze hangen je bijna op als je dat nu vertelt.”

“Je moet ontladen na een wedstrijd, vind ik. Hup, die kroketten in het vet, wat lekkers te drinken erbij. Even die druk eraf. Je traint als prof elke dag twee keer, mag je dan niet een keer per week wat anders eten? Kijk, elke dag frites met mayo doe je niet, dan red je het niet. Maar ik vraag me af of je echt lekker in je vel zit als je alleen maar aan de groente- en eiwitshakes zit.”

“In een seizoen heeft jouw clubgrensrechter altijd drie of vier punten voor je gepakt. Zo werkt dat. Zeker in de tweede helft, als het spannend wordt, schiet die arm vanzelf omhoog bij elke dieptepass. Ook al start je vanaf je eigen helft; maakt niet uit. Dat moet je accepteren. Het heeft ook zijn charme. Ja, sorry, ik vind al die onvolkomenheden prachtig.”

De amateurclubliefhebber in mij zou het liefst iedere tien jaar naar een andere uithoek verhuizen om nieuwe clubs te ontdekken.
Danny Koevermans

“Had ik in 2007 in de kampioenswedstrijd van AZ tegen Excelsior bij 2-2 gescoord in plaats van op de paal geschoten, dan had ik hier nooit gewoond. PSV werd kampioen en die club had mij zonder Champions League-inkomsten misschien wel nooit gekocht, omdat AZ een buitensporig prijskaartje van 7 miljoen om mijn nek hing. Na PSV heb ik nog bij Toronto gespeeld. Hadden we best willen blijven, geweldige stad. Maar ik scheurde mijn voorste kruisband af, dus gingen we weer terug. Ons huis in Helmond hebben we altijd aangehouden. We wonen hier superfijn. Ik kom bij allerlei clubs waar ik nog nooit geweest ben. We gaan hier niet meer weg. Maar de amateurclubliefhebber in mij zou het liefst iedere tien jaar naar een andere uithoek verhuizen om nieuwe clubs te ontdekken.”

“Ik heb in de mooiste stadions mogen spelen, tot San Siro en Anfield aan toe, maar daar kan ik me haast niets van herinneren. Wel van een wedstrijd met Toronto in Nicaragua. Een toilet zonder deur. Geen water uit de kraan. Een veld met gras van een halve meter en overal vlinders die je aanvielen; prachtig.”

“Ik ben een seizoen spitsentrainer en commercieel medewerker geweest bij Sparta en dat was ik graag blijven doen. Maar na de promotie in 2016 moesten ze weer op zondag spelen. Het zal je niet verbazen dat ik honderd keer liever op zondag zelf bij Brandevoort voetbal en rondhang dan dat ik op zondag in een kostuum bij een profwedstrijd zit. Op andere dagen wilde ik Sparta best blijven helpen. We kwamen er financieel niet uit. De begroting ging met 6 miljoen euro omhoog, maar ik ging van 1.375 euro bruto per maand naar 1.000 euro bruto per maand. Nou ja, dan niet. Even goede vrienden.”

“Natuurlijk wil ik nog steeds winnen, maar als iemand de bal naar links schiet in plaats van naar rechts, dan zeg ik: ‘Volgende keer beter.’ Als je daar moeite mee hebt als ex-prof, dan moet je het niet doen, dan raak je alleen maar gefrustreerd.”

“Wat kleedkamers betreft heb ik weinig eisen. Warm water, twee of drie douches, niet te smerig. Toiletje, liefst met een raampje erin. Want er gaat er altijd een zitten schijten. Terwijl je ook gewoon in het kantinetoilet kan gaan, maar dat gebeurt natuurlijk niet. Hoort er ook bij. Die lucht vermengd met tijgerbalsem, wat ledervet erbij en dan wat grasklontjes op de grond naast een zwarte waterzak; ja, dat heeft wat.”

“Volgende week Neerkandia-uit. Nog nooit geweest. Schijnen een topkantine te hebben. Echt zin in. Ik verwacht ook heel veel van SV ONDO, dat is ergens in april. Kijk ik nu al naar uit.”

Clubs als speler: Sparta (2000-2005), AZ (2005-2007), PSV (2007-2011), Toronto FC (2011-2013), FC Utrecht (2013-2014).
Interlands: 4.
Amateurclubs: Excelsior’20, SV Brandevoort.
Trivia: Koevermans was bij Excelsior’20 en als prof een veelscorende spits (155 goals in 287 competitiewedstrijden). Bij SV Brandevoort speelt hij centraal achterin. “Ik had geen zin meer in die porren in mijn rug en mis de snelheid om een vooractie te maken of de hoeken in te duiken.” Met Brandevoort promoveerde hij van de zesde naar de vierde klasse.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”
Reconstructie

De dag dat filmster
Jayne Mansfield
Het Kasteel veroverde

Uit het niets stond ze daar op het veld, Jayne Mansfield, de Amerikaanse seksbom, voorafgaand aan de Eredivisiewedstrijd Sparta-DOS in 1957. Het had nogal wat impact op Het Kasteel, vooral op vedette Rinus ‘De Rots’ Terlouw.