De keeper, de kopbal, de redding, de hond en de duik

Woord: Wilfried de Jong
Gepost: 12-02-2020
Ze mogen zich voor van alles op de borst kloppen, maar de beste voetballer aller tijden komt niet uit Engeland. De beste doelman wellicht wel. Of in ieder geval: de keeper met de meest legendarische save(s) aller tijden. Wilfried de Jong over Gordon Banks (1937-2019), de doelman die net zo gemakkelijk een zwerfhond klemvast nam als een kopbal van Pelé uit zijn goal ranselde.

Beeld: Mirjam Riemens
Eerder verschenen in SANTOS #14, november 2019

Voordat ik u ga uitleggen hoe je het best een hollende hond kunt vangen, eerst nog even terug naar de WK-wedstrijd Engeland-Brazilië, op 7 juni 1970 in Mexico.

Gordon Banks had zijn blauwe keeperstrui aan – ik was vooral fan van zijn lichtgele, maar goed – en stond in een bloedheet stadion tussen de palen. Brazilië zette een razendsnelle aanval op, rechtsbuiten Jairzinho passeerde een tegenstander en gaf de bal op hoge snelheid voor. In het centrum stond Pelé. Zijn timing om de bal te koppen was perfect; hij torende hoog boven de verdediger uit en stootte de bal met zijn hoofd richting kruising.

Golo!”, riep Pelé.

Het publiek achter het doel veerde al op om het doelpunt te vieren. Een onhoudbare kopbal. Maar met een razendsnelle reflex ranselde keeper Banks de bal uit het doel. Geen doelpunt, alleen een corner.

What a save!”, riep de Engelse televisiecommentator.

Het werd in de loop der jaren de redding der reddingen. The greatest save ever, op naam van Gordon Banks, zeg maar ‘Banksy’. Hij overleed op 12 februari 2019, in zijn woonplaats Stoke-on-Trent.

Er was een periode in mijn leven dat ik gek was van Engelse keepers. Je moest het nog doen met de starre blik op voetbalplaatjes en krantenverhalen over drankorgels op het veld ( Jimmy Greaves) of de vijfde Beatle die niet te stuiten was (George Best). Beelden van de finale in de FA Cup vanuit Wembley waren jaloersmakend; zo zag het echte voetbal eruit. Met zingende fans, harde en sportieve duels en het malle deksel op de cup die door de winnaars als een hoedje op het hoofd werd gezet.

Uit die tijd herinner ik me Peter Bonetti en Peter Shilton. Keepers met schenkels van dijen en vierkante kaken. En zo keepten ze ook: stug en safe.

Banks was van een ander soort, op het oog iets fragieler, lichter en leniger. Er zijn veel foto’s dat hij stil in de lucht hangt, horizontaal met de lat. Dat is in mijn ogen de houding waarin een keeper niet lang genoeg kan blijven hangen. Het liefst een Engelse keeper, met op de achtergrond open monden van jongetjes met oranjerood haar op de staantribune. De ouderwetse zweefduik behoorde tot het vaste repertoire van ‘Banksy’, als het even kon met de bal al klemvast in de handen.

Echt, ik kom zo op het vangen van een hollende hond op gras.

Banks heeft het klassieke Engelse verhaal aan zijn kont hangen. Opgegroeid in een arbeidersmilieu in Sheffield. Het huis aan Ferrars Road stond zo dicht bij de plaatselijke staalfabriek (zijn vader werkte daar), dat het zelfs op windvrije dagen in ‘Banksy’s’ herinnering stonk naar kool, indringende sulfaten, staal en zweet. Als de was te lang buiten hing, werd hij na een paar uurtjes grauw van de vervuilde lucht. Eén keer in de week in de badkuip, één keer in de week schoon ondergoed. Op zaterdag fishcake and chips op tafel.

Banks had een mooie carrière als keeper. In 1966 werd hij met zijn land wereldkampioen. Zijn favoriete keeper was Bert Trautmann van Manchester City, een Duitse prisoner of war die uitweek naar Engeland. Banks speelde voor Leicester en Stoke en was lang een geliefde sluitpost voor het nationale team van de Engelsen.

“De beste van de wereld”, zei Peter Shilton.

En Pelé: “Voor mij was Banks dé keeper tijdens het WK van 1970.”

Om het levensverhaal van de Engelse keeper nog even af te maken: Banks had in oktober 1972 een crash met zijn Ford Consul. De auto was als een wafel platgedrukt. Hij overleefde het ongeluk, maar kon met zijn rechteroog niets meer zien. Het weerhield Banks er niet van een comeback te maken, in de Amerikaanse competitie bij de Fort Lauderdale Strikers, al moest hij zijn lichaam in alle bochten wringen om het spel op de rechterkant van het veld te kunnen waarnemen. Ondanks de handicap werd hij verkozen tot beste keeper van de league. Daarna was het klaar. Hij stopte met keepen, schudde de rest van zijn leven de handen van fans en collega’s en overleed op 12 februari 2019, aan kanker.

Dan nu het vangen van een hond.

Een hond is geen bal. Doorgaans rolt een hond niet. Bovendien neemt een hollende hond steeds een andere vorm aan; als een trekharmonica gaat hij op hoog tempo in en weer uit, in en weer uit. Er zijn veel hondenbezitters die schreeuwend achter hun ontsnapte hond aan lopen en niet anders kunnen doen dan “hier!” schreeuwen. Fout. Daar gaat een hond alleen maar harder van lopen.

Belangrijk: word één met de hond.

En: wees niet bang om vies te worden.

Banks gaf als keeper van Leicester City ooit het perfecte voorbeeld. Op 13 november 1965 speelde hij met zijn club tegen Manchester United. Tijdens de wedstrijd rende er een zwerfhond het veld op. Tegenwoordig ontfermen suppoosten of stewards zich over honden, poezen, kippen, hanen en steenmarters. Die dag besloot Banks het voortouw te nemen. Hij kwam uit zijn doel, zoals hij zo vaak uit zijn doel kwam om een aanval te onderscheppen. Er was geen angst, alleen maar vastberadenheid om deze levende bal te onderscheppen. Toen hij in de buurt was, dook hij met de richting van de hond mee. Met zijn linkerhand pakte hij de voorpoten, daar waar ze uit de borst komen. De hond wilde een noodsprong maken en zette zich met zijn achterpoten af van het gras. Maar Banks was hem voor. Zijn rechterhand had het achterlijf van de hond omklemd. Zelf dook de keeper evenwijdig aan de grond mee met de hond, die nu geen kant meer op kon.

De wedstrijd in het volle stadion kon weer door. Het werd 0-5 voor het toen zo machtige Manchester United. De pijnlijke uitslag is inmiddels vergeten in Leicester, maar het verhaal over de legendarische, zeg maar dierlijke duik is springlevend.

Na het verijdelen van een doelpunt door Pelé op het WK van 1970 staat het klemvast krijgen van de hond bij mij onbetwist op de tweede plaats.

Meer over Engeland voetballand lees je in SANTOS #14. Dat nummer is geheel en al gewijd aan de Engelse voetbalcultuur, van Lewes FC tot Liverpool FC en van Paul Gascoigne tot Robin van Persie. Bestel ’m hier, of word supporter en mis nooit meer een editie.

Lees ook
SANTOS #15: Eredivisie Shirtbijbel

Eredivisie Shirtbijbel

Of we een tijdloze voetbalshirtbijbel wilden maken, met alle clubs erin die ooit in de eredivisie hebben gespeeld? Natuurlijk wilden we dat. Een beter onderwerp bestaat haast niet.
SANTOS #13: De 25 schoonheden van het amateurvoetbal

Broodje
bal

Het broodje bal is de meest onderschatte snack uit de Nederlandse voetbalkantine, betoogt Sjoerd Mossou. Daarom graag uw aandacht voor de van het vet druipende gehaktbal en het zachte puntje van vijftien cent uit een doorschijnende zak. Eet smakelijk!
SANTOS #14: Engeland special

De meest eigenwijze club van Engeland

De kleine non-league club Lewes FC overleefde een bijna-faillissement en geldt tegenwoordig als een voorbeeld voor andere clubs. Hoe? Door alles nét even anders te doen dan de rest. “We zijn niet tegendraads om het tegendraads zijn. We willen gewoon het goede doen.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Being
Hélène
Hendriks

Ze is geliefd in de voetbalwereld, FOX-verslaggeefster en Veronica-presentatrice Hélène Hendriks, zo blijkt tijdens een lange avond meelopen door Zwolle. Maar toch ook weer niet bij iedereen. “Als ik negatieve opmerkingen niet moeiteloos van me kon laten afglijden, zou ik echt een zwaar leven hebben.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”