De (on)zin van het volkslied

Woord: Jan Mulder
Gepost: 24-06-2018
Het volkslied. Meezingen of niet? En hoe dan? Een beetje spottend of juist voluit? En, niet onbelangrijk: wat valt er nou eigenlijk mee te winnen? Onze (ervarings)deskundige Jan Mulder geeft de antwoorden.

Beeld: Hollandse Hoogte
Eerder verschenen in SANTOS #05, december 2017.

In een interview met het opinieblad De Tijd zei de dichter Adriaan Morriën eens: “Als je in een volkslied gelooft, ben je bezig een volk te onderdrukken, te bestelen en uit te moorden. Aardig van de Nederlandse voetballers vind ik dat ze het Wilhelmus niet meezingen.” De interviewer: “Van Hanegem, Neeskens en Krol bewegen toch bedrieglijk hun mond.” Morriën: “Ze zingen in werkelijkheid obscene woorden op de melodie. Maar of je daarmee wereldkampioen wordt, is een andere zaak. Nee, alles wat je van het Nederlands elftal leest, is artificieel, leugen en bedrog. Onbetrouwbaar. Als het nou een krachtige leugen was zou je er nog waardering voor hebben. Maar het zijn brave leugens. Er steekt geen Machiavelli achter, alles is een beetje uit de lucht gegrepen. Nederlanders huichelen bij het uiten van hun nationale gevoelens. Van andere volkeren is het wél echt. Het maakt iemand sterk, een ideologie, hoe slecht die ook is. Zonder ideologie sta je zwak. Ik bijvoorbeeld.”

De elftallen van België en Nederland (met als vierde van rechts Jan Mulder) voor hun interland in 1967.

Voor SANTOS ben ik nog eens in het geheugen afgedaald om te kijken of de “oranjebaadjes”, zoals onze internationals in het verleden werden genoemd, niet zongen, zoals de dichter een maand voor het WK’78 in Argentinië beweerde. Het verdict: op zijn hoogst murmelde een international tussen de gesloten lippen door een enkel lettergreepje, verder bleef het stil. Was dat een laakbare houding?

Het was de tijd. Het publiek was verantwoordelijk voor het volkslied, de spelers concentreerden zich op de strijd. In de jaren zestig en zeventig kampte ons volkslied trouwens met allerlei andere rariteiten. De Derby der Lage Landen van 1967, waaraan ik deelnam, werd ontsierd door het volgende incident. Terwijl het Nederlands elftal in afwachting van het Wilhelmus in de rij stond, siste Henk Groot: “Dit is geen rij, maar een hoepel, jongens.” Frits Flinkevleugel: “Reeeeechts richten.” Richten is een militaire exercitie. Het peloton hangt in de tweede rust, de parade staat op punt van beginnen en op een commando van de adjudant wordt er ‘gericht’: schuifelen en wrikken met de voeten, goed links en rechts kijkend, totdat de rotten zo recht als een liniaal zijn.

In de Hel van Deurne met voetballers uit de Jordaan en Rotjeknor is dat lachen geblazen natuurlijk. Het was inderdaad een koddig gezicht, het Nederlands elftal dat zich een ongeluk in een rechte rij probeert te schuifelen.

Ik, een met weinig gein opgevoede Groninger, vond het een spijtige vertoning. Het erfgoed van Frans de Munck, Cor van der Hart, Kees Rijvers, Coen Moulijn, Abe Lenstra en Faas Wilkes hadden we graag liefdevol beheerd, ik belandde in de opnames van een slapstick.

Ook kwam Wien Neêrlands bloed eens uit de luidsprekers. Foutje van de Hongaarse bond. Kan gebeuren. Wien Neêrlands bloed was tot 1932 ons officiële volkslied, geheel onbegrijpelijk was de vergissing dus niet. Bovendien ging het om een tekst met veel bloed en reinheid erin: “Wien Neêrlands bloed in de aderen vloeit, van vreemde smetten vrij...”

Al hadden ze Altijd is Kortjakje ziek gedraaid, het zou Wim Suurbier niet tot woede hebben gedreven.
Jan Mulder

Internationaal leed. De Copa America 2016 werd in de Verenigde Staten gehouden. Het volkslied van Chili werd toen abrupt onderbroken door een nummer van de rapper Pitbull. Op 6 juni in datzelfde toernooi, bij Mexico-Uruguay, klonk voor de Uruguayanen het Chileense volkslied. De Uruguayaanse verdediger Godín probeerde er nog heel stoïcijns het Orientales, la Patria o la tumba (vrij vertaald: “Orientals, het vaderland of het graf”) doorheen te zingen. Hij gaf de poging na enkele maten op.

Toen Tito’s Joegoslavië uiteenviel en werd opgedeeld in een fors aantal nieuwe landen, kregen de stadions waar de voetbalinterlands werden gespeeld luidere protesten te verwerken dan de Mexicanen van Uruguay. Bosniërs, Kroaten, Slovenen of Serviërs verlieten bij de eerste valse noten van de verkeerde plaat onmiddellijk de formatie en begonnen, zwaar aangetast in hun eer, door elkaar te wandelen. Al hadden ze Altijd is Kortjakje ziek gedraaid in plaats van het Wilhelmus, het zou Wim Suurbier niet tot woede hebben gedreven.

Nederlanders eren de humor meer dan het bloed zonder smet. Die nationale karaktertrek is een zegen. Voor mijn derde interland tegen België realiseerde ik me dat de Brabançonne me net zo dierbaar is als het Wilhelmus. De Belgen waren de aartsvijanden van Abe, Faas en Rinus Terlouw, de begintonen van de Brabançonne gaven me het gevoel: Ik verdedig mijn land tegen de Rode Duivels, dít is het, nu komt het erop aan, Hel van Deurne, daar wil ik zijn. Het zo verlangde sentiment had niets te maken met nationalisme, het was jeugdsentiment.

Hartstochtelijke Mexicanen of gedrilde Sovjets die zongen voor het onmetelijke rijk zijn wij nooit geweest. Wat is het dan dat ons bezielt? Laten we Adriaan Morriën nogmaals citeren: “Ik heb een voorkeur voor de buurt waar ik woon. Dat houdt de mens een beetje in leven. Het succes van Ajax tegen Liverpool, die 5-1 in de mist, vond ik leuk. Lokaal chauvinisme, belang erbij had ik niet. Ineens was het beste voetbal in Europa een paar tramhaltes verder te zien. Het bepaalt je ontvangst in andere landen. Stel je voor dat je Fransman bent, of Duitser met zo’n verleden, of Engelsman met die ineengestorte Gemenebest.”

Buffon schreeuwde en spuugde op het WK van 2014 zijn volkslied uit enorm opgezwollen gezichtsspieren. Elke noot was een mitrailleursalvo, elke ademstoot leek zijn laatste.
Jan Mulder

Een buurt in de stad bezit geen volkslied, dat is zo aardig aan de trots op onze uitblinkers. Maar langzaam kwam er verandering in de normen en waarden. De koppen werden grimmiger, de blikken harder. De analisten deden hun intrede in de wereld van televisie en verkondigden onder andere de wijsheid dat Italianen veel meer geloven in de overwinning, omdat ze de longen uit hun lijf zingen. ‘Desire’ heet dat in het Engels. Een mooi woord, maar het doet mij denken aan iets anders dan een ruit op het middenveld en een krijsende keeper daarachter.

Buffon schreeuwde en spuugde op het WK van 2014 zijn volkslied uit enorm opgezwollen gezichtsspieren. Elke noot was een mitrailleursalvo, elke ademstoot leek zijn laatste. Wanneer Italië dan ook nog won: “Heb je Buffon het volkslied zien meezingen? Die passie mist Oranje.”

Voor het gemak werd dan even vergeten dat Cruijff, Van Basten, Gullit, Rijkaard, Krol, Neeskens, Van Hanegem, De Boertjes, Kluivert, Bergkamp en Rensenbrink de wereld tientallen jaren lang in vervoering hadden gebracht. Rustig luisterden onze totaalvoetballers naar het Wilhelmus, om vervolgens met diezelfde fijne flair de tegenstander aan flarden te scheuren. Maar, toegegeven, het Italiaans volkslied is mooi.

Wat zingt Buffon eigenlijk? “Laten wij ons aaneensluiten tot cohorten, Laten wij tot de dood bereid zijn. Italië riep! Zij zijn als riet dat neerbuigt, Het zwaard van de huurlingen: De Oostenrijkse adelaar heeft zijn veren verloren, Het bloed van Italië en dat van de Polen Heeft hij met de Kozakken gedronken, Maar hij verbrandde zijn hart. Laten wij ons aaneensluiten tot cohorten, Laten wij tot de dood bereid zijn. Italië riep!”

Hartstochtelijk zingen de Italianen mee, met Gianluigi Buffon voorop. Even later verliezen ze van Zweden en is het mislopen van het WK 2018 een feit.

Het volkslied van Rusland is ook zo geweldig. Noorwegen bezingt het graniet, Chilenen worden roofdieren, Mexicanen guerrilla’s, Welshmen verdedigen hun pure grond met Mae hen wlad fy nhadau yn annwyl i mi (ofwel: “Het oude land van mijn vaders is mij dierbaar”). Veel bereikten ze er niet mee. Hier en daar een kwartfinale, en dat was het.

Spanje heeft als enige land ter wereld een volkslied zonder tekst. Een paar jaar geleden was er een initiatief om het lied op woorden te zetten. Veel animo was er niet voor. Sergio Ramos en Andrés Iniesta staan nog steeds tevreden en zwijgend in de rij en Iniesta mompelt niet stiekem het Catalaanse lied. Van het uiten van obscene woorden zouden wij Andrés zéker niet willen betichten.
De moeder aller volksliederen is God Save the Queen. Hoe slecht de Engelse elftallen nu al decennialang presteren, wanneer God Save the Queen wordt gespeeld, denk ik een moment dat de spelers van de bakermat van het voetbal nog steeds de besten zijn. Het is niet waar. Een volkslied helpt u niet aan de zege. Vergeet de ‘passie’ van Buffon. Houd daarentegen de glaszuivere traditie in ere, want uit het sleutelen eraan ontstaan ondingen.

Op een dag gingen de Rode Duivels, of all people, ineens met de hand op het hart staan. Als Amerikanen. De net benoemde bondscoach Wilmots, bekend vanwege zijn afkeer van de zangkunst, kwam tot een, volgens hem dan, beter gebruik van het volkslied: met de hand op het hart. Je kunt net zo goed vaseline op je gezicht smeren om meer passie te tonen.

Maak het dan langer. Het volkslied van Uruguay duurt vijf minuten en zes seconden. De tegenstander, gewend aan een minuutje, raakt halverwege de muziek geïrriteerd (sommigen staan van verveling al half verdoofd in de rij) en heeft vervolgens totaal geen zin meer in voetballen. Levert die lange duur Uruguay echt voordeel op? Het positieve effect is gelijk nul.

De moeder aller volksliederen, God Save the Queen. Voor even ben je in de waan dat Engeland nog steeds de beste van de wereld is.

Volksliederen zijn vriendelijke emoties, gedachten aan de buurt waar alles begon, een vochtige blik richting de tribune waar je ouders zitten. Het volkslied is geen wapen om de vijand mee te verpletteren. Maar dit standpunt is aan de verliezende hand. Toen Danny Blind na Louis van Gaal bondscoach werd, constateerde een journalist van het Algemeen Dagblad een zorgwekkende verandering qua volksliedbeleving. Onder Louis zong iedereen mee (Robben was veranderd in een Buffon en zelfs Depay probeerde mee te doen), bij Danny liepen ze er als vanouds de kantjes vanaf – en zie waar Oranje nu ligt: op de bodem.

Verbetering is niet in zicht. Toch maar doorgaan op de ingeslagen weg? Zingen met vuur dat uit de ogen spat? Er zijn landen die erop trainen. In de aanloop naar het vorige WK sommeerde de Kroatische bond de spelers naar een stadion om er het volkslied te repeteren. De hele groep stelde zich op in een rij, de handen gingen op het hart, de muziek werd aangezet – en oefenen maar. Alle betrokkenen deden erg serieus. U kunt het filmpje googelen.

Veel jonge spelers verheugen zich meer op de hymne van de Champions League dan op het Wilhelmus. Is dat een goede ontwikkeling?
Jan Mulder

Ondertussen. Veel jonge spelers verheugen zich meer op de hymne van de Champions League dan op het Wilhelmus. Is dat een goede ontwikkeling? De tijd zal het uitwijzen. Voorlopig houdt ondergetekende vast aan het aloude volkslied als grootste ontroering. Gewoon mee doorgaan. Met enkele correcties weliswaar.

Op zekere dag werd door Nederland, net als België met die hand op het hart, een gebruik uit het Amerikaanse football en baseball overgenomen: het a capella. Terwijl de spelers in de rij stonden, klonk er ineens een iel geluid ergens in het stadion: een sopraan zette het Wilhelmus in. Heeft André Hazes het volkslied ook niet eens gecroond? En in Frankrijk werd enige tijd geleden de Marseillaise vertolkt op instrumenten die een kunstenaar zelf had gebouwd met een 3D-printer.

Onder mijn bewind zal de drumband definitief terugkeren. Het politiekorps loopt een kwartiertje heen en weer over het veld en stelt zich dan op in de middencirkel. De spelers staan in de rij. Kinderen zijn afwezig, zodat de internationals van beide landen niet kopje-onder gaan achter een rij die ervoor scharrelt, hoe schattig de sponsorkindjes ook zijn. Wij houden het klassiek. Ik wil weer een foto aan de muur kunnen plakken die niet wordt verstoord door een crèche met kleuters van mensen die ik niet ken. Soms staat er een reus van negen Wesley Sneijder af te dekken. Ik wil Sneijder zien. Neymar. Strootman. Hazard. Met benen en al. In vol ornaat en in gedachten verzonken.

Ik wil weer een foto aan de muur kunnen plakken die niet wordt verstoord door een crèche met kleuters van mensen die ik niet ken.
Jan Mulder

Tot slot een ode aan de meest emotionele volksliederen die ooit in een voetbalstadion zijn gespeeld: Engeland-Frankrijk op Wembley, 17 november 2015 en Frankrijk-Engeland in het Stade de France van Parijs, 13 juni 2017. De eerste van deze twee interlands stond in het teken van de slachtoffers van de terroristische aanslagen in Parijs: ‘Je suis Charlie.’ Wembley zong de Marseillaise met alle gevoel dat het bezat. De tweede vond plaats in Parijs na de IS-tragediën in Manchester en Londen. Het ‘verkeerde’ publiek zong God Save the Queen. Mooier nog was het moment waarop een lid van de Republikeinse Garde ineens de eerste akkoorden van Don’t Look Back in Anger van Oasis aansloeg. Ongelooflijk: 80.000 Fransen in het Stade de France zongen elk woord mee, van de song die Noel Gallagher ooit schreef in een Parijse hotelkamer.

Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
Airdrieonians FC

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer een wel heel obscuur exemplaar, een oudje van de Schotse laagvlieger Airdrieonians FC. Het is misschien wel zijn lievelingsshirt, maar denk niet dat Wesseling het in zijn hoofd haalt ’m aan te trekken.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De laatste
komma

Het lukte dus niet. De missie van Messi nog eens wereldkampioen te worden, mislukte jammerlijk in Rusland. Al in de achtste finales. Andere M-en manifesteerden zich: Mbappé, Modric, Mandzukic, godbetert Maguire. Hartstikke mooi, gefeliciteerd met een knap toernooi. Doet dat iets af van aan de grootsheid van Lionel Messi? Nee, wat ons betreft niet.
Column

Stukje Stijl:
Rotterdamse haargeschiedenis

Kapsels en De Kuip zijn onmiskenbaar met elkaar vervlochten. Officieus Stijladviseur des Vaderlands laat zijn licht schijnen over de beste kapsels uit de historie van Feyenoord.
Column

Mulder bemint:
Kevin De Bruyne

Jan Mulder is een liefhebber van de lange dribbel. Van George Best, Ronaldinho, de twee Ronaldo’s en Ibrahimovic tegen NAC. Toch moet hij erkennen dat de abstracte kunst van Kevin De Bruyne hoger is.
Rubriek

Lulkoek: Hoe overleef
je een strafschoppenserie?

Michel Abbink, alias @sportzeloot, ontrafelt mythes, kraakt clichés en licht tegels. Deze keer de gouden regels die de WK-bondscoaches zouden moeten toepassen in strafschoppenseries.
Reportage

Diego was
hier

Nooit speelde hij voor of tegen een Nederlandse club. Wel ruilde hij shirtjes met de Nederlandse volleybalploeg. Oftewel: de wonderlijke geschiedenis van Diego Maradona en Nederland.