De ziel van Excelsior: Van Hanegem in Japan en de langste voetbalsnor

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 06-11-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Dit keer filantroop, columnist en presentator Sander de Kramer. Heeft met alle Rotterdamse profclubs een warme band, maar vandaag uit hij zijn liefde voor Excelsior.

Beeld: Marco Magielse

Beste plek in het stadion
“Kies ik toch voor de Robin van Persie-tribune. Daar staan de meest fanatieke fans, daar wordt het voetbal het meest intens beleefd. Maar ik vind het ook heerlijk om vooraf, in de rust en na afloop in de businessruimte rond te hangen. Dat is totaal geen jasje-dasje, meer een grote, gezellige kroeg waar alles door elkaar loopt.”

Ultiem stadiongeluk
“In 2002 promoveerden we naar de Eredivisie onder Adrie Koster, na vijftien jaar in de eerste divisie te hebben gespeeld. Mijn vader speelde vroeger bij Excelsior, ik kende de verhalen over de beruchte promotiefeestjes, maar dit keer was ik er echt bij. Ik had het oude Excelsior-jackie van mijn vader uit 1965 aan. Het was bij FC Volendam, we zaten op een houten tribune. John Feskens, Thomas Buffel, Youssef El Akchaoui en Chima Onyeike deden mee. Ik zal het nooit, nooit vergeten.”

Favoriete shirt
“In 1974 had Excelsior een shirt met alleen een ‘A’ erop, ‘stomtoevallig’ in dezelfde typografie als de A van Akai, het elektronicamerk dat de club stevig sponsorde. Shirtreclame was toen nog niet toegestaan. Na twee wedstrijden kreeg de KNVB argwaan en moest de A eraf. Voorzitter Henk Zon zei dat het stond voor A-selectie. Het werd een publiciteitsding, precies waar Akai op uit was. Uiteindelijk moest het shirt door de shredder, maar ik heb er nog één.”

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Beste one day fly
“Ton Blanker was volgens Leo Beenhakker de nieuwe Johan Cruijff, scoorde zeven keer in drie Europacup-wedstrijden voor Ajax (nog steeds een record), maar slaagde er niet in door te breken in Amsterdam. Hij belandde via allerlei omwegen bij Excelsior. Blanker was een schitterende dribbelaar, een sierlijke voetballer. Helaas was hij bij Excelsior ook snel weg. Bij zijn laatste actie als voetballer, een kopdoelpunt, brak hij een nekwervel. Getrouwd met een Dolly Dot en later in de gevangenis gekomen vanwege verdenking van medewerking aan een drugsdeal. Blanker bezweert er nog steeds niets te maken te hebben.”

Vergeten voetballer
“Willem van Hanegem. Die heeft in 1981 een keer het Excelsior-shirt gedragen, een paar keer zelfs. Terwijl hij er nooit onder contract heeft gestaan. Tja, er was voor Excelsior een promotietour naar Japan geregeld, en sponsor Akai wilde wel aankomen met een speler die ze daar kenden. Bij Excelsior speelden toen geen hoogvliegers, ze waren zelfs net gedegradeerd, al werd dat in Japan natuurlijk verzwegen. Toen werd Van Hanegem, die destijds clubloos was, meegevraagd. Het shirt dat Van Hanegem toen droeg, zou ik graag nog aan mijn collectie toevoegen.”

Cultheld
“Frans Struis was een van de beste middenvelders van Excelsior in de jaren zeventig, terwijl hij overdag bijkluste als controleur in de haven. Maar het allermooiste was Frans’ snor. Echt zo’n ouderwetse hangsnor waar menig walrus jaloers op zou zijn. Op trainingskamp in Spanje kwam hij een keer Abe van den Ban tegen, een ander ‘snoricoon’. Ja, dat werd natuurlijk snorren meten. En wat denk je? Struissie had de grootste! Jaja, die zege was voor Excelsior, dat zat wel snor.”

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van Excelsior. Klik hier voor het kleinste stadion van de Eredivisie op een manier zoals je het nog niet eerder zag.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”