De ziel van FC Utrecht: de Galgenwaard als huiskamer

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 13-11-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.

Beeld: Marco Magielse, Geert van Erven

Stadionsnack
“De warreme wors is een begrip in de Galgenwaard. Niet zozeer die rookworst zelf, wel het hele fenomeen dat erbij hoort: oude mannetjes, doorgaans tegen de zeventig of ver eroverheen, in witte pakken die langskomen met zo’n emmer vol worsten. Volgens de overlevering werden die emmers vroeger voor de wedstrijd volgepist door de spelers, maar die tijden zijn, hopelijk, voorbij.”

Ultiem stadiongeluk
“De bekerfinale tegen Feyenoord in 2003, in De Kuip. Alles klopte. Jean-Paul de Jong die de 1-0 maakte, daarna twee keer Igor Gluscevic. De 4-1 van Dirk Kuijt, die zijn laatste wedstrijd voor FC Utrecht speelde en daarna naar nota bene Feyenoord vertrok. Het jaar ervoor was die beruchte finale tegen Ajax, met die buitenspelgoal van Wamberto, die frustratie maakte de overwinning extra mooi. Zelfs in blessuretijd, bij een 4-1 voorsprong was ik nog bang dat het mis zou gaan. Mooi was ook de weg erheen. We hadden een bus vol met familie en bekenden. De oudste was ver in de tachtig, ikzelf was twaalf. Een dag later maakten de spelers een rondrit door de stad, onder de Dom door. Als ik daar aan denk, krijg ik nog steeds kippenvel.”

Jeugdidool
“Nee, mijn jeugdidool is niet voornaamgenoot Jean-Paul de Jong, ondanks z’n ontslag óók nog steeds een heel grote meneer in Utrecht. Wie dan wel? Michael Mols natuurlijk. Zijn afscheid in 1999 vergeet ik nooit meer: Mols in tranen, het publiek op de banken. Utrechters hebben het doorgaans niet zo op Amsterdammers, maar voor Mols werd een uitzondering gemaakt – hij werd gesméékt om te blijven. Ik was destijds een jaar of acht en dan vallen vooral de goals op, later zag ik pas hoe goed hij écht was. Een heel fijn persoon ook, heel bescheiden. Achteraf is het eigenlijk belachelijk dat hij dat laatste jaar nog bij FC Utrecht heeft gespeeld, al kreeg hij met Glasgow Rangers wel de hoofdprijs hoor, dat was toen echt een topclub.”

Vergeten voetballer
“Ken je Lucian Sânmărtean nog, die Roemeen? We zagen ’m voor het eerst spelen in de herdenkingswedstrijd voor David di Tommaso tegen AS Monaco. Kwam beschadigd binnen, was lang geblesseerd geweest, maar je zag direct: dit is een heel bijzondere speler. Het publiek was meteen om, we vroegen ons echt af wat zo’n jongen in hemelsnaam bij FC Utrecht kwam doen. Zoiets hadden we nog nooit gezien. Sânmărtean had alles om uit te groeien tot één van de beste spelers van de Eredivisie, maar helaas lukte het hem nooit om langer dan vijf wedstrijden achter elkaar heel te blijven. Jaren later dook-ie ineens nog op bij het EK, in 2016 in Frankrijk. Dat was ‘m van harte gegund.”

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Meer dan voetbal
“Mijn oom Jan is de hoofdschuldige van mijn liefde voor FC Utrecht. Hij miste geen wedstrijd, kende er iedereen, ook de spelers, en zorgde ervoor dat ik altijd naar de wedstrijd kon. En hij regelde ook bijzondere dingen. Gingen we na de wedstrijd wat drinken in het supportershome, regelde hij dat Jean-Paul de Jong langskwam en we samen een rondje door het stadion maakten. Of hij belde me op na een avondwedstrijd, stond-ie met een speler te praten, en had ik ineens John van Loen aan de telefoon. Dat maakt als klein mannetje gewoon heel veel indruk, en dan ben je verkocht natuurlijk. Nog steeds zien we elkaar in het stadion, zoals FC Utrecht sowieso een familieding is. Mijn vader slaat geen thuiswedstrijd over, mijn moeder ging ook regelmatig mee. Ze is er helaas niet meer, maar het maakt die momenten bij FC Utrecht alleen maar specialer. Tuurlijk, het is maar voetbal, maar tegelijkertijd staat het symbool voor zoveel meer dan dat. Het gaat óók over de stad waar ik vandaan kom en zo graag ben, over mijn familie. Het maakt de club alleen maar meer waard.”

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van FC Utrecht. Klik hier voor Stadion Galgenwaard zoals je het nog niet eerder zag.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”