De ziel van Heracles: laagdrempelig, uitnodigend en hartverwarmend

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 18-10-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Tom Egbers (1957), ankerman van Studio Sport en Andere Tijden Sport en geestelijk vader van het formidabele Toms Engeland, over de charme van Heracles Almelo, toen en nu.

Beeld: Marco Magielse

Onderweg-naar-het-stadion-tip
“Daar waar je, rechtsaf, de parkeerplaats voor het stadion zou oprijden (onmogelijk te missen bij binnenkomst van de oude textielstad Almelo), kun je ook nog een klein stukje rechtdoor. Daar ligt, na vijftig meter links, het hoofdveld van een amateurclub met de prachtnaam La Première. Een volksclub waar men niet per se met twee woorden spreekt. De leden zelf noemen hun club kortweg Lap – ontdaan van alle mogelijke pretenties. Lap is in alles bescheiden. Behalve in de consumptie van bier. Lap heette bij de oprichting, 109 jaar geleden, Houdt Braef Stant (HBS), precies zoals de van oorsprong sjieke club uit Den Haag. Toen de Almelose club wilde toetreden tot de voetbalbond, was men gedwongen tot een naamswijziging; Lap dus.”
“In de 109-jarige geschiedenis van Lap is er, voor zover bekend, slechts één speler geweest die het tot schopte tot het eerste elftal van grote broer Heracles. En zelfs tot het Nederlands Elftal. Hij zat in de rondvaartboot in 1988: Hendrie Krüzen, die al op zijn vijftiende debuteerde in het eerste elftal van Heracles.”

Ultiem stadiongeluk
“Ik kan me geen intenser gevoel van trots en clubliefde herinneren als dat van toen, op die koude decemberdag in 1974, Heracles-Ajax. Het regende de hele dag onophoudelijk. Heracles’ stadionnetje aan de Bornsestraat, geheel uit hout opgetrokken, puilde uit. Supporters die geen kaartje hadden, klommen in de hoge populieren achter het doel aan de stadskant. Iedereen, ook zij die overdekt zaten, was kletsnat. Er voltrok zich een wonder. Onze voetballers, met wie wij als jeugdspelers door de week gewoon de kleedkamer deelden, stegen boven zichzelf uit in deze wedstrijd om de KNVB-beker. Een duel waarbij het na negentig minuten 2-2 stond. In de verlenging sloeg Heracles toe: 4-2. Hoe was het mogelijk dat de onzen sterker waren dan de wereldsterren van de club die in de drie voorgaande jaren de Europacup 1 had gewonnen? Ik denk nog vaak aan die wedstrijd. En soms kijk ik naar de samenvatting op YouTube. Nog krijg ik kippenvel bij de uithaal van commentator Hugo Walker: ‘Polkoooooooooooooo’. Ik was erbij.”

Vergeten voetballer
“Er zijn spelers die je niet echt vergeten bent, maar die zich hebben verscholen in het latente deel van je geheugen. Je hoort, bij verrassing, hun naam, en de mooiste scenes spelen zich af in je hoofd. Ooit, tijdens de donkerste perioden van Heracles – de club stond na twintig wedstrijden onderaan in de eerste divisie met vijf punten – dook er ineens een speler op uit een bijzonder ver land. De krant schreef dat hij 81-voudig Tanzaniaans international was, en dat hij Sunday Manara heette. Hij maakte zijn debuut in een thuiswedstrijd tegen Wageningen, op een veld waarop een dik pak sneeuw lag. Sunday bleek een godsgeschenk; Heracles won met 4-0, en onze Tanzaniaan scoorde drie keer. Het was uiteindelijk too good to be true. Sunday was na een paar maanden met onbekende bestemming vertrokken. De penningmeester heeft alle zeilen moeten bijzetten om de love affair met de Tanzaniaans international niet te laten uitmonden in het einde van Heracles.”

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Lievelingsshirt
Mijn allereerste Heracles-shirt. Ik was negen jaar toen ik hem kreeg, en ik heb hem nog steeds. Onze zoon is niet lang na zijn geboorte in dit shirt gefotografeerd. Het wit is een tikje verschoten, het zwart neigt inmiddels naar grijs, maar het is onmiskenbaar: een shirt van Heracles.”

Favoriete plek in het nieuwe stadion
“Als je binnenkomt, via de hoofdingang, zie je het veld al liggen. Op minder dan twintig meter. Je wordt er naartoe gezogen. Het is laagdrempelig, uitnodigend en hartverwarmend.”

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van Heracles Almelo. Klik hier voor het Polman Stadion zoals je het nog niet eerder zag.

Lees ook
Column

Mulder bemint:
Robert Schlienz

Als Wehrmacht-soldaat werd Robert Schlienz geraakt door een Russische kogel, maar de grootste schade liep hij op bij een auto-ongeluk ná de Tweede Wereldoorlog: hij verloor een arm. Hij liet zich er niet door tegenhouden.
Reportage

Trauma’s te lijf
bij Mamio 5

In het vijfde elftal van de Groningse amateurclub Mamio spelen bijna louter gevluchte Eritreeërs. Ze zijn gaan voetballen om te integreren, en ‘om niet gek te worden’. SANTOS bezocht de thuiswedstrijd tegen Groen Geel 7.
Reportage

De cult van
de Cosmos

De glorietijden van de New York Cosmos zouden herleven op de campus van Hofstra University, maar het lijkt niet te lukken. New York kijkt naar New York City FC en de New York Red Bulls, terwijl de Cosmos gevangen zit op ‘niveau twee’. De club van de toekomst is een herinnering geworden.
Overig

Eusébio en het
zout van de traan

Wilfried de Jong brengt in elk nummer van SANTOS een ode aan een overleden voetballegende door hem voor een dag terug te halen naar aarde. Deze keer spreekt de Portugees Eusébio (1942-2014) af met zijn nog springlevende opvolger Cristiano Ronaldo.
SANTOS #10: SANTOS Voetbalreisgids

Handboek voor de ideale voetbaltrip

Wat zijn de tofste steden en regio’s voor een ideaal voetbalweekendje? Waar vind je de beste pubs, of die ene obscure snackbar van een beroemde oud-speler? In welke steden vind je glamour en glorie, maar ook pure cult? Hoe kom je aan kaartjes? Kun je met je vrienden het beste naar Londen, of misschien toch naar Liverpool?
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van de Eredivisie in 18 foto’s

Of hij misschien zin had om voor SANTOS en de Eredivisie CV de ziel van onze eigen, schitterende Eredivisie in beeld te brengen, vroegen we een paar maanden geleden aan fotograaf annex stadionfetisjist Marco Magielse. We waren nog niet uitgesproken, of Magielse zat al in de auto. Zo’n 4.500 kilometer en 18 stadions verder wilde hij eigenlijk nog niet stoppen, maar helaas, de Eredivisie-huizen waren op. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Daarom, nog 18 keer: een kijkje in de ziel van de Eredivisie door de lens van de misschien wel beste voetbalcultuurfotograaf van Nederland.