De ziel van NAC: eerder rauw en rafelig dan polonaise

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 23-11-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Dit keer AD-journalist, schrijver en SANTOS-vriend Sjoerd Mossou.

Beeld: Marco Magielse

Plek in het stadion
“We zitten met een clubje van acht vrienden en twee kinderen op de hoofdtribune, aan de kant van de B-Side. Mijn ouders zitten schuin achter ons, iets hoger. Het is een prettig vak met vaste stoelnummers, je kunt vlak voor tijd binnenlopen, waardoor je op een Avondje NAC niet te vroeg weg hoeft uit café De Bommel (Halstraat) of Cafetaria Schraven (Haagdijk). We zitten niet in een ‘kabaalvak’, de B-Side en Vak G aan beide korte zijden maken het meeste geluid. Maar wat ik mooi vind aan NAC: groepen fanatiekelingen vind je overal in het stadion. ‘Trosjes’ noemen we ze vaak: van die vriendengroepen die verspreid in het stadion opveren, en dan helemaal uit hun plaat gaan tegen de scheidsrechter, of die met de armen gespreid meezingen met B-side. Mijn favoriete vak is F7, op de verder vrij keurige eretribune. Daar zit de harde kern van weleer, inmiddels allang volwassen, maar nog altijd bloedfanatiek. ’’

Ultiem stadiongeluk
“NEC-thuis, in de finale van de play-offs van 2017. Ik had een hele nacht in de auto gezeten om het te halen, want het was daags na de Europa League-finale van Ajax in Stockholm. NAC werd weggespeeld na rust, NEC kreeg de ene na de andere kans. Tot er iets magisch gebeurde in het stadion. Het publiek stond letterlijk op om het team er doorheen te slepen. Iedereen deed mee, ook op het ereterras en in de skyboxen. 19.000 mensen schreeuwden het elftal overeind, brulden de ploeg naar voren, kopten de ballen als het ware van de doellijn. Het kabaal was overweldigend. En toen maakte Cyriel Dessers ook nog de 1-0, kort voor tijd, compleet onverdiend. Harder dan toen is er in het Rat Verlegh-stadion nooit gejuicht. Een avond om te huilen zo mooi.”

NAC, altijd feest
“Dat is het grootste misverstand dat er over NAC bestaat. Deels hebben we dat zelf gecreëerd met de cultivering van het Avondje NAC, of op de spaarzame momenten dat er een zekere schijtlolligheid ontstaat op de tribunes, zoals vorig jaar na die 0-8 tegen Ajax. Maar het is echt onzin dat NAC een club is van altijd carnaval. Integendeel juist, het publiek is superkritisch, NAC is eerder rauw en rafelig dan polonaise. Dat Ultra-gedoe van ‘zingen om het zingen’ heb je in Breda gelukkig niet. De sfeer is nooit vrijblijvend, de supporters reageren heel nadrukkelijk op wat ze zien in de wedstrijd. Als de wedstrijd slaapverwekkend is, valt het stadion ook stil. Loopt NAC de kantjes eraf, dan krijgen de spelers dat genadeloos te horen. Maar zodra je voelt dat het team steun nodig heeft, is één vonkje al genoeg. Dan gaat iedereen erachter staan.’’

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Biertje?
“‘The only thing we fear is running out of beer’, staat er op een spandoek. Goeie tekst, maar ik ben inmiddels wel klaar met dat gelul over bier bij NAC. Een biertje drinken is onderdeel van de clubcultuur, prima, houden zo, maar er wordt de laatste jaren te veel over gepraat door NAC-supporters. Het heeft iets kinderachtigs inmiddels, iets borstklopperigs van ‘kijk ons eens veel bier drinken’. Schei uit. Nou weten we het wel.”

Meest historische NAC-plek
“Er zijn nog steeds NAC-supporters die trouw door de Beatrixstraat naar het huidige stadion fietsen. Mij niet gezien, ik word nog steeds melancholisch van het feit dat het oude stadion weg is. Maar er ligt wel een mooie gedenksteen in de Beatrixstraat. ‘Zoveel jaren lang al is ons NAC – Hier stond NAC-stadion Beatrixstraat 1940-1996’, staat erop. Er zijn concrete plannen om er een kleine lichtmast bij te plaatsen, een kunstwerk als herinnering aan de geboorte van het Avondje NAC. Geweldig idee.’’

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van NAC. Klik hier voor een Avondje NAC zoals je het nog niet eerder zag.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”