De ziel van PSV: tijdloze architectuur en streepjescodeshirt

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 04-10-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Esquire-hoofdredacteur en officieus Stijladviseur des Vaderlands Arno Kantelberg (1968), sinds 1 november 1978 (‘PSV-Glasgow Rangers, voor de Europacup I’) kind aan huis is in het Philips Stadion.

Beeld: Marco Magielse

Onderweg-naar-het-stadion-tip
“Maak op weg naar het Philips Stadion een tussenstop bij het Centraal Station, of kom gewoon met de trein. Loop dan het station uit aan de stadskant, draai na 25 meter, ongeveer ter hoogte van het beeld van Anton Philips, om en bewonder het gebouw. Staaltje tijdloze architectuur, volgens mij uit de jaren vijftig. Het gebouw werd vroeger ‘De Transistor’ genoemd, maar die vergelijking loopt steeds vaker mank omdat niemand meer weet wat een transistor is.”

Ultiem stadiongeluk
“In de ijzige kou reden we, een jaar of dertien geleden, over besneeuwde Belgische wegen richting Zuid-Frankrijk, waar PSV tegen AS Monaco zou spelen voor de kwartfinale van de Champions League. Vlak onder Luik schoten we in een kleine slip, zo glad was het, maar naarmate we verder richting zuiden afdaalden, nam de temperatuur vrolijk toe. Met elke honderd kilometer kwam er een graadje bij, en op de eindbestemming tikte de thermometer de zestien graden aan. Zonnig genoeg voor een mooie voorjaarsdag, waar alles als vanzelf ging. Monaco had een best team, met Saviola in de spits, maar Jan Vennegoor knikte PSV kiezelhard een ronde verder. Zo’n wedstrijd waarin je van begin tot eind voelt dat het snor zit. Ik vind het nog altijd de beste as uit de PSV-geschiedenis: Gomes, Alex, Cocu of Van Bommel, Vennegoor of Hesselink. Uiteindelijk werd het nog 0-2. Lekker gegeten ook.”

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Vergeten voetballer
“In de jaren tachtig had PSV twee jeugdspelers die zowaar leken te breken met de trend van destijds dat eigen jeugd het niet redde in Eindhoven – Berry uitgezonderd. Ik weet eigenlijk helemaal niet of het vrienden waren, maar ze leken wel in één pakket te komen. De ene had lang blond haar, de ander lang zwart haar. De blonde aanvaller heette Frank Berghuis, maar werd Pico genoemd. Precies, de vader van Feyenoorder Steven Berghuis, met dezelfde pedante dribbel. De andere vond ik het meest intrigerend, omdat-ie zo’n ongelooflijk doordeweekse naam had, Bert Verhagen, maar het uiterlijk van een zanger uit een Schotse newwaveband. Hij keek ook alsof het hem allemaal niet zo heel veel kon schelen. Geen idee wat er van hem geworden is.”

Lievelingsshirt
“Het probleem met shirts van je favoriete club is dat je ze nooit autonoom kunt beoordelen. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met de prestaties die in dat specifieke shirt zijn geleverd. Het geheel rode shirt met in witte letters Philips op de borst, kan ik niet los zien van Hallvar Thoresen en Jurrie Koolhof, degelijke spitsen uit een tijd waarin het allemaal even wat minder ging met PSV. Hetzelfde shirt, maar dan met lange mouwen, doet me dan weer denken aan Romário. In dat shirt scoorde hij drie keer tegen Steaua Boekarest, al was het eigenlijk meer een trui – het waaide om dat kleine bovenlichaam.”
“Misschien is mijn favoriete shirt daarom een shirt dat bijna niet werd gedragen. In het seizoen 1989-1990 speelde PSV heel kort in het zogenaamde streepjescodeshirt, een wit shirt met afwisselend dunne en dikke rode banen. Ik zie Juul Ellerman en Stan Valckx er nog in spelen, uit bij RKC, in een heel slechte wedstrijd. Kieft in de spits. Er kwam veel kritiek op dat shirt, waarna het bestuur van PSV al na een paar wedstrijden besloot het over een andere boeg te gooien. Jammer.”

Zeldzame bewegende beelden van PSV in het streepjescodeshirt, met bij tegenstander Roda JC ook nog eens Bert Verhagen in het veld.

Fascinatie voor grijs
“Glenn Hysén kwam midden jaren tachtig over van IFK Göteborg, waarmee hij toen net de UEFA Cup had gewonnen. Grote, sterke verdediger. Althans, bij Göteborg. In Eindhoven vonden ze hem geloof ik vooral heel traag, dus hij kon al snel zijn biezen pakken. Ik vond Hysén fascinerend omdat hij al grijs haar had. Wat hem misschien nog trager deed lijken, maar ik vond dat juist een bonus. Het gaf hem een air van wijsheid, wat over het algemeen toch een zeldzaam goed is op het voetbalveld. Hysén moest weer terug naar Zweden, maar ging vervolgens de sterren van de hemel voetballen bij Fiorentina in de Serie A, toen de sterkste competitie ter wereld, en bij Liverpool, waar hij grijzer was dan de slapen van Sef Vergoossen. Hysén werd in Liverpool ontzettend populair. Had ik het toch goed gezien.”

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van PSV. Klik hier voor het Philips Stadion op z’n allermooist.

Lees ook
Overig

Moulijn en Keizer
in een roeiboot

Wilfried de Jong brengt in SANTOS geregeld een ode aan een overleden voetballer door hem voor een dag terug te halen op aarde. Voor ons themanummer over De Klassieker waren het er twee: de linksbenige publieksspelers van Ajax en Feyenoord, Piet Keizer en Coen Moulijn.
Film

Uit de archieven
van Johan Kramer

Op speciaal verzoek van SANTOS opent regisseur Johan Kramer zijn archief vol schitterende voetbalfilmpjes. Twee keer per maand delen we zo’n pareltje, te beginnen met het wonderlijke verhaal van de Schotse keeper Chic Brodie, wiens carrière werd beëindigd door een overenthousiaste hond.
Reconstructie

EK 1992:
(G)een goed stel

Waarom werden onze idolen van 1988 eigenlijk maar één keer Europees kampioen? Daar moesten we reconstructie-expert Auke Kok maar eens in laten duiken, bedachten we. Met behoorlijk ontnuchterende gevolgen.
Reportage

De cult van
de Cosmos

De glorietijden van de New York Cosmos zouden herleven op de campus van Hofstra University, maar het lijkt niet te lukken. New York kijkt naar New York City FC en de New York Red Bulls, terwijl de Cosmos gevangen zit op ‘niveau twee’. De club van de toekomst is een herinnering geworden.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Overig

Eusébio en het
zout van de traan

Wilfried de Jong brengt in SANTOS geregeld een ode aan een overleden voetballer door hem voor een dag terug te halen op aarde. Deze keer spreekt de Portugees Eusébio (1942-2014) af met zijn nog springlevende opvolger Cristiano Ronaldo.