De ziel van Vitesse: ‘Nou, nou...’ en de hang naar geel-zwart

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 25-10-2018
Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Journalist en ‘Ernummer’ Peter Bierhaus (1956) had al een seizoenkaart toen Vitesse nog op Nieuw-Monnikenhuize speelde en vertelt waarom hij die nu nog steeds heeft.

Beeld: Marco Magielse

Typisch ‘Ernums’
“De Noordtribune, achter de goal, is een tribune zoals het volgens mij moet zijn: allerlei ‘Ernums’ volk en volk uit de streek dat vaak cynisch en zwijgend de wedstrijd bekijkt. Soms gaat het even helemaal los met zingen of rake opmerkingen. Het typisch ‘Ernumse’ ‘Nou, nou…’ hoor je hier. Zelfs als Vitesse goed speelt.”

Ultiem stadiongeluk (1)
“Werder Bremen-Vitesse in november 2002, het was de tweede ronde in de UEFA Cup. Ruim 3.000 Vitesse-supporters bevolkten voor de wedstrijd de straten en kroegen in Bremen. In de Eredivisie draaide Vitesse geen best seizoen, maar uit in Bremen haalden we door de 3-3 (met een fantastische goal van Gert Claessens, een snoeihard afstandsschot) de derde ronde, na de 2-1 winst in Arnhem. Trainers Mike Snoei en Theo Bos waren door het dolle heen en het was een groot, swingend feest in onze hoek op de tribune. Die nacht werd er nauwelijks geslapen, in alle kroegen in Bremen zag je kluitjes Vitesse-supporters. Fantastisch!”

De knal van Claessens tegen Werder Bremen.

Lievelingsshirt
“Het shirt met de smalle, verticale geel-zwarte strepen. Daarbij zie ik het liefst een witte broek en witte kousen met bovenaan geel-zwarte ringen. Maar met die kousen spelen ze allang niet meer. Op de een of andere manier vind ik de zwarte broek niet mooi bij het shirt. Uitshirts vind ik meestal lelijk. Kan er niet aan wennen dat Vitesse niet in het geel-zwart speelt. Een paar jaar geleden hadden we als uitshirt een wit shirt met een blauwe baan van rechtsboven naar beneden: de Arnhemse kleuren. Die vond ik bij uitzondering wel mooi.”

Clubmannen
“Nummer één: Theo Bos. Hield niet van grote woorden. Niet supergetalenteerd, maar knokte zich altijd helemaal wezenloos en schakelde gewoon z’n man uit. Verpersoonlijking van Arnhem en Vitesse.”
“Op twee: Ben Hofs. Ook een echte ‘Ernummer’, uit Klarendal. Mijn eerste idool. Keiharde werker, technisch goed en pikte zijn goaltjes mee.”
“Drie: Edward Sturing (met het matje op z’n hoofd). Fantastische rechtsback. Staat nu als trainer altijd klaar voor de club.”
“Nummer vier: Karel Aalbers. Sleepte Vitesse uit de afgrond en maakte er weer een levendige club van. Knap!”
“Vijf: Jan Snellenburg. Oud-clubbestuurder met een héél groot Vitesse-hart.”
“Wie ook niet mag ontbreken in dit lijstje: Bosco Bursac. Geboren in Bosnië, woonde in Servië, daarna in Arnhem. Prima spits. Heeft ons als scout bovendien heel veel goede ‘Joegoslaven’ gebracht, zoals Dejan Curovic.”

Kun je geen genoeg krijgen van de cultuur van de tribune in al zijn facetten? Wij ook niet. We wijdden er zelfs ons laatste nummer aan, SANTOS #09: NAAR HET STADION. Bestel ’m hier, of ren naar de winkel.

Ultiem stadiongeluk (2)
“In de jaren zeventig was de Eredivisie voor Vitesse eerder uitzondering dan regel. In een van die jaren waarin we wél op het hoogste niveau uitkwamen, speelden we eens een kalm potje tegen Sparta. Vitesse was al veilig. Lekker weer. Henk Charley Bosveld werd door scheids Frans Derks teruggefloten na een overtreding. Charley was het er niet mee eens en ging op de bal zitten. Hij lachte Derks toe. Derks wilde de bal en floot weer. Charley bleef zitten. Derks dreigde met een gele kaart en liep naar Charley toe. Charley bleef zitten. Vanaf de tribunes op Nieuw-Monnikenhuize rolde de lach. Bosveld stond op en gaf Derks een hand, terwijl hij de bal over Derks heen wipte. Achter de tribune aan de overkant ruisten de bomen. Een gebeurtenis van niks, maar ik genóót.”

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs alle achttien Eredivisie-stadions, waaronder dat van Vitesse. Klik hier voor het GelreDome in 49 prachtige platen.

Lees ook
SANTOS #15: Eredivisie Shirtbijbel

Eredivisie Shirtbijbel

Of we een tijdloze voetbalshirtbijbel wilden maken, met alle clubs erin die ooit in de eredivisie hebben gespeeld? Natuurlijk wilden we dat. Een beter onderwerp bestaat haast niet.
SANTOS #13: De 25 schoonheden van het amateurvoetbal

Broodje
bal

Het broodje bal is de meest onderschatte snack uit de Nederlandse voetbalkantine, betoogt Sjoerd Mossou. Daarom graag uw aandacht voor de van het vet druipende gehaktbal en het zachte puntje van vijftien cent uit een doorschijnende zak. Eet smakelijk!
SANTOS #14: Engeland special

De keeper, de kopbal,
de redding, de hond
en de duik

Ze mogen zich voor van alles op de borst kloppen, maar de beste voetballer aller tijden komt niet uit Engeland. De beste doelman wellicht wel. Of in ieder geval: de keeper met de meest legendarische save(s) aller tijden. Wilfried de Jong over Gordon Banks (1937-2019), de doelman die net zo gemakkelijk een zwerfhond klemvast nam als een kopbal van Pelé uit zijn goal ranselde.
SANTOS #14: Engeland special

De meest eigenwijze club van Engeland

De kleine non-league club Lewes FC overleefde een bijna-faillissement en geldt tegenwoordig als een voorbeeld voor andere clubs. Hoe? Door alles nét even anders te doen dan de rest. “We zijn niet tegendraads om het tegendraads zijn. We willen gewoon het goede doen.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Being
Hélène
Hendriks

Ze is geliefd in de voetbalwereld, FOX-verslaggeefster en Veronica-presentatrice Hélène Hendriks, zo blijkt tijdens een lange avond meelopen door Zwolle. Maar toch ook weer niet bij iedereen. “Als ik negatieve opmerkingen niet moeiteloos van me kon laten afglijden, zou ik echt een zwaar leven hebben.”