De zolderkamer van Klaas-Jan (2)

Woord: Klaas-Jan Huntelaar
Gepost: 14-12-2017
Onze columnist Klaas-Jan Huntelaar bewaart alles. In iedere editie van SANTOS haalt hij een voetbalrelikwie van zolder. Deze keer: zijn oude voetbalschoenen. “Puma’s wilde ik absoluut niet, want die droeg Matthäus.”

Beeld: Willem de Kam
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

Moet je zien… Helemaal afgesleten. De noppen. De punten. Er zit nog modder op zelfs. Het maakte me, denk ik, niets uit op die leeftijd. Op een schoen met noppen was je een echte voetballer. Daarmee had je meer grip op het veld, kon je echt hard rennen. Het was even wennen. Daarna speelde je er overal mee. Op straat zelfs. Daardoor sleten ze zo hard, denk ik.

Alles was nieuw, alles was mooi, alles was indrukwekkend. Zelfs zo’n Nederlands vlaggetje op de lip. Of als je ineens je familie langs de kant zag staan. Was je helemaal door overdonderd. Stond je alleen maar naar de kant te kijken. Die gevoelens komen terug nu ik mijn eigen zoontjes zie voetballen.

Die geur van ledervet, als ik dat ruik ben ik meteen terug in die tijd.
Klaas-Jan Huntelaar

In de jeugd van De Graafschap stonden we met onze voetbalschoenen onder de douche, dat weet ik nog wel. Dan waren ze meteen schoon. Daarna kranten erin en invetten. Van die ledervetbussen hadden we. Als ze omvielen, lekten ze. Zat alles onder. Die geur van ledervet, als ik dat ruik ben ik meteen terug in die tijd.

Steeds meer hechtte je waarde aan het merk. Puma’s wilde ik absoluut niet, want die droeg Matthäus. In de jeugd van De Graafschap hadden we Umbro en Hummel. Dat was na een tijdje niet cool meer. We wisselden met elkaar van schoenen of kochten nieuwe. Je wilde dezelfde als je idolen. Van Basten speelde op Diadora, Gullit op Lotto. Plots was Adidas heel cool. Die schubbenschoen van Beckham. Daar zou je een bal beter mee kunnen krullen werd dan gezegd.

Daarna was Nike het populairst. Ik krijg ieder halfjaar wat nieuwe paren van Nike. In andere kleurtjes. Een mooi tijdsbeeld van de mode. Ze slijten niet snel. Ik speel tegenwoordig niet meer op straat, hè.

We wisselden met elkaar van schoenen of kochten nieuwe.
Klaas-Jan Huntelaar
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”