Feyenoorder Cruijff en de vier klassiekers

Woord: Arthur van den Boogaard
Gepost: 22-10-2019
Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.

Beeld: MotherSoccer, Hollandse Hoogte, Spaarnestad
Eerder verschenen in SANTOS #04, oktober 2017.

De vierde (I)

“Doelpunten, meer maken.” Met deze kromme zin beantwoordt Feyenoord-coach Thijs Libregts de vraag van Langs de Lijn-verslaggever Jack van Gelder over welke les hij leerde van de bekerontmoeting met Ajax op 15 februari, elf dagen geleden. Het tweetal staat opnieuw langs het veld in de Rotterdamse Kuip voor de vierde Klassieker van dit seizoen. De vierde? Ja, de vierde. De aartsrivalen troffen elkaar namelijk ook in de beker, en moesten na een gelijkspel op herhaling. “Veel succes daarbij, Thijs”, zegt Van Gelder tevreden. Eerder gaven beide coaches hem voor de radio al hun opstelling: dezelfde als elf dagen geleden.

Ajax-trainer Aad de Mos noemde keeper Hans Galjé, vleugelverdedigers Edo Ophof en Sonny Silooy, het centrale duo Ronald Koeman en Jan Mølby, middenvelders Dick Schoenaker, Frank Rijkaard en Gerald Vanenburg en een voorhoede van John van ’t Schip, Marco van Basten en Jesper Olsen.

Libregts noemde keeper Joop Hiele, verdedigers Sjaak Troost, Michel van de Korput, Ivan Nielsen en Ben Wijnstekers, middenvelders André Stafleu, André Hoekstra en Johan Cruijff en voorhoedespelers Ruud Gullit, Peter Houtman en Stanley Brard.

Van Gelder vroeg expliciet naar Cruijff. Zijn meespelen leek onzeker. Elf dagen eerder verdraaide de spelbepaler na een botsing met Ajacied Mølby zijn rechterknie: verrekte banden en een serieuze beschadiging van het kapsel. Even werd gevreesd voor het einde van Cruijffs seizoen. Afgelopen weekeinde ontbrak hij inderdaad, voor het eerst dit jaar, in de basisopstelling voor de onfortuinlijk met 1-0 verloren uitwedstrijd tegen FC Groningen. Maar dankzij intensieve behandeling door de Rotterdamse fysiotherapeut Dick van Toorn en de Amsterdamse fysiotherapeut Richard Smit kan Cruijff spelen. Lezers van zijn column in De Telegraaf, een dag eerder, vermoedden dat trouwens al. “Feyenoord-Ajax voor een volle bak is een te belangrijke, maar ook uitdagende partij. Die mag je niet missen.”

Johan Cruijff met trainer Thijs Libregts (midden) en ploeggenoot Michel van de Korput (rechts).

De eerste

De gretigheid van Cruijff werd daags voor de eerste training van het seizoen al duidelijk. Tijdens de medische keuring in het Sport Medisch Adviescentrum Zoetermeer bleek de 36-jarige een van de fitsten van de selectie. Cruijff meende dat dat kwam door de dagelijkse partijtjes tennis tijdens zijn vakantie in Spanje met voormalig Barcelona-ploeggenoot Carles Rexach. De notitie “duurvermogen perfect” in zijn keuringsrapport liet Cruijff aan Libregts zien. “Dus, hoef ik dus minder duurlopen te doen.”

Cruijff bedoelde dit als een grap. In de voorbereiding ontweek hij de duurlopen, van oudsher niet zijn meest favoriete bezigheid, juist niet. Tijdens het trainingskamp in Borger liep hij net als zijn teamgenoten elke ochtend om zeven uur een bosloop van ruim zes kilometer. En tijdens de trainingen oogde hij gedreven en geconcentreerd.

Het gaat erom dat alle neuzen in dezelfde richting staan: de goede.
Johan Cruijff

Zijn medespelers moesten wennen aan de nieuwe situatie. Cruijff wist wat hij met het team wilde bereiken. Op zaterdag 17 september, daags voor de eerste Klassieker dat jaar in het Olympisch Stadion in Amsterdam, verscheen in het dagblad Het Vrije Volk een groot interview met hem. Cruijff vertelde “eventuele emoties over zijn vertrek bij Ajax voor zichzelf te houden” én merkte op dat hij zich verbaasde over het ongeloof bij mensen dat zijn keuze om bij Feyenoord en niet in het buitenland te gaan voetballen voortkwam uit zijn wens iets voor het Nederlandse voetbal te doen. Dat was toch echt zo, beweerde hij.

In werkelijk dacht hij tot de dag van het contracttekenen, 15 juni 1983, dat Ajax alsnog overstag zou gaan en hij in Amsterdam zou blijven.

Verder zei Cruijff begrip te hebben voor het standpunt van Libregts dat “Cruijff te veel tegelijk wilde”, maar vond hij dat je zoiets pas in de praktijk kon uitvinden. “Als je een stap naar voren wilt doen, moet je eerst moed hebben, dan moet je de situatie herkennen en pas dan kun je gaan. Het moet automatisch gaan, maar dat kan natuurlijk niet van de ene op de andere dag.”

Moed tonen.

Situaties herkennen.

Het vereiste spel automatiseren.

Dat was het theoretische model van Cruijff, waarbij hij in de praktijk net zo weinig twijfelde aan de moed van de Feyenoord-spelers, als aan zijn eigen vermogen hen de situaties te laten herkennen. Dat de meeste critici in de afgelopen maanden vooral wezen op het onvermogen van de Feyenoord-spelers hem in de praktijk te accepteren, boeide hem nauwelijks. Misschien liep het de afgelopen zes competitiewedstrijden voorafgaand aan deze eerste Klassieker nog niet zoals bedoeld, maar dat vond Cruijff een onderdeel van het aanpassingsproces – “Ik moet me net zo aan anderen aanpassen als zij aan mij” – in de praktijk. “Het gaat erom dat alle neuzen in dezelfde richting staan: de goede.”

Diezelfde praktijk had zich in die eerste Klassieker nogal wispelturig getoond. Al na vijf minuten scoorde Olsen voor Ajax, na pijnlijk balverlies van hemzelf. En na een halfuur stond er zelfs 3-0 op het scorebord. Voor de rust werd het dankzij doelpunten van Houtman en Gullit echter alweer 3-2. En tot aan de 4-2 voor Ajax (kopbal Keje Molenaar) in de 61ste minuut domineerde Feyenoord en kreeg de ploeg meerdere grote kansen op de gelijkmaker.

Cruijff zelf speelde redelijk, maar ervoer ook veel onbegrip bij zijn medespelers. Na de 4-2 counterde Ajax op oogstrelende wijze naar een klinkende 8-2 overwinning. Feyenoord-verdediger Sjaak Troost was toen al vervangen door Pierre Vermeulen: een aanvallende wissel die Ajax juist sterker maakte, omdat er nog meer ruimte ontstond in de Rotterdamse verdediging.

De vierde (II)

Troost ervoer als echte Feyenoorder die nederlaag als een grote schande. Bijna een halfjaar later staat de verdediger klaar in de spelerstunnel om het veld in De Kuip te betreden. Dat gevoel van schaamte is inmiddels gesleten. De uitschakeling van Ajax in de achtste finale van de KNVB-beker (twee wedstrijden: 2-2 uit, 2-1 thuiswinst in de replay) eerder deze maand bracht voldoening. Maar belangrijker, Troost raakt ervan overtuigd dat Cruijff, het niet meer alleen hoeft te doen.

In het trainingskamp in Borger was het Troost duidelijk geworden dat hij zomaar mocht gaan spelen met een voetballer van het allerhoogste niveau. Als jongetje van veertien zat hij in 1974 voor de televisie vol bewondering te kijken naar het Nederlands elftal. In de afgelopen jaren had hij al ervaren hoe het was om met Wim Jansen en Willem van Hanegem te mogen voetballen. Dat Cruijff in hetzelfde Feyenoord-shirt als hij voetbalde, met sponsor Gouden Gids op de borst, ervoer Troost als bijzonder. Misschien begreep hij niet altijd wat Johan precies bedoelde met al zijn aanwijzingen in en buiten het veld, maar dat onbegrip lag aan hemzelf, vond Troost. Dat er spelers waren die hier anders over dachten, zei vooral iets over hun voetbalinzichten. Cruijff zag nu eenmaal meer op een voetbalveld. Hij dacht meerdere stappen vooruit en hield, zoals Johan dat zelf vaak zei, “overal rekening mee”; dus ook met fouten van zijn medespelers en met goede en slechte momenten van tegenstanders.

Troost had Cruijff in het stadion enige tijd bespied en wist zeker dat hij iets moest voelen.

Troost staat inmiddels op het veld in De Kuip. Net als Cruijff is het zijn vierde Klassieker van dit seizoen. En het had weinig gescheeld of het waren vijf ontmoetingen geweest. In de voorbereiding namen beide teams deel aan het Amsterdam 708-toernooi in het Olympisch Stadion. Omdat op de eerste toernooidag Ajax van AS Roma verloor en Feyenoord van Manchester United won, ontliepen de teams elkaar. Troost had Cruijff in het stadion enige tijd bespied en wist zeker dat hij iets moest voelen. Het was natuurlijk niet het Ajax-stadion De Meer, maar toch: Cruijff, Amsterdammer, Ajacied bij uitstek, en dan voor eigen publiek te moeten spelen in het shirt van de aartsvijand, dat doet toch iets met je.

Alsof hij in aanwezigheid van zijn vrouw vreemdgaat, dacht Troost. En terwijl hij bezig is, heeft hij voortdurend oogcontact met haar.

Zelf moest hij daar niet aan denken. Twee seizoenen geleden stond hij als Feyenoorder vlak bij Wim Jansen toen die als Ajax-speler in alweer een veelbesproken Klassieker een ijsbal in zijn oog kreeg. Die aanval van het eigen Feyenoord-publiek in zijn eerste wedstrijd als Ajacied had Jansen als zeer kwetsend ervaren. Cruijff had hij niet over het Amsterdam 708-toernooi gesproken, maar via-via begreep Troost wel dat het uitblijven van een groot fluitconcert in het Olympisch Stadion Cruijff was meegevallen.

De vierde (III)

Terwijl de spelers op het veld de zenuwen uit hun lichamen schudden, zoekt Peter Boeve een plek op de reservebank van Ajax. De linksback, net terug van een blessure, ziet dat Cruijff bij Feyenoord in de basis staat. Voor even wint zijn bewonderende blik het van de jaloezie. Destijds in Amsterdam, na die fantastische 8-2, had Boeve te midden van de feestvreugde verteld over hoe hij zijn doelpunt, het derde van Ajax, te danken had aan Cruijff. “Een halve stap maken en dan buitenkantje voet, dan gaat die bal er altijd in”, zei Boeve over de tip die hij van Cruijff kreeg. De opzichtig in de Ajax-kleedkamer feestvierende bestuursleden keken er vreemd van op. Zij zagen de 8-2 winst als dé bevestiging van hun gelijk: kiezen voor de jeugd en niet voor Cruijff. Maar Boeve, en ook de andere spelers, wisten dat die blik niet klopte. In de rest van het seizoen bleek dat ook.

Ajax miste volgens Boeve die “doe-dit-doe-dat-schreeuwende-politie-man-in-het-veld” genaamd Cruijff.

Er werd bij vlagen goed gevoetbald. Maar de automatismen verdwenen langzaam. En er was niemand die dat kon stoppen. Ajax miste volgens Boeve die “doe-dit-doe-dat-schreeuwende-politie-man-in-het-veld” genaamd Cruijff. Dat de beoogde nieuwe leider, de Oostenrijker Felix Gasselich, vandaag geheel fit naast hem op de reservebank zat, zei voldoende.

De tweede

“Cruijff demonstreert zijn klasse in het stadion waarin hij is groot geworden. Schitterende omhaal van Houtman: wat een mooie goal zeg!” NOS-televisieverslaggever Evert ten Napel werd op 1 februari tijdens het KNVB-bekerduel in Ajax-stadion De Meer net als veel toeschouwers verrast door een doeltreffende omhaal van Feyenoord-spits Peter Houtman. Alvorens de herhaling van de 0-1 te beschrijven, riep Ten Napel nog even lekker hard: “Goeie-avond!”

“Het begint op rechts, waar Cruijff, samen met Van de Korput, aan de basis staat. Cruijff, die eerst Schoenaker aftroeft, dan Olsen een lesje geeft, nog eens Schoenaker, naar Van de Korput, diens voorzet SCHIT-TE-REND door Houtman ingeschoten.”

Zelf was Houtman minder verrast door het doelpunt. Op trainingen scoorde hij dergelijke omhalen wel vaker. Bovendien zag hij doelpunten maken als zijn taak in het team. Verrassend vond hij wel hoe lekker hij die avond speelde. In de misschien wel beste 45 minuten die Feyenoord dit seizoen voetbalde, vormde Houtman samen met Ruud Gullit de voorhoede. Cruijff speelde gedreven en kreeg van Ajax ruimte om het spel te verdelen. De ruststand was 0-1, maar gezien de kansen voor Feyenoord was 0-3 ook mogelijk.

En toen hoorde Houtman ineens het publiek fluiten. Hij keek naar de zijkant en begreep waarom.

In de tweede helft ging Ajax met Rijkaard als extra, vierde spits spelen. Hij scoorde vrij snel de 1-1. Feyenoord leek aangeslagen, maar Houtman was vol vertrouwen, er kwam steeds meer ruimte voorin. En inderdaad scoorde Gullit, na een pass van Hoekstra, de 1-2, waarna Feyenoord de controle terug had in de wedstrijd.

En toen hoorde Houtman ineens het publiek fluiten. Hij keek naar de zijkant en begreep waarom. Het bord met zijn rug nummer 9 werd omhooggehouden. Krijg nou wat, dacht Houtman. Gaan we weer.

Het hele seizoen al was Houtman het mikpunt van kritiek van Cruijff en Libregts. Hij bewoog te weinig, en als hij bewoog, bewoog hij verkeerd. Zoekend naar de juiste samenstelling zag Libregts lange tijd Cruijff als hangende spits en Houtman op de bank als het ei van Columbus. Houtman was hard door blijven trainen, gesteund door Willem van Hanegem, de onbezoldigde assistent van Libregts, en op die manier teruggekeerd in het elftal. Ook hier bleek de belangrijke rol die Van Hanegem dit seizoen speelde: als speler net gestopt, maar als coördinator van de technische staf een cruciale schakel in het succes van dit seizoen. De kritiek op de spits bleef nog steeds hetzelfde, al scoorde Houtman menig doelpunt.

“Puur tactisch, puur tactisch”, riep Libregts vanaf de zijkant. Wim van Til stond klaar om als extra verdediger in te vallen. Houtman accepteerde zijn lot, zoals hij dat al het gehele seizoen deed. Zittend op de reservebank zag hij hoe Marco van Basten, zijn collega-spits in het Nederlands elftal, 2-2 scoorde. Goeie tactiek, trainer, dacht Houtman. En hij voelde zich gesterkt door het kritische publiek dat hem altijd steunde.

De derde

Ook vandaag zong het Feyenoord-legioen Houtman weer toe. Mogelijk kwam dat door de met 2-1 gewonnen replay, nu elf dagen geleden. Houtman scoorde de openingstreffer én de beslissende strafschop in de verlenging. Cruijff keek toen al lang vanaf de zijkant toe. Na de botsing met Mølby had Cruijff het nog een kwartier geprobeerd, maar daarna had hij zich laten wisselen voor Pierre Vermeulen. Gullit nam zijn positie over op het middenveld. Vanaf de tribune zag Cruijff hoe de moedige Ajax-coach De Mos met het inzetten van een vijfde spits ten onder ging tegen een hardwerkend Feyenoord.

Van Hanegem zag die overwinning als bevestiging dat Feyenoord als team volwassener was geworden en eventueel ook zonder Cruijff kampioen kon worden. En ook Cruijff zei na afloop van de wedstrijd dat het inderdaad niet meer noodzakelijk was dat hijzelf meedeed. “Dit Ajax wint niet meer van dit Feyenoord.”

De vierde (IV)

Dit Ajax wint niet meer van dit Feyenoord. Het klinkt interessant, maar in de praktijk begint “dit Ajax” deze wedstrijd juist sterk. Feyenoord wordt overrompeld. De Mos heeft Gerald Vanenburg aan Cruijff gekoppeld om zijn jonge middenvelder een examen te laten afleggen tegenover de oude meester. De eerste paar acties van Cruijff tonen dat hij nog steeds last heeft van zijn blessure, maar na twaalf minuten krijgt juist de Ajacied zijn eerste les.

Op 25 meter van het Ajax-doel versiert Cruijff op slimme wijze een vrije trap. Gullit gaat achter de bal staan en schiet hard in de muur. Scheidsrechter Egbert Mulder fluit direct. De muur stond te dichtbij. Met zijn handen dirigeert Mulder de spelers zeker twee meter verder bij de bal vandaan. Gullit legt de bal weer rustig neer, neemt een aanloop en schiet de bal linksboven Galjé in het doel: 1-0 voor Feyenoord.

Troost ziet hoe de continue aanwijzingen van Cruijff vorm krijgen in het team.

Troost rent achter de juichende Gullit aan en omhelst hem als eerste. Weer de rechterkant, denkt hij, hoewel het in dit geval om een vrije trap ging. Maar Troost ziet hoe de continue aanwijzingen van Cruijff vorm krijgen in het team. Het wegtrekken van Houtman uit de spits geeft Gullit, Hoekstra en Troost zelf de ruimte diep te gaan. Als zij lopen, draait Cruijff de bal met de buitenkant van de schoen precies op maat in hun voeten. Tegenstanders stellen zich daar ook meer op in. Soms voelt het alsof Troost mandekking krijgt in plaats van moet geven. Steeds vaker staat hij tegenover een veredelde linksback.

Twee minuten later, in de veertiende minuut, neemt Brard een korte corner op Gullit. Hij geeft de bal voor richting strafschopstip. Houtman ziet de voorzet komen, maar net voordat hij er zijn hoofd tegenaan kan zetten, springt Cruijff voor hem en kopt de bal richting doel. Galjé tikt deze uit de benedenhoek, waarna Cruijff alsnog scoort: 2-0. Als een kind zo blij rent hij weg en juicht op zijn kenmerkende manier: opspringend met een arm, al molenwiekend, omhooggestoken.

Cruijff ontloopt de armen van de juichende Hoekstra en springt opnieuw in de lucht, een arm omhooggestoken. Pas dan laat hij zich omarmen door mede-Feyenoorders. Voor even lijkt de strijd definitief gestreden. Hoe moeizaam het seizoen ook verliep, Cruijff heeft op het veld nooit getwijfeld.

De figuurlijke omarming duurt tot aan zijn wissel in de 74ste minuut. Ajax speelt beter, scoort vlak na rust 2-1 en zeker een halfuur lang lijkt een Amsterdamse gelijkmaker nabij. Maar in de 75ste minuut scoort Hoekstra en één minuut voor tijd tekent Henk Duut zelfs voor 4-1.

Na afloop spreekt Cruijff, natuurlijk met een sigaret in zijn hand, met Jack van Gelder. Feyenoord ziet hij als een sterker collectief en Ajax heeft gewoon veel goede voetballers, maar, zoals hij dus al meer heeft gezegd, “de patronen zijn eruit; de discipline is weg”. En het bijhouden van dergelijke stramienen was juist zijn verdienste geweest bij Ajax.

Van Gelder: “Je goal, je was erg blij, hè?”

Cruijff: “Ja, natuurlijk. Het is 2-0, tilt ons normaal gesproken over de problemen heen. Ennuh…” Hij is even stil. “Ja, het was dus, dacht ik, een heel belangrijke goal.”

Donderdag 17 oktober verscheen Het laatste seizoen. In dit boek reconstrueert schrijver Arthur van den Boogaard het bewogen laatste jaar van de carrière van Johan Cruijff, waarin de oer-Ajacied de dubbel pakte met Feyenoord, én beschrijft Van den Boogaard wat daaraan voorafging. Over Cruijffs dominantie als voetballer, over zijn twijfels en zijn kwetsbaarheid, over de rol van zijn entourage en de media, en over zijn unieke kijk op voetbal. Haal Het laatste seizoen bij je lokale boekhandel of bestel ’m online.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”
Reconstructie

De dag dat filmster
Jayne Mansfield
Het Kasteel veroverde

Uit het niets stond ze daar op het veld, Jayne Mansfield, de Amerikaanse seksbom, voorafgaand aan de Eredivisiewedstrijd Sparta-DOS in 1957. Het had nogal wat impact op Het Kasteel, vooral op vedette Rinus ‘De Rots’ Terlouw.