Gaston Taument

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 01-10-2018
Gaston Taument
1 oktober 1970, Den Haag
Oud-speler , jeugd- en specialistentrainer van Feyenoord

Beeld: Willem de Kam
Eerder verschenen in SANTOS #04, oktober 2017.

“Ik ga niet zeggen: ik ben een echte Feyenoorder. Als anderen dat zeggen, denk ik: je weet niet half hoe groot Feyenoord is.”

“Mensen beginnen nog steeds over mijn goal tegen Ajax in 1991. Die dribbel en daarna dat schot in de korte hoek dat via de binnenkant van de paal langs Menzo vloog. ‘Wereldgoal. Daarmee begon de goede tijd’, zeggen ze. Er was niets briljants aan. Ik rende, dreigde en haalde blind uit. Voor hetzelfde geld gaat-ie vol op de paal. Maar mensen willen dat helemaal niet horen.”

Dé goal van Gaston Taument tegen Ajax, in 1991. Er was niets briljants aan.”

“Die kampioensploeg van 1993 was helemaal geen vriendenteam. Dat wordt geromantiseerd. Ja, we gingen wel eens met elkaar op stap en op het veld gingen we door het vuur voor elkaar. Maar ik ging alleen goed om met Regi (Blinker, red.).”

“Regi is een heel andere kant opgegaan. Is spelersmakelaar en heeft een blad. Organiseert feestjes. Ik krijg altijd een uitnodiging. Maar ik ga nooit. Ik ben niet van de gala’s tussen de mooiboys, haha. Is allemaal zien-en-gezien-worden. Ik veroordeel het niet, maar ik zit liever in de trainerskamer op Varkenoord, ons jeugdcomplex, met Cor (Adriaanse, collega-trainer, red.) en de andere jeugdtrainers.”

“Feyenoord sprak me meteen aan. Het normale, het nederige. De onvoorwaardelijke liefde van de fans. Van de medewerkers. Maar het was ook... Gullit. Power, uitstraling, zelfbewustzijn. Hij had die Amsterdamse bluf, die we bij Feyenoord soms missen. Maar waar ik ook niet altijd even goed tegen kan. Bij Gullit wel, hoor.”

“Mijn eerste contractje was 1.200 gulden per maand. Een hoop geld vond ik dat. In het begin doe je gekke dingen. Wat? Ik kocht een Breitling-horloge van een paar duizend euro. Niet op de pof. Netjes voor gespaard. Dat draag ik nog steeds. Bijna dertig jaar oud.”

Mijn moeder kwam met de trein naar De Kuip. Ik had een kaart voor de eretribune, maar ze zat liever tussen de gewone supporters dan tussen de bobo’s.
Gaston Taument

“Ik was de jongste thuis. Een sleutelkind, zo noemen we dat in Den Haag. Aan een koord om mijn nek hing de huissleutel. Mijn moeder werkte in de verzorging, was vaak laat thuis. Onder de deurmat lag een paar gulden. Moest ik eten van kopen.”

“Mijn vader heb ik nooit gekend. We hadden alleen even contact na mijn debuut. Het is geen litteken. Mijn moeder kwam met de trein naar De Kuip. Ik had een kaart voor de eretribune, maar ze zat liever tussen de gewone supporters dan tussen de bobo’s.”

“Jeugdspelers uit eenoudergezinnen zijn mentaal vaak sterker. Ik heb weleens tegen ouders gezegd: ‘Klaag straks niet als je zoon op zijn veertigste nog thuis woont.’ Schoentjes gepoetst, tasje ingepakt, eten en drinken zoveel ze willen na afloop, gebracht en gehaald. Als ik na de training thuis mijn tas in de hoek gooide en hem de volgende dag weer meenam, zaten mijn vieze kleren er nog in.”

“Zelfs spelertjes van amateurclubs vinden het een oude bende op Varkenoord. Ik vind het charmant. Iedereen kent elkaar, is gelijk. Van de kantinejuffrouw tot de archivaris, de terreinknecht en de mannen met een beperking die hier komen schoonmaken. Soms is er een lamp kapot, liggen er tegels scheef of is de rotzooi niet opgeruimd. Maar het ruikt hier nog naar voetbal. Heerlijke geur.”

“Toch is het al compleet anders dan in mijn tijd als jeugdspeler. Er loopt fulltime een complete medische staf rond, een diëtist, inspanningsfysioloog, krachttrainers. Hebben we een toernooi voor de twaalfjarigen, dan moeten we zeven kamers bijboeken voor de begeleiding, nog buiten de trainers om.”

“Straks krijgen we een fonkelnieuw trainingscomplex. Je moet mee, we willen de beste jeugdopleiding blijven. Maar ik zal Varkenoord missen.”

“Roken was heel normaal toen ik speelde. Ik lag altijd met Regi op de kamer voor Europacup-wedstrijden. Die stond helemaal blauw. Van Hanegem kwam een keer binnen. Hij was onze trainer toen. Reeg en ik schrokken. Hij stak een sigaret op en liep weer weg. Nooit iets over gehoord.”

“Roken gaf me rust. Vlak voordat ik het veld op ging, met m’n Feyenoord-pakkie al aan, rookte ik nog een sigaretje. Tegen de spanning. Gebeurt nu niet meer, je hoeft jongens er niet eens op te wijzen. Iedereen is superprofessioneel, omdat hun voorbeelden dat ook zijn. Wij zagen Cruijff op tv reclame maken voor sigaretten. Andere tijd, joh.”

“Het managen van de verwachtingen van de ouders is vaak lastiger dan het trainen van de spelers zelf.”

“Sommige voetballers zijn bekender na hun voetbalcarrière doordat ze allemaal van die tv-dingen doen. Vind ik wel ehh... apart om te zien. Ik zeg bijna altijd nee tegen tv. Moet ik dan even kritisch over buitenspelers gaan lullen? Dat vroeger alles beter was? Daar word ik nou doodziek van. Joh, ik heb zelf zó veel slechte wedstrijden gespeeld.”

“Praten met Wim Jansen met uitzicht op een jeugdwedstrijd is het mooiste wat er is. Alleen maar lullen over details. Wim ís Feyenoord. Wim is een genie.”

Van Gaal belde me in 1996. Finidi George ging weg bij Ajax. Van Gaal wilde me halen. Ajax was de wereldtop. Ik heb niet getwijfeld, maar ik was wel enorm vereerd.
Gaston Taument

“Er loopt hier een vierjarige rond, ik ga z’n naam niet noemen, nou... De bal komt tot aan zijn knie. Maar wat die met een bal kan... Man, je weet niet wat je ziet. Hij moet nog twee jaar wachten. Hij komt een keertje in de week meetrainen. Staan Wim en ik te genieten.”

“Ik train meerdere teams, maar het liefst zou ik alleen techniektraining geven aan de allerkleinsten. Die het voetbal nog aan het ontdekken zijn, die staan te stampvoeten als de training niet doorgaat door de regen, die vol trots vertellen over hun doelpuntjes in het weekeinde. Geen contractgedoe, geen zaakwaarnemers of scouts van Engelse clubs met tassen geld eromheen. Dat is de essentie. Dat is geweldig.”

“Ik vertel nooit over mijn eigen carrière als ik aan het trainen ben.”

“Ik heb niets met andere clubs. Ik kan niet ergens anders werken. Als speler heb ik mijn avontuurtjes gehad, maar het haalde het niet bij mijn Feyenoord-tijd. Edwin de Graaf werkte ook bij ons. Hij is sinds deze zomer assistent-coach bij ADO. Ik heb hem gelukgewenst, maar eerlijk gezegd snapte ik er niets van.”

“Van Gaal belde me in 1996. Finidi George ging weg bij Ajax. Van Gaal wilde me halen. Ajax was de wereldtop. Ik heb niet getwijfeld, maar ik was wel enorm vereerd. Dat heb ik ook gezegd. Dat mocht niet van sommige Feyenoordsupporters en dat lieten ze me weten ook. Rottijd. Heb me zelfs ziek gemeld in die tijd.”

“De sfeer is hier anders dan bij andere profclubs. Cor en ik zijn buiten het veld wat losser. We geven spelers een boksie, een bakka of een schop onder hun reet. Zeggen lachend: ‘Hé klootzak, hoe is het?’ ”

Je moet ook kijken naar wat er achter een voordeur gebeurt.
Gaston Taument

“Als een jochie naar me toekomt en vraagt of hij een kwartier eerder weg mag van de training om zijn zusje op te halen, kan ik emotioneel worden. Misschien door vroeger, weet je wel. Ik kan er niet tegen als ik hoor dat trainers bij andere clubs dat verbieden. Of zo’n jongen zaterdags niet opstellen. Je moet ook kijken naar wat er achter een voordeur gebeurt. Daarin onderscheiden we ons bij Feyenoord, denk ik.”

“Ik gok dat ik vijftien Klassiekers heb gespeeld. Iets van drie gelijk, twee gewonnen en de rest verloren. En niet te zuinig. 0-3, 4-0, 0-5. Pfff... Het dieptepunt was in 1996, een week voordat Ajax de Champions League-finale moest spelen. We dachten: volle Kuip, we pakken ze aan. We kwamen snel 2-0 voor, maar verloren met 2-4. Helemaal scheel getikt. Ze speelden met een B-elftal. Van Gaal was er niet eens, die was aan het scouten. Dat was wel echt heel erg.”

“Ik ben helemaal niet ijdel. Ik heb nooit meegedaan aan die drukke Armstrong-overhemden die Blinker, Witschge en De Wolf droegen. Dat mijn haar uitvalt, daar heb ik geen enkel probleem mee. Hoort bij het leven.”

“Soms twijfelen mensen. ‘Bent u het nou?’ Zeg ik: ‘Nee joh, dat is mijn broer.’ Hoef ik het even niet over die goal binnenkant paal te hebben.”

“Ik kom nooit in Amsterdam. Ik heb geen hekel aan die stad, maar het is gewoon... anders. Op De Toekomst zie je dat al. Als wij met 2-1 winnen, komen zij het veld af met de borstjes vooruit. Alsof ze hebben gewonnen.”

“Ik ging altijd goed om met de Ajacieden bij het Nederlands elftal. En ik vind het vreselijk hoe sommige fans doorslaan in hun fanatisme, want ik ben een vredelievend persoon. Die wél vindt dat je eigenlijk niet voor beide clubs kunt spelen. Ik zal er niemand op aankijken, hoor. Maar ik zou het nooit kunnen. Al geven ze me een miljoen.”

Clubs als speler: Feyenoord (verhuurd aan Excelsior), Benfica (Portugal), Anderlecht (België), OFI Kreta (Griekenland) en Rapid Wien (Oostenrijk).
Club als jeugdtrainer: Feyenoord.
Trivia: Taument is bijna 25 jaar werkzaam bij Feyenoord, maar kwam pas binnen als A-junior dankzij zijn zaakwaarnemer Rob Jansen, die hoofdtrainer was van de Haagse amateurclub waar Taument speelde, VCS. Zijn oudere broer Gilbert mocht ook een stage afwerken, maar brak zijn been.
Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van Fortuna Sittard
in 54 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer het Fortuna Sittard Stadion in 54 prachtige foto’s. Voor wie er nog aan twijfelde: Fortuna lééft!
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van Fortuna Sittard: in gelid voor het clublied en zelfspot

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag legt misdaad- en onderzoeksjournalist van AD/Utrechts Nieuwsblad Yelle Tieleman (1988) uit waarom hij voor Fortuna Sittard steeds weer de reis vanuit de Randstad naar Limburg maakt.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Koel
in 46 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. In deze aflevering het misschien wel meest fotogenieke stadion van Nederland door de lens van de misschien wel beste voetbalcultuurfotograaf van Nederland: VVV-Venlo’s De Koel door Marco Magielse.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van VVV-Venlo: hangen in de reclameborden en skiën op dé trap

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Dit keer voormalig international Stan Valckx (1963) over waarom hij zo verknocht is aan De Koel, het stadion van VVV-Venlo dat hij kent als supporter, jeugdspeler, speler van het eerste elftal en tegenwoordig manager voetbal.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van het Abe Lenstra Stadion in 49 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. In deze aflevering een ode aan het Abe Lenstra Stadion in 49 schitterende foto’s.