‘Half één is kut’

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 12-06-2018
Wij houden van o ja-momenten, en al helemaal als ze voetbalgerelateerd zijn. SANTOS is dan ook dol op het YouTube-archief van de Eredivisie. Hoofdredacteur Bart Vlietstra kwam een fragment tegen van Leonardo, aan wie hij deze week ook al moest denken toen hij hoorde dat er vanaf volgend seizoen nóg vroeger wordt gevoetbald. “Half één is kut.”

Beeld: Joeri Gosens, Hollandse Hoogte

“Half één is kut”, zei de Braziliaan Leonardo Vitor Santiago, die onder meer voor Feyenoord, Ajax en NAC speelde, als hij wist dat er weer een lunchwedstrijd aankwam.

In zijn eigen woorden: “Niet uitslaap. Geen tijd voor bak kof en ei. Alles snel, snel, snel. Op veld nog slaapwandel, voelt niet lekkuh, leeg maag, stom.”

Het Braziliaanse wonderkind dat nooit een wondervolwassene werd, brak, in mijn herinnering althans, door toen Eredivisie-wedstrijden steeds vaker om half één werden gespeeld.

Het was overigens geen particuliere ergernis, ook veel supporters en andere spelers vonden half één kut. Voor de thuiskijkers was het vaak wel prettig: zo’n lange dag livevoetbal. Langzaamaan raakte het tijdstip ingeburgerd. En per volgend seizoen gaan we naar 12.15 uur zelfs.

Op zijn zeventiende was de bloedsnelle, getructe, brutale ‘Leo’ al een sensatie, maar de neergang zette vlot in. Blessures, te laat naar bed, te lang op vakantie, geruzie met onbuigzame trainers – door Leonardo ‘klotsaakken’ genoemd – en familie. Plus opwellende heimwee naar Brazilië, het land dat hij op zijn elfde verliet.

Leonardo fascineerde mij mateloos, deze temperamentvolle, grappige, licht depressieve baas die vocht tegen al die verwachtingen (vooral van zichzelf).
Bart Vlietstra

Ik maakte het van nabij mee, want na een interview bleven we bellen en daarna afspreken. Uiteindelijk kwam er zelfs een (dag-)boek van mijn hand over zeven jaar lijden en lachen met Leonardo.

Hij fascineerde mij mateloos, deze temperamentvolle, grappige, licht depressieve baas die vocht tegen al die verwachtingen (vooral van zichzelf), terwijl de vonken vol klasse almaar spaarzamer werden.

Maar als het brandde dan brandde het goed. Zelfs om half één.

Ajax kan het zich nog wel herinneren. In de Ajax-Feyenoord van 2001 viel Leonardo in na rust en draaide de wedstrijd bij een 2-1 achterstand om met een doelpunt en een assist leidend tot een 3-4 zege.

Nu ik de samenvatting terugkijk (zie onder), is het ook wel (ja, misschien nog wel meer) de wedstrijd van Shota Arveladze, de enige Ajacied die driemaal scoorde in een Klassieker en die toch verloor. En anders wel die van David Connolly, die van zijn zeven doelpunten in vier vette contractjaren bij Feyenoord er twee maakte op die zonnige meimiddag in Amsterdam. De Ierse spits gaf ook nog de assist op Leonardo.

Feyenoord zat in een transitiefase. Een paar leden van de 1999-kampioensploeg liepen op hun laatste benen (Van Gastel, Van Gobbel), tegelijkertijd bouwde de jonge coach Van Marwijk aan een ploeg die een jaar later de UEFA Cup zou winnen.

Mijn favoriete brokkenpiloot had slechts een beperkt aandeel in dat laatste succes met een onooglijk, maar belangrijk doelpunt tegen Freiburg. Hij moest daarna heel hard juichen en daarna heel hard huilen. Een dag later was hij dat alweer vergeten, vertelde hij door de telefoon. Want er kwam weer een wedstrijd aan.

Om half één.

En dat was kut.

Eerder vertelden Menno Pot en Sjoerd Mossou over hun favoriete Eredivisie-fragmenten. Klik hier om zelf een duik te nemen in het YouTube-archief van de Eredivisie.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”