Handjes thuis bij Roelof Luinge

Woord: Menno Pot
Gepost: 23-03-2019
Scheidsrechter Roelof Luinge nam in 2010 afscheid van het betaalde voetbal, maar stoppen met fluiten? Mooi niet. Op zijn 62ste fluit hij nog wekelijks amateurduels. Eerste klasse. Vier wedstrijden in vijf dagen? Geen punt. Langs de velden met Roelof, ex-topscheidsrechter, belastingambtenaar, cultfenomeen en liefhebber van alle drie de helften. Je moet hem alleen niet vernaggelen.

Beeld: Thomas Sykora
Eerder verschenen in SANTOS #06, april 2018.

Wilnis, zaterdag 27 januari 2018, CSW-Forum Sport (Eerste klasse A, West I)

Roelof Luinge kleedt zich om. Badslippers ploffen met een pets op de kleedkamervloer. Slidingbroek aan. Zwarte scheidsrechtersbroek eroverheen. Zorgen dat de slidingbroek niet onder de scheidsrechtersbroek uitkomt, want dat ziet hij veel bij jonge collega’s en hij vindt het geen gezicht. Benen insmeren met Vicks. Ja, inderdaad, gewone Vicks, uit zo’n blauw potje.

“Geen Midalgan”, zegt Roelof. “Dat is rommel. Dat verwarmt alleen oppervlakkig. Vicks gaat dieper. Dat is me door professionals verteld.”

Hartslagmeter rond de borst. Was bij de profs verplicht, maar hij is hem altijd blijven dragen. “Vind ik wel leuk: een beetje bijhouden hoe het gaat.” Met de vlakke hand slaat hij op zijn buik. “Ik ben nu slanker dan vroeger in het betaald voetbal. Dat maakt een goede indruk. Ik heb toch een reputatie hoog te houden.”

Zwart KNVB -ondershirt. Zwarte scheidsrechterskousen. Groen shirt vandaag.

“In het betaald voetbal droeg ik altijd groen”, zegt Roelof. “Eén keer floot ik in het geel. Toen kwamen er een paar vrouwen naar me toe, op mijn werk bij de Belastingdienst. Ze zeiden: ‘Roelof, jij moet geen geel dragen, dat staat jou niet. Je wordt er bleker van en het kleurt niet goed bij je grijze haar.’ Daar hadden ze gelijk in. Groen is krachtiger. Als het even kan, draag ik groen. Ja, ik ben best een beetje ijdel, zoals bijna iedereen in het voetbal.”

Kicksen aan. Kaarten. Schrijfwaar. Nog even de opstellingen goedkeuren via de speciale KNVB-app. De fluit. Roelof is klaar.

Hoe vaak zou hij dit nou hebben gedaan, dat rituele aankleden voor de wedstrijd, in het kleine privékleedkamertje voor de arbiter? Ontelbaar vaak. In het betaald voetbal: 845 Nederlandse profwedstrijden, 86 keer Europacup, acht interlands. Geen eindtoernooi, want Mario van der Ende zat altijd voor hem. Had hij geen moeite mee. Amateurwedstrijden? Véél. Vaak twee in een weekend. Nooit met tegenzin.

“Nooit. Geen één keer. Het is mijn passie. Bij de profs mocht ik tot mijn 55ste doorgaan. Ik ben blij dat ik daarna bij de amateurs ben blijven fluiten. Het heeft mijn leven verrijkt. De ervaringen zijn voor 98 procent positief.”

Er wordt op de deur geklopt. Zijn twee assistenten stappen binnen voor de briefing. Geen assistent-scheidsrechters van de KNVB vandaag, maar vlaggenisten van de twee clubs: een van CSW, de thuisclub uit Wilnis, en een van Forum Sport uit Voorburg, de bezoekers. Ze vinden het leuk: assistent zijn van Roelof Luinge, toch een beroemdheid hè, al kennen ze hem in West I en West II van de eerste klasse zaterdag onderhand goed. Het is Luinges eigen regio: de geboren Drent woont al achttien jaar in Bussum.

Roelof schakelt even over op Louis van Gaal-toon, maar dan met Drentse tongval. Of nee, eigenlijk is het meer Gronings.

“Zo, heren. Ik hoop dat we een plezierige samenwerking kunnen hebben. Een paar dingen. Sommige clubassistenten denken dat het altijd Koningsdag is: die staan de hele tijd te vlaggen, want het clubhartje klopt vaak toch het hardst. Ik zeg je één ding: je moet bij mij de boel niet gaan lopen vernaggelen. Daar kan ik heel slecht tegen, dan word ik heel boos. Als ik merk dat jij steeds onterecht staat te vlaggen, dan kijk ik niet eens meer naar je, laat ik doorspelen en hoop ik echt dat het een doelpunt wordt. Dan bepaal ik het de rest van de wedstrijd allemaal zelf wel en sta jíj voor joker, ja? Wees gewoon sportief. Oké? Fijne wedstrijd!”

De assistenten kijken bedremmeld naar de grond en stappen naar buiten.

“Het is ook een beetje spel hè”, zegt Roelof. “Het hoort er een beetje bij. Is ook wel mooi. Het zijn beste jongens.”

Horloge om de pols. Fluit in de ene hand, de deurklink in de andere.

“Maar het is echt wel een van de grootste ergernissen in het amateurvoetbal: clubassistenten die gemeen vlaggen. Aan mij heb je dan een kwaaie. Zullen we maar?”

En daar gaan ze, het kunstgras op. Roelof voorop, bal als een trofee op de rechterarm. De elftallen van CSW en Forum Sport achter hem aan, tegen de straffe januariwind in. De wisselspelers zetten wollen mutsen op en kruipen in de dug-out onder een paardendeken. De tribune op sportpark CSW zit lekker vol. Als Roelof voorbijrent, ruikt de ijzige wind eventjes naar Vicks.

Het voelt alsof hij vorige week nog in de Eredivisie rondliep, Roelof Luinge, maar het is toch echt alweer bijna acht jaar geleden dat hij afzwaaide, na zes bonusjaren, van 49 tot 55. 6 mei 2010 was de dag van zijn laatste optreden, na ruim 26 jaar in het betaald voetbal. Een Klassieker: de return van de in tweeën gesplitste KNVB-bekerfinale tussen Feyenoord en Ajax, in De Kuip.

Ajax had in Amsterdam al met 2-0 gewonnen en liep in Rotterdam probleemloos uit naar 1-4. De spanning vloeide weg en Roy Makaay en Demy de Zeeuw hadden een ideetje.

“Ze zeiden: ‘Roelof, krijg jij eigenlijk nog een publiekswissel? Dat heb je wel verdiend!’ Ik zei: ‘Nee jongens, dat doen scheidsrechters niet.’ Mijn idee was het niet.”

Via zijn headset bracht hij de vierde official Kevin Blom op de hoogte. Die bezocht de dug-outs der bekerfinalisten (iedereen vond het een leuk plan) en zorgde ervoor dat de stadionspeaker wist wat er komen ging.

“Een applauswissel bij mijn laatste wedstrijd in De Kuip”, zegt Roelof. “Dat vond ik wel mooi. Met de fanatieke Feyenoordaanhang had ik een heel aparte haat-liefdeverhouding. Altijd wanneer ik in De Kuip het veld op liep, begonnen ze keihard te fluiten en te zingen van Luinge-dit en Luinge-dat. Ik liep altijd naar die hoek toe. Juist dáár ging ik mijn warming-up doen. Ik stak mijn hand naar ze op en dat vonden ze dan wel weer mooi. Dan kreeg ik applaus en werd ik toegejuicht. Bij ADO en bij Ajax in De Meer had ik dat ook met die fanatieke jongens.”

Had hij eigenlijk een voorkeursclub? “Welnee. Ik heb FC Groningen haast nooit gefloten, want bij de KNVB dachten ze: Roelof komt uit die buurt. Onzin. Ik heb geen favoriet. Ja, oké: Actief Eelde-Paterswolde.”

Enfin, een paar minuten voor tijd kreeg Roelof dus zijn applauswissel. Blom verving hem. De KNVB werd maar zenuwachtig van dergelijke spontane geintjes. “Na afloop kwamen Henk Kesler en Bert van Oostveen naar mijn kleedkamer. Ze zeiden: ‘Roelof, je hebt ons verrast tot het bittere einde, maar het is je vergeven.’ Toen ben ik in de kleedkamer Lid van Verdienste van de KNVB gemaakt. Leuk, maar waarom nou in de kleedkamer en niet tijdens een mooie officiële bijeenkomst? Ik kreeg ook een reisje cadeau, samen met mijn vrouw naar het WK in Zuid-Afrika. Dat was prachtig.”

CSW-Forum Sport is een pittig wedstrijdje. Forum is sterker, staat ook hoger op de ranglijst en neemt twee keer de leiding, maar CSW maakt tweemaal gelijk met de kop, uit een hoekschop. Bij corners wordt getrokken en geduwd (“Handjes thuis, heren! Handjes thuis!”) en Roelof trekt drie gele kaarten, waaronder eentje voor Forum-aanvaller Joshua Steenvoorden, die zich hautain gedraagt en veel “mekkert”. Daar moet je bij Roelof niet mee aankomen.

“Jij moet je mond eens dichthouden, nummer 10!”, loeit Roelof. “Nee, niks, mondje dicht! Ga jij nou maar gewoon voetballen. Concentreer je daar maar op.”

Rust. Roelof trekt een schoon tenue aan. Doet hij altijd. Hij neemt slokjes uit het flesje sportdrank dat voor hem is klaargezet. Groene AA. Altijd. Die oranje vindt hij te zoet.

“Die nummer 10 van Forum is een vervelend mannetje. Dom van hem, want hij kletst zichzelf uit de wedstrijd. Ik ben makkelijk, behalve als ze beginnen te zeiken. Daar heb ik de pest aan. Als spelers mekkeren, kan ik heel link worden.”

De boodschap is overgekomen, want na rust is Joshua Steenvoorden prompt ongrijpbaar en zorgt hij er met drie doelpunten voor dat Forum Sport ruim afstand neemt van CSW: 2-5. Na het laatste fluitsignaal klampt Roelof hem aan. De hele tribune kan meegenieten.

“Zie je nou wel? Je hield je mondje dicht en meteen was je niet meer te stoppen. Gewoon voetballen, jongen. Gewoon voetballen. Dat geklets, je hebt alleen jezelf ermee.”

In de bestuurskamer verschijnt een prachtig Hollands stilleven op tafel: blokjes kaas, schijfjes worst, fluitjes pils. Roelof en de derde helft; dat is óók een onderwerpje, natuurlijk. Hij heeft een reputatie en zal de laatste zijn om te ontkennen dat hij er na afloop graag eentje lust. Maar laat het gezegd zijn: Roelof heeft een chauffeur, zijn trouwe vriend Peter, die liever buiten beeld blijft. Roelof rijdt zelf nooit. Zo veel drinkt hij trouwens niet, al weet hij van veel kantines wel welk bier er geschonken wordt. ARC is overgestapt op Kornuit. DVVA heeft nota bene Affligem.

Bij RKC liet Roelof zich ooit verleiden om een Luingiaanse versie van André Hazes’ De Vlieger ten beste te brengen. De KNVB was not amused.

“In mijn profjaren heb ik weleens gedoe gehad met de KNVB over die derde helften. Die waren er niet blij mee dat ik bleef hangen en het gezellig maakte met spelers en clubmensen. Johan Derksen snapte het wel en nam het voor me op. Hij zei: ‘De neutraliteit van Roelof staat niet ter discussie, want hij blijft bij álle clubs hangen voor de derde helft. Daar is hij juist heel consequent in.’ ”

Bij RKC in Waalwijk liet Roelof zich ooit verleiden om met een draadloze microfoon een Luingiaanse versie van André Hazes’ De Vlieger ten beste te brengen. De KNVB was not amused. Roelof werd op het matje geroepen. Hij werd drie speelronden lang niet aangesteld.

“Kort daarna gingen we met het scheidsrechterskorps op trainingskamp naar Cyprus, in de winterstop. Verzoek van de bond: ‘Roelof, wil jij een leuke karaokeavond organiseren?’ ‘Nou wordt-ie helemaal mooi’, zei ik. ‘Ik word geschorst omdat ik De Vlieger zing en nu moet ik voor jullie een liedjesavond regelen? Dan wil ik daar wel compensatie voor hebben: extra wedstrijden!’ Nou, die heb ik toen gekregen en daarna hebben we nog jarenlang gezellige karaokeavonden gehad tijdens het trainingskamp.”

Zondag 1 februari. Appje van Roelof.

“Vanmiddag weer fluiten. Hoofdklasse. Alphense Boys-SJC. Je bent welkom!”

Sorry, Roelof. Niet op gerekend. Woensdag weer, bij JOS Watergraafsmeer.

Roelof fluit niet zo heel vaak meer in de hoofdklasse of hoger, want dan moet je als scheidsrechter regelmatig naar Zeist voor een conditietest. Daar heeft hij geen zin meer in, op zijn 62ste. Hij vindt het ook niet nodig, bekijkt het spel graag van iets grotere afstand. Dan zie je het alleen maar beter. Kwestie van ervaring.

“Dinsdagavond fluit ik nog een oefenwedstrijd van IJsselmeervogels!”, jubelt Roelof. Zijn vierde wedstrijd in vijf dagen. Komt vaker voor. Hij ging ervan uit dat hij op zondag geen wedstrijd zou fluiten en in zijn woonplaats Bussum bij SDO-De Bataven zou gaan kijken. Toen het verzoek voor Alphense Boys-SJC kwam, pakte hij meteen zijn tas in. Kicksen. Slidingbroek. Fluit. Vicks. Et cetera.

Amsterdam, woensdag 31 januari JOS Watergraafsmeer-Hollandia (Vierde ronde districtsbeker West I)

Woensdagavond. Eersteklasser JOS Watergraafsmeer ontvangt hoofdklasser Hollandia uit Hoorn in de districtsbeker en in de bestuurskamer komt Roelof een oude bekende tegen: Gerard Hubers, vroeger zijn assistent, in de tijd dat dat nog gewoon grensrechter heette. Nu is Hubers voorzitter ad interim van Hollandia.

Ze halen herinneringen op aan die keer in Innsbruck: FC Tirol-Celtic in 1997. Flink doorgehaald na die wedstrijd. Hubers zou niet eens meer durven zweren dat ze hun hotel die nacht van binnen hebben gezien. Roelof glundert en beklimt zijn praatstoel. Hij vertelt over zijn vader, die jeugdvoorzitter was bij Actief Eelde-Paterswolde. Roelof speelde er als linksbuiten, eentje die wel van een stevig duel hield. Vader Luinge hield thuis jeugdspelregelwedstrijden, zodat Roelof spelenderwijs de regels leerde kennen.

“Op zeker moment werd er een scheidsrechter ziek tijdens een wedstrijd en werd ik gevraagd om dat duel af te maken. Ik was achttien. Na af loop stapte er een man op me af die al heel lang hoog in het amateurvoetbal floot. Hij vroeg me hoelang ik al floot. Ik zei dat hij zojuist mijn eerste dertig minuten als scheidrechter had gezien. ‘Je hebt talent’, zei hij. Ik ging op scheidsrechterscursus, ging als achttienjarige seniorenwedstrijden f luiten en klom steeds een stukje hogerop. Mijn vader reed me naar al mijn wedstrijden. Hij was superkritisch. Dan dacht ik dat ik aardig gefloten had, maar kwam het notitieboekje met aandachtspunten van mijn vader tevoorschijn. Dat is een pittige leerschool geweest.”

Hij kon het met bijna alle spelers in Nederland prima vinden. Hij wist dat Mateja Kezman en Luis Suárez duikelaartjes waren. Hij wist dat PSV’er Mark van Bommel ging ‘zuigen’ zodra PSV op achterstand kwam.

“Dan zei ik tegen Mark: ‘Zo, nu gaan wij ons spelletje weer spelen hè? Ik ben er klaar voor.’ Dan zei hij: ‘Nee Luinge, bij jou doe ik niks.’ Maar dat deed hij natuurlijk wel.”

Grootste flater? “Bij FC Volendam had je rond 1990 twee jongens die nogal op elkaar leken: Winand van Loon en René Binken. Op zeker moment maakte Binken een overtreding waarvoor ik hem geel gaf, maar ik dacht dat het zijn tweede was en gaf er meteen rood overheen. Hij zei: ‘Geef je me nou ineens rood hiervoor?’ Ik zei: ‘Doe maar niet zo bijdehand jij, wegwezen.’ Maar hij had dus echt nog geen geel gehad.”

Er is weinig publiek op het gure sportpark Drieburg, waar voorbijlopende spelers van lagere elftallen elkaar aanstoten: “Is dat Luinge? Wat tof dat hij dit voor de lol doet.”

De oudere supporters delen goedmoedige plaagstootjes uit: “Hé, scheids! Wat doe je nou weer? Heb je weleens vaker gefloten?”

Roelof lacht. Roept af en toe iets terug. Ooit zagen we hem tijdens een bekerwedstrijd tussen SC Joure en Jong Ajax naar de zijlijn benen en een mondige toeschouwer op luide toon van repliek dienen. Die man zei daarna niets meer. Waar Roelof Luinge floot, viel altijd wat te lachen – en eigenlijk is dat nog steeds zo. Hij fluit in het geel, trouwens. Het is maar goed dat de dames van de Belastingdienst het niet kunnen zien.

Op het veld ontspint zich bij guur weer een verrukkelijk bekerduel. Hoofdklasser Hollandia is in de eerste helft een klasse beter en lijkt de wedstrijd met 0-2 in het slot te gooien, maar JOS richt zich op, maakt diep in de tweede helft verdiend 2-2, mist in de slotfase nog grote kansen, maar zegeviert verdiend van de strafschopstip. Een stuntje. Roelof is euforisch: “Wat een leuke wedstrijd! En zo sportief! Geen kaarten!”

Roelof wilde in 2010 graag opnieuw dispensatie krijgen (de meeste clubs en spelers vonden dat hij het verdiende), maar Roelof was 55 en bij monde van opperhoofd Henk Kesler liet de KNVB weten dat het na zes bonusjaren nu echt klaar was. Daar kon Roelof zich bij neerleggen, maar je moet natuurlijk niet gaan “liegen” op televisie en dat deed Kesler wel: aan tafel bij Johan Derksen vertelde de KNVB-baas dat afscheid van Roelof Luinge werd genomen omdat hij qua beoordelingen onderin het scheidsrechtersklassement bungelde. In Bussum ontplofte Roelof Luinge.

“Dat was helemaal niet waar. Ik stond heel hoog in dat klassement. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Ik ga bellen.’ Zij is normaal heel rustig en dwingt me vaak om even tot tien te tellen, maar nu zei ze: ‘Doen!’ ”

Roelof belde, kwam live in de uitzending en liet de ongemakkelijk blozende Henk Kesler weten dat hij niet moest gaan zitten liegen over de prestaties van de heer Roelof Luinge.

“De volgende ochtend belde Kesler me op. Boos. ‘Wat was dat, Roelof? Je gaat je baas toch niet zo voor schut zetten op tv?’ Ik zei: ‘Jij moet gewoon de waarheid vertellen, Kesler.’ Voor de volledigheid: hij heeft later excuses aangeboden en toegegeven dat hij fout zat en het anders had moeten doen. Dat sierde hem. Zand erover. Maar ik moest wel stoppen.”

Hij dacht dat de mensen hem na een jaartje of twee wel vergeten zouden zijn, maar nee. Allesbehalve. Amateurclubs weten hem te vinden. Hij wordt gevraagd voor feestwedstrijden en toernooien. Voor lezingen bij businessclubs en in verenigingskantines. “Ik word herkend op straat. Mensen spreken me aan. Ik ben niet vergeten. Dat had ik nooit verwacht. Ik zit tot aan de zomer al helemaal vol: competitie, toernooien, FC De Rebellen, Lucky Ajax, noem maar op.”

Aan het eind van het jaar stopt hij bij de Belastingdienst. Dan is hij 63 en vindt hij het welletjes. Fluiten in de eerste klasse mag hij blijven doen zolang hij maar wil. “Als ik tenminste goed blijf presteren, want hoe gezellig het ook allemaal is: daar draait het voor mij wel om. Ik wil het goed doen. Ik ben een perfectionist.”

De volgende ochtend: app van Roelof.

“Zondag Heinenoord-SHO, derby in Oud-Beijerland. Je bent welkom!”

Oók in zijn kleedkamertje, weet ik inmiddels, waar het flesje groene AA wacht en de mentholgeur van Vicks de ruimte vult. Dus geen Midalgan. Want dat is rommel.

Genoten van dit verhaal? Overweeg dan eens supporter te worden van SANTOS, dan kunnen wij zulke verhalen blijven maken en krijg jij vier keer per jaar ons magazine thuisbezorgd. Klik hier om je aan te melden, krijg je er nog de nieuwste verhalenbundel van Wilfried de Jong bij ook.

Lees ook
Binnendoor

Björn van
der Doelen

​“Mark van Bommel kon de hele dag over voetbal praten. Ik keek niet eens de samenvattingen van mijn eigen wedstrijden, ging liever een beetje pielen met mijn gitaar.”
Overig

Ciao, Marco

Zijn afscheid in San Siro op 18 augustus 1995 voelde zo ongelooflijk, dat de toen zestienjarige Sjoerd Mossou besloot het niet te geloven. Marco van Basten was zijn held, en helden stopten niet. Hij was pas dertig, godverdomme.
Interview

Sneijder zingt
Hazes

Als iemand de soundtrack schreef bij het leven van Wesley Sneijder, dan was het André Hazes. “Bij bijna alles wat ik denk, doe of meemaak, past wel een nummer van André.”
Reconstructie

Het wonderlijke relaas
van verzorger Jan Maas

Supersub Wim Kieft uit Amsterdam is voor altijd de man die met een curieuze kopbal de aanzet gaf tot Oranjes EK-winst in 1988. Verzorger Jan Maas uit Ven-Zelderheide schreef geschiedenis door tijdens het bekertreffen tussen N.E.C. en De Treffers in 2000 juist een doelpunt met zijn hoofd te voorkomen. Reconstructie van een van de meest bizarre voetbalacties ooit.
Binnendoor

Leo
Beenhakker

“Ik ben een jaar lang een kakkerlak genoemd in Amsterdam en een pleurisjood in Rotterdam. En niet alleen door simpele zielen, maar ook door intelligente mensen met een leidinggevende baan bij een groot kantoor. Kun je zeggen: ‘Dat hoort erbij als je overstapt.’ Maar dat ís niet normaal.”
Overig

SANTOS presenteert:
DIEGO MARADONA

Nog een paar weken en dan verschijnt DIEGO MARADONA, de veelbesproken docufilm van Oscarwinnaar Asif Kapadia (SENNA, AMY) over de opkomst en ondergang van Diego Armando Maradona. Wij hebben ’m alvast mogen zien en we kunnen verklappen: het is 125 minuten lang genieten geblazen van nog niet eerder vertoonde beelden. In aanloop naar de bioscooppremière toert SANTOS langs filmhuizen in Breda, Utrecht en Rotterdam met een speciale preview van de film.