Het dotje watten van Edwin van der Sar

Woord: Menno Pot
Gepost: 29-03-2018
Wij houden van o ja-momenten, en al helemaal als ze voetbalgerelateerd zijn. SANTOS is dan ook dol op het YouTube-archief van de Eredivisie. Deze keer nam Menno Pot een duik en hij stuitte op een fragment van De Graafschap-Ajax, van zondag 3 mei 1998. “Ik stond in het uitvak, zoals altijd in die jaren. Het stond 0-7 en in de 85ste minuut kreeg Ajax een strafschop te nemen.” Over de beste Ajax-keeper waarmee Bobby Haarms werkte, een nogal lullig dotje watten en een moment om te koesteren – juist nu.

Beeld: Joeri Gosens, Hollandse Hoogte

Ooit kreeg Bobby Haarms in een tv-interview het verzoek zijn favoriete Ajax-elftal samen te stellen uit alle spelers met wie hij persoonlijk werkte. Niet te doen natuurlijk. ‘De Goede Beul’ werd assistent in 1967 en bleef tot 2000 werken met het eerste team, een korte wegomlegging (1982-1986) via vv Aalsmeer en FC Volendam daargelaten.

Blind. Krol. Cruijff. Haan. Rijkaard. Suurbier. Swart. Neeskens. Mühren. De Boer. Keizer. Van Basten. Koeman. Rep. Bergkamp. Davids. Litmanen. Kluivert. Ga er maar aan staan.

Alleen over zijn keeper hoefde Bobby niet lang na te denken: “Dat is Sar.” Punt. Zelfs Heinz Stuy (drie Europacupfinales, drie keer de nul) maakte geen nanoseconde kans.

Als een spits alleen op het Ajax-doel af kon, wisten we: niks aan de hand.
Menno Pot

Sinds 1983 heb ik aardig wat Ajacieden zien voetballen die wereldtop waren of op weg waren dat te worden, maar geen enkele was al tíjdens zijn Ajax-periode zo overduidelijk en zo langdurig van wereldkaliber als Edwin van der Sar.

Zijn reflexen waren onnavolgbaar. Bijna altijd klemvast. Hij kon een bal aannemen. Hij kon voetballen. Hij had een volmaakte trap. Als een spits alleen op het Ajax-doel af kon, wisten we: niks aan de hand, Sar plukt die bal zo van zijn pantoffeltje. Ongekende, ongenaakbare klasse, jaren achtereen.

Kom je een keer als doelpuntenmaker op tv, zit er een dotje watten in je neus.
Menno Pot

Op 3 mei 1998 (binnenkort twintig jaar geleden) maakte hij het enige doelpunt van zijn loopbaan, uit tegen De Graafschap. Ik stond in het uitvak, zoals altijd in die jaren. Het stond 0-7 en in de 85ste minuut kreeg Ajax een strafschop te nemen.

Tien veldspelers keken over hun schouder. Kom maar, Ed, jouw bal. Hij had even wat aanmoediging nodig, van zijn ploeggenoten en misschien ook wel van ons, want een paar jaar eerder, op 22 maart 1995, had hij tegen Sparta een penalty gemist, in De Meer, bij 8-0.

Tegen De Graafschap scoorde hij wel. Probleemloos. Keeper naar de ene hoek, bal in de andere. Goaltje voor Ed. Het kwam hem toe. Alleen suf dat hij even vergat dat hij eerder in de wedstrijd een bloedneus had gehad. Kom je een keer als doelpuntenmaker op tv, zit er een dotje watten in je neus.

Van de directeur Van der Sar ben ik geen bewonderaar – en dan druk ik me diplomatiek uit. Ik heb dat een tijd weggeslikt uit respect voor de doelman die hij was. Lukt me niet meer, maar wat me nog altijd wél lukt, is de directeur volledig los zien van de keeper. Laat die penalty (en dat dotje watten) daar dan maar symbool voor staan.

Van de directeur Van der Sar ben ik geen bewonderaar – en dan druk ik me diplomatiek uit.
Menno Pot

Benieuwd naar de favoriete Eredivisie-fragmenten van Sjoerd Mossou en Bart Vlietstra? Klik hier. Klik hier om zelf een duik te nemen in het YouTube-archief van de Eredivisie.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”