Het wonderlijke relaas van verzorger Jan Maas

Woord: Dennis van Bergen
Gepost: 11-08-2018
Supersub Wim Kieft uit Amsterdam is voor altijd de man die met een curieuze kopbal de aanzet gaf tot Oranjes EK-winst in 1988. Verzorger Jan Maas uit Ven-Zelderheide schreef geschiedenis door tijdens het bekertreffen tussen N.E.C. en De Treffers in 2000 juist een doelpunt met zijn hoofd te voorkomen. Reconstructie van een van de meest bizarre voetbalacties ooit.

Beeld: Joost Stokhof
Eerder verschenen in SANTOS #07, april 2018.

Het is een zomerse vrijdagavond in 2000, als in De Goffert een man wat beduusd probeert te ontsnappen aan vurig tumult achter het doel. Het is Jan Maas, banketbakker uit Ven-Zelderheide. In zijn ene hand draagt hij een waterzak en met de andere probeert hij de woedende N.E.C.-spits Jack de Gier van zich af te duwen. Tussen hen in wappert een grensrechter nerveus met zijn vlaggenstok, wachtend op de mannen met zilveren V’tjes op de borst die hen zo dadelijk tegemoet komen rennen.

Verder in dit tamelijk surrealistische decor: N.E.C.-supporters die Maas toeschreeuwen dat hij buiten zal worden opgewacht. Dat hij nooit meer levend thuis zal komen. En, voegen ze eraan toe, hij zal opdraaien voor de miljoenenclaim die onherroepelijk gaat volgen.

Even verderop, op de tribune, heeft de levenspartner van Jan Maas haar handen dan al een tijdje voor haar ogen geslagen. Wat heeft haar Jantje, die anders zo aimabele, volgzame verzorger van amateurclub De Treffers, nu toch gedaan?

Jody Bernal

Het is, kortom, nogal een roerig begin van augustus. Passend bij het wereldnieuws van dat moment. Enige uren ervoor zorgt zanger Jody Bernal voor een spontane volksgekte onder jonge meisjes wanneer zijn Que sí, que no! de nummer 1-positie in de Top 40 bereikt, terwijl krap een etmaal later 118 bemanningsleden de dood zullen vinden wanneer de Russische kernonderzeeër Koersk ontploft.

Maar deze 11 augustus 2000, de avond er precies tussenin, zal voor Maas altijd de dag blijven waarop hij internationale bekendheid verwierf. Tijdens het bekerduel N.E.C.-De Treffers kopt hij als verzorger van de amateurclub de zekere 2-1 van spits Jack de Gier uit het doel van de Groesbekers. Voor scheidsrechter Hennie de Graaf aanleiding de man met water - zak meteen van het veld te sturen.

Wedstrijdspanning

Het is die elfde augustus aanvankelijk een gewone dag voor Maas. Zoals elke doordeweekse dag is hij al om twee uur ’s ochtends uit de veren om bij de bakkerij aan het werk te gaan. Een baan die hij te danken heeft aan Bets Stax, de moeder van NOS-nieuwslezeres Dionne, dan woonachtig in het naburige Boxmeer en eveneens werkzaam bij het bedrijf. Zijn specialiteit: het bereiden van de Gruusbekse bosbessenvlaai met echte Groesbeekse bessen.

Na het werk in de bakkerij is Maas vervolgens trouw naar De Treffers gereden. Dat doet Maas immers bijna elke dag. Zowel tijdens trainingen als op wedstrijddagen is hij op Sportpark Zuid. Dus ook nu, voorafgaand aan het vertrek naar Nijmegen. “Een paar jaar eerder was ik pas begonnen als verzorger”, vertelt Maas bijna 18 jaar later in zijn bescheiden woonkamer in Ven-Zelderheide, een Limburgs dorpje aan de rand van Noord-Brabant en Gelderland, praktisch om de hoek van het Gelderse Groesbeek. “Het werk ging me gelijk goed af.”

Het is ook niet niks hè, verzorger zijn tegen N.E.C., dat in deze streek razendpopulair is.
Jan Maas

Althans, de praktijk. De theorie verliep wat moeizamer. In plaats van het gebruikelijke jaar doet Maas dubbel zo lang over de opleiding tot verzorger. Dit heeft, stelt Maas, te maken met het feit dat hij “in niets talentvol is”. Hij ervoer het als voetballer al. Welgeteld één keer speelde hij in het eerste elftal van Achates uit Ottersum, buurdorp van Ven-Zelderheide. Om nadien nooit meer gevraagd te worden, door welke trainer dan ook. “Ik was lid en had altijd voetbalschoenen in mijn kofferbak liggen, maar heb ze nooit meer nodig gehad.” In een andere passie die hij jaren beoefende, boogschieten, bleek hij evenmin een hoogvlieger. “De pijlen die ik afvuurde, kwamen overal, behalve op dat bord. Wat denk je: gaat mijn neef één keer mee, haalt hij met zijn eerste schot meteen de hoogste score!”

Vandaar dat Maas blij is dat hij als verzorger eindelijk zijn roeping heeft gevonden, naast het bereiden van vlaaien. “Ik haal er een kick uit om spelers fit aan de aftrap te krijgen. Masseren, tapen; ik ben bloedfanatiek. En als de aard van een blessure me niet geheel duidelijk is, zoek ik het op in mijn theorieboek. Gewoon om er alles aan te doen dat De Treffers wint. ‘De twaalfde man’, zo noemen spelers me.”

Alleen: de wedstrijdspanning. Die wil hem nog weleens parten spelen. En op deze vrijdag in augustus is het nog erger dan gewoonlijk, merkt hij al snel. “Het is ook niet niks hè, verzorger zijn tegen N.E.C., dat in deze streek razendpopulair is. Het was bovendien mijn eerste wedstrijd als verzorger tegen een profclub. Én ik wist dat er later die avond een samenvatting van de wedstrijd op SBS6 zou komen. Dat doet wel wat met je als verzorger. Ik weet nog precies wat ik ’s middags zei tegen een kennis van mijn vriendin, die bij ons thuis op bezoek was: ‘Goed kijken vanavond, hè. Dan komt Jantje op televisie.’ Gewoon omdat ik het mooi vond dat we met De Treffers zo’n prachtige wedstrijd mochten spelen.”

Ik weet ook niet wat me bezielde. Het moet die winnaarsmentaliteit geweest zijn, dat gevoel dat je je cluppie wilt helpen.
Jan Maas
Tumult

Een paar uur later vindt Maas zichzelf terug in de dug-out van De Goffert. Vanaf daar ziet hij hoe de amateurclub het verrassend goed doet tegen N.E.C., via Marino Pusic zelfs een voorsprong neemt, en ook na de gelijkmaker van Gorgi Hristov knap in de wedstrijd blijft. Pas in blessuretijd komt Maas voor het eerst serieus in actie. In eerste instantie in zijn gewone rol als verzorger, wanneer doelman Sjaak Monsma met ploeggenoot Velibor Peters is gebotst. “Gewoon rustig aan. Met die 1-1 op het bord zaten we natuurlijk in een zetel. Een bietje tijdrekken, je kent het wel.”

Maar dan: terwijl de seconden wegtikken in het voordeel van de amateurs, schiet De Gier na een pass van N.E.C.- verdediger Richard Goulooze op het doel van de zojuist opgelapte Monsma. Vanaf de achterlijn, de plek waar Maas nog staat vanwege de blessurebehandeling, ziet de verzorger vervolgens hoe de Treffers-goalie halfslachtig reageert. De bal dreigt langzaam het doel in te stuiteren. Maas aarzelt geen moment, rent het veld weer op en kopt de bal uit de hoek. Achteloos haast, alsof hij zijn viervoeter uitlaat op het trapveldje in Ven-Zelderheide.

Bizar eigenlijk. Als jeugdvoetballer van Achates meed ik het koppen, omdat ik toch altijd naast de bal mikte. Het was mijn eerste rake kopbal ooit.
Jan Maas

“Puur een reflex”, zegt de verzorger. “Ik weet ook niet wat me bezielde. Het moet die winnaarsmentaliteit geweest zijn, dat gevoel dat je je cluppie wilt helpen. Dat je er voor die jongens, met wie je vier dagen per week heel close bent, wilt zijn. Ik zag die bal en dacht: Ammehoela dat N.E.C. er met die zege van doorgaat.”

Ernstige blik: “Bizar eigenlijk. Als jeugdvoetballer van Achates meed ik het koppen, omdat ik toch altijd naast de bal mikte. En nu, bam, plonst dat ding vol op mijn voorhoofd. Het was mijn eerste rake kopbal ooit. Onvoorstelbaar. Al realiseerde ik me daar, pal naast dat doel en pal vóór het fanatieke N.E.C.-vak, wel meteen: Ik heb een groot probleem. Stond ik daar, met mijn waterzak. Het enige wat ik dacht was: Wegwezen hier!

Dat probeert hij dan ook. Met zijn lange benen, die ondanks de zomerzon moeiteloos opgaan in zijn witte sokken en shirt, spurt Maas als een haas over de Nijmeegse grassprieten.

Onbewust schieten zijn jonge jaren dan voorbij. Opeens ziet hij zich weer staan in de oude Goffert, pal onder de stadionklok, samen met zijn oom. Woensdag 19 oktober 1983 is het. Met stip een van de mooiste dagen in zijn leven. En, dat vooral ook, een historische in het Nederlands betaald voetbal. Nog nooit speelde een eerstedivisieclub Europees voetbal. Het seizoen daarvoor uit de Eredivisie gedegradeerde N.E.C. nu wel.

Maar daar is het Jan niet om te doen. Het gaat hem, behalve om zijn geliefde “En-ie-see”, om de tegenstander: het grote FC Barcelona. Instinctief voelt hij zich weer één met de bijna 30.000 toeschouwers die die herfstdag naar het Nijmeegse stadion zijn gekomen. In gedachten deint hij weer mee op het ’s Nachts na tweeën van De Havenzangers, de band die op het veld voor het carnavaleske voorprogramma zorgt.

Nieuwsgierig hoort hij zich zijn oom weer de vraag stellen die al uren op zijn lippen ligt: Of Diego Maradona meespeelt met FC Barcelona? Prompt ziet hij N.E.C. via Anton Janssen en Michel Mommertz weer die verrassende 2-0 voorsprong nemen tegen de Spaanse grootmacht, die zonder ‘Pluisje’ uiteindelijk met 2-3 wint.

Maar nu, zeventien jaar later, is van die vredige liefde tussen hem en de Nijmeegse club even allerminst sprake. Een paria voelt hij zich, tijdens zijn vlucht langs de zijlijn, opgejaagd door een loeiend fluitconcert vanaf de tribunes. De Gier is in alle staten. Supporters van N.E.C. gaan volledig door het lint. “Ik wilde weg. Het maakte niet uit waarheen. Aanvankelijk dacht ik: Terug naar de dug-out. Uiteindelijk was ik blij dat ik naar de kleedkamer werd afgevoerd. Man, die woede, de haat bij de mensen; ik zie die beelden nóg voor me. Echt, het is dat er een gracht tussen zat, anders hadden de N.E.C.-fans me ter plekke verslonden.”

Gruusbekse bosbessenvlaai

In de kleedkamer trilt hij na van de actie die hij herhaaldelijk als “black-out” bestempelt. Al lijkt de angel er, denkt hij, al wel snel uit aangezien verdediger Peter Wisgerhof uit de toegekende vrije trap de 2-1 maakt, waardoor N.E.C. alsnog door bekert. Niettemin: pas om één uur ’s nachts kan hij het stadion uit, omdat fans van de Nijmeegse club het op de Treffers-verzorger voorzien hebben. Met tientallen staan ze op het voorplein van De Goffert, klaar om de Limburgse banketbakker een lesje te leren.

“Iedereen was boos. Die supporters, sommige jongens van De Treffers die dachten dat de bal er niet in zou zijn gegaan, mijn vriendin. Man, dan voel je je eenzaam, hoor. Om de tijd de doden zat ik daar, in mijn eentje, ergens diep verscholen in de catacomben, nog altijd met die waterzak in mijn handen. Of ik tv wilde kijken, vroeg iemand. Wat denk je: zie ik mezelf opeens terug in zo’n aankondiging op SBS. ‘Grote rel bij N.E.C.-De Treffers’, zoiets werd er bij gezegd. Tja, dan realiseer je je wel dat je iets bijzonders hebt gedaan.”

Iedereen was boos. Die supporters, sommige jongens van De Treffers die dachten dat de bal er niet in zou zijn gegaan, mijn vriendin. Man, dan voel je je eenzaam, hoor.
Jan Maas

Dat blijkt de daaropvolgende dagen wel. Regionale krant De Gelderlander pakt groot uit met een van de meest frappante gebeurtenissen ooit op de Nederlandse velden. Langs de Lijn en de lokale omroep hangen aan de telefoon. De kroegen van Groesbeek adverteren, verwijzend naar de actie van Maas, in die periode met kopstootjes. De BBC wil hem spreken. Het VARA-programma Stenders Vroeg kent hem De Gouden Peer toe. N.E.C.-legende Jan Peters en zijn vrouw Hetty laten hem per kaart weten “genoten te hebben” van zijn tv-debuut. Er werd een carnavalslied gecomponeerd (Kom van dat veld af, op de wijze van Koelewijns Kom van dat dak af). In Het Allesboek over Voetbal beloont auteur Fred Diks hem later zelfs met een eigen hoofdstuk. “Echt iedereen had het erover. En het gekke is: nog steeds. Mijn twee dochters, van wie de oudste toen net was geboren, worden nóg aangesproken op die kopbal.”

Maas zelf, die één wedstrijd geschorst zou worden en later nog een excuusbrief stuurt naar N.E.C., houdt elke vorm van aandacht aanvankelijk resoluut af. Althans, zijn vriendin, die het woord doet namens haar geschrokken Jan. Domweg zodat hij zijn leven zo snel mogelijk weer kan oppakken.

Een uur nadat hij De Goffert heeft mogen verlaten van de politie, staat hij al weer in de bakkerij. Om Gruusbekse bosbessenvlaai te bakken, met echte Groesbeekse bessen. Wat rustelozer dan anders is hij dan wel. Of er iets met hem aan de hand is, vraagt de bakkersdochter hem. “Neuh”, antwoordt Jan Maas. “Alleen wat kort geslapen.”

Wat anderen zich herinneren

De Treffers-doelman Sjaak Monsma: “Het was een atypische Jan Maas-actie. Gewoonlijk is Jan namelijk serieus en toegewijd met zijn vak bezig. Het laatste wat hij wil, is de hoofdrol opeisen. En dat deed hij toen dus wel. Onbewust, vermoed ik. Mijn eerste reactie was woede. Niet eens zozeer gericht op Jan. Meer op de situatie. Ik dacht dat die bal niet tussen de palen, maar erlangs zou zijn gegaan. Bovendien vraag ik me af of de scheidsrechter wel een indirecte vrije trap had mogen geven. Zoals een cornervlag een doodspelelement is, is een verzorger dat ook. Volgens mij had er gewoon door gevoetbald moeten worden.”

Volgens mij had er gewoon door gevoetbald moeten worden.
De Treffers-doelman Sjaak Monsma

Scheidsrechter Hennie de Graaf: “Ik heb de enige juiste beslissing genomen met het toekennen van de vrije trap. Dit schrijven de theorieboeken nu eenmaal voor. Die actie is daarom nog altijd mooi leermateriaal voor jonge scheidsrechters aan wie ik lesgeef. Wat overkomt me nu?, dacht ik. Welke verzorger haalt het nu in zijn hoofd een bal van de lijn te koppen? Even was ik bang dat Jack de Gier hem vervolgens knock-out zou slaan. Dat viel gelukkig mee. Vandaar dat ik nu, net als toen na afloop, soms nog best kan lachen om het voorval. Gekker heb ik het nooit meegemaakt.”

Even was ik bang dat Jack de Gier hem knock-out zou slaan.
​Scheidsrechter Hennie de Graaf

N.E.C.-spits Jack de Gier: “Wat ik tegen Jan Maas geroepen heb op dat moment? Het zal iets van ‘mafkees’ zijn geweest, denk ik. Misschien nog wat andere woorden erbij… Maar er is geen probleem tussen ons, hoor. Of tussen N.E.C. en Jan. Achteraf kunnen we er allemaal smakelijk om lachen.”

Wat ik tegen Jan Maas geroepen heb op dat moment? Het zal iets van ‘mafkees’ zijn geweest, denk ik.
​N.E.C.-spits Jack de Gier

Onze bekerspecial staat vol met veel meer van zulke eigenaardige, bizarre, mooie en trieste momenten uit de geschiedenis van de KNVB Beker. Nog niet in huis? Bestel ’m hier!

Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.