Hollen, inhouden, stilstaan, schijnbeweging, draaien en wegwezen

Woord: Wilfried de Jong
Gepost: 28-06-2019
Wilfried de Jong belooft plechtig Lieke Martens niet langer te vergelijken. Niet met Arjen Robben, niet met een eekhoorn, niet met Johan Cruijff. “De tijd is aangebroken dat vrouwen (en mannen) in het voetbal moeten proberen om, al is het maar een beetje, Lieke Martens te worden.”

Beeld: Mirjam Riemens/Studio Vonq
Eerder verschenen in SANTOS #11, maart 2019, geheel en al gewijd aan voetbalvrouwen.

Toen ik Lieke Martens in het najaar van 2014 voor het eerst zag spelen, zocht ik naar een voetballer, eerlijk gezegd een man, met wie ik haar kon vergelijken. Ze had de gave om op snelheid te passeren en pas op het laatste moment een tegenstander uit te spelen. Wachten tot de voet van een verdediger naar de bal ging en dan, hup, net op tijd erlangs. Met haar lange rushes, vaak eindigend met een schot op doel, deed ze me denken aan Arjen Robben. Martens verdiende een passende ondertitel. Het werd: Robben met een paardenstaart.

Vreemd achteraf, een vrouw vergelijken met een man; een kale man versus een vrouw met een bos haar.

Een paar jaar later had het vrouwenvoetbal een enorme vlucht genomen. Het Nederlands elftal werd aanbeden door duizenden fans en Lieke Martens groeide uit tot een van de beste speelsters ter wereld.

Wéér zag ik haar los en vrij spelen, met meer kracht, meer souplesse. In de zomer was ik op vakantie in de Provence. Na het zien van een wedstrijd van het Nederlands vrouwenelftal besloot ik een flink eindje te gaan fietsen. Via een paar zware hellingen kwam ik in een dal te rijden, op een slingerend asfaltweggetje langs de rivier de Toulourenc. Geen kip te bekennen. Het was stil en warm, alleen de bandjes en de ketting maakten geluid.

Vreemd achteraf, een vrouw vergelijken met een man; een kale man versus een vrouw met een bos haar.
Wilfried de Jong

Na een scherpe bocht zag ik iets uit de berm schieten. Oranje vacht, wippende staart. Het nam steeds een andere vorm aan. Plat, hoog, uitgestrekt, in elkaar gefrommeld, stilstaand, springend. Ik kwam dichterbij en zag het: een eekhoorn. Het diertje was na een paar seconden alweer aan mijn zicht onttrokken, maar ik had zijn flitsende bewegingen nog helder voor de geest.

Een nieuwe vergelijking schoot door het hoofd: Lieke Martens was een eekhoorn. Ze speelde net bij Barcelona, ik stuurde haar een berichtje: “Even je toekomstige bijnaam in het Catalaans opgezocht: ‘Esquirol’. Drie keer raden…”

Een uurtje later kwam haar tegenbericht: “Hahaha, eekhoorntje”.

In de snelheid van passeren kon ik niet zien of het beestje in de berm een mannetje of een vrouwtje was. Maar het geslacht deed er eigenlijk niet toe. Lieke Martens werd niet meer vergeleken met een mens, haar bewegingen deden denken aan een prachtig dier. En die oranje pluimstaart van de eekhoorn was een verwijzing naar haar paardenstaart, die tijdens het voetballen in alle vormen rond haar hoofd danste.

Mooiste truc

Tijdens het EK in 2017 blonk Martens uit in passeerbewegingen. Haar spierkracht was zichtbaar toegenomen en de wendbaarheid leek nog intact. Haar mooiste truc liet ze zien tegen België. Martens kreeg de bal en werd naar de uiterste kant van het veld gedreven, op een paar meter van de zijlijn. Ze stond met haar rug naar het doel toe.

Uitzichtloos.

De bal terugspelen leek de enige optie, zeker ook omdat twee Belgisch verdedigers haar op de hielen zaten. Martens schermde de bal af. In haar snelwerkende hersenpan vol trucs en schijnbewegingen moet het rode pijltje stil zijn blijven staan bij de ‘Cruijff-turn’.

Tijdens het WK van 1974 werd Johan Cruijff aan de rand van het zestienmetergebied klemgezet door een Zweedse verdediger die tussen hem en het doel in stond. Cruijff maakte een wegdraaiende beweging die deed vermoeden dat hij eieren voor zijn geld koos. Dan maar niet richting doel.

Maar nee.

Razendsnel haalde hij de bal achter zijn standbeen langs. De Zweedse verdediger wankelde en wist niet wat hij moest doen. Cruijff draaide zijn lichaam soepel en snel een halve slag en had een voorsprong genomen op de tegenstander, die van schrik struikelde. Cruijff maakte een grote pas en was met de bal aan de voet vertrokken.

Bijna identiek maakte Martens zo’n schijnbeweging tegen de Belgen. Ze sleepte de bal alleen niet met haar voet de goede kant op, nee, ze maakte een hakje, draaide zich om en versnelde richting het doel. De twee verdedigers waren de weg kwijt, zo erg, dat ze tegen elkaar botsten.

De ‘Cruijff-turn’, maar dan door Lieke Martens.

Ik keek een aantal keren naar haar actie en stuurde een berichtje.

“Ha Lieke, was jij je er destijds van bewust dat je de beroemde Cruijff-turn deed?”
“Ja, die doe ik regelmatig, maar die op het EK was extra mooi omdat er twee tegen elkaar knalden :)”

“Wanneer besluit je ’m te doen?”
“Ik doe veel op intuïtie en die komt vaak in me op.”

“En wanneer vind jij ’m perfect uitgevoerd?”
“Als ik met de rug naar het doel sta en voel dat de tegenstander aan de binnenkant zit, dat is voor mij het perfecte moment om het te doen. Ze verwachten vaak dat ik binnendoor ga, maar dat is juist een goede kans om buitenom te gaan.”

“Wat is het moeilijkste: het perfecte hakje of je hele lichaam een slag draaien?”
“Het perfecte hakje, want soms krijgt de verdediging ook goede rugdekking.”

Soms blijft een passeerbeweging je meer bij dan een doelpunt. De turn van Lieke hoort daarbij. Het is zo overtuigend gedaan en met besef van voetbalhistorie. Natuurlijk heeft ze naar Cruijff gekeken. Je zou gek zijn om als Nederlandse speler in het vrouwenteam van Barcelona niet van Cruijff te leren.

Ik spreek met mezelf af Lieke niet langer te vergelijken. Niet met Robben, niet met een eekhoorn, niet met Cruijff.

De tijd is aangebroken dat vrouwen (en mannen) in het voetbal moeten proberen om, al is het maar een beetje, Lieke Martens te worden. Zelfs alle eekhoorns op aarde, van de vale exemplaren in Battery Park in New York tot de frisse exemplaren in Zuid-Frankrijk, kunnen nog iets opsteken van de bewegingen van Martens.

Hollen, inhouden, stilstaan, schijnbeweging, draaien en wegwezen.

Zo moet het.

Genoten van dit verhaal? Overweeg dan eens supporter te worden van SANTOS, dan kunnen wij zulke verhalen blijven maken en krijg jij vier keer per jaar ons magazine thuisbezorgd. Klik hier om je aan te melden, krijg je er nog de nieuwste verhalenbundel van Wilfried de Jong bij ook.

Lees ook
SANTOS #14: Engeland special

Please
don't go

Een bakermat van nostalgie, maar ook van het moderne voetbalkapitalisme; geen voetballand is zo contrastrijk als Engeland. Voor SANTOS #14 doken onze fotografen, schrijvers en tekenaars met liefde in de Engelse voetbalcultuur, juist in deze tijden van Brexit.
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.