Lachen Gieren Gullit

Woord: Sjoerd Mossou, Bart Vlietstra
Gepost: 31-08-2018
Van Qatar naar Hilversum, van Varkenoord naar Miami, en terug via Rome en Schotland. Ruud Gullit leidt een fascinerend bestaan, vrolijk slalommend tussen de hoogte- en dieptepunten van zijn leven. Voor het debuutnummer van SANTOS, bijna drie jaar geleden alweer, volgden onze hoofdredacteuren Sjoerd Mossou en Bart Vlietstra een weekend lang het spoor van de nimmer verwelkende Zwarte Tulp. “Ik zie het zo: als ik niet naar links kan, dan ga ik maar naar rechts.”

Beeld: Sanne Donders en Jan Bijl
Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

Varkenoord, zaterdag

Ruud Gullit vindt slapen voor mietjes. “Mensen die steeds lopen te klagen dat ze zo moe zijn. Pffff. Hou ik niet van.”

Het is half twaalf ’s ochtends. Acht uur eerder zat hij al in de taxi. “Met Ian Rush. In Rome.”

Op zijn kaken zitten stoppels, op zijn hoofd een pet, op zijn lippen minimaal een grijns. “Ben even langs huis geweest, snel omgekleed, en hup, naar Rotterdam met Max en de jongens. Zo heb je nog wat aan je dag.”

Rudi Dil (1962) uit de Amsterdamse Mercatorbuurt is geen klager. Hoe onnavolgbaar en grillig ook zijn leven, hoeveel hoge pieken en diepe dalen hij ook zag; Gullit is altijd zijn opgeruimde zelf. Hartelijk, vrolijk. Ogenschijnlijk zorgeloos.

We zijn vandaag op Varkenoord, het jeugdcomplex van Feyenoord, waar zijn zoontje Maxim moet voetballen met de B1 van AFC. Geweide grond toch wel. Hier werd een dik decennium geleden geproost op een perspectiefrijk huwelijk tussen Feyenoord en Gullit, toen voor het eerst clubtrainer in Nederland. Na een turbulent seizoen werd de scheiding al getekend.

In de kantine vraagt Pim Doesburg of we misschien een kopje koffie lusten. “Jezus Pim, dat ik dit nog mag meemaken”, zegt Gullit, schaterend tegen zijn oude ploeggenoot bij Feyenoord en PSV.

Doesburg: “Ruud, dat is onzin.”

Doesburg pakt zijn portemonnee.

Gullit, gierend: “Jeetje Pim, er komt allemaal stof vanaf.”

Terwijl de jeugdspelers van AFC en Feyenoord aan hun warming-up zijn begonnen, laat Gullit op zijn telefoon een foto zien. Een groepje lachende mannen kijkt opgewekt in de camera, met de Zwarte Tulp in het stralende midden. Naast hem, onder anderen: Shevchenko, Boniek, Dudek, Rush. Ze drinken gebroederlijk een drankje.

“Dit was gisteren. Was ik met die jongens in Rome voor een golftoernooitje. Hartstikke leuk man. Gewoon gezellig. Ian Rush heeft een zoon van dezelfde leeftijd als Max. Die kampt ook met groeistuipen. Had ik het met hem over in de taxi.”

Gullit klaagt nooit. Hoe onnavolgbaar en grillig ook zijn leven, hoeveel hoge pieken en diepe dalen hij ook zag.

Gullit wijst naar zijn zoon aan de overkant. “Kijk hem lopen, met die lange benen. Maxie. Hij lijkt wel van rubber. Hahaha.”

Dan meelevend: “Groeipijnen had ik ook. M’n knieën, poeh, deed pijn, man. Gelukkig heeft Max geen pijn. Maar je ziet hem worstelen met zijn lijf.”

Een dag met Gullit is een beetje zoals zijn wonderlijke leven zelf. Het fladdert heen en weer, langs heel alledaags en volstrekt onnavolgbaar. Dan weer hangt hij vaderlijk over een hek, rustig kijkend naar het spel van zijn zoon, de lange linksbenige buitenspeler van AFC B1. Dan weer haalt de enige Oranje-aanvoerder die ooit een beker mocht heffen de meest kleurrijke anekdotes op over zijn reizen en belevenissen, of over de mensen die hij onderweg ontmoet, als internationaal voetbalanalist, gastspreker en beroepsberoemdheid. Zijn reisschema is moordend, van de ene televisiestudio naar de andere, van lezing naar lezing en van benefietwedstrijd naar golftoernooi.

Zo doet hij ieder jaar mee aan de Dunhill Cup, een groot golfevenement in Schotland, “waar allerlei heel verschillende type mensen aan meedoen”. Gullit somt op: Hugh Grant, Samuel L. Jackson, oud-voetballers, captains of industry, maar ook amateurspelers. Trots: “Iedereen is gelijk, het is jongens onder elkaar, een soort jaarlijkse reünie. We zitten de hele tijd te geinen, maar je wordt ook steeds geïnspireerd door alle aanwezige kennis.”

Hij vraagt of we Johann Rupert kennen. “Een geweldige, heel machtige man in Zuid-Afrika, die Nelson Mandela politiek omhoog geholpen heeft. Hij hield laatst een speech bij de Dunhill Cup. Hij zei tegen de beginnende golfers: ‘Luister, loop niet als een dooie rond, maar probeer wat te converseren met al die mensen, hier. Die kunnen je verder helpen als het met jezelf wat minder gaat.’”

Gullit, nadat hij is uitgelachen: “Dat is toch mooi? Dat is toch lachen?” Dan serieus: “Maar soms bespreken we ook welke ontwikkelingen er wereldwijd gaande zijn. En hoe we de wereld kunnen verbeteren. Samen.”

We wachten op de bulderlach. Maar die blijft uit. “Dat vind ik ook mooi.”

‘Als ik Barry Hughes tegenkom, begint hij altijd over Louis van Gaal’, zegt Gullit. ‘Over die keer in de rust, tegen NAC volgens mij. Ken je dat verhaal?’
Hilversum, zondag

De NOS-studio’s hebben een speciale gastenhoek, met comfortabele banken en grote televisieschermen, pal om de hoek van de redactie. Op zondagavond is het er tamelijk rustig. Gasten, redacteuren en analisten kijken er wat Spaans voetbal, in de loze uurtjes tussen Studio Sport en Studio Voetbal.

Zelfs Jan Mulder drinkt er geruisloos een kopje koffie, bescheiden en zwijgzaam, zo buiten het licht van de camera’s.

Maar alles verandert zodra Gullit binnenstapt. Dan is het alsof het licht aangaat. Alsof een stille kroeg opeens opleeft, nu de grote gangmaker eindelijk is gearriveerd, helemaal klaar voor een gezellige avond. “Hé ouwe penis! Hoe is het nou? Wat vind jij nou eigenlijk van die Kuip? Die moeten ze toch gewoon platgooien en helemaal opnieuw bouwen?”

Gullit praat, lacht, giert, vertelt, stelt vragen, banjert rond en strooit met anekdotes. Over die keer op wintersport, in zijn tijd als Feyenoord-trainer, toen vrienden zijn hele hotelkamer hadden versierd met Ajax-spullen. Een Ajax-dekbed, Ajax-posters, Ajax-vaantjes, de hele santenkraam. “Hadden ze mijn taxichauffeur ook helemaal aangekleed in een Ajax-tenue. Is toch fantastische humor?”

Of over zijn tijd met Barry Hughes bij Haarlem, de Welshe culttrainer die ooit ook Louis van Gaal onder zijn hoede had, in diens Sparta-tijd. “Als ik Barry tegenkom, begint hij altijd over Louis”, zegt Gullit. “Over die keer in de rust, tegen NAC volgens mij. Ken je dat verhaal? Louis was boos, dus die zegt tegen Hughes: ‘Trainer, het is nú tijd om in te grijpen.’”

Gullit begint alvast te schateren, nog voordat hij goed en wel bij de clou is aangekomen. “Dus Hughes knikt een keer van ja en zegt tegen Van Gaal: ‘Je hebt helemaal gelijk, Louis. Goed gezien van je. Jij gaat eruit!’”

Terwijl de mevrouw van de make-up aarzelend klaarstaat om hem mee te nemen, weerklinkt een Gullitse schaterlach over de redactievloer.

Amsterdam, maandag

Het is niet per se heel vanzelfsprekend, de onverwoestbare opgewektheid van Gullit. Je hoeft maar op een willekeurige dag op internet te kijken, of in de krant, en je treft wel een ellendig bericht over zijn privéleven.

Hij heeft er drie huwelijken opzitten inmiddels, elk met twee kinderen, zes in totaal. Eind september liet zijn Italiaanse ex-vrouw Cristina Pensa beslag leggen op zijn banktegoeden en huizen, omdat Gullit te weinig alimentatie zou betalen. En ook tegenover Estelle Cruijff, de vrouw van wie hij ruim twee jaar geleden scheidde, stond hij recent nog in de rechtbank, in een gecompliceerde geldkwestie.

En dan is er nog zijn geknakte trainerscarrière. Hoe kan het dat Gullit altijd maar vrolijk doorgaat alsof er niets aan de hand is? “Ik zie het zo: als ik niet meer naar links kan, dan ga ik maar naar rechts. Ja. In links blijven hangen kost negatieve energie, dus wat heb ik daaraan? Er zijn zoveel leuke dingen, leuke mensen in de wereld. Ik wil overal iets van meepikken.”

Met lager stemvolume: “Natuurlijk heb ik slechte tijden gekend. Jij hebt me op mijn laagste punt gezien. In Los Angeles. Toen klopte er niets van. Wat niet? Alles niet. Maar tegelijk was het ook goed. Er vielen dingen op hun plaats. Ik was daar niet gelukkig.”

Gullit leek aan de Sunset Boulevard, waar hij verbleef vanwege een trainersklus bij LA Galaxy, meer op zijn gemak dan de gemiddelde Hollywoodster. Hij had er ‘heel veel vrienden gemaakt’ vertelde hij tijdens een bezoek in de zomer van 2008. Zoals Lorenzo. “Schitterende gozer. Vindt hij ook van mij want ik koop me suf in zijn winkel, haha. Ik heb nu allemaal armbandjes en een parel om mijn nek. Estelle zei: ‘Zeg Ruud, ben jij een pootje geworden?’”

Hij moest hard lachen. Alle strubbelingen en tegenslag bij LA Galaxy konden ook daar zijn humeur niet omverwerpen. Op de training hoorde je hem tegen sterspeler Beckham na een mislukte pass schaterend roepen: “Hey David, do you have mad cow disease?” En na een tip van een masseur over een goed Mexicaans restaurant merkte hij op: “Mexicaans eten is vooral lekker als je daarna snel naar de wc kan. Dat is dan zó’n opluchting. Haha, heb jij dat niet dan, hé?”

Gullit zegt zeven jaar later: “En toch voelde ik me daar slecht. Ik ben niet iemand die dagenlang verzuipt in de zorgen. Ik denk altijd wel: oké, dit was een klotedag, maar nu weer door. Zo ben ik.”

Zijn trainerscarrière was woelig en grillig. Het begon geweldig, bij Chelsea waarmee hij de FA Cup won, maar het eindigde - vooralsnog - in 2011 in de marge van Terek Grozny.

In Los Angeles vertelde hij over zijn ambitie als coach: de Champions League winnen. “Ach, ik kijk daar nuchter naar”, zegt hij nu. “Ik heb dingen verkeerd gedaan, maar lang niet alles. Je hebt als trainer niet overal grip op. Dat is echt onzin. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik een goede trainer ben, maar ik ben nu óók gelukkig. Prima, toch?”

Als er stemmingsschommelingen zijn, vinden die inwendig plaats. Waar we nu zijn, bij Feyenoord, ja dat geeft wel “mixed emotions”.

Hij vindt het leuk om er “zo eens per jaar met die gassies” te buurten. Maar hij voelt ook meteen waarom hij er niet vaker komt. Als speler lanceerde hij er begin jaren tachtig zijn carrière, maar als trainer voelde hij zich “aan alle kanten tegengewerkt”. Het ligt achter hem, hij begint er zelf niet meer over. Wil ook niet met vingers wijzen. Vaak houdt hij het op “een jinx”, een vloek. Zoals hij het eerder bij Newcastle United meemaakte. Goed dan, een voorbeeld. “Mijn keeper Babos liet in de halve finale van de beker tegen PSV vlak voor tijd een bal uit zijn handen vallen. Daardoor werd het gelijk en verloren we na strafschoppen. Anders heb je een prijs en kloppen ze je hier aan alle kanten op je schouders. Het mocht niet.”

Gullit praat over zijn hoogtijdagen alsof hij in de kroeg wat warme herinneringen ophaalt.
Rotterdam, zaterdag

Max Gullit heeft het moeilijk vandaag. AFC B1 moet wekelijks opboksen tegen de beste profclubs van Nederland – en de zoon van Gullit komt weinig aan de bal. Slechts af en toe zien we een flits van zijn mooie linkerbeen, vermoedelijk een erfenis van de Cruijff-tak. Zijn grootoom Johan is linkshandig, de rest van de familie telt ook linksbenigen.

“Als hij maar lol heeft, joh”, zegt Gullit, over de zwaarbeladen voetbalgenen van zijn zoon. Max werd al eens door Ajax gescout, maar toen ging-ie net groeien. “Dit is toch gewoon prachtig? Jeugdvoetbal op zaterdagochtend. Veel mooier dan profvoetbal, joh.”

Relativeren: ook zo typisch Gullit. Als topvoetballer kon hij dat al als geen ander, alsof alles hem fluitend afging. En dat is nu niet heel anders. Terloops vertelt Gullit over zijn tijd bij AFC 2, het zaterdagse vriendenteam waarvoor hij na zijn profcarrière nog jarenlang voetbalde, met vrienden als Richard Witschge, Aron Winter en – af en toe - Marco van Basten.

“Ik verbaas me altijd over hoe kwaad spelers zich op dat niveau kunnen maken”, zegt Gullit. “Dan denk ik: we spelen toch op een drollenniveau! Ik stond op het middenveld als een veredelde verkeersagent. Beetje ballen doortikken. Ik kan niet meer veel rennen met die knieën. Maar ja, so be it, weet je wel. Bij tegenstanders zag je soms echt nog stoom uit de neus komen. Maar ook Bassie kon ineens heel fanatiek worden. Ging-ie iedereen neerzetten. Niet eens met zoveel woorden, maar het was die blik, die moordenaarsblik. Nou, dan zag je andere spelers verschrompelen, hoor. Ik moest er alleen maar om lachen.”

Gullit leeft als een handelsreiziger, maar hij is zelden alleen. De Zwarte Tulp is een soort mensenmagneet.

‘Bassie’ van Basten. Frank Rijkaard. Gullit. De drie van Milaan. Gullit praat over zijn hoogtijdagen alsof hij in de kroeg wat warme herinneringen ophaalt. Laatst waren ze weer eens met zijn drieën, voor een betaalde handtekeningensessie. Ze kregen er een fee voor en een percentage van ieder gesigneerd item.

“Altijd gezellig. Altijd leuk. Frank doet het rustig aan, hij heeft jonge koters. Bassie heeft het naar zijn zin als assistent. Vind ik toch een raar gezicht. Hij als assistent naast iemand anders. Ziet er raar uit. Hij is een natuurlijke leider, heeft goed gepresteerd. Ik zag het al bij AZ, dat het deze kant opging. Ik zag een foto waarbij de hele groep luisterde naar die assistent, die wijsneus, hoe heet-ie? Alex Pastoor, ja. Marco stond ernaast. Dat zag er niet uit, vond ik.”

Gullit is een wat atypische voetbalvader, zo blijkt vandaag. Tussen het praten door kijkt hij aandachtig, leeft mee, maar geeft zelden een aanwijzing, laat staan dat hij zich actief met het spel bemoeit. Hij wipt van zijn ene been naar de ander als de AFC-coach wil wisselen.

“Straks wordt het genieten. Komt de spits erin, die heeft een geweldige linker. En de zoon van Patrick Kluivert, Ruben. Kun je lachen, hoor. Een sloper is dat. Die geeft die kleine snelle rechtsbuiten van Feyenoord meteen een beuk. Let op.”

En ja hoor, daar schoffelt Ruben Kluivert zijn tegenstander tegen de vlakte. Van pret slaat Gullit met zijn hand op het hekwerk. “Zie je nou! Haha! Heerlijk ventje man, die Ruben.”

Gullit gaat zo vaak hij kan kijken bij AFC B1, maar soms is hij tijdenlang onderweg. Komende week moet hij alweer naar Qatar, voor zijn werk bij Al Jazeera. Volgend weekend? Naar Londen voor de BBC. Naar Florida vliegt hij ook geregeld voor commentaarklusjes. En afgelopen week was hij nog in Milaan, om daar het personeel van Burger King toe te spreken.

“Het ging over veranderingen en hoe je die realiseert in verschillende werkgebieden. Ze hadden een hacker, een hersenspecialist en een topmodel uitgenodigd. En mij. Is toch mooi? Ik vind dat inspirerend. Leerzaam.”

Hilversum, zondag

Ruud Gullit leeft als een handelsreiziger, maar hij is zelden alleen. De Zwarte Tulp is een soort mensenmagneet. Ook vandaag in de schaduw van De Kuip, waar hij zo onbevredigend wegging als trainer, is het een komen en gaan van jonge en oude selfiejagers. Ronduit dwingend zijn sommige verzoeken. ‘Ruud, effe een foto met Mitchell, hij is jarig dus je mag hem ook wel feliciteren.’ Gullit voldoet telkens zonder aarzeling.

Gullit staat altijd ‘aan’. Als hij vroeger in Milaan over de Corso Buenos Aires wandelde, deed hij dat met de kin omhoog, niet bang voor fans en pottenkijkers, terwijl Rijkaard en Van Basten in zijn rug wegdoken.

Hij móét ook wel, vertelt hij. Bezig blijven, mensen blijven ontmoeten, dingen meemaken. “Ik voel me bevoorrecht dat ik in die positie ben. Het maakt me niks uit of iemand beroemd is. Ik was in Los Angeles vrij anoniem. Dan ga ik op een feestje heerlijk zitten observeren hoe de hele zaal meebeweegt met waar Paris Hilton en P. Diddy zich bevinden. In die tijd trok ik vier dagen op met een Oostenrijkse dj. Pas op de laatste dag herkende iemand me. Toen zag hij het ook. Hij zei: ‘Waarom heb je dat niet gezegd?’ Dus ik zeg: ‘Man, we hebben toch een geweldige tijd gehad? Wat maakt het nou uit wie ik ben?’”

Ook als Gullit een televisiestudio binnenwandelt, heeft hij bijna altijd wel iemand bij zich. Vaak is dat Max, die sinds anderhalf jaar bij zijn vader thuis woont. Daar gaat het nu “heel goed mee”, vertelt Gullit. Goede cijfers, veel vriendjes. Hij herkent zichzelf in hem, al groeit zijn zoon in heel andere omstandigheden op. Ruud nam Max een keer mee naar De Pijp. Straatvoetbal. Beetje zoals hij het zelf vroeger speelde. Brutale jochies, goede voetballers. Max keek even de kat uit de boom, daarna ging hij er vol in mee, vertelt Gullit trots. Een van de moeders van die ventjes zei tegen Gullit: ‘Ga maar, ik let wel op hem.’ Na een paar uur kwam hij terug. Max had het ‘geweldig’ gevonden. Stond ook daar brandjes te blussen. “Hij is supersociaal, een echte lieverd.”

Het is een komen en gaan van jonge en oude selfiejagers. Ronduit dwingend zijn sommige verzoeken. Gullit voldoet telkens zonder aarzeling.

Varkenoord, zaterdag

Ondanks een voorsprong heeft AFC B1 met 3-1 verloren van Feyenoord. Terwijl Max met gebogen hoofd het veld afsjokt, gaat Gullit aan een picknicktafel zitten voor de kantine, lurkend aan een champignonsoepje.

Zijn jongste dochter Joelle belt. “Johnnie, hoe is het lieve schat? Gaan we ergens eten vanavond? Kies jij wat leuks uit? Gezellig, lieve schat.”

Gullit hangt op en kijkt nog even glimlachend naar zijn telefoonschermpje dat al snel weer begint te trillen. “Ik ken dit nummer niet”, zegt Gullit in zichzelf. “Wie is dit nou?” Hij laat hem overgaan. Het nummer licht nog een keer op vanaf zijn scherm, waarop Gullit een appje besluit te sturen: ‘Wie ben jij?’ Het blijkt Churandy Martina, de topsprinter uit Curaçao, te zijn.

Gullit belt meteen terug, informeert honderduit naar de sprinter, en gaat even verderop staan, in typische Gullit-houding. Beetje gebogen, soms voorover klappend van het lachen. Dan weer serieus, tot de onvermijdelijke kwinkslag. “Nou doei, hè. Oké man. Ben je blij? Haha.”

In de verte komt Max net aangesjokt. Gullit junior is nog steeds nurks, zoals senior al voorspeld had. En ook een beetje duizelig, van een knal tegen zijn hoofd. “Maxie, ga even wat drinken.”

Gullit haalt wat briefjes uit zijn zak. Max pakt na lang aandringen een tientje. Een ploeggenootje dat met Gullit meerijdt, heeft zich ook aan het tafeltje gemeld. “Goed gespeeld, jongen”, zegt Gullit. “Ga jij ook even wat drinken. Maxie heeft geld. Hup, haal wat lekkers jullie. Opschieten. En niet zo chagrijnig.”

Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.