Lulkoek: Duitsers scoren altijd in de laatste minuut

Woord: Michel Abbink
Gepost: 23-06-2018
Michel Abbink, alias @sportzeloot, ontrafelt mythes, kraakt clichés en licht tegels. Deze keer analyseert hij de stelling die in het collectief geheugen is gegrift, en na Duitsland-Zweden weer overal opdook: Duitsers scoren altijd in de laatste minuut.

Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

De diabolische laatste minuut, wat is waar van de mythe dat onze oosterburen daarin altijd op dreef zijn? Tijd voor een onderzoekje, waarbij we Duitsland vergelijken met zes andere prominente Europese voetballanden: Spanje, Italië, Engeland, Frankrijk, Portugal en Nederland.
We hebben gekeken naar alle WK- en EK-duels, wedstrijden in het hoofdtoernooi van de Champions League en finales van Europese bekertoernooien. Omdat de ‘laatste minuut’ een metafoor is voor de slotfase van wedstrijden zijn alle doelpunten in de laatste vijf minuten en de blessuretijd meegenomen, ook die in verlengingen.
Doelpunten die slechts de cijferfetisjisten interesseren (geen invloed op het resultaat) en treffers die zorgden voor een cruciale wending (afdwingen verlenging, beslissende goal) hebben we van elkaar gescheiden.

WK’s

Wat betreft het aantal gemaakte late WK-goals staat er geen maat op Duitsland. Logisch: de meervoudige Weltmeister speelde veruit de meeste wedstrijden op de mondiale eindronde. Relatief gezien viel de Germaanse Ausdauer mee. Achttien van de 224 goals vielen er in de laatste vijf minuten, hetgeen neerkomt op acht procent. Slechts acht van de treffers beïnvloedden het resultaat.
Het Nederlands elftal schoot of kopte elf keer raak in de dying minutes, oftewel 12,8 procent van ons aantal WK-doelpunten. Twee van de vijf cruciale late goals van Oranje zagen we recentelijk op het WK 2014 tegen Mexico, een übercomeback die Duitsland nooit voor elkaar kreeg.

Het Nederlands elftal schoot of kopte elf keer raak in de dying minutes, oftewel 12,8 procent van ons aantal WK-doelpunten

EK’s

In de EK-geschiedenis doen de landen nauwelijks voor elkaar onder, al maakte Duitsland uiteraard de moeder aller ‘ontknopingsdoelpunten’. De 2-1 van Oliver Bierhoff in de finale van 1996 tegen Tsjechië was letterlijk een golden goal. Verder maakte Duitsland, dat de meeste EK-duels afwerkte, maar vier late doelpunten die zorgden voor een wending. Nederland, Spanje en Frankrijk doen het relatief beter. Engeland zit in de kneuzenwaaier met precies nul EK-goals na de 85ste minuut.

Champions League

De Champions League levert meer ruwe data op. De Bundesliga-vertegenwoordigers maakten 94 (11,3 procent) van hun 835 Champions League-doelpunten toen de fat lady bijna begon te zingen. Met 37 late goals blijft Nederland daar ver bij achter, maar relatief gezien doen we het beter met een percentage van 13,5. Dat geldt ook voor Frankrijk, terwijl de Engelse en Portugese clubs weinig toegeven.
In kwantitatief opzicht legt Duitsland het af tegen Engeland. De Premier League-clubs scoorden 115 keer na het aanbreken van de laatste vijf minuten. Twee van die doelpunten, gemaakt door Manchester United, bezorgden Bayern München een trauma in de Champions League-finale van 1999.

Europese finales

Bayern München sleepte er in 1974 in de Europa Cup 1-finale tegen Atlético Madrid in extremis een replay uit dankzij een treffer van Hans-Georg Schwarzenbeck. Tot op de dag van vandaag verzorgde de Beckenbauer-vazal daarmee een derde van alle beslissende Duitse doelpunten in slotfases van Europese finales.
Nee, dan de Spaanse clubs. Die maakten zeven keer het verschil in de laatste vijf minuten. Zoals in 1995 tijdens de Europa Cup II-finale tussen Arsenal en Real Zaragoza met het wonderschone afstandsschot van Nayim. Met vijf van de 56 ‘finaledoelpunten’ die na de 85ste minuut vielen, heeft Duitsland samen met Spanje wel het beste percentage, namelijk negen. Nederland en Engeland volgen op de voet.

Van de 1.180 doelpunten die Duitse teams maakten op EK’s, WK’s, in Europese finales en in de Champions League werden er 126 bejubeld in de laatste vijf minuten. Dat komt neer op 10,68 procent. Duitsers zijn daarmee minder Duits dan Nederlandse ploegen, die een percentage van 13,09 noteren. Ook de Franse en Portugese teams maken een groter aandeel van hun doelpunten in de slotfase.
En in de categorie treffers die de balans naar één partij deden uitslaan? Duitsland (4,15) pakt dan slechts brons, achter Portugal en de absolute koploper, u raadt het al, Nederland.

Lees ook
Column

Mulder bemint:
Robert Schlienz

Als Wehrmacht-soldaat werd Robert Schlienz geraakt door een Russische kogel, maar de grootste schade liep hij op bij een auto-ongeluk ná de Tweede Wereldoorlog: hij verloor een arm. Hij liet zich er niet door tegenhouden.
Reportage

Trauma’s te lijf
bij Mamio 5

In het vijfde elftal van de Groningse amateurclub Mamio spelen bijna louter gevluchte Eritreeërs. Ze zijn gaan voetballen om te integreren, en ‘om niet gek te worden’. SANTOS bezocht de thuiswedstrijd tegen Groen Geel 7.
Reportage

De cult van
de Cosmos

De glorietijden van de New York Cosmos zouden herleven op de campus van Hofstra University, maar het lijkt niet te lukken. New York kijkt naar New York City FC en de New York Red Bulls, terwijl de Cosmos gevangen zit op ‘niveau twee’. De club van de toekomst is een herinnering geworden.
Overig

Eusébio en het
zout van de traan

Wilfried de Jong brengt in elk nummer van SANTOS een ode aan een overleden voetballegende door hem voor een dag terug te halen naar aarde. Deze keer spreekt de Portugees Eusébio (1942-2014) af met zijn nog springlevende opvolger Cristiano Ronaldo.
SANTOS #10: SANTOS Voetbalreisgids

Handboek voor de ideale voetbaltrip

Wat zijn de tofste steden en regio’s voor een ideaal voetbalweekendje? Waar vind je de beste pubs, of die ene obscure snackbar van een beroemde oud-speler? In welke steden vind je glamour en glorie, maar ook pure cult? Hoe kom je aan kaartjes? Kun je met je vrienden het beste naar Londen, of misschien toch naar Liverpool?
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van de Eredivisie in 18 foto’s

Of hij misschien zin had om voor SANTOS en de Eredivisie CV de ziel van onze eigen, schitterende Eredivisie in beeld te brengen, vroegen we een paar maanden geleden aan fotograaf annex stadionfetisjist Marco Magielse. We waren nog niet uitgesproken, of Magielse zat al in de auto. Zo’n 4.500 kilometer en 18 stadions verder wilde hij eigenlijk nog niet stoppen, maar helaas, de Eredivisie-huizen waren op. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Daarom, nog 18 keer: een kijkje in de ziel van de Eredivisie door de lens van de misschien wel beste voetbalcultuurfotograaf van Nederland.