Mike Obiku

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 01-09-2018
Mike Obiku
24 september 1968, Warri (Nigeria)
Oud-voetballer

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #07, april 2018.

“Ik ben als een zanger met veel meer hits, maar iedereen wil alleen dat ene nummer horen als ze me zien. Dan moet ik praten over Mike Obiku die Ajax, de aanstaande wereldkampioen, versloeg in 1995. In hun eigen Olympisch Stadion.”

“Het was de kwartfinale van de beker. Ik besliste later ook voor Feyenoord de finale tegen FC Volendam. En Volendam was tough! Maar dat moet ik er altijd bij vertellen. Dat is iedereen vergeten.”

“Strippen na een doelpunt was mijn trademark. Als je geen profvoetbal hebt gespeeld, snap je dat niet. Je bent oververhit van vreugde. En daarbij... ik heb natuurlijk gewoon een goed lijf. Als ik de bal goed raakte, begon ik al mijn shirt op te hijsen. Ik voelde zo veel extase, dat ik tegen elke pijn bestand was. Dat ik mijn vingers openhaalde als ik in de hekken hing, voelde ik niet. I am made of steel.”

“Ajax had zó veel talent, my God. De Boer, Davids, Van der Sar, Litmanen, Kluivert, Seedorf. Van Gaal was de coach, een van de grote revolutionairen in het voetbal. Ze wonnen altijd en overal. In de competitie maakten ze ons af. En dat deden ze ook met Milan, Bayern en Real.”

Voor wie er net als Mike Obiku zelf geen genoeg van kan krijgen: dé goal van Obiku tegen Ajax, op 8 maart 1995 in de kwartfinale van de KNVB Beker.

“Iedereen zegt dat ik altijd vrolijk ben, maar ik was toen helemaal niet vrolijk. Ik was ontevreden, omdat ik niet speelde. Daarvoor was ik door Feyenoord uitgeleend aan Helsingborgs. Daar had ik ontzettend veel gescoord, iedereen hield van me. Feyenoord haalde me terug en toch zat ik elke week weer op de bank. Ik was het ‘geheime wapen’. Pfff... Ik kreeg er hoofdpijn van, letterlijk. Ik ben veel serieuzer dan iedereen denkt. Elke wedstrijd had ik van tevoren gedroomd, daarna gevisualiseerd, hoe ik zou ontsnappen en scoren. Het was vaak voor niets. Dat vrat aan me.”

“Ajax was bang voor me. Ze wisten wat voor aanvaller ik was. Als er een muur was, zou ik erdoorheen lopen. Als me een bus tegemoet zou komen, zou ik die bus verpletteren. Achterin stond Blind. Ik vond De Kock van FC Utrecht beter. Groot, sterk, snel. Blind was klein en traag; bloody hell, die kon ik toch wel hebben!”

“Ik speelde eerst in Nigeria en Cyprus. Daar was het niveau heel laag, er was geen tactisch plan. Als je een spits bent, luidt de aanwijzing: ‘Scoor die goal.’ In Nederland was het belangrijk hoe, waar en wanneer je ergens moest lopen. Ik speelde op instinct, wilskracht en lichaamskracht. Van Hanegem wist niet wat hij met me aan moest. Hij zei weinig. Ik leerde pas over tactiek op de trainerscursus. Nu ben ik gek van tactiek, wil ik dolgraag profcoach worden. Ik heb mijn C-, B- en A-trainersdiploma’s. Als iemand me de kans maar geeft... ik pak hem! Dat weet je bij Mike. Een lachebek? Ik ben bloedserieus!”

Ajax was bang voor me. Ze wisten wat voor aanvaller ik was. Als er een muur was, zou ik erdoorheen lopen. Als me een bus tegemoet zou komen, zou ik die bus verpletteren.
Mike Obiku

“De meeste Nigeriaanse spelers kwamen via academies of jeugdteams door. Ik niet. Ik voetbalde een keer per week op straat. Vaker mocht niet. Ik was de oudste zoon, ik moest studeren, een goede baan krijgen. Pas toen mijn vader overleed, kon ik vaker voetballen.”

“Voetbal in Nigeria was entertainment, was flamboyant. Het ging niet alleen om scoren, maar ook om dribbelen, passeren, tackles, juichen. Je kon er toch haast geen geld verdienen.”

“Er werden honderd spelers uitgenodigd voor de nationale ploeg, het was een afvalrace. Ik was jong, wist niets van tactiek en had geen conditie. Ik vroeg de oudere spelers: ‘Wat zijn de regels? Hoe word je professional? Hoe kom ik in Europa?’ Ze moesten lachen. Dat zou ik nooit gaan redden.”

“We moesten tien rondjes rond het veld lopen ter warming-up. Ik haalde de zeven niet eens. Maar al snel kon ik 10 rondjes lopen, daarna 15, 20, 25. En altijd vooraan. Zo dwong ik respect af en uiteindelijk een plek in de selectie. Waardoor ik naar Europa kon.”

“Ik had geen idee waar Cyprus lag, ik wist niet eens dat het een eiland was. Ik wilde naar Engeland rijden. Toen hoorde ik dat ik dan toch echt het vliegtuig moest pakken. Het ging goed, ik scoorde veel, de mensen hielden van me. Toen kon ik naar Nederland. Dat kende ik ook niet. Wist alleen dat dat het land was van Ruud Gullit.”

Als ik weinig speelde, ging ik in een aparte kamer zitten waar een stuk of duizend actiefoto’s van mezelf hingen en zei dan: ‘Kijk, hoe goed je bent, Mike. Relax.’
Mike Obiku

“Een bekerwedstrijd is een heel andere wedstrijd dan een competitiewedstrijd: het is knock-out, het is alles of niets. Je moet het tactisch en mentaal anders aanpakken. Eén wedstrijd kan je maken of breken.”

“Het stond 1-1 na negentig minuten. Het was de introductie van de golden goal in de verlenging. Dat was me op het lijf geschreven. Ik wist: You wanna be a king? This is the moment! Ik zei tegen Peter Bosz, onze meestertacticus, dat hij niet ingewikkeld moest doen. ‘Peter, schiet die bal naar voren en ik maak hem. Je weet wat ik kan. Ik ga met mijn hele lijf vechten dat het een doelpunt wordt.’ ”

“Ik was als een jachtluipaard tegen een stel hyena’s. Rijkaard en De Boer liepen in paniek tegen elkaar aan. Ik tikte de bal over Blind, Rijkaard kwam nog terug, Van der Sar gleed naar me toe. Maar ik was sterker en sneller in mijn eentje. King of the jungle.”

“Voordat de bal erin ging, was ik al aan het feestvieren. Dat weet je als aanvaller. Dat is het mooiste gevoel. Je weet wat er gaat komen: het geluid van het net, daarna van het publiek. Whoeoeoeoeoe!

“Ik heb op de Olympische Spelen gespeeld, op de Afrika Cup, in finales. Ik heb geen kleine carrière gehad. Ik was overal geliefd. Maar dat doelpunt heeft ervoor gezorgd dat ik nu nog steeds in Nederland woon. Vlak bij Feyenoord. Elke dag wil er iemand met me op de foto. Noemt iemand me ‘legend’. Dan kan ik er weer tegenaan.”

“Ik vroeg Johnny de Pater, de fotograaf van Feyenoord, altijd om foto’s van mezelf. Het liefst zo groot als ikzelf was. Ik had een aparte kamer, een soort tempel. Daar hingen een stuk of duizend actiefoto’s van mezelf. Van elke foto wist ik waar en wanneer die genomen was. Tot op de minuut nauwkeurig. Het gaf me zelfvertrouwen. Als ik weinig speelde, ging ik in mijn tempel zitten en zei dan: ‘Kijk, hoe goed je bent, Mike. Relax.’ ”

“Als je niet trots was in Nigeria, als je niet zei dat je de beste was, dan kon je het vergeten. Daarom had ik ook veel spiegels thuis. Ik kijk graag naar mezelf, ik houd van mezelf. Mijn oudste zoon heet Mike Obiku junior, de tweede had ik ook graag zo genoemd. Waarom? Omdat ik net zo veel van hen houd als van mezelf. Dat is veel, hoor.”

“In Nigeria werd je geschopt, geslagen. Je moest maar zorgen dat je terugvocht. Het recht van de sterkste. De kinderen hier worden extreem beschermd opgevoed. Ze willen alleen de mooiste schoenen hebben en zuchten als ze tien meter moeten rennen. Ik kom als trainer bij de Feyenoord Soccer School en de internationale Feyenoord Academy in Nigeria, Canada, Zuid-Afrika, China, Conakry en Cuba. Daar hebben ze niets, maar ze vechten als leeuwen. Die drive is totaal anders.”

In Rotterdam mag je in het openbaar niet verliefd zijn op jezelf. Maar ik weet zeker dat iedereen dat stiekem is.”

“Het bekertoernooi is mooier dan de competitie. De competitie gaat tussen achttien clubs, de beker kan door honderden clubs worden gewonnen. Het is geen strijd om het meeste geld, maar om de beste spirit.”

Strippen na een doelpunt was mijn trademark. Als je geen profvoetbal hebt gespeeld, snap je dat niet. Je bent oververhit van vreugde. En daarbij... ik heb natuurlijk gewoon een goed lijf.
Mike Obiku

“Amateurclubs die in De Kuip tegen Feyenoord mogen spelen, hebben de dag van hun leven. Het hele dorp gaat mee. Ik woon in Rhoon. Als VV Rhoon of WCR ver komt, hangt er een vibe in het hele dorp. Dat is het prachtige van de beker. Je buurjongen kan een held worden.”

“Ik kwam pas laat de kleedkamer binnen na die goal, ik had nog lang in mijn blote bast rondjes gerend en in de hekken gehangen. Het kon me niet lang genoeg duren. Het liefst liep ik daar nu nog steeds.”

“De volgende dag reed ik naar de training. Normaal stonden er alleen wat oudere mannen te mopperen. Nu waren er duizenden mensen, vuurwerk, gezang, cameraploegen. De oude mopperkonten namen me op hun schouders. Toen had ik pas door hoe belangrijk het was. Ik moest overal opdraven, winkels en cafés openen. Het was krankzinnig.”

Soms komt het doelpunt op tv. Dan heb ik een flashback, dan ruik ik weer hoe het daar rook in het Olympisch Stadion met al die fakkels, al die mensen die ik stil kreeg. Het heeft mijn carrière gemaakt, mijn leven.”

Clubs: Iwuayannu Nationale (Nigeria), Anorthosis Famagusta (Cyprus), Feyenoord, Helsingborgs IF (Zweden), Avispa Fukuoka (Japan), Real Mallorca (Spanje), AZ en nogmaals Anorthosis Famagusta.
Opvallend: Tijdens de fotoshoot vraagt Obiku of de interviewer met Obiku’s telefoon vijftig foto’s van de fotoshoot wil maken. Als de interviewer na twintig foto’s met een bekende gaat praten, stopt Obiku acuut met poseren. “Hey, come back. Je moet er vijftig maken! Uit verschillende hoeken. Wees creatief!” Na nog eens dertig foto’s scrolt Obiku tevreden door zijn telefoon. Grote lach. “Dank je wel.”
Lees ook
Overig

SANTOS presenteert:
DIEGO MARADONA

Nog een paar weken en dan verschijnt DIEGO MARADONA, de veelbesproken docufilm van Oscarwinnaar Asif Kapadia (SENNA, AMY) over de opkomst en ondergang van Diego Armando Maradona. Wij hebben ’m alvast mogen zien en we kunnen verklappen: het is 125 minuten lang genieten geblazen van nog niet eerder vertoonde beelden. In aanloop naar de bioscooppremière toert SANTOS langs filmhuizen in Breda, Utrecht en Rotterdam met een speciale preview van de film.
Reconstructie

EK 1992:
(G)een goed stel

Waarom werden onze idolen van 1988 eigenlijk maar één keer Europees kampioen? Daar moesten we reconstructie-expert Auke Kok maar eens in laten duiken, bedachten we. Met behoorlijk ontnuchterende gevolgen.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Retro
Jackie

SANTOS houdt van nu, maar ook heel erg van vroeger. Dus toen we een nummer gingen maken over vrouwen en voetbal, leek het ons tof om een OranjeLeeuwin te hijsen in onze favoriete voetbalshirts van weleer. En wie konden we daarvoor nu beter vragen dan Jackie Groenen, de spelbepaler van het Nederlands elftal met een voorliefde voor al wat retro is?
SANTOS #11: HUP VROUWEN

America
first

In het beloofde land blijft mannenvoetbal steken in de marge, terwijl de Amerikaanse vrouwen op alle fronten de baas zijn. Nergens voetballen meer vrouwen, nergens zijn meer voetbalheldinnen, nergens meer WK-titels. Maar inmiddels hijgt de concurrentie uit alle windstreken in de nek. Blijft de grootste ook de beste?
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Hollen, inhouden, stilstaan,
schijnbeweging, draaien
en wegwezen

Wilfried de Jong belooft plechtig Lieke Martens niet langer te vergelijken. Niet met Arjen Robben, niet met een eekhoorn, niet met Johan Cruijff. “De tijd is aangebroken dat vrouwen (en mannen) in het voetbal moeten proberen om, al is het maar een beetje, Lieke Martens te worden.”
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”