Mulder bemint: Kevin De Bruyne

Woord: Jan Mulder
Gepost: 14-06-2018
Jan Mulder is een liefhebber van de lange dribbel. Van George Best, Ronaldinho, de twee Ronaldo’s en Ibrahimovic tegen NAC. Toch moet hij erkennen dat de abstracte kunst van Kevin De Bruyne hoger is.

Beeld: VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

In een vlaag van precisie die Johan Derksen zo mooi kenmerkt, zei hij dat Kevin De Bruyne iemand is met de uitstraling van een konijntje. De prachtige persoonsbeschrijving van René van der Gijp van Messi als die niet zou voetballen: zo’n verkoper in de stad met tien ballonnen aan een stokje. Dennis Bergkamp is een doof hondje en Robbie Rensenbrink het snoer van zijn hengel.

Uitstralingen zoeken, heerlijk. Toni Kroos. Een staande lamp? Özil knipt bij de ingang de kaartjes. Oscar heeft de uitstraling van, ook vaak genoemd, een pinda. Wat is uitstraling van een voetballer? Op zijn best een foutieve inschatting.

Wat is uitstraling van een voetballer? Op zijn best een foutieve inschatting.
Jan Mulder

Na België-Bosnië en Herzegovina in de Heizel zat ik op een gure septemberavond naast Kevin De Bruyne op een barkruk bij de cornervlag. Daar stond de set met analisten van de VRT. Kevin was uitgeroepen tot Big Duivel en was gekomen om zijn plicht te vervullen voor de sponsor van de prijs. Boven zijn korte voetbalbroek droeg hij een plastic jack. Zijn witte benen trokken mijn aandacht.

Bonkig. Sterk. Koud. Kon mijn ogen niet van Kevin afhouden. Grof. Wit. Knie. Schijf. Dij. Jack. Rits. Een oor met nat gras. Zijn lichaam was een auto die net was uitgezet. Overal tikte het na. Het hoofd van De Bruyne had geen babyface. Het keek zelfverzekerd voor zich uit en lette goed op de vragen. Deze speler had vijf minuten daarvoor een schitterende goal gemaakt, maar hij schonk er op de erekruk weinig aandacht aan. In eerste instantie dacht ik aan bescheidenheid, maar het was eentonigheid. Kevin doet het zo vaak, schitterende doelpunten maken. Wat wij nog steeds als een hoogtepunt zien, is voor hem dagelijkse gang van zaken. Vijfenzeventigduizend toeschouwers in extase? “Fijn voor die mensen.” Gemeend.

Hier zat een persoonlijkheid, geen konijntje. Dit is een speler die van magistraal naar nog beter gaat. Heel lang gedacht dat Eden Hazard de Rode Duivels naar de top van Europa ging loodsen, langzaam maar zeker moeten we switchen naar Kevin De Bruyne. Zijn geheim is dat van de schilder die na lang zoeken is uitgekomen bij een lichtgeel vierkant vlak op een wit doek.

Heel lang gedacht dat Hazard de Rode Duivels naar de top ging loodsen, langzaam maar zeker moeten we switchen naar De Bruyne.
Jan Mulder

Het moment dat Hazard en Messi het penseel grijpen voor een even ingewikkelde als briljante dribbel voorbij drie, vier verdedigers, bij voorkeur een paar meter voor de zijkant van het strafschopgebied, televisiecamera mooi hoog op de tribune daarachter voor het ideale overzicht, is De Bruyne al klaar. Messi tovert tussen duizend benen, Hazard en Ronaldo rijgen alle paaltjes aan de zegekar, de een voorovergebogen en de ander met de borst vooruit, Kevin heft het hoofd, ziet in het dichtbevolkte gebied rond de penaltystip een piepkleine opening voor een instormende Witsel, verzendt de pass, en goal. Dat zien en durven. Het opvallende onopvallend volstrekken: meester De Bruyne.

Ondergetekende is een liefhebber van de lange dribbel in onze glory game. Mannetjes nemen. Garrincha, George Best, Hazard, Ronaldinho, Jimmy Johnstone, Flankengott Stan Libuda, de twee Ronaldo’s, Weah, Ibrahimovic tegen NAC en Maradona die in Mexico heel Engeland oprolde. Een verrukking. Maar het behoort ook tot de taak van de recensent te erkennen dat de abstracte kunst van De Bruyne hoger is.

Jan Mulder is schrijver, voetbalanalist, oud-voetballer en, bovenal, liefhebber.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”