Mulder bemint: Robert Schlienz

Woord: Jan Mulder
Gepost: 13-11-2018
Als Wehrmacht-soldaat werd Robert Schlienz geraakt door een Russische kogel, maar de grootste schade liep hij op bij een auto-ongeluk ná de Tweede Wereldoorlog: hij verloor een arm. Hij liet zich er niet door tegenhouden.

Eerder verschenen in SANTOS #03, november 2016.

De Tweede Wereldoorlog loopt ten einde en een Rus schiet zijn laatste kogel door de kaak van de Wehrmacht-soldaat Robert Schlienz. Het slachtoffer mag naar huis en wordt in het seizoen 1944-1945 gastspeler van VfB Stuttgart. Het seizoen daarna maakt Schlienz in de Oberliga 46 goals in 30 wedstrijden. Men noemt hem der Dampfmacher.

Dan is er nieuw onheil in aantocht. Op 14 augustus is Schlienz te laat voor een bekerwedstrijd in Aalen. De bus is weg. Hij springt in zijn auto en rijdt er zo hard mogelijk achteraan. Het is snikheet. Schlienz heeft de linkerarm lekker buitenboord tegen de buitenkant van het portier aan hangen, wanneer zijn voorwielen in een gat rijden en de wagen over de kop vliegt. De arm moet worden geamputeerd.

Vier maanden later doet Robert weer mee, nu op het middenveld, waar hij met zijn ene arm, woeste slidings en scherpe tackles de tegenstanders schrik aanjaagt. Kenners van het voetballazaret herinneren zich Franz Beckenbauer, die in de halve finale van het WK van 1970 in de legendarische wedstrijd tegen Italië met een arm in een mitella speelde, wat nog gehandicapter was dan het ontbreken van de arm zelf. Ik herinner me ook doelman Kuiper in het tweede elftal van mijn oude club WVV. Hij had een houten been, zijn bijnaam was Beinie. Toen het tweede kampioen werd, schroefde Beinie het been eraf en stortte zich, triomfantelijk boven het hoofd cirkels zwaaiend met dat been, in het feestgedruis.

Robert Schlienz schudt zijn tegenstander de hand voor aanvang van de Duitse bekerfinale van 1958.

Meer topvoetballers met geamputeerde armen of benen ken ik niet. Ze worden over het algemeen dan ook niet als mooie voetballers, ‘stilisten’, erkend. Die eer is weggelegd voor Pirlo, Platini, Rensenbrink, Xavi en Iniesta. Fraaie traptechniek, elegante motoriek. Maar was Matt le Tissier van Southampton een stilist? Thomas Müller van het huidige Bayern München? Busquets? De even slome als magistrale Berbatov? ‘Stilist’ is een vaag begrip. Ik zou willen pleiten voor een uitbreiding van de voorwaarden, waarbij geamputeerden en slomen ook een kans krijgen. Was het niet Alfredo di Stefano, een van de grootste stilisten die het voetbal heeft gekend, die na een match tegen VfB Stuttgart, tien jaar na de amputatie, de lof van ‘de Machtige Eenarmige’ zong?
De linkermouw van Schlienz’ shirt was met een veiligheidsspeld aan de schouder gehecht en wapperde altijd een beetje met Schlienz mee. Het gaf je het gevoel dat je tegen oorlogsslachtoffers speelde. Bondscoach Sepp Herberger riep de fenomenale Schlienz dan ook slechts drie keer op voor die Mannschaft. Herberger was bang dat tegenstanders zich zouden inhouden. Hij vond dat oneerlijk.

Jan Mulder is schrijver, voetbalanalist, oud-voetballer en, bovenal, liefhebber.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”