Muziek als bondgenoot

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 02-02-2018
Op de toppen van je kunnen presteren, continu onderweg, altijd in de belangstelling; voor veel voetballers is muziek dé manier om in hun comfortzone te komen, of te blijven. Even terug kruipen in je eigen wereld. Zo ook voor de bevriende spelers Siem de Jong en Jan-Arie van der Heijden (beiden 29). SANTOS zette de mannen de gloednieuwe Bowers & Wilkins PX headphones op en drukte op play. Aan de hand van zes nummers ontleden ze zichzelf.

Beeld: Willem de Kam
Eerder verschenen in SANTOS #05, december 2017.

De plattelandsjongens Siem de Jong en Jan-Arie van der Heijden doorliepen samen de jeugdopleiding van Ajax. Ze hielden altijd contact, hoewel hun wegen breed uitwaaierden en ze nu bij ’s lands grootste rivalen spelen: Siem weer bij Ajax, Jan-Arie bij Feyenoord. Ze hebben geleerd om te gaan met twijfel, glorie, blessureleed, verveling, spanning. Muziek is een trouwe bondgenoot.

Passenger - The Long Road

Siem: “Grappige keuze. Sinds ik eind september voor het eerst vader ben geworden, staat Passenger elke avond op in huis. Het is geruststellende muziek, die stem is uniek. Ik heb hem gezien in Paradiso en Ziggo Dome en luister ook graag naar hem in de bus op weg naar een wedstrijd of in een hotelkamer. Het heeft iets vertrouwds. Je kunt even terugkruipen in je eigen wereld.”

Jan-Arie: “Ik ken dit niet. Heet het nummer The Long Road? Heb je vast niet voor niets uitgezocht. Ja, een lange weg was het best wel. Voor ons allebei. Snel doorgebroken bij Ajax, daarna geduld moeten hebben. Ik ben opgeleid als middenvelder, maar bij mijn volgende club Vitesse verdediger geworden. Vond ik wel spannend. Trainer Rutten had alle vertrouwen in me, daardoor kreeg ik het zelf ook. Bij Feyenoord speelde ik niet veel in mijn eerste seizoen. Het gaf me de tijd serieus met mijn lijf aan de slag te gaan bij Feyenoord en bij Errol Esajas, een performance coach. Er lopen bij Errol allemaal verschillende sporters rond. Toptennissers, American football-spelers, maar ook amateursporters, mindervalide en autistische sporters. Iedereen is begaan met elkaar, niemand kijkt tegen een ander op of op een ander neer.”

Siem: “Ik scoorde bij mijn debuut in Ajax 1, daarna moest ik geduld hebben. Toen ging het ineens snel met een basisplaats, veel goals, vier landstitels, het aanvoerderschap, een transfer naar de Premier League. Mijn laatste seizoen in Amsterdam was al minder door een spierblessure en een klaplong. Bij Newcastle liep ik daar weer tegenaan. Frustrerend. De manager die me haalde, was na drie maanden weg. Ik heb daar niet kunnen laten zien wat ik kan. Ik sprak voor vorig seizoen al met Ajax om me te huren, maar ze hadden genoeg middenvelders. Dus werd het PSV. Dit seizoen was er bij Ajax wel plek. Via een omweg ben ik weer terug. Voelt goed.”

Jan-Arie: “Dat geldt ook voor mij. Ik heb mijn ambities, maar zit nu bij een fantastische club. Feyenoord wilde me in de jeugd al halen, maar toen reed er nog geen busje voor jeugdspelers naar mijn woonplaats Schoonhoven. The Long Road is dus ook in letterlijke zin een toepasselijke titel.”

Richting wedstrijden wil ik even in mijn eentje vertrouwde muziek horen. Dan zit ik echt in mijn comfortzone
Jan-Arie van der Heijden
Pharrell Williams - Freedom

Siem: “Pharrell. Een heel veelzijdige artiest. Zoals wij misschien best veelzijdige voetballers zijn.”

Jan-Arie: “Wat vrijheid voor mij is? Thuis zijn. Voetbal is het mooiste werk. Maar het vraagt ook discipline. En er is veel aandacht; vaak leuke, maar soms wil je ook even afstand. Dan zet ik een pet op als ik de stad inga. Ik hoef sowieso niet zo nodig op de voorgrond. We hebben net een appartement gekocht vlakbij Hotel New York aan de Maas. Dat laten we inrichten. Ik ben een huismus. Muziekje op, voetjes op de bank – heerlijk. Naar The Weekend luister ik tegenwoordig vaak. Die wil ik nog een keer live zien. Pharrell vind ik ook goed. Een andere hobby is investeren in vastgoed. Een heel andere wereld, een breinkraker, je moet van alles in de gaten houden. Het is goed om soms iets anders te doen.”

Siem: “Dat heb ik ook. Ik verdiep me onder meer in sportmarketing, daarvoor praat ik veel met specialisten. Je ziet veel voetballers al tijdens hun carrière bezig zijn met een leven daarna. Het is de ideale afleiding. Ik ben net zo’n perfectionist als Jan-Arie wat mijn sport betreft, de hometrainer in de woonkamer is niet bedoeld als decoratie. Maar voetbal kan allesoverheersend zijn, waardoor je geremd wordt in je prestatie. Het is de kunst de balans te vinden. Daarom moet je je thuis ook echt goed voelen. Bij ons interieur ben ik best kritisch. Als er iets anders is in huis dan hoe ik het wil, ga ik me er toch een beetje aan storen. Liever kijk ik dus over de schouder van de architect mee. Ik heb ook wel wat met auto’s. Ik heb nu meer een familieauto, hiervoor een heel sportieve. Er zit nog wel een flinke RS6-motor in. Design vind ik heel belangrijk. Het is niet dat ik meteen naar de winkel ren als de nieuwste iPhone er is. Maar als ik iets nieuws koop, moet de mix van gebruikersgemak en vormgeving kloppen.”

Normaal - Oerend Hard

Jan-Arie: “Ik kom misschien uit een dorp, maar dit is niet mijn muziek.”

Siem: “Natuurlijk ken ik dit als getogen Achterhoeker. Heb ze nooit als band gezien, wel zanger Bennie Jolink eens ontmoet. Niet mijn muziek, sorry Bennie. We wonen nu in een appartement net buiten de ring van Amsterdam. Het platteland op zich trekt me nog wel. Ik dacht altijd dat ik een groot huis in de Achterhoek zou kopen als uitvalsbasis, want ik hecht eraan dicht bij familie en vrienden te zijn. Maar vooralsnog vind ik het heerlijk in de stad. Het vibrerende leven om je heen, de veelheid aan culturen, de mooie gebouwen gemixt met de grachten.”

Jan-Arie: “Ik ben ook wel een stadsmens geworden. Het is gaaf om Rotterdam te zien veranderen, het wordt steeds mooier, imposanter, wereldser. Nu pakken ze Zuid aan. In een ongelooflijk tempo. De meest vernieuwende ontwerpen schieten de lucht in. De mentaliteit blijft hetzelfde. Geen poeha. Goed is goed, maar als je slecht hebt gespeeld, krijg je dat ook te horen. Ik waardeer die eerlijkheid.”

The Chainsmokers - Don’t Let Me Down

Siem: “Fijn nummer. Ik houd van house, maar het moet wel melodieus zijn. Het hardere technowerk vind ik alleen vlak voor een wedstrijd lekker. Dat is de laatste fase van mijn voorbereiding. Bij lange reizen lees ik vaak eerst een boek. Daarna gaan de headphones op en luister ik naar muziek die steeds wat energieker wordt. De poprock van Imagine Dragons vind ik prettig. Uiteindelijk beland ik dan bij dit soort house.”

Jan-Arie: “Ik luister vooral hardere muziek als ik op de spinning bike zit. Zonder muziek is dat spinnen niet te doen. We hebben een fysio die van hardrock houdt en die trapt zich daarop helemaal uit de naad. Prachtig om te zien. Bij andere oefeningen klinkt meestal de Braziliaanse Top 50 dankzij mijn ploegmaat Eric Botteghin. Daar zit van alles tussen, zo ontdek je steeds iets nieuws. Richting wedstrijden wil ik even in mijn eentje vertrouwde muziek horen. Dan zit ik echt in mijn comfortzone.”

Avicii - Hey Brother

Siem: “Avicii. Topproducer. Dan denk ik aan Ibiza. Ik kom er elk jaar, mijn broer Luuk en ik hebben er een huis gekocht, vooral voor de verhuur. In de zomer gaan we er zelf een paar weken zitten met partner, familie of vrienden. Soms gaan we naar een club. Inmiddels hebben we wat dj’s leren kennen. Die hebben ook een extreem leven, zeg, nog zwaarder dan dat van ons. Avicii is zelfs gestopt als dj. We hebben zelf ook een draaitafel trouwens. Luuk heeft al een dj-les gehad.”

Jan-Arie: “Het is een vrolijk nummer, het past bij hoe ik over mijn broer denk. Hij is mijn beste vriend, we steunen elkaar in alles. Ik heb geen mental coach. Bij tegenslag wend ik me tot mijn vriendin en familie. Mijn broer is drie jaar jonger dan ik en had ook wel ambities als profvoetballer, maar er is geen sprake geweest van jaloezie. We gunnen elkaar alles. Ik ga ook weleens bij zijn wedstrijden kijken.”

Siem: “Ik heb vorig seizoen voor het eerst als prof samengespeeld met Luuk bij PSV. We hoopten elkaar sterker te maken en soms lukte dat ook, maar toch kwam het er niet helemaal uit. We hadden allebei moeizame fases, wilden elkaar daarin misschien te veel steunen. We hadden ons misschien iets meer op onszelf moeten concentreren, was de eindconclusie. Toch had ik het niet willen missen.”

The War On Drugs - Under The Pressure

Jan-Arie: “Ken ik niet.”

Siem: “Ik ook niet. Wel een lekker nummer.”

Jan-Arie: “Gaat dit over ‘onder druk staan’? Ik voel dat niet heel snel. Nou ja, het hangt van mijn vorm af. Voel ik me goed, vol vertrouwen, dan geef ik die riskante pass van achteruit. Ook al speel ik in een volle Kuip, dat maakt niet uit. Dan geeft De Kuip me juist kracht. Voel ik me minder lekker, dan speel ik meer op safe. Terwijl ik eigenlijk die ‘moeilijke’ pass van achteruit móét geven, want daarmee help ik het team het meest. Als het lukt, geeft het me ook een enorme boost. Dan durf ik steeds meer op te komen, soms een passeerbeweging eruit te gooien. ‘Jan-Scharie’ noemen de fans me nu. Vind ik mooi.”

Siem: “De meeste spanning had ik in de kampioenswedstrijd van Ajax tegen FC Twente in 2011. We speelden thuis, er was vertrouwen, we vlogen erop, ik scoorde. Ladingen zelfvertrouwen krijg je van zo’n wedstrijd.”

Jan-Arie: “Toen we vorig seizoen tegen Excelsior kampioen konden worden, werd onze bus gevolgd door fans, overal vuurwerk. Ik had eerst mijn koptelefoon op, maar na tien minuten heb ik die afgezet, omdat ik het echt wilde meemaken. Op het veld leken we verlamd. Een week later thuis tegen Heracles voelden we ons juist supersterk. Er hing in De Kuip zo’n machtige sfeer. Tijdens de warming-up hadden we al kippenvel en wisten we: dit gaat niet meer fout.

Siem: “Dat had ik ook tegen Twente. Dat is het lekkerste geluid, zo’n stadion dat barst van de honger naar succes.”

Bij lange reizen lees ik vaak eerst een boek. Daarna gaan de headphones op en luister ik naar muziek die steeds wat energieker wordt
Siem de Jong

Met dank aan Hotel Twenty Eight en theater LantarenVenster.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”