Op selfiejacht in Barcelona

Woord: Menno Pot
Gepost: 24-08-2018
Wat heeft Lionel Messi dat Pelé, Cruijff en Maradona niet hadden? Een dolgedraaide selfiecultus, bijvoorbeeld. Camp Nou is tegenwoordig ‘Selfiestick Stadium’. SANTOS stuurde de slechtste selfiemaker uit het colofon, Menno Pot, naar Barcelona voor een Messi-selfie.

Selfies en overig beeld: Menno Pot
Eerder verschenen in SANTOS #08, juni 2018.

In theorie is het mogelijk: een échte selfie met Lionel Messi. Een privéselfie, zijn kop en jouw kop, kameraadschappelijk naast elkaar, vastgelegd voor de eeuwigheid. Het bewijs staat op YouTube. Niet in duizendvoud, maar toch: het komt voor.

Na bestudering van enkele van die filmpjes stel ik vast dat het actieplan niet eens zo ingewikkeld is. Je gaat na een thuiswedstrijd van FC Barcelona bij de artiestenuitgang staan wachten tot de spelers naar buiten komen, op weg naar de bus of hun auto’s of hoe dat ook moge gaan in het universum der blaugrana. Dat korte wandelingetje van stadion naar voertuig, dát is je moment.

Je elleboogt je naar voren en bevecht een plekje aan het dranghek. Zodra Messi naar buiten komt, buig je je zo ver mogelijk over het hekje heen en begin je smekend “Messi, Messi, Messsiiiii!” te roepen, je telefoon wanhopig naar hem uit stekend.

Naar het vogeltje

Messi reageert natuurlijk niet. Hij loopt gewoon door. Prima. Ingecalculeerd. Tandje erbij. Huilen moet je. Janken. Vanuit zijn ooghoek ziet Messi je pijn, je smart, je betraande wangen. Hij houdt zijn pas in, mompelt iets tegen de jongens van de beveiliging en daarna loopt hij naar je toe en neemt hij, om een lang verhaal kort te maken, uitgebreid de tijd voor een paar selfies met jou. Hij slaat zijn rechterarm om je schouder en loenst geduldig naar het vogeltje in jouw eigenste iPhone.

De tranen blijven uit je ogen stromen, alleen zijn het nu natuurlijk geen tranen van verdriet meer, maar tranen van vreugde. Een selfie met Messi. Je lalt met overslaande stem “Gracias, gracias!” in zijn oor, kijkt hem na tot hij is ingestapt en dan ren je gillend weg, hysterisch van geluk, op zoek naar een plekje voor jezelf in een plantsoentje of zo, waar je de rest van de dag kunt kijken naar jóuw Messi-selfie.

Als je met een dooie kerktoren al niet bepaald een selfiekoning bent, dan ben je het onder tijdsdruk met Lionel Messi waarschijnlijk ook niet.

Zo zou het kunnen gaan, in theorie. Aan een paar drempelvoorwaarden heb ik voldaan: ik ben in Barcelona, ik sta voor Camp Nou en ik heb een kaartje voor Barcelona-Valencia op zak, dus ik ben dichtbij, met dank aan het onvolprezen VoetbalTravel voetbalreizen overigens, zeggen we er voor de volledigheid bij.

Toch kan ik zoiets vergeten, vrees ik. In YouTube-filmpjes waarin het bovenstaande droomscenario werkelijkheid wordt, is de selfievrager bijna altijd een tamelijk jong kind. Ik ben géén jong kind, maar een Hollandse reus van 43 waar Lionel Messi naar schatting twee à drie keer in past. Iets zegt me dat mijn gejank niet het gewenste effect zal hebben, maar dat ik me er vooral buitengewoon belachelijk mee zal maken.

Selfiesafari

Probleem twee: SANTOS heeft de allerslechtste selfienemer ter wereld op selfiesafari naar Catalonië gestuurd. Ik kan er werkelijk geen kloten van. Zelfs een met engelengeduld poserende kerktoren krijg ik niet fatsoenlijk naast mijn kop op de kiek. Tijdens het afdrukken kantel ik mijn telefoon altijd, tegen wil en dank, zodat hij uit beeld kukelt, de hele rotzooi scheef staat of mijn grote kop heel die kerktoren afdekt.

En dan dat gezicht dat ik erbij trek: een chagrijnige, van inspanning verwrongen bakkes, alsof ik een kind sta te baren. Áls het me al lukt om een qua compositie aardige selfie te maken, vergt dat zo veel van mijn concentratievermogen, dat ik er zelf met een scheef smoelwerk en openhangende mond op sta. Meestal is het eind van het liedje dat ik alle selfies vloekend van mijn telefoon verwijder en maar een normale foto van de betreffende kerktoren maak, zonder dat hoofd erbij.

Laten we eerlijk wezen: als je met een dooie kerktoren al niet bepaald een selfiekoning bent, dan ben je het onder tijdsdruk met Lionel Messi waarschijnlijk ook niet. Vragen of híj hem misschien wil maken, is ook weer zoiets. Dat wordt niks.

Volkssport

In plaats daarvan ga ik dan maar deelnemen aan de volkssport die onder Barça-dagjesmensen haast even populair is als het voetbal zelf: Messi tijdens zijn werk proberen te vangen in een selfie vanaf de tribune. Best lastig, want je moet twee dingen tegelijk vangen die zich op heel verschillende plaatsen bevinden: een heel groot hoofd op de voorgrond en een klein bewegend mannetje op de achtergrond. Je moet ze samen én tegelijk zien te vangen, in hetzelfde digitale vlindernetje.

Ik heb er de perfecte plaatsen voor, dat moet gezegd. Onderste ring, lange zijde, vrijwel exact op de middenlijn, tegenover de spelerstunnel. Dat dit de ideale locatie is om je te buiten te gaan aan een potje Messi-selfieterreur kun je al zien aan het aantal toeristen met selfiesticks dat zichzelf hier staat te fotograferen in het nog lege stadion. Als echte Catalaanse socio zou ik er geloof ik knettergek van worden.

Een van de weinige Catalanen die ik vandaag zal spreken, zal me uitleggen dat Barça-fans mooiweersupporters zijn: als het regent, blijven ze thuis.

Om me heen hoor ik Hebreeuws, Russisch, Engels, Chinees, Japans, Frans, Italiaans, Nederlands, Duits, Vlaams en nog veel meer, maar nergens hoor ik Spaans of Catalaans. Het schijnt vandaag nog erger te zijn dan normaal, want het regent en het is guur. Een van de weinige Catalanen die ik vandaag zal spreken, zal me uitleggen dat Barça-fans mooiweersupporters zijn: als het regent, blijven ze thuis.

Gek is het wel. FC Barcelona is koploper, de titel is in zicht en tegenstander Valencia staat derde. Een topduel dus, maar bijna de helft van de stoelen in Camp Nou blijft onbezet, omstandigheden waarbij ondergetekende Ajacied zich meteen thuis voelt. Omdat het vooral de locals zijn die deze topper aan zich voorbij laten gaan, zijn wij, irritante dagjesmensen, procentueel nog dominanter dan normaal.

Warming-up

Daar zijn de elftallen en kijk, daar is ook Messi. We schrijven drie dagen na de spectaculaire Champions League-uitschakeling bij AS Roma, maar de superster is ongeschonden uit de strijd gekomen en begint aan zijn opwarmoefeningen.

De warming-up van de blaugrana is ook de warming-up van het selfiesticklegioen: bijna iedereen staat schaapachtig naar zijn eigen telefoon te glimlachen, de rug naar het veld gekeerd. Twee kirrende Japanse meisjes met Messi-sjaals en kekke hoedjes poseren voor hun selfiesticks met verleidelijke duckfaces, het hoofd iets afgewend omdat hun rechterwang blijkbaar fotogenieker is dan hun linker.

Messi ‘vangen’ is voorlopig onmogelijk, want hij staat gedurende de hele warming-up aan de overkant van het veld, dicht bij de dug-out. Het dichtst bij ons staan Suárez, Iniesta en Piqué. Het wordt me duidelijk dat een beetje selfiejager nonstop de naam van zijn object hoort te roepen: “Suárez! Hé Suárez! Hé Piqué! Piqué!” Dat gaat de hele middag zo door, onvermoeibaar, ook tijdens de wedstrijd, ook al reageert geen enkele speler erop.

De gladiatoren gaan de catacomben in en keren even later terug in wedstrijdtenue. Het aantal toeschouwers dat géén telefoonfilmpje maakt van de opkomst en het gescandeerde clublied (“Barça! Barça! Baaaar-ça!”) kan worden afgerond op nul.

Als de heerlijke eerste helft (Barça dominant, 1-0 door Luis Suárez, maar voldoende dikke kansen voor Valencia) één ding duidelijk maakt, is het wel dat Lionel Messi heel erg veel op rechts loopt. Aan de overkant dus. We moeten geduld hebben. Hopelijk bewaart hij zijn toverkracht voor na de rust, want de eerste helft doet vrezen dat hij vandaag op de automatische piloot meehobbelt.

Stewards

Het is natuurlijk tamelijk irritant om op een voetbaltribune te zitten waar mensen naast en voor je voortdurend opstaan en met hun rug naar het veld gaan staan om selfies te maken, zo mogelijk met hun favoriete voetballer in het frame.

Bij FC Barcelona zijn ze zich door schade en schande ook bewust geworden van deze vervelende uitwassen van de selfiecultuur die Lionel Messi aankleeft. Daarom is opstaan tijdens de wedstrijd niet toegestaan. Wie het doet, kan rekenen op een reprimande van de dichtstbijzijnde steward: zitten alstublieft.

De oplossing van de selfiebrigade bestaat uit minstens even hinderlijk, zeer onhandig gedraai op de eigen stoel, in een poging zich al zittend om te keren en de gewenste selfie te verkrijgen zonder overeind te komen. De brutalen trekken zich van de stewards niets aan en kiezen hun momenten uit om overeind te veren voor een bliksemselfie.

Het film- en selfiegedrag van het internationale selfieleger lijkt vrijwel exclusief gericht op dat ene kleine, baardige mannetje met rugnummer 10.

De tweede helft is begonnen, Samuel Umtiti kopt al snel de 2-0 binnen, maar dat lijkt voor velen bijzaak, want jaja, daar is hij dan: Lionel Messi zwerft nu veelvuldig naar onze kant. Helaas heeft hij ook in het tweede bedrijf niet echt peper in de kont (het blijft bij één knappe volley die diagonaal voorlangs zeilt), maar hij is wel heel veel aan de bal en wat er op die momenten op de tribunes gebeurt, is wonderlijk om te zien: zodra de bal richting Messi gaat, gaan duizenden telefoontjes omhoog om het balcontact te filmen, als een versneld afgespeeld filmpje van zonnebloemen in het zonlicht. Zodra de Argentijn de bal weer heeft afgespeeld, gaan de telefoontjes weer naar beneden.

Is het selfielegioen dan werkelijk zo eenkennig? FC Barcelona heeft toch wel meer wereldvoetballers met een zekere celebrity-allure? Het is echt zo: het film- en selfiegedrag van het internationale selfieleger lijkt vrijwel exclusief gericht op dat ene kleine, baardige mannetje met rugnummer 10; alleen wanneer híj in actie komt, heffen de toeschouwers als één man de telefoontjes. Sommige bezoekers filmen hem ook zonder bal, bijna negentig minuten non-stop, en zodra hij in de buurt van de tribune komt, klinkt het lispelend uit duizenden kelen: “Messi! Messiiiii! Messi! Hé Messiii!”

Elke stap, elke beweging, elke seconde van het optreden van Lionel Messi wordt hier in tienduizendvoud gefilmd vanaf de tribune, vanuit duizenden verschillende hoeken.

Yes!

Het is 2-0. Bij ons in de Johan Cruijff ArenA kan de sfeer landerig zijn, maar in Barcelona kunnen ze er ook wat van. Ik pak mijn telefoon, kijk even op Twitter en dan ineens is het daar: mijn moment. Barcelona rukt op, Messi zwerft naar de zijlijn, bijna recht voor mijn neus. Hij staat vrij en het soepele circulatiespel van Barcelona beweegt in zijn richting. Hij gaat aangespeeld worden!

Mijn vingers doen bliksemsnel hun werk op het schermpje van mijn telefoon. Ik ben er klaar voor. Fuck die stewards, fuck de overlast die mijn op handen zijnde selfie-guerrilla-actie oplevert voor de Israëliërs, Russen, Chinezen en Japanners om me heen, want ze doen er zelf ook niet moeilijk over. Ik spring op, draai me om, hef mijn iPhone en druk af. Twee keer. Klik. Klik. Raak? Ik denk het. Ik hóóp het.

Señor!”, roept een steward streng. Of ik heel gauw op mijn kont wil gaan zitten. Tuurlijk joh, wat jij wilt. Mijn buit is binnen. Denk ik althans. Ik kijk in Foto’s, toch een ietsepietsie nerveus en ja! YES! Ik heb mijn Messi-selfie in de knip! Twee zelfs!

Het is 14 april 2018, 17:49 uur, en ik heb de dribbelende Lionel Messi live gevangen in een fotootje waarop ook mijn eigen stomme hoofd staat: groot, flets, verregend en ongeschoren. De imposante antracietkleurige wallen onder mijn ogen herinneren me aan het feit dat ik die nacht nog geen twee uurtjes geslapen heb, maar wat dondert het? Messi staat erop! Je kunt goed zien dat hij het werkelijk is. Nummer 10. Hij heeft de bal aan de voet en zoekt de Valencia-verdedigers op die hem op een van de twee foto’s met zijn drieën staan op te wachten.

Ironisch eigenlijk. Vele tienduizenden wereldbewoners die Messi in het echt hebben zien spelen, zullen dat desgevraagd bewijzen door een selfie te overleggen waarop ze nou juist de andere kant op staan te kijken.

Valencia heeft pal voor tijd nog 2-1 gemaakt uit een strafschop. Zodra het laatste fluitsignaal klinkt, zien duizenden toeschouwers hun kans schoon: opstaan is nu weer legaal, maar de Barça-spelers scharrelen nog rond op het veld. Ook Lionel Messi, al is hij al op weg naar de spelerstunnel, afhangende schouders, het hoofd gebogen. Worstelingen boven de reclameboarding, het is nu iedere selfiestrijder voor zich. Verliefde stelletjes heffen hun selfiestick aan de rand van het veld: nog één keer samen op de kiek in het leegstromende Camp Nou. Een Russische vader stelt zijn twee kinderen in Messi-shirts nog eens op voor wat foto’s.

Ze gaan hun gang maar. Mijn missie is volbracht.

Fanshop

De volgende dag. Ik ben terug op het vliegveld El Prat, klaar voor mijn terugvlucht. Op weg naar mijn vertrekgate passeer ik een FC Barcelona-fanshop. Vanuit de etalage kijkt Gerard Piqué me onverschrokken aan. Naast hem: het hoofd van Messi, en profil. Nog even een selfie maken dan maar? Deze Messi staat tenminste stil.

Ik prepareer mijn telefoon. Ik kantel, manoeuvreer, richt en druk af. Ouderwets scheef, lelijk en gespeend van elke compositie. Piqué half achter mijn hoofd, waaruit een witte staander van de pui steekt. Veel belabberder kan een selfie niet zijn.

Het waren toevalstreffers gisteren, van Messi en mijzelf. Ik kan er nog altijd geen kloten van. Het is een geruststellende gedachte.

Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door VoetbalTravel voetbalreizen.

VoetbalTravel voetbalreizen

Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.