Pirlo and the City

Woord: Koen van der Velden
Gepost: 22-05-2018
In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder interessant. Pirlo is geen poster boy in de stijl van David Beckham, maar een man van een wijntje bij de open haard. Onmetelijk intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.

Beeld: NYCFC.com
Eerder verschenen in SANTOS #03, november 2016.

27 april 2016

Het is een ontnuchterend tafereel. Andrea Pirlo, Il Maestro, het immer stijlvolle enigma uit Flero, staat in zijn onderbroek. Badslippers klampen zich vast aan zijn voeten. Wie niet beter weet, ziet een willekeurige campinggast, zojuist teruggekeerd van een bezoek aan het toiletgebouw. Onderaan zijn nek prijkt in Chinese tekens de naam van zijn zoon Niccolo; een bescheiden tattoo die hij graag voor zichzelf had gehouden, maar die nu wordt bekeken door een groepje wachtende journalisten. Pirlo droogt zijn haren, de lichtgebochelde rug naar de indringers gekeerd. Hij is bezig aan zijn tweede seizoen in de Major League Soccer (MLS), maar aan de Amerikaanse kleedkamertraditie, waarbij de pers kort na een wedstrijd wordt toegelaten, lijkt hij nog altijd maar moeilijk te kunnen wennen. Hij accepteert het met zichtbare tegenzin.

Over wennen gesproken: de grote Andrea Pirlo, Champions League-winnaar en wereldkampioen, slijt zijn nadagen in een honkbalstadion. Weliswaar het beroemdste ter wereld, Yankee Stadium, maar toch. Zijn club New York City FC (NYCFC), het product van een samenwerking tussen Manchester City en de New York Yankees, speelt er zijn thuiswedstrijden op een veld dat ternauwernood aan de vereiste afmetingen voldoet. Corners neemt Pirlo met zijn hakken op een plek waar normaal gesproken het eerste honk ligt. Zijn drafje naar de hoekvlag is een bezienswaardigheid op zich. Nog voor hij zijn curveballen lanceert, worden ze bejubeld door gemiddeld 30.000 toeschouwers, alsof Babe Ruth is teruggekeerd op aarde en zojuist zijn 715de homerun heeft geslagen. Op het grote scherm plaatsen kinderen tijdens de rust hun hoofd achter een virtuele Pirlo-baard en spreken teamgenoten over zijn feilloze coiffure. Ook Pirlo’s cult heeft de oversteek gemaakt.

Corners neemt Pirlo met zijn hakken op een plek waar normaal gesproken het eerste honk ligt.

De wedstrijd tegen het Montreal Impact van Didier Drogba is geëindigd in een gelijkspel. In de kleedkamer wurmt Pirlo, inmiddels gehuld in trainingspak, zijn blote voeten in zachtleren designerschoenen, terwijl ploeggenoten de veters van hun gympen strikken. David Villa spuit een bus deodorant leeg, de geblesseerde Frank Lampard zakt weg in een zwarte fauteuil. Veel succes heeft het sterrentrio NYCFC nog niet opgeleverd: in het debuutseizoen van de club, 2015, werden de play-offs misgelopen, en ook nu, onder nieuwe coach Patrick Vieira, is de start bedenkelijk. Het zoveelste puntenverlies vraagt om uitleg, maar Pirlo neemt zijn tijd. Hij verdwijnt naar een achterkamer, om minuten later op te duiken in de aanpalende gang. Als hij wat achtergebleven journalisten passeert, trekt een wolk parfum, eau de Andrea, aan hun neuzen voorbij. Of hij even met ze wil praten, luidt de vraag van de pr-vrouw, gesteld met een angstig soort voorzichtigheid. “No!”, klinkt het in Engels en Italiaans tegelijk. Een ongeschreven kladblok verdwijnt in de heuptas van de ingehuurde tolk. Hij kan naar huis.

Of hij even met ze wil praten, luidt de vraag van de pr-vrouw, gesteld met een angstig soort voorzichtigheid. ‘No!’
22 september 2015

Het wachten is op Andrea Pirlo. Aan de oever van de Hudson-rivier worden vanmiddag drie rode toeristenbussen vernoemd naar de sterren van NYCFC. David Villa en Frank Lampard zijn zojuist gearriveerd. Samen met het pr-team van de club hebben ze zich in twee zwarte SUV’s naar de westkant van Manhattan laten vervoeren. Een groepje Engelse expats vraagt aan Lampard of hij komend weekeinde mee wil voetballen in Central Park. Lachend zegt hij toe.

Voorbijgangers kijken op, maar lopen verder als er een zilvergrijze sportwagen halt houdt. Pirlo stapt uit. Hij is alleen. Ongeveer dertig belangstellenden trekken hun smartphones. Beveiliging is er niet. Wie wil, kan hem de hand schudden. Een enthousiaste, oude Italiaan pakt zijn kans, maar daar blijft het bij. Hoe anders zou het zijn geweest op het Piazza Castello in Turijn? Of de Via Monte Napoleone in Milaan? Pirlo in het wild; het zou een garantie zijn geweest voor massahysterie. Hier in New York, sinds twee maanden zijn woonplaats, zijn de spotlights stevig gedimd en kan hij in alle kalmte (en met een glimlach die hem pijn lijkt te doen) poseren met ‘zijn’ dubbeldekker. De Pirlo-bus zal vanaf vandaag rondrijden in Manhattan, maar geen New Yorker die ervan zal opkijken. Pirlo geniet van een anonimiteit die hij als jonge twintiger voor het laatst moet hebben ervaren. In New York kon hij gaan waar hij wilde, merkte hij toen hij in het verleden in de stad op vakantie was. Het beviel hem wel.

Graag maakt hij een wandeling in de buurt van zijn appartement in downtown Manhattan, waarvan de locatie angstvallig geheim wordt gehouden. Sporadisch geeft hij een inkijkje in zijn leven via foto’s op zijn Twitter-account. Pirlo met zijn hond Pablo. Pirlo in een moestuin. Pirlo tussen de begroeiing op de Highline, de ultratoeristische, voormalige spoorlijn. Pirlo in de schoolbanken voor zijn Engelse les. Pirlo bij een muurschildering. Pirlo met een vorkje achter de barbecue. Alles in #Pirlostyle, uiteraard, de virtuele handtekening waarmee de berichten steevast worden ondertekend.

Een halfjaar na zijn verhuizing stond hij eens moederziel alleen op Herald Square, een van de drukste pleinen van de stad. Fotograaf Bon Duke had hem er neergezet in opdracht van de modebijlage van The New York Times. Ook nu had hij zijn Audi op een afstandje geparkeerd en was hij ongemoeid komen aanwandelen. Uit de trenchcoats die klaarlagen had hij er gedecideerd een gekozen: de lichtbruine met ruitjesmotief. In de miezerregen liet een poserende Andrea Pirlo zich vervolgens een klein uur vrolijk negeren door het winkelend publiek, dat met volle tassen van Macy’s langs hem heenliep. In het bijgaande artikel dat later zou verschijnen, sprak hij over de uitstapjes met zijn vriendin naar het Guggenheim-museum, de rondjes golf die hij speelt in The Bronx en zijn toenemende interesse voor American football. Ja, wie weet... Hij zag zichzelf hier na zijn voetbalcarrière wel blijven.

30 april 2016

Pirlo spreekt. In de kleedkamer van NYCFC houdt een Japanse journalist een A4’tje voor zijn neus. Of hij de tekst voor de camera wil oplezen. De Maestro knikt, richt zich tot de Japanse huiskamers en spreekt de kijkers toe met een kort zinnetje in hun moederstaal. Wat hij gezegd heeft? “Kijk allemaal naar de MLS”, denkt een pr-medewerker van de club. Zeker weet hij het niet.

NYCFC heeft met 3-2 gewonnen van Vancouver Whitecaps als Pirlo besluit de pers te woord te staan. Over het algemeen doet hij dat beleefd, maar zonder veel te zeggen. Hij is blij met de punten, verklaart hij, en natuurlijk: het kan altijd beter. De dansende beeldspraak waarvan zijn biografie uit 2014 uitpuilde, houdt hij doorgaans glansrijk verborgen.

“Okay, bye”, zegt hij als een journalist van The New York Post zijn vervolgvraag is vergeten. Pirlo doet alsof hij wegloopt. Het is een grapje, zo onverwacht dat niemand voluit durft te lachen. Zijn gemoed is soms moeilijk te peilen, zeggen mensen uit zijn omgeving. Voor de buitenwereld blijven zijn emoties heimelijk borrelen onder een uitgestreken oppervlak. Pirlo is achterdochtig, altijd op zijn hoede. Journalisten vertrouwt hij zelden. De handvol interviewers die hem alleen te spreken kreeg, dreef hij soms tot waanzin met een ingebouwd afweermechanisme, opgeworpen als een vijfmansdefensie. Alleen een tv-ploeg van Sky Sports wist hem bij aanvang van het seizoen te ontdooien met een simpel voetbalspelletje en verleidde hem tot een kort tweegesprekje in het Engels, of iets wat daarop leek.

Pirlo doet alsof hij wegloopt. Het is een grapje, zo onverwacht dat niemand voluit durft te lachen.

Het is zoals hij het zelf aankondigde bij zijn entree in New York: hij wil geen publiek figuur zijn. Roem kan hem gestolen worden. Pirlo kent de haken en ogen. In 2014 werd de scheiding van zijn vrouw breed uitgemeten in de Italiaanse roddelpers. Paparazzi volgden de Juventus-ster, even getrouwd als incognito, in het donker naar het huis van Valentina Baldini, de vrouw met wie hij samenwoont in New York. Wanneer hij met zijn kinderen naar buiten ging, hoorde hij het klikken van de camera’s. Nee, tussen Pirlo en de media zou het niet meer goed komen.

Persrondjes in de kleedkamer slaat hij met liefde over. Vaak heeft hij geen tijd, nog vaker geen zin. Zijn ouders waren op bezoek, klonk het excuus vorig jaar na een verliespartij. Op dergelijke momenten staat ook de leiding van NYCFC machteloos. Verplichten kunnen ze Pirlo niets. Wie wat van hem wil, kan zich melden in Milaan, waar zijn vertrouwenspersoon, een vrouw genaamd Ciacia Guzzetti, zijn imago zorgvuldig bewaakt. Het woord ‘nee’ is haar welbekend. De pr-medewerker in de kleedkamer weet hoe het werkt. Hij haalt zijn schouders op. “Alleen Pirlo bepaalt wat Pirlo doet.”

29 mei 2016

Het boogballetje doet denken aan zijn greatest hits: de steekpass op Fabio Grosso tegen Duitsland, op weg naar de wereldtitel van 2006, of de cucchiaio, de Italiaanse panenka waarmee hij in 2012 de ziel uit het lichaam van Joe Hart lepelde. Goed, het podium is gekrompen, maar de manier waarop Pirlo de bal vanaf een meter of 35 op de borst van een doorbrekende David Villa legt, is van een ouderwetse schoonheid. De Spanjaard controleert, lobt en scoort. NYCFC 2, Orlando City SC 0. Pirlo balt zijn vuist en sloft naar de doelpuntenmaker – het is zijn versie van een vreugde-uitbarsting. Ploeggenoot Tommy McNamara ziet ze wel vaker, de stiftjes en crossballen die Pirlo ogenschijnlijk achteloos uit zijn mouw schudt. Wennen was het aanvankelijk wel, de aanwezigheid van een voetbalgod (en volgens zijn collega’s een van de grappigste jongens in de kleedkamer). De Amerikaan had gedacht de Champions League te moeten bereiken, wilde hij ooit het veld delen met iemand als Andrea Pirlo. Het zou er nooit van komen, besefte hij tijdens rondzwervingen langs clubs als Worcester Hydra en Jersey Express. Nu kijkt hij dagelijks zijn ogen uit en leert hij gulzig bij, als een student aan de Pirlo University. “Kijk hoe hij de kalmte bewaart”, zegt McNamara. “Hij geeft passes die de meeste Amerikanen niet eens voor mogelijk houden.”

Een daverend succes is de verhuizing van Pirlo naar de Verenigde Staten niet, de flarden van genialiteit ten spijt. Op momenten is zijn gevorderde leeftijd zichtbaar, al heeft hij goedbeschouwd zijn hele voetballeven in het tempo van een 37-jarige man gespeeld. In de MLS, een competitie waarin atletisch vermogen regeert, valt hij ermee uit de toon, als een dressuurpaard op de renbaan. In de aanloop naar de wedstrijd tegen Orlando City uitte hij voorzichtige kritiek op het voetbal in Amerika, dat volgens hem nog wel wat tactische bijles kon gebruiken. Antonio Conte, de Italiaanse bondscoach, had het niet beter kunnen verwoorden. Hij neemt de MLS niet serieus en heeft Pirlo buiten zijn EK-selectie gelaten. Op het moment dat NYCFC het opneemt tegen Orlando City, scoort Graziano Pellè voor Italië in een oefenwedstrijd tegen Schotland. In de catacomben van Yankee Stadium wordt Pirlo gevraagd naar zijn toekomst bij het nationale elftal. “Ik ben 37, het is voorbij”, zegt hij zonder een spoortje van teleurstelling, of wat voor emotie dan ook. Het EK zal hij volgen vanaf de bank, thuis in New York.

In de MLS, een competitie waarin atletisch vermogen regeert, valt Pirlo uit de toon, als een dressuurpaard op de renbaan.
24 juli 2015

Bongiorno a tutti.” Andrea Pirlo stelt zich voor aan het Amerikaanse volk. Zijn Engelse les moet nog beginnen, verklaart de pr-man van NYCFC die de zongebruinde Italiaan, terug van een vakantie in Miami, introduceert als de derde grote aanwinst van de club. Tussen de verzamelde media in een vergaderzaal van het Trump-hotel in de wijk SoHo, luistert Luigi Porceddu aandachtig naar zijn landgenoot. Hij stoort zich aan een verslaggever die Pirlo herinnert aan de verloren Champions League-finale tegen Barcelona, maar goed, hij is zelf dan ook geen journalist. Een vriendin gaf hem haar perskaart. Met voetbal had ze niets. Nee, dan Porceddu, een fanatiek Milanista. Zijn restaurant in de East Village, vreemd genoeg een verzamelplek voor Juventus-supporters, heeft hij in alle haast verlaten voor een ontmoeting met zijn held. Het zou het waard zijn. Later op de dag krabbelt Pirlo een handtekening op zijn T-shirt.

De Italiaanse gemeenschap in New York maakt een collectief sprongetje wanneer Andrea Pirlo eerder in het jaar aankondigt de overstap naar de stad te zullen maken. Porceddu herinnert zich hoe hij Roberto Donadoni in 1996 zag voetballen bij de toenmalige MetroStars, maar sindsdien stond de Italiaanse betrokkenheid bij het plaatselijke voetbal op een laag pitje. Nu was er eindelijk weer iemand die kon laten zien hoe het moest. Soccer? Vanaf nu werd er calcio gespeeld, en niet door de eerste de beste.

“Ik houd van Pirlo”, zegt Rosario Procino, een fanatiek Napoli-supporter. Zijn restaurant Ribalta huisvest de lokale Pirlo-fanclub. (Als oprichter houdt Procini er een bijzondere mening op na: “Ik denk dat hij het heeft opgegeven.”) Liefde voor L’Architetto blijkt clubtrouw te overstijgen. Vraag een willekeurige Italiaan naar Andrea Pirlo en hij of zij zal spreken over respect en klasse. Over een gentleman. Was Giorgio Chiellini zijn zaak binnengewandeld, dan zou het een ander verhaal zijn, zegt Procini, maar toen Pirlo zijn restaurant aandeed, ontvingen hij en zijn Napoli-hart hem met open armen.

Een van de serveersters noteerde wat Pirlo die avond had besteld: een salade caprese met een pizza margherita.

In de Italiaanse restaurantscene van New York is Pirlo een graag geziene gast. Bij het chique Felidia, in de Upper East Side, krijgt hij een bord pasta in de clubkleuren van Juventus, en in de hippe wijk Williamsburg dineert hij bij Antica Pesa, een sterrenmagneet waar Leonardo DiCaprio, Madonna, Mick Jagger en vele anderen graag een tafeltje reserveren. Soms haalt hij een broodje bij Pepe Rosso Social, gelegen aan de rand van Little Italy – een gebied vol vergane glorie dat stukje bij beetje wordt opgeslokt door Chinatown. Toen Pirlo binnenstapte, kon eigenaar Mauro Servisi hem eindelijk vragen waarom hij ooit was vertrokken bij Internazionale, zijn lievelingsclub. Samen besloten ze de toenmalige trainer Héctor Cúper de schuld te geven. Het schiep een band.

Ook Numero 28, het restaurant van Luigi Porceddu, kreeg op een dag bezoek van Pirlo. Een van de serveersters noteerde wat de beroemde gast die avond had besteld. Porceddu pakt zijn telefoon, opent een sms-bericht en onthult met trots. De grootmeester nam een salade caprese met een pizza margherita.

18 juni 2016

Andy Truschinski en Mat Hostetler zijn aan de beurt. De jonge Broadway-acteurs delen hun seizoenkaarten van NYCFC met een paar bevriende collega’s; de thuiswedstrijd tegen Philadelphia Union is voor hen. De New Yorkers staan achter een van de twee doelen in Yankee Stadium. Truschinski, geboren in Duitsland, werd als kind door zijn opa gewezen op de kwaliteiten van Lothar Matthäus. Hostetler groeide op in Kansas City, waar hij geregeld een zaalvoetbalwedstrijd bezocht. Toen ze een paar jaar geleden hoorden van een nieuwe voetbalclub in New York, stonden ze vooraan bij het uitdelen van de seizoenkaarten. Grandfathered in, noemen ze zichzelf, ofwel: fans van het eerste uur. Truschinski kende Andrea Pirlo van YouTube en de grote toernooien, maar Hostetler had hem tot een klein jaar geleden nog nooit zien spelen. Eerlijk: hij wist niet precies over wie men het had. Een legende, zeiden zijn vrienden. Dat beloofde wat.

De eerste kennismaking, op 26 juli 2015, maakte indruk. In een thuiswedstrijd tegen Orlando greep de ingevallen Italiaan na rust de regie. Truschinski waande zich in een van de YouTube-filmpjes die hij zo vaak had bekeken, Hostetler zag hoe er onmiddellijk orde in de relatieve chaos verscheen. Nu draagt hij een NYCFC-shirt met daarop het rugnummer 21. In Yankee Stadium is hij niet de enige.

Ze noemen hem the most interesting man in New York, modieus en gezegend met een cool ass life.

Ze noemen hem the most interesting man in New York, modieus en gezegend met een cool ass life, zoals Truschinski het verwoordt. Pirlo is anders dan de Amerikaanse sportsterren die ze kennen. Charismatisch zonder te spreken, ingetogen, kalm en klein van postuur. Geen poster boy in de stijl van David Beckham, maar een man van een wijntje bij de open haard. Onmetelijk intrigerend.

De vrienden hebben geluk. Pirlo, die in een opkrabbelend NYCFC zijn draai heeft gevonden op een plek achter de aanval, legt aan hun kant van het veld aan voor een vrije trap. Vanaf een meter of twintig krult hij de bal langs de doelman van Orlando. Het is zijn eerste doelpunt sinds zijn komst naar New York, maar al te veel waarde lijkt hij er niet aan te willen hechten. De wiebelende kleerhanger boven zijn verlaten stoeltje in de kleedkamer doet na afloop het voorspelbare vermoeden. De man van de wedstrijd is vertrokken door de achterdeur. #Pirlostyle.

Lees ook
Rubriek

Lulkoek: Duitsers scoren
altijd in de laatste minuut

Michel Abbink, alias @sportzeloot, ontrafelt mythes, kraakt clichés en licht tegels. Deze keer analyseert hij de stelling die in het collectief geheugen is gegrift, en na Duitsland-Zweden weer overal opdook: Duitsers scoren altijd in de laatste minuut.
SANTOS #05: SING WHEN YOU'RE WINNING

De (on)zin van
het volkslied

Het volkslied. Meezingen of niet? En hoe dan? Een beetje spottend of juist voluit? En, niet onbelangrijk: wat valt er nou eigenlijk mee te winnen? Onze (ervarings)deskundige Jan Mulder geeft de antwoorden.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

Russische
roulette

In een WK-gids met alle teams en zo'n handig uitklapbaar speelschema hadden we geen zin in. Maar natúúrlijk gaat het in SANTOS #08 ook over het WK. Wat dachten jullie dan, met Lionel Messi als rode draad? Dit WK móét het gebeuren voor hem. SANTOS-hoofdredacteur Bart Vlietstra, in zijn vrije tijd verwoed verzamelaar van alternatieve voetbalplaatjes, blikte alvast vooruit aan de hand van zijn Tschuttiheftli-stickeralbum.
Rubriek

Shirtje kijken:
Chelsea

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer een exemplaar van Chelsea, het Umbro-thuisshirt uit de periode 1995-1997. “Het ultieme jarennegentigshirt.”
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

Frenkie de Jong, de grootste Messi-fan van de Eredivisie

Voor SANTOS #08, een eerbetoon aan Lionel Messi, gingen we op bezoek bij Frenkie de Jong (21), naast middenvelder van Ajax waarschijnlijk de grootste Messi-fan van de hele Eredivisie. Dat was op donderdag 26 april, toen van interesse van FC Barcelona nog niets bekend was. “Natuurlijk zou ik met Messi willen spelen. Hij is bijna 31. Ik moet opschieten, haha.”
Reportage

Diego was
hier

Nooit speelde hij voor of tegen een Nederlandse club. Oftewel: de wonderlijke geschiedenis van Diego Maradona en Nederland.