Robin van Persie: ‘Engeland heeft ons gevormd’

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 29-11-2019
Sinds zijn afscheid als voetballer doet Robin van Persie nog maar weinig van zich spreken in de Nederlandse media, maar toen we hem voor onze Engeland-special naar zijn liefde voor voetballand Engeland vroegen, raakte hij niet uitgepraat. Over de magie van Highbury, trainen met Dennis Bergkamp, ‘de hairdryer’ van Sir Alex Ferguson, Boxing Day en Stoke City-uit. Een voorproefje.

Beeld: Lennaert Ruinen
Het gehele interview lees je in SANTOS #14, onze special over Engeland.

“Ik zie mezelf nog zo zitten, als tamelijk grasgroen mannetje op de West Stand van Highbury, het oude Arsenal-stadion. Die tribunes zaten zo gruwelijk kort op het veld, de akoestiek was zo briljant, zo intens. 38.000 man, maar het voelde als 60.000. En toch met een ons-kent-onssfeer. Ik zou in de rust gepresenteerd worden als nieuwe speler, maar werd er gewoon een beetje nerveus van. Maar ik dacht ook: Wow, hier wil ik echt spelen.”

“Arsène Wenger was mijn voetbalvader. Stabiliteit, structuur, vertrouwen. Hij was perfect voor mij. Heb ik hem laatst nog verteld. Arsenal was echt puur toen. Alles om beter te worden. Anticommercieel ook. We deden niets aan promo’s of reclames. Gingen zes jaar lang naar Oostenrijk in de voorbereiding. Supercomfortabel, korte vlucht, bekend hotel, geen verplichtingen, goede velden, zo veel mogelijk trainen mét de bal. Helemaal top.”

“Ik ken een chef-kok van een heel goed restaurant in Sydney, die toen Dennis Bergkamp bij Arsenal tekende in Londen is komen wonen. Puur om iedere week Bergkamp te zien.”

“Dennis was extreem, plukte elke bal uit de lucht. Ik ging op de training steeds harder op hem passen, op een gegeven moment echt met mijn wreef, gewoon een streep. Toch lag die bal weer als een trouwe hond aan zijn voeten. Ik probeerde backspin, topspin; hij legde alles dood. Moeiteloos. Echt bizar. Een soort Federer. Zelf gaf hij passes waarvan je pas na drie seconden zag wat de bedoeling was. Dat wilde ik ook. Dat motiveerde enorm.”

“Mijn eerste doelpunt op Highbury tegen Southampton was een bevrijding, een doorbraak. Maar daarna moest ik van mezelf tegen die grote boys scoren. Thuis én uit. Vooral uit. Old Trafford is huge. 77.000 man. Gigantisch. Een monument. Net als Anfield. Voor de uitbreiding een beetje vergelijkbaar met Highbury, maar rauwer. Stamford Bridge werd steeds moeilijker, want Chelsea werd steeds beter. Op White Hart Lane voelde je de haat tegen Arsenal. Uiteindelijk is het me overal gelukt. Maar het kostte bloed, zweet en tranen. Bij mijn eerste ‘grote’ goal, thuis tegen Manchester United, brak ik mijn middenvoetsbeentje. Geen moment spijt van gehad.”

“Ik ben best raar weggegaan bij Arsenal. Werd verkozen tot beste speler van de Premier League, maar kreeg nooit een aanbieding voor contractverlenging. Arsenal probeerde me naar Manchester City te duwen, want dan kregen ze meer geld. Ik zou er ook meer verdienen. Maar ik had een klik met Sir Alex Ferguson; de groep die er was, leek me geweldig. En dat wás-ie ook.”

“Wenger stond elke dag op het veld, Ferguson was meer een manager. Die liet het meer over aan de veldcoaches. Hij greep af en toe in, maar dan vooral op mentaliteit, niet op tactiek en inhoud. Maar het was wel raak en hij zorgde dat iedereen op de toppen van zijn tenen liep. Soms gaf hij je ‘de hairdryer’. Ik heb hem nooit gehad, maar heb het wel bij andere spelers gezien. Komt-ie op je af, wordt hij helemaal rood. Scheldt-ie je op drie centimeter afstand helemaal verrot. Juist de grote mannen, Giggs, Scholes en Rooney. Ik was heel goed met hem. Sprong een keer na een doelpunt in zijn armen, dat kon ook. Hij was al 71, maar dat gaf je hem niet. Wat een voetbalbeest. We werden direct kampioen. Ik vind het nog steeds jammer dat hij daarna stopte.”

“Ferguson hield de commercie nog behoorlijk buiten de deur. Er was niet eens een social media-account toen ik kwam. Ik heb die club in drie jaar tijd helemaal zien veranderen. We reisden in de voorbereiding ineens van China naar Tokio naar Sydney en stopten dan ergens op de terugweg voor nog een potje. Een paar dagen later speelde je je eerste officiële wedstrijd. Was je helemaal gesloopt.”

“Vaak speelde ik tijdens de feestdagen mijn beste wedstrijden. Terwijl je soms niet eens twee volle dagen rust had, en twee dagen later wéér moest knallen. Op eerste kerstdag proostte je met een jus d’orange, op oudjaarsavond lag je voor het vuurwerk losbarstte al op bed. Dat is de andere kant van Engeland. De sfeer in de stadions is bijzonder op Boxing Day, maar je krijgt er als speler weinig van mee. Het is overleven. De eerste helft gaat nog wel, de tweede ben je helemaal leeg, dan ziet het spel er ook niet meer uit. Maar je leert dat juist in die fase je seizoen gemaakt of gebroken kan worden.”

“De beste omstandigheden vind je nu bij Manchester City, dat is echt next level. Het complex, de velden – buitenaards. Ik heb het allemaal gezien, want mijn zoontje Shaqueel heeft er gespeeld in de jeugd. Hij speelde bij Wilmslow en werd gescout door City zonder dat ze wisten wie hij was. We legden het aan Shaqueel voor.
Hij zei: ‘Ja leuk, maar kan het wel? Jij speelt bij United.’
Ik zei: ‘Ik ben Robin, jij bent Shaqueel. Jij bent je eigen persoon. Anders train je een keer mee en kijk je dan.’
Na twee trainingen vroegen ze of hij wilde blijven. Hij heeft er twee jaar gezeten, fantastische tijd.”

“Ik heb overwogen bij Stoke City te tekenen, toen ik al niet meer in Engeland speelde. Best grappig, want het leek daar altijd te regenen en te waaien en ze speelden er traditioneel kick-and-rush, het was altijd mijn zwaarste uitwedstrijd van het seizoen. Maar de manager, Mark Hughes, had goede verhalen, bijvoorbeeld dat alles er om voetbal draaide en niet om commercie. Misschien de belangrijkste reden: zo kon Shaqueel weer met zijn vriendjes bij City spelen. Maar de deal kwam niet rond.”

“Engeland heeft ons gevormd. We zijn er opgegroeid, onze kinderen zijn er geboren. Hun eerste taal is Engels, qua manieren zijn ze Engels. Dat proberen we er ook in te houden. Ze zijn niet meer plaatsgebonden, ze kunnen zich overal redden. Misschien is dat achteraf de grootste winst.”

Het gehele interview met Robin van Persie lees je in SANTOS #14. Dat nummer is geheel en al gewijd aan de Engelse voetbalcultuur, van Lewes FC tot Liverpool FC en van Paul Gascoigne tot Raheem Sterling. Bestel ’m hier, of word supporter en mis nooit meer een editie.

Lees ook
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”
Interview

Being
Berry

Zijn halve leven geleden won Hubertus Aegidius Hermanus van Aerle in één maand tijd de Europacup I met PSV en het EK met Oranje. Rijk werd hij er niet van, althans: niet in financiële zin. De cultheld bleef altijd in Helmond wonen, die schitterende, grote stad van HVV, Het Haagje, ‘Skiete Willy’ en Berry de Musical.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
Overig

Nice to meet you,
Mister Best

Wilfried de Jong brengt in SANTOS geregeld een ode aan een overleden voetballer door hem voor een dag terug te halen op aarde. George Best (1946-2005) was de eerste die neerdaalde, op zoek naar Louis van Gaal, Memphis en - vooruit - een paar mooie vrouwen.
SANTOS #14: Engeland special

Please
don't go

Een bakermat van nostalgie, maar ook van het moderne voetbalkapitalisme; geen voetballand is zo contrastrijk als Engeland. Voor SANTOS #14 doken onze fotografen, schrijvers en tekenaars met liefde in de Engelse voetbalcultuur, juist in deze tijden van Brexit.
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”