Robin van Persie: ‘Engeland heeft ons gevormd’

Woord: Bart Vlietstra
Gepost: 02-01-2020
Sinds zijn afscheid als voetballer doet Robin van Persie nog maar weinig van zich spreken in de Nederlandse media, maar toen we hem voor onze Engeland-special naar zijn liefde voor voetballand Engeland vroegen, raakte hij niet uitgepraat. Over de magie van Highbury, trainen met Dennis Bergkamp, ‘de hairdryer’ van Sir Alex Ferguson, Boxing Day en Stoke City-uit. Een voorproefje.

Beeld: Lennaert Ruinen
Het gehele interview lees je in SANTOS #14, onze special over Engeland.

“Ik zie mezelf nog zo zitten, als tamelijk grasgroen mannetje op de West Stand van Highbury, het oude Arsenal-stadion. Die tribunes zaten zo gruwelijk kort op het veld, de akoestiek was zo briljant, zo intens. 38.000 man, maar het voelde als 60.000. En toch met een ons-kent-onssfeer. Ik zou in de rust gepresenteerd worden als nieuwe speler, maar werd er gewoon een beetje nerveus van. Maar ik dacht ook: Wow, hier wil ik echt spelen.”

“Arsène Wenger was mijn voetbalvader. Stabiliteit, structuur, vertrouwen. Hij was perfect voor mij. Heb ik hem laatst nog verteld. Arsenal was echt puur toen. Alles om beter te worden. Anticommercieel ook. We deden niets aan promo’s of reclames. Gingen zes jaar lang naar Oostenrijk in de voorbereiding. Supercomfortabel, korte vlucht, bekend hotel, geen verplichtingen, goede velden, zo veel mogelijk trainen mét de bal. Helemaal top.”

“Ik ken een chef-kok van een heel goed restaurant in Sydney, die toen Dennis Bergkamp bij Arsenal tekende in Londen is komen wonen. Puur om iedere week Bergkamp te zien.”

“Dennis was extreem, plukte elke bal uit de lucht. Ik ging op de training steeds harder op hem passen, op een gegeven moment echt met mijn wreef, gewoon een streep. Toch lag die bal weer als een trouwe hond aan zijn voeten. Ik probeerde backspin, topspin; hij legde alles dood. Moeiteloos. Echt bizar. Een soort Federer. Zelf gaf hij passes waarvan je pas na drie seconden zag wat de bedoeling was. Dat wilde ik ook. Dat motiveerde enorm.”

“Mijn eerste doelpunt op Highbury tegen Southampton was een bevrijding, een doorbraak. Maar daarna moest ik van mezelf tegen die grote boys scoren. Thuis én uit. Vooral uit. Old Trafford is huge. 77.000 man. Gigantisch. Een monument. Net als Anfield. Voor de uitbreiding een beetje vergelijkbaar met Highbury, maar rauwer. Stamford Bridge werd steeds moeilijker, want Chelsea werd steeds beter. Op White Hart Lane voelde je de haat tegen Arsenal. Uiteindelijk is het me overal gelukt. Maar het kostte bloed, zweet en tranen. Bij mijn eerste ‘grote’ goal, thuis tegen Manchester United, brak ik mijn middenvoetsbeentje. Geen moment spijt van gehad.”

“Ik ben best raar weggegaan bij Arsenal. Werd verkozen tot beste speler van de Premier League, maar kreeg nooit een aanbieding voor contractverlenging. Arsenal probeerde me naar Manchester City te duwen, want dan kregen ze meer geld. Ik zou er ook meer verdienen. Maar ik had een klik met Sir Alex Ferguson; de groep die er was, leek me geweldig. En dat wás-ie ook.”

“Wenger stond elke dag op het veld, Ferguson was meer een manager. Die liet het meer over aan de veldcoaches. Hij greep af en toe in, maar dan vooral op mentaliteit, niet op tactiek en inhoud. Maar het was wel raak en hij zorgde dat iedereen op de toppen van zijn tenen liep. Soms gaf hij je ‘de hairdryer’. Ik heb hem nooit gehad, maar heb het wel bij andere spelers gezien. Komt-ie op je af, wordt hij helemaal rood. Scheldt-ie je op drie centimeter afstand helemaal verrot. Juist de grote mannen, Giggs, Scholes en Rooney. Ik was heel goed met hem. Sprong een keer na een doelpunt in zijn armen, dat kon ook. Hij was al 71, maar dat gaf je hem niet. Wat een voetbalbeest. We werden direct kampioen. Ik vind het nog steeds jammer dat hij daarna stopte.”

“Ferguson hield de commercie nog behoorlijk buiten de deur. Er was niet eens een social media-account toen ik kwam. Ik heb die club in drie jaar tijd helemaal zien veranderen. We reisden in de voorbereiding ineens van China naar Tokio naar Sydney en stopten dan ergens op de terugweg voor nog een potje. Een paar dagen later speelde je je eerste officiële wedstrijd. Was je helemaal gesloopt.”

“Vaak speelde ik tijdens de feestdagen mijn beste wedstrijden. Terwijl je soms niet eens twee volle dagen rust had, en twee dagen later wéér moest knallen. Op eerste kerstdag proostte je met een jus d’orange, op oudjaarsavond lag je voor het vuurwerk losbarstte al op bed. Dat is de andere kant van Engeland. De sfeer in de stadions is bijzonder op Boxing Day, maar je krijgt er als speler weinig van mee. Het is overleven. De eerste helft gaat nog wel, de tweede ben je helemaal leeg, dan ziet het spel er ook niet meer uit. Maar je leert dat juist in die fase je seizoen gemaakt of gebroken kan worden.”

“De beste omstandigheden vind je nu bij Manchester City, dat is echt next level. Het complex, de velden – buitenaards. Ik heb het allemaal gezien, want mijn zoontje Shaqueel heeft er gespeeld in de jeugd. Hij speelde bij Wilmslow en werd gescout door City zonder dat ze wisten wie hij was. We legden het aan Shaqueel voor.
Hij zei: ‘Ja leuk, maar kan het wel? Jij speelt bij United.’
Ik zei: ‘Ik ben Robin, jij bent Shaqueel. Jij bent je eigen persoon. Anders train je een keer mee en kijk je dan.’
Na twee trainingen vroegen ze of hij wilde blijven. Hij heeft er twee jaar gezeten, fantastische tijd.”

“Ik heb overwogen bij Stoke City te tekenen, toen ik al niet meer in Engeland speelde. Best grappig, want het leek daar altijd te regenen en te waaien en ze speelden er traditioneel kick-and-rush, het was altijd mijn zwaarste uitwedstrijd van het seizoen. Maar de manager, Mark Hughes, had goede verhalen, bijvoorbeeld dat alles er om voetbal draaide en niet om commercie. Misschien de belangrijkste reden: zo kon Shaqueel weer met zijn vriendjes bij City spelen. Maar de deal kwam niet rond.”

“Engeland heeft ons gevormd. We zijn er opgegroeid, onze kinderen zijn er geboren. Hun eerste taal is Engels, qua manieren zijn ze Engels. Dat proberen we er ook in te houden. Ze zijn niet meer plaatsgebonden, ze kunnen zich overal redden. Misschien is dat achteraf de grootste winst.”

Het gehele interview met Robin van Persie lees je in SANTOS #14. Dat nummer is geheel en al gewijd aan de Engelse voetbalcultuur, van Lewes FC tot Liverpool FC en van Paul Gascoigne tot Raheem Sterling. Bestel ’m hier, of word supporter en mis nooit meer een editie.

Lees ook
SANTOS #15: Eredivisie Shirtbijbel

Eredivisie Shirtbijbel

Of we een tijdloze voetbalshirtbijbel wilden maken, met alle clubs erin die ooit in de eredivisie hebben gespeeld? Natuurlijk wilden we dat. Een beter onderwerp bestaat haast niet.
SANTOS #13: De 25 schoonheden van het amateurvoetbal

Broodje
bal

Het broodje bal is de meest onderschatte snack uit de Nederlandse voetbalkantine, betoogt Sjoerd Mossou. Daarom graag uw aandacht voor de van het vet druipende gehaktbal en het zachte puntje van vijftien cent uit een doorschijnende zak. Eet smakelijk!
SANTOS #14: Engeland special

De keeper, de kopbal,
de redding, de hond
en de duik

Ze mogen zich voor van alles op de borst kloppen, maar de beste voetballer aller tijden komt niet uit Engeland. De beste doelman wellicht wel. Of in ieder geval: de keeper met de meest legendarische save(s) aller tijden. Wilfried de Jong over Gordon Banks (1937-2019), de doelman die net zo gemakkelijk een zwerfhond klemvast nam als een kopbal van Pelé uit zijn goal ranselde.
SANTOS #14: Engeland special

De meest eigenwijze club van Engeland

De kleine non-league club Lewes FC overleefde een bijna-faillissement en geldt tegenwoordig als een voorbeeld voor andere clubs. Hoe? Door alles nét even anders te doen dan de rest. “We zijn niet tegendraads om het tegendraads zijn. We willen gewoon het goede doen.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Being
Hélène
Hendriks

Ze is geliefd in de voetbalwereld, FOX-verslaggeefster en Veronica-presentatrice Hélène Hendriks, zo blijkt tijdens een lange avond meelopen door Zwolle. Maar toch ook weer niet bij iedereen. “Als ik negatieve opmerkingen niet moeiteloos van me kon laten afglijden, zou ik echt een zwaar leven hebben.”