Rondje Amsterdam

Woord: Guus Peters
Gepost: 02-04-2019
We weten het niet helemaal zeker, maar het kan bijna niet anders dan dat John Heitinga (35) de eerste WK-finalist is die gaat deelnemen aan Alpe d’Huzes. 6 juni is het zover, dan beklimt de 87-voudig international en huidig jeugdtrainer van Ajax met zijn Canyon de Alpe d’Huez – zes keer op één dag, als het even kan – om zoveel mogelijk geld op te halen voor KWF Kankerbestrijding. Ter voorbereiding fietste SANTOS een middagje met hem mee langs bijzondere voetbalplekken in Amsterdam.

Beeld: Marques Malacia

Kalverstraat 2

Een glimlach verschijnt op het gezicht van Heitinga als hij op zijn rode blinkende racefiets onder het Rijksmuseum door richting de binnenstad fietst. Hij wijst op de drie Amsterdamse kruisen die je overal terugziet in de stad en die hij als aanvoerder van Ajax jarenlang op zijn aanvoerdersband droeg. “De kruisen staan voor lef en bravoure. Ajax is Amsterdam. Ajax is de trots van de stad.”

Via de Leidsestraat sturen we richting de Kalverstraat. “Deze plek mijd ik meestal”, zegt Heitinga als hij met de fiets aan zijn hand de drukke winkelstraat in wandelt. Vanuit de etalages schreeuwen reclame-uitingen en lichtgevende borden hem toe. Een Engelse toerist in trainingspak herkent de voormalig verdediger van Everton en Fulham. “Look, it’s Johnny Heitinga”, zegt hij tegen zijn kameraad.

Heitinga lacht beleefd, maar heeft nog steeds geen idee wat hij tussen de winkelde meute en fotograferende toeristen doet. Ook niet als we halt houden voor kledingwinkel The Sting, op een steenworp afstand van De Dam. Met gefronste wenkbrauwen: “Wat heeft dit met Ajax te maken?”

In het oude, statige pand dat op 18 maart 1900 nog dienst deed als café Oost-Indië, kwam die dag een groep mannen bij elkaar om Football-Club Ajax opnieuw op te richten. Twee jaar eerder was een club met dezelfde naam na een kort bestaan al ter ziele gegaan. Dit keer moest de club en langer leven beschoren zijn.

“Het is mooi dat je denkt dat je alles van de club weet, maar dat het niet zo blijkt te zijn”, zegt Heitinga terwijl hij het pand bestudeert. “Jammer dat je er niets van terugziet. Al was het maar een gedenksteen of het oude Ajax-logo. Het zou passen bij het stukje trots dat veel Amsterdammers voelen.”

Pontanusstraat 54

Via het Rokin vervolgen we onze fietstocht over de Nieuwe Herengracht naar Amsterdam-Oost. Heitinga beweegt zich soepel door de drukke straten. Hij werd geboren in Alphen aan den Rijn, maar voelt zich Amsterdammer. De verdediger was acht jaar toen hij in de jeugdopleiding van Ajax terechtkwam. Zijn moeder regelde voor zijn verjaardag een trainingsdag bij Ajax. Hij ging er niet meer weg.

Een belangrijke rol daarbij was weggelegd voor Mister Ajax, Sjaak Swart. Het clubicoon ontfermde zich over het jonge talent en werd later zijn zaakwaarnemer. Regelmatig hoorde Heitinga de verhalen over de sigarenzaak aan de Pontanusstraat, die Swart naast zijn carrière als voetballer bestierde.

Van de sigarenzaak schuin tegenover station Amsterdam Muiderpoort is weinig meer te zien, toch komen de anekdotes meteen naar boven als Heitinga zijn fiets op de hoek van de Pontanusstraat en Reinwardtstraat parkeert. “Ik ken ze allemaal”, zegt hij over die anekdotes. “Als Sjaak ’s middags de Klassieker speelde, stond hij ’s ochtends in zijn winkel nog sigaren en kaarten voor de wedstrijd te verkopen.”

Een dag na de wedstrijd stond hij dan gewoon weer in zijn zaak. “Als je nu vraagt of hij in die wedstrijden wel goed speelde, zegt hij altijd dat hij met achttien doelpunten nog steeds topscorer aller tijden is in de wedstrijden tussen Ajax en Feyenoord. Sjaak is een heerlijke gozer, een echte Ajacied. Hij is uniek en puur.”

Nog steeds hebben de twee een hechte band. Op Champions League-avonden zit Swart regelmatig bij Heitinga thuis op de bank. “Hij is nog even fel als vroeger. En altijd is het de schuld van de scheids.”

Middenweg 401

Onderweg naar de volgende stop gaat Heitinga een keer op de pedalen staan. In Frankrijk heeft hij straks als doel zes keer de Alpe d’Huez te beklimmen. Op weg naar Watergraafsmeer test hij zijn Canyon Endurace CF SL 8.0 alvast uit. “Fietsje is echt top”, zegt hij als om hem heen straatnaamborden opdoemen die verwijzen naar een rijke voetbalgeschiedenis.

Heitinga traint in aanloop naar Alpe d’Huzes zo’n drie tot vier keer per week. Als het even kan gaat hij buiten een rondje fietsen. Bij slecht weer klikt hij zijn fiets in zijn Wahoo KICKR, de thuistrainer die hij in zijn woonkamer voor zijn beamer heeft opgesteld. Kan hij ondertussen gewoon voetbal kijken. “Ik vind het heerlijk om te fietsen.” De breedgeschouderde oud-voetballer mag dan niet het frêle lichaam van een klimmer hebben, de topsporter in hem wil in Frankrijk het maximale uit zichzelf halen. “Ik train heel serieus, hoor.”

Ondertussen naderen we het einde van de Anfieldroad, om de hoek begint de Wembleylaan. Iets verderop liggen Bernabeuhof en Delle Alpihof. De straatnamen verwijzen naar stadions waar Ajax ooit een finale won. De centrale weg in de wijk is vernoemd naar het oude stadion zelf: Esplanade de Meer. Op de plek waar vroeger Stadion De Meer stond – en waar Johan Cruijff, Marco van Basten en al die andere grootheden over het veld dartelden – is nu een vinexwijk uit de grond gestampt.

“Je herkent het niet meer terug. De nostalgie is weg”, zegt Heitinga met teleurstelling in zijn stem. “Als jeugdspeler heb ik hier nog voorwedstrijden gespeeld.” De magische lichtmasten, die als ze aan stonden tot aan de hemel leken te reiken, zijn vervangen door appartementenblokken. Uit de bestrating steekt de helft van een betonnen bal. Het is een bescheiden verwijzing naar de oude middenstip, maar kan niet tippen aan de warme herinneringen die Heitinga koestert aan deze plek. “Wat me altijd is bijgebleven, is de geur van de hamburgertenten en de ouderwetse pispakken op het plein voor het stadion.”

Als kleine jongen zag hij er heel wat wedstrijden, maar de mooiste herinnering beleefde hij tijdens Adieu De Meer, het afscheid van het stadion waar Ajax van 1934 tot 1996 voetbalde en 21 kampioenschappen vierde. “Ik heb toen een stukje gras meegenomen en dat lange tijd bij mijn ouders in de tuin verzorgd en geknipt.”

Akkerstraat 32

Heitinga mijmert nog wat over vroeger als we langs een grote muurschildering van Johan Cruijff fietsen. “Ik denk dat ik al weet waar we heen gaan”, zegt de 87-voudig international als hij naar de beeltenis kijkt. “Iedereen weet waar hij vroeger heeft gewoond: Akkerstraat 32.” In de dagen na Cruijffs overlijden in 2016 veranderde het kleine geboortehuis op de hoek van de Akkerstraat en Tuinbouwstraat in een soort bedevaartsoord.

Deze middag is het rustig in Betondorp, waar het stadsrumoer is buitengesloten en het lijkt of de tijd heeft stilgestaan. Het enige geluid komt van iets verderop, waar schreeuwende kinderen voetballen op het Johan Cruyff Court. Heitinga stopt met trappen. “Dit zie je tegenwoordig te weinig. De pleintjes zijn te vaak leeg.”

Hoe anders was dat in zijn jeugd. “De bal was mijn beste vriend. Ik propte hem tussen mijn fietsstang en belde net zo lang aan tot iemand meeging. Op straat leerde je voetballen. Wij waren altijd buiten.”

Het sluit naadloos aan bij de grote poster die het hele benedenraam van Cruijffs geboortewoning bedekt. “Buitenspelen zou een vak op school moeten worden”, staat met grote letters boven een lap tekst. Die brief wordt afgesloten met de handtekening van de meester zelf. “Ik heb hem een paar keer mogen ontmoeten. Dan wist hij je altijd te prikkelen”, zegt Heitinga terwijl hij nog maar eens een blik werpt op het huis. “Ja, dit is een bijzonder plekje in de voetbalhistorie van Ajax.”

Lees ook
SANTOS #13: De 25 schoonheden van het amateurvoetbal

Broodje
bal

Het broodje bal is de meest onderschatte snack uit de Nederlandse voetbalkantine, betoogt Sjoerd Mossou. Daarom graag uw aandacht voor de van het vet druipende gehaktbal en het zachte puntje van vijftien cent uit een doorschijnende zak. Eet smakelijk!
SANTOS #14: Engeland special

De keeper, de kopbal,
de redding, de hond
en de duik

Ze mogen zich voor van alles op de borst kloppen, maar de beste voetballer aller tijden komt niet uit Engeland. De beste doelman wellicht wel. Of in ieder geval: de keeper met de meest legendarische save(s) aller tijden. Wilfried de Jong over Gordon Banks (1937-2019), de doelman die net zo gemakkelijk een zwerfhond klemvast nam als een kopbal van Pelé uit zijn goal ranselde.
SANTOS #14: Engeland special

De meest eigenwijze club van Engeland

De kleine non-league club Lewes FC overleefde een bijna-faillissement en geldt tegenwoordig als een voorbeeld voor andere clubs. Hoe? Door alles nét even anders te doen dan de rest. “We zijn niet tegendraads om het tegendraads zijn. We willen gewoon het goede doen.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Being
Hélène
Hendriks

Ze is geliefd in de voetbalwereld, FOX-verslaggeefster en Veronica-presentatrice Hélène Hendriks, zo blijkt tijdens een lange avond meelopen door Zwolle. Maar toch ook weer niet bij iedereen. “Als ik negatieve opmerkingen niet moeiteloos van me kon laten afglijden, zou ik echt een zwaar leven hebben.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”