SANTOS kijkt Eredivisie (6)

Woord: Redactie SANTOS
Gepost: 07-03-2018
Van de derby Heracles Almelo-FC Twente op vrijdag tot de semitopper Feyenoord-AZ op zondag: iedere minuut van de Eredivisie is dit weekend weer live op FOX Sports. SANTOS vraagt de vrienden en vriendinnen van de show met welke blik zij kijken. Deze week SANTOS-hoofdredacteur en AD-journalist Sjoerd Mossou. Hij ziet - hoe kan het ook anders - veel voetbal, maar weigert om ‘als een zombie’ alles te kijken. “​Kijk een film. Lees een boek. Duik de kroeg in. Zet een lekkere plaat op. De kunst is om voetbal het ene moment heel belangrijk te maken, en het volgende moment juist te zien als een lachwekkende bijzaak.”​​​​

Beeld: Joeri Gosens, VI Images

De vraag der vragen: stadion of tv?
“Duidelijk het stadion, al heb ik de televisie stiekem wel leren waarderen. Mijn zoon Lev van 9 die meekijkt, en die de spelers van PEC Zwolle allemaal beter kent dan ikzelf; reuze handig. Dat mijn 3-jarige dochter af en toe door het beeld fietst op een driewieler, ach welja. Leve de terugspoelknop. Maar voor een stuk in het AD is het stadion altijd beter dan televisie. Elk goed verhaal begint bij goed kijken, luisteren, dingen zien die iemand anders misschien niet meteen ziet. Elk detail kan bepalend zijn. Daarvoor moet je de tribunes zien, het gezang horen en het veld ruiken. Mensen recht in de ogen kijken ook. Een herhaling kijk je tegenwoordig gewoon op je telefoon. Ideaal.”

Hoe kijk je het liefst? Leef je mee? En hoe is dat als jouw club NAC speelt?
“Voor de krant zit ik op de perstribune, het saaiste vak van het hele stadion, waar iedereen neutraal zit te wezen. In het NAC-stadion zit ik tussen mijn vrienden, met mijn ouders altijd een paar rijen achter ons. Na doelpunten hebben we altijd even oogcontact. Ik leef wel mee, zeker als het spannend wordt en de wedstrijd belangrijk is, maar vergeleken met Stijntje Vreven valt het allemaal nog reuze mee.”

De perstribune is het saaiste vak van het hele stadion.
Sjoerd Mossou

“Op televisie kijk ik graag met Lev, mits niet te laat op de doordeweekse dagen, want dan moet hij vroeg naar school. De Champions League is wat dat betreft extreem kindonvriendelijk. Bij de meeste uitwedstrijden van NAC staan Lev en ik te springen en te schreeuwen in de huiskamer. Dat zijn ook haast de enige televisiewedstrijden die ik nog de volle negentig minuten geconcentreerd kijk, hoe slecht die potjes vaak ook zijn. Slecht voetbal deert me sowieso niet echt. Ik vind topvoetbal niet per se leuker dan een hemeltergende, zenuwslopende degradatiewedstrijd. In het stadion kijk ik veel aandachtiger, niet alleen bij NAC, altijd. Je zoekt toch minder afleiding op Twitter en weet-ik-veel.”

Waar erger je je aan?
“Aan loeiharde, krankzinnige, zielloze, domme stampmuziek in stadions, compleet met hysterisch schreeuwende stadionspeakers en zo'n aftellende stadionklok. Bij FC Utrecht, Vitesse, AZ en Willem II hebben ze daar een handje van, je oren piepen ervan. Het is zogenaamd bedoeld om de sfeer te verhogen. Verschrikkelijk. Ik wil het publiek horen zingen, beetje ouwehoeren over de opstelling, met een tof voetbalnummer op de achtergrond, bij voorkeur iets lokaals of clubgebondens. Bij Ajax en Feyenoord doen ze dat goed, bij NAC is het ook in orde, maar er gaat niets boven Engeland. The Stone Roses, Arctic Monkeys, een tof clublied of een meezinger tussendoor. Sfeer is niet iets wat je al te kunstmatig moet oppoken. Het moet iets organisch zijn; een wisselwerking tussen het publiek en de wedstrijd.”

Bij de meeste uitwedstrijden van NAC staan Lev en ik te springen en te schreeuwen in de huiskamer.
Sjoerd Mossou

Kijk je veel voetbal?
“Voor mijn werk kan ik niet anders, maar ik sla ook heel bewust avonden over. Als een zombie naar alles kijken, elke avond: ik geloof absoluut niet dat je verhalen daar beter van worden, integendeel. Kijk een film. Lees een boek. Duik de kroeg in. Zet een lekkere plaat op. De kunst is om voetbal het ene moment heel belangrijk te maken, en het volgende moment juist te zien als een lachwekkende bijzaak.”

Er wordt veel gemopperd over het niveau van de Eredivisie. Begrijp je dat?
“Ja, professioneel doe ik daar dapper aan mee, maar mijn plezier is er op zich niet minder om, er is nog zo veel moois te zien en te beschrijven. Al is het wel lekker als er af en toe wat perspectief is, enig uitzicht op nieuw succes. We moeten ook weer geen Slowakije worden natuurlijk. Gaat ook niet gebeuren, trouwens.”

Voor mijn werk kan ik niet anders dan veel voetbal kijken, maar ik sla ook heel bewust avonden over.
Sjoerd Mossou

Eerder in deze rubriek aan het woord: Jan MulderBart Vlietstra@DuBlanqeBogardeMenno Pot en Willem de Kam.

Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”