Sing when you're winning: De blauw-witte outfit van Sticks

Woord: Menno Pot
Gepost: 09-02-2018
Vóór de legendarische bekerfinale tegen Ajax (20 april 2014) rapte de Zwolse helft van De Kuip het bekerstrijdlied 'M’n outfit is blauw-wit' mee, maar de maker ervan, de rapper Sticks, kon er amper van genieten. Daar was hij te zenuwachtig voor. Ná de wedstrijd werd het opnieuw gedraaid, maar ook daar kreeg Sticks weinig van mee: toen zat hij te janken van vreugde, namelijk.

Beeld: VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

Nee, dan de rust. Toen beleefde de rapper (echte naam: Junte Uiterwijk, geboren in 1982) een van de hoogtepunten van zijn leven: PEC stond met 4-1 voor, Ajax was knock-out, zijn nummer daverde uit de luidsprekers en de blauw-witte muur rapte als één man mee:

20 april, we staan op de banken
300 bussen vol twaalfde man
Hit the road PEC, let’s go!
(…)
De outfit is blauw-wit
De outfit is blauw-wit!

“De club had ervoor gezorgd dat in elke supportersbus een cd lag met dat nummer erop”, herinnert hij zich. “Onderweg kreeg ik berichtjes uit andere bussen: ‘Het staat hier op repeat, we worden er knettergek van.’ Tegen de tijd dat we in De Kuip aankwamen, zat het er bij iedereen goed in.”

Ziedaar, de twee uithangborden van Zwolle: de voetbalclub die het vooral sinds de promotie van 2012 zo geweldig doet en de Nederlandstalige hiphop van Opgezwolle (Sticks, Rico en dj Delic), vaandeldragers van de Zwolse scene die bijvoorbeeld ook Typhoon, Jawat! en beatmaker Kubus voortbracht – en later de Fakkelbrigade, met leden van het in 2007 gestopte Opgezwolle.

Opgezwolle was een fenomeen dat Zwolle al cool maakte toen FC Zwolle nog in de marge ploeterde. Beats en teksten stegen ver uit boven de vaak nog wat kinderlijke nederhop uit het decennium ervoor. Al in 2003 verscheen Sticks in FC Zwolle-shirt in de videoclip van Tjappies & Mammies. Verre Oosten werd een onofficieel volkslied, onmiddellijk opgepikt door de Zwolle-aanhang:

Holtenbroek, Assendorp, Sassenpoort
Nog een tijdje gewerkt bij Stork, zoals het hoort
Shit, ik kom uit een achterstandswijk
Gasten slapen overdag zodat ze ’s nachts de man zijn.

Sticks groeide op in de volkswijk Holtenbroek, keek als jongetje naar FC Zwolle vanaf de Johan Cruijff-tribune van het oude Oosterenkstadion en mocht als voetballertje van CSV’28 ballenjongen bij FC Zwolle zijn. Zwolse all-stars bevolken zijn nummers: hij gooit ‘Het spel op Slot, als Arne’, brengt een terloopse ode aan Albert van der Haar (‘Al scheelt het een Haar, als Appie’), dropt de namen van Fred Benson, Jaap Stam en natuurlijk zijn buurtgenoot uit Holtenbroek die een publieksheld werd: ‘Afkomstig uit Zwolle en talentvol als Dominggus Lim-Duan.’

Bij iedereen in Zwolle ligt Sticks goed, van de moeilijk lerende kinderen die bijles krijgen in het stadion tot aan de harde kern.

De club haalde Sticks binnen als ambassadeur van de maatschappelijke tak PEC Zwolle United, omdat hij bij iedereen goed ligt, van de moeilijk lerende kinderen die bijles krijgen in het stadion tot aan de harde kern. PEC is een familieclub, zegt Sticks. “Voetballers die bij grotere clubs niet slaagden, komen bij PEC in een warm bad terecht en beginnen meteen weer lekker te ballen. Stef Nijland is een goed voorbeeld: mislukt bij PSV, opgeleefd bij PEC.”

In 2015 triomfeerden Rico & Sticks, laatstgenoemde in PEC-shirt, op Lowlands. Een paar maanden later, in februari, liep de Heineken Music Hall voor ze vol en zag je het blauw-wit vooral in de zaal. En toen Rico & Sticks met Typhoon in de Ziggo Dome in Amsterdam stonden, diende PEC Zwolle bij de KNVB zelfs het officiële verzoek in om niet te hoeven voetballen. Want ja, met Rico & Sticks op het podium, dan weet je het wel: dan komt die exodus op gang vanuit het ‘Verre verre verre Oosten, te ver om de fiets te pakken’.

Menno Pot is voetbalschrijver en popjournalist. In iedere editie van SANTOS diept hij een bijzonder verhaal op uit het culturele grensgebied tussen gitaren en de bal.
Lees ook
Overig

Ernst Happel
terug in Rotterdam

Wilfried de Jong laat Ernst Happel (1925-1992) voor heel even terugkeren op aarde. “Ach meiner Junge, das war einmal.”
Binnendoor

Danny
Koevermans

“Een goede amateurclub is de ideale samenleving. Als jij niks te doen hebt in je vrije weekeinde en je wilt wat aanspraak, ga je lekker naar je club. Bakkie koffie, beetje kletsen, even de B1 kijken in de ochtend, daarna het eerste, daarna een drankje. In een voetbalkantine kun je altijd terecht.”
SANTOS SPECIAL: 100 JAAR BEKERVOETBAL

Ooit winnen
wij ’m

Voor iedere supporter van een kleine club is de KNVB Beker de heilige graal, een obsessie, de ultieme beloning voor jarenlange trouw. Totdat je – zoals bijna altijd – roemloos wordt uitgeschakeld. Dan wil je er acuut niets meer van weten, van die verdomde beker. Een essay van Sjoerd Mossou.
SANTOS #04: DE KLASSIEKER

Allebei rood-wit,
toch oneindig anders

Ajax en Feyenoord koesteren hun zo herkenbare clubtenue, beroemd tot in alle uithoeken van de wereld. Maar wat vertelt het shirt over de identiteit van beide clubs – en wat over De Klassieker? Op zoek naar sentiment, smaak en schoonheid.
Reconstructie

Feyenoorder Cruijff
en de vier
klassiekers

Juist in het seizoen (1983-1984) dat Ajax en Feyenoord vier keer tegen elkaar speelden, kwam Johan Cruijff uit voor de club uit Rotterdam. Een reconstructie van het klassieke kwartet door de ogen van directbetrokkenen.
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”