Sing when you're winning: De clubliefde van Barry Hay

Woord: Menno Pot
Gepost: 02-03-2018
Wie de voorbije maanden weleens de tv heeft aangezet of een krant heeft opengeslagen, kan het niet gemist hebben: de biografie van Golden Earring-frontman Barry Hay (1948) is verschenen, compleet met anekdotes over bijvoorbeeld de beruchte 'Plaster Casters', twee groupies uit Chicago die van elke afgewerkte rockpiemel een gipsen afgietsel plachten te maken.

Beeld: Spaarnestad Photo, Bart Notermans
Eerder verschenen in SANTOS #03, november 2016.

Onze eigenste Barry hoort tot de collectie. Hij bevindt zich, voor eeuwig erect, in het gipsen gezelschap van bijvoorbeeld Jimi Hendrix.

Maar dat terzijde. Wat wíj willen weten: welke voetbalclub steunt Barry eigenlijk? In Engeland wéét je dat van een rockster. Het kan je domweg niet ontgaan. Meestal staat het vermeld op Wikipedia.

Barry praat weinig over voetbal, maar in juni 2013 leek hij uit de kast te komen toen hij met zijn nieuwe hobbybandje Flying V Formation optrad op Parkpop in Den Haag: onder een zwart colbert rockte Barry het geelgroen van ADO Den Haag.

Logisch, denk je dan. Hoe kon het ook anders? Maar niets is wat het lijkt. Na het optreden verklapte Barry dat hij dat shirt droeg omdat zijn goede vriend Maurice Steijn, destijds trainer van de Haagse club, het hem had toegestopt, compleet met ‘HAY’ als rugbedrukking.

De ware voetbalsympathie van Nederlands succesvolste rockzanger ligt elders. Dat valt ook wel te verklaren, want anders dan de overige Earring-leden is Barry Hay eigenlijk helemaal geen Hagenees. Hij werd geboren in India, als zoon van een Britse militair en een Nederlandse vrouw, die in 1956 haar echtgenoot ontvluchtte en haar zoontje meenam naar Amsterdam.

Barry Hay draagt tijdens een optreden met hobbyband Flying V Formation een ADO Den Haag-shirt.

Dáár groeide het Engelstalige tropenkind op. Pas jaren later verkaste hij naar Den Haag, om aan de kunstacademie te studeren en zich in de bloeiende beatscene te storten. Toen Den Haag hem te saai werd, vluchtte hij terug naar Amsterdam, waar hij (officieel woonachtig op Curaçao) nog altijd een pied-à-terre heeft. Als Barry Hay voor een voetbalclub moet kiezen, kiest hij Ajax.

13 juni 1972. Ajax heeft twee weken eerder voor de tweede keer de Europacup gewonnen. De Earring is al groot in Nederland, timmert aan de weg in vooral Frankrijk en de Duitstalige landen en staat aan de vooravond van een grote Europese tournee als voorprogramma van The Who.

De band heeft nog twee gouden platen tegoed, voor de albums Eight Miles High (1969) en Seven Tears (1971). Bij het platenlabel komt iemand op het idee om het eremetaal te laten uitreiken door Ajax-verdediger Barry Hulshoff, want Hay houdt van Ajax en Hulshoff van de Earring. Grappig ook: Barry en Barry.

Ajacied Barry Hulshoff, groot fan van Golden Earring, overhandigt de band medio 1972 een gouden plaat.

Er zijn foto’s van ná de uitreiking, geschoten op straat in Hilversum: vijf langharige twintigers, de gouden platen nonchalant meetorsend. Cool. Beetje rebels. Op weg naar wereldfaam. Babyboomers in de kracht van hun leven. Hulshoff is 25 en zal dat jaar nog de Wereldbeker winnen. Hay is 23 en zal in 1974 ook gouden platen in ontvangst nemen in Groot-Brittannië, de VS en Canada.

Glamrocker Alice Cooper krijgt in 1974 trouwens óók een gouden plaat van een Barry. Plaats van handeling: het stadionnetje van HFC Haarlem. De Barry in kwestie is trainer Barry Hughes, die op dat moment nog niet kon weten dat hij in 1981 zélf in de top tien zou staan met de evergreen Ik wil op m’n kop een kamerbreed tapijt.

Voetbalmensen die gouden platen uitreiken aan rocksterren, waarom zijn we daar eigenlijk mee gestopt?

Menno Pot is voetbalschrijver en popjournalist. In iedere editie van SANTOS diept hij een bijzonder verhaal op uit het culturele grensgebied tussen gitaren en de bal.
Lees ook
Overig

SANTOS presenteert:
DIEGO MARADONA

Nog een paar weken en dan verschijnt DIEGO MARADONA, de veelbesproken docufilm van Oscarwinnaar Asif Kapadia (SENNA, AMY) over de opkomst en ondergang van Diego Armando Maradona. Wij hebben ’m alvast mogen zien en we kunnen verklappen: het is 125 minuten lang genieten geblazen van nog niet eerder vertoonde beelden. In aanloop naar de bioscooppremière toert SANTOS langs filmhuizen in Breda, Utrecht en Rotterdam met een speciale preview van de film.
Reconstructie

EK 1992:
(G)een goed stel

Waarom werden onze idolen van 1988 eigenlijk maar één keer Europees kampioen? Daar moesten we reconstructie-expert Auke Kok maar eens in laten duiken, bedachten we. Met behoorlijk ontnuchterende gevolgen.
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Retro
Jackie

SANTOS houdt van nu, maar ook heel erg van vroeger. Dus toen we een nummer gingen maken over vrouwen en voetbal, leek het ons tof om een OranjeLeeuwin te hijsen in onze favoriete voetbalshirts van weleer. En wie konden we daarvoor nu beter vragen dan Jackie Groenen, de spelbepaler van het Nederlands elftal met een voorliefde voor al wat retro is?
SANTOS #11: HUP VROUWEN

America
first

In het beloofde land blijft mannenvoetbal steken in de marge, terwijl de Amerikaanse vrouwen op alle fronten de baas zijn. Nergens voetballen meer vrouwen, nergens zijn meer voetbalheldinnen, nergens meer WK-titels. Maar inmiddels hijgt de concurrentie uit alle windstreken in de nek. Blijft de grootste ook de beste?
SANTOS #11: HUP VROUWEN

Hollen, inhouden, stilstaan,
schijnbeweging, draaien
en wegwezen

Wilfried de Jong belooft plechtig Lieke Martens niet langer te vergelijken. Niet met Arjen Robben, niet met een eekhoorn, niet met Johan Cruijff. “De tijd is aangebroken dat vrouwen (en mannen) in het voetbal moeten proberen om, al is het maar een beetje, Lieke Martens te worden.”
SANTOS #08: MESSI'S MISSIE

De dribbelkunst van
Lionel Messi
volgens Jan Mulder

Probeer de ongeëvenaarde dribbelkunst van Lionel Andrés Messi eens groots te duiden, vroeg SANTOS aan Jan Mulder. Dat lukte met verve, al vond Jan zelf van niet. “Messi heeft ons dribbels geschonken die je met de uitvinding van Johannes Gutenberg, en Laurens Janszoon Coster zo u wilt, niet kunt duiden aan de nabestaanden van SANTOS-lezers. Je moet het hebben gezien.”