Sing when you're winning: Manu en Diego snapten elkaar wel

Woord: Menno Pot
Gepost: 30-10-2018
Ergens in Buenos Aires staat muzikant Manu Chao zijn liedje La Vida Tómbola te spelen. Ontspannen tegen een muurtje leunend. Akoestische gitaar. Witte driekwartbroek. Grijze platte pet.

Eerder verschenen in SANTOS #08, juni 2018.

Si yo fuera Maradona / viviría como el (…) La vida es un tómbola.” Oftewel: “Als ik Maradona was, zou ik leven zoals hij (…) Het leven is een loterij.”

Een paar meter voor hem, recht voor zijn neus, staat Diego Maradona (driedagenbaard, grote zonnebril, zilveren kruisje om de hals) het ontroerd aan te horen. Als Manu Chao zijn liedje heeft gespeeld, omhelst Maradona de zanger.

Het is een schitterende scène uit de documentaire Maradona by Kusturica (2008) van de Servische regisseur Emir Kusturica. In de film zit ook muziek van de Sex Pistols en de Argentijnse rockband Ratones Paranoicos, maar La Vida Tómbola wordt hét liedje van de film – en markeert ook het begin van een vriendschap.

Je realiseert het je niet direct, maar ze zijn leeftijdsgenoten: José-Manuel Chao (1961) en Diego Armando Maradona (1960). Zo voelt dat niet, want toen de voormalige straatmuzikant Chao in 1988 debuteerde met zijn bandje Mano Negra was Maradona al twaalf jaar profvoetballer, regerend wereldkampioen, beste voetballer van de planeet en inmiddels toe aan zijn vierde club, Napoli. Bolwerken als Boca Juniors en FC Barcelona waren voor hem al gepasseerde stations. Chao eerde zijn idool in 1994 met het voetballied Santa Maradona.

Het zou overdreven zijn om te zeggen dat de rollen zich in 2007 hadden omgedraaid, maar niettemin: Diego Maradona was als trainer van zijn oude club Boca Juniors heel wat minder geniaal dan hij als speler was, leefde in onmin met de Argentijnse bond en had te maken met iets dat voor hem vrij nieuw was, namelijk kritiek.

Hij had er twintig jaar cocaïneverslaving (1983-2004), een bypassoperatie (2005), twee jaar alcoholisme (2006- 2007), een bijna-doodervaring (2007) en een periode in een psychiatrische kliniek (2007) op zitten. In hoeverre hij het de luisteraars anno 2007 zou aanraden om ‘te leven zoals hij’, is de vraag.

Manu Chao was ondertussen uitgegroeid tot een Latijnse superster. De latino-ska-punk (‘patchanka’) van Mano Negra was slechts een opmaat gebleken naar zijn solocarrière. Zijn muziek kreeg een rustiger singersongwriterkarakter en was te horen op ongeveer élk hip tuinfeestje, waar ook ter wereld. Veel liefhebbers schrokken zich vervolgens een hoedje bij de concerten: daar pogode Manu Chao nog even woest de latinohorlepiep.

Onbetaalbaar is Maradona’s verwrongen grimas bij het aanhoren van Manu Chaos gezang.
Menno Pot

Chao was een pan-Latijnse volksheld geworden: een jongen van eenvoudige komaf, een held van de straat, net als zijn voetbalidool. Hij klutste reggae, ska, punk en folk door elkaar, zong flarden Spaans, Portugees, Arabisch, Catalaans en Frans. Zijn geluid was van hetzelfde vuilnisbakkenras als hijzelf: een in Parijs geboren vrijbuiter met een Galicische vader en een Baskische moeder, die de hele Latijnse wereld als zijn thuis beschouwde.

Kusturica wilde aanvankelijk Santa Maradona voor zijn film, maar ging overstag toen Chao hem het nieuwe La Vida Tómbola voorspeelde. De filmmaker ensceneerde daarop de klassiek geworden ontmoeting. Onbetaalbaar is Maradona’s verwrongen grimas (een fenomenale kruising van André Hazes en Michiel Romeijn van Jiskefet) bij het aanhoren van de door Manu Chao gezongen zinnen: “Si yo fuera Maradona / frente a cualquier porqueria / nunca me equivoceria.

“Als ik Maradona was, dan zou ik – welke shit me ook overkwam – nooit een fout maken.” Breek mij de bek niet open, straatmuzikant, zie je Maradona denken. La vida es un tómbola, het leven is een loterij; Manu en Diego snapten elkaar wel.

Menno Pot is voetbalschrijver en popjournalist. In iedere editie van SANTOS diept hij een bijzonder verhaal op uit het culturele grensgebied tussen gitaren en de bal.
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”