Sing when you're winning: West Ham United en Cockney Rejects

Woord: Menno Pot
Gepost: 14-12-2017
Ga naar de pub The Boleyn Tavern in Oost-Londen en je hoort geheid punkband Cockney Rejects, onlosmakelijk verbonden met dat deel van de stad én de plaatselijke voetbalclub West Ham United. Voetbalschrijver en popjournalist Menno Pot legt uit.

Beeld: Getty Images
Eerder verschenen in SANTOS #01, november 2015.

Prachtige, klassieke pub, The Boleyn Tavern: victoriaans hoekpand aan Barking Road in Oost-Londen. Donkerhouten pui, elegant torentje. Maar kom dichterbij, zie de dichtgespijkerde ramen en voel dat je hier, op een steenworp van het stadion van het vroegere thuis van West Ham United (The Boleyn Ground, maar liever Upton Park), een beetje op je tellen moet passen.

De hoogtijdagen van de beruchte harde kern van West Ham, de Inter City Firm (ICF), mogen dan ruim drie decennia achter ons liggen, The Boleyn is nog altijd een kroeg waarvoor Engelsen graag het eufemistische adjectief partisan gebruiken: een tikje eenkennig.

De muziek voert je mee terug naar de glorietijd. Hier hoor je geheid de Cockney Rejects, de punkband van frontman Jeff ‘Stinky’ Turner die in 1979 een stem gaf aan de voetbalhooligan in het algemeen en die van West Ham in het bijzonder.

We are the West Side, Upton Park
We meet in The Boleyn every Saturday
Talk about the team we’re gonna do today
Steel cap Dr. Martens and iron bars
Smash their coaches or do ‘em in their cars.

De Rejects waren vaandeldragers van een punkstroming dat een paar jaar na de eerste golf opborrelde in Oost-Londen en al snel werd vernoemd naar de plat-Londense straatbegroeting oi! Bands als Cockney Rejects, Angelic Upstarts, Cock Sparrer en The Business vormden de voorhoede: working class punk in de jaren van Thatcher, verpaupering, stakingen, racisme, IRA-bommen en stadiongeweld.

Luister op Spotify vooral even naar de beste oi!-punkplaat die er is: The Greatest Hits Vol. 2 van Cockney Rejects. Die titel is typisch Britse humor trouwens, want het is gewoon een studioalbum.

Niet zo verrassend dat de favoriete voetbalclub van de oi!-bands West Ham was: de fabrieksclub van jongens met opgestroopte mouwen. De ICF was sterk en gevreesd, maar het elftal ook. Na het afzwaaien van clubicoon en local hero Bobby Moore in 1974 bleef West Ham nog jaren succesvol: het won de FA Cup in 1975 en 1980 en haalde in 1976 de finale van de Europacup II (waarin Anderlecht te sterk was), onder aanvoering van spelers als Billy Bonds en Trevor Brooking.

Cockney Rejects-frontman Jeff ‘Stinky’ Turner: “Punkbands hadden idealen. The Clash. Politiek. Wij zagen punk vooral als een manier om onze liefde voor West Ham uit te dragen.”

En dus traden ze in West Ham-shirts op in Top Of The Pops, toen ze daar hun hilarisch stompzinnige punkbewerking van het onofficiële West Ham-clublied I’m Forever Blowing Bubbles kwamen spelen. Cock Sparrer liet zich fotograferen bij het hek van Upton Park en plaatste advertenties met de tekst ‘We’re not punks, we’re football hooligans’.

Dat moest wel fout gaan. Hooligans van andere clubs wisten dat ze bij oi!-concerten leden van de ICF konden vinden. Het dieptepunt werd bereikt toen driehonderd plaatselijke hooligans in Birmingham de Cedar Club bestormden tijdens een optreden van de Cockney Rejects in 1981. Enorme schade. Veel bloed.

Erger nog: National Front, British Movement en aanverwante neonaziknokploegjes omarmden de oi!-bands, die niet wisten hoe snel ze zich van deze categorie fans moesten distantiëren. Ze waren dikke maatjes met ICF-boegbeeld Cass Pennant en die was nota bene zwart, dus wat dachten ze nou?

Cock Sparrer zong England Belongs To Me namens de jonge working class, niet namens de witten, maar het kwaad was al geschied en de oi!-scene alweer geïmplodeerd.

Nu treden ze allemaal weer op: Rejects, Upstarts, Sparrer, Business, in kleine zalen vol ontzettend aardige Engelse vijftigers met dikke buiken en kale koppen. Sfeer? Eerder gemoedelijk-nostalgisch dan agressief. Supporterscultuur in de ‘weet-je-nog’-modus. Terrace Lost Its Soul, zingt The Business nu. Of: Maradona, You’re Shit. Pint erbij. Gezellig.

Menno Pot is voetbalschrijver en popjournalist. In iedere editie van SANTOS diept hij een bijzonder verhaal op uit het culturele grensgebied tussen gitaren en de bal.
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”