Sneijder zingt Hazes

Woord: Sjoerd Mossou
Gepost: 04-09-2018
Als iemand de soundtrack schreef bij het leven van Wesley Sneijder, dan was het André Hazes. De volksjongen en de volkszanger; ze werden in zekere zin een twee-eenheid, bovenal in de jaren ná Hazes’ dood. “Bij bijna alles wat ik denk, doe of meemaak, past wel een nummer van André.” Een interview over Utrechtse bluf en Hollandse blues.

Beeld: Casper Rila, VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #02, mei 2016.

Wesley Sneijder kan het uittekenen. André Hazes zat altijd links van de ingang, aan het blinkende goudbruine barretje van Huis ter Duin, in de meeste gevallen op de achterste barkruk.

Wanneer de spelers van het Nederlands elftal terugkwamen van de ochtendtraining, stak Hazes altijd opgewekt zijn duim in de lucht. “Lekker getraind, jochies?”, klonk het dan. Zijn eerste biertje had hij dan al lang en breed genuttigd.

Sneijder speelde in die jaren pas kort in Oranje. Hazes woonde met regelmaat in Huis ter Duin, het statige hotel aan de kust van Noordwijk, sinds mensenheugenis het vaste spelershotel van het Nederlands elftal. Hij boekte zijn vaste kamer vaak wekenlang, wanneer het slecht ging tussen hem en Rachel, of kort voor grote concerten.

Om de zenuwen te bedwingen, zat Hazes dan tot midden in de nacht te trivianten met zijn vriend Wim Bohnenn. “We liepen meestal even naar hem toe om een praatje te maken”, vertelt Sneijder. “Ik kende hem van Ajax, want daar zat hij ook vaak in het spelershome, na afloop van wedstrijden. Ook altijd op een vast plekje.”

Sneijder realiseert zich nu pas hoe bijzonder het was. André Gerardus ‘Dré’ Hazes overleed in september 2004, niet lang na Sneijders eerste grote eindtoernooi met Oranje, het EK in Portugal. “Ik ben heel erg blij dat ik hem nog gekend heb”, zegt Sneijder. “Onze gesprekjes waren meestal kort. Gewoon over voetbal. Niets bijzonders. Maar ik vind het nog steeds een eer. Alleen al dat hij wist wie ik was en hoe ik heette.”

Onze gesprekjes waren meestal kort. Gewoon over voetbal. Niets bijzonders. Maar ik vind het nog steeds een eer.
Wesley Sneijder

We zitten in Istanbul, in een comfortabele bank op het trainingscomplex van Galatasaray. Terwijl om ons heen allemaal besnorde mannen driftig heen en weer lopen, zet Sneijder nog een liedje op, met de speaker op tien. ‘Ik leef m’n leven zoals ik dat wil – ik bemoei me toch ook niet met een ander’, klinkt het, met klassieke Hazes-snik. Een Turkse clubofficial kijkt verschrikt onze kant op.

“Dit is hét lied”, zegt Sneijder. “Mijn lijflied, ja, zo voel ik dat. Omdat het precies raakt aan hoe ik in het leven sta. Elke regel is raak, vind ik. En het mooie is: je kunt er in bijna elke gemoedstoestand naar luisteren.”

Ik sluit m’n ogen, en denk na
En alles gaat dan door me heen
Dan zie ik heel m’n leven
Ik heb veel genoten, maar ook heel veel gehuild

Ik leef m'n eigen leven (1994, hoogste notering in de Top 40: #12)

Er kleeft een bijzonder voetbalverhaal aan juist dit nummer. Ik leef m’n eigen leven groeide sinds de zomer van 2008 uit tot dé kleedkamerhit van het Nederlands elftal. Op het EK in Oostenrijk en Zwitserland zette dj Sneijder de Hazes-klassieker steevast op tijdens het omkleden, zowel voor als na wedstrijden. “We hadden van die boxjes, die we altijd op mijn telefoon aansloten” vertelt Sneijder. “In die afspeellijst stond van alles, ook gewoon pop- en housemuziek, maar Ik leef m’n eigen leven zijn we altijd blijven draaien. Ook in Zuid-Afrika en Brazilië was dat nummer nog steeds vaste prik. Het brengt je in een prettige stemming, emotioneel gezien. Het raakt precies de goede snaar. Het afspelen van dat nummer is een vast ritueel geworden bij Oranje.”

Of Sneijder speciaal voor SANTOS een keer zijn liefde voor Hazes onder woorden wilde brengen, vroegen we een tijdje geleden. Het idee: luisteren naar Sneijders favoriete artiest aller tijden – en daarbij praten over diens invloeden, zowel op de voetballer zelf als in iets bredere zin. “Wanneer komen jullie langs?”, antwoordde Sneijder. “Hazes-plaatjes draaien. Altijd goed.”

En dus scrollt Sneijder vandaag gretig door de ‘Hazes 100’, neuriënd en stukken tekst oplepelend.

Wat is het specifiek in Ik leef m’n eigen leven dat je zo raakt?
“Het nummer gaat over dicht bij jezelf blijven. Kijk, als je op een gegeven moment bekend wordt, verandert er heel veel. Mensen willen van alles van je. Alles wat je doet, is nieuws, en iedereen vindt er iets van. Van de ene kant gaat zoiets geleidelijk, ik ben er gewend aan geraakt, maar van de andere kant gaat het juist heel snel. Het is iets ongrijpbaars. Yolanthe is ook beroemd, dat maakte het nóg extremer. Als ik dan naar Hazes luister – en hij zingt dat je je eigen leven moet blijven leven – dan herken ik dat.”

Je kijkt er trots bij.
“Ja, ik ben daar wel trots op. Je kunt denk ik veel van mij zeggen, maar ik ben altijd mijn eigen weg blijven volgen. In de kern ben ik geen andere jongen dan vijftien jaar geleden, of nog langer. Dat filmpje uit die documentaire, De Sneijder-tapes (gemaakt door de NOS in 2012, red.). Dat ventje dat op dat stapelbed zit, zo ben ik volgens mij nog steeds. En het ging ook wel eens mis, hè. Ik heb ook fouten gemaakt. Bij Real Madrid heb ik een tijdje helemaal niet voor het voetbal geleefd. Ik zat niet goed in mijn vel, mijn toenmalige huwelijk ging slecht. Het was vluchtgedrag. Grappig, want ook daarin herken je een beetje dat leef je eigen leven. Maar dan op precies de verkeerde manier.”

Heeft een jongen als Memphis Depay ook iets met zo’n nummer? Die doet het óók op zijn, laten we zeggen, eigen manier.
Grijnzend: “Ik denk dat hij de tekst op zich wel goed vindt. Zoals elke voetballer of bekendheid, denk ik. Maar je merkt wel dat de muzieksmaak van de jongste generatie anders is. In 2008 hadden we een team met Ruud van Nistelrooij, André Ooijer, Rafael van der Vaart, Giovanni van Bronckhorst, noem maar op. Die vonden Hazes ook allemaal geweldig. De nieuwe generatie heeft er toch minder mee. Ja, dat merk ik ook in de kleedkamer wel. Ze hebben meer die koptelefoontjes op dan wij vroeger. Het is toch wat meer individualistisch allemaal. Of klink ik nu als een ouwe lul?”

Sneijder draait Hazes meestal in de auto. Zoals alle bekende voetballers in Turkije heeft de voetballer een eigen busje, met geblindeerde ramen en een eigen chauffeur, om te voorkomen dat hij in Istanbul wordt klemgereden door hevig geëmotioneerde supporters. “Dat vind ik zo mooi, hè”, vertelt Sneijder. “Door Istanbul rijden, met al die drukte en lichtjes om me heen. De gebouwen, de massa’s mensen, die enorme bruggen. En dan Hazes uit de speakers. Gewoon, ouderwets Dré. Ja, daar kan ik best wel sentimenteel van worden.”

Door Istanbul rijden, met al die drukte en lichtjes om me heen. En dan Hazes uit de speakers. Gewoon, ouderwets Dré.
Wesley Sneijder

Bij de legendarische afscheidsdienst voor Hazes, in september 2004 in de Arena, was Sneijder met Ajax in het buitenland. “We moesten Champions League-voorronde spelen in Kopenhagen”, weet de voetballer nog. “Daardoor konden we er niet bij zijn die dag. De beelden heb ik vaak genoeg gezien. Je zag het aan alles toen: heel Nederland hield van Hazes.”

Sneijder bladert nog maar eens door de afspeellijst met Hazes-nummers. Voor mij geen slingers aan de wand. Zeg maar niets meer. De Vlieger. “Ik ken geen enkele zanger die je zo diep kan raken als André kon”, zegt Sneijder. “Dat is iets in zijn stem, dat oprechte, die snik. Het is bijna niet uit te leggen, maar je gelóóft hem gewoon. Soms krijgt een tekst daardoor een heel eigen betekenis, in een specifieke fase van je leven. Waarom? bijvoorbeeld, is op zichzelf geen lied dat over de dood gaat. Maar als er iemand overlijdt in je omgeving, kan zo’n nummer toch wat houvast geven, of troost. Dan krijgt zo’n zinnetje als ‘Zeg mij waarom’ opeens een heel andere betekenis. Bij alles wat ik doe, denk of meemaak, past wel een nummer van Hazes.”

De Vlieger (1977, hoogste notering in de Top 40: #8)

Sneijder interviewen is nooit een straf. Net als generatiegenoten als Arjen Robben, Robin van Persie, Klaas-Jan Huntelaar en Rafael van der Vaart is hij opgegroeid in het moderne medialandschap, met extreme aandacht voor voetbal, maar nog ruim vóór de explosie van social media. Sneijder is een open, tamelijk onbezorgde verteller. Een tikje opportunistisch soms. Elke nieuwe trainer bevalt hem altijd ‘heel erg goed’. In slechte tijden wordt morgen alles vanzelf weer beter.

Sneijder heeft iets van een bravouremannetje met een grote bek, maar hij is ook immer aanraakbaar voor supporters, pers en kinderen. Als we een paar weken na dit gesprek in Huis ter Duin zijn voor de fotoshoot, lijkt het de fotograaf wel een geinig idee om een namaaktatoeage te laten zetten. Het portret van Hazes, groot op de bovenarm van Sneijder.

De teammanager van Oranje krijgt spontaan vlekken in zijn nek van het idee. Bij de KNVB gaan daags erna allerlei alarmbellen af, want wat moeten ze bij sponsors als ING of Nike wel niet denken van een tatoeagefoto? En zo meteen heeft Sneijder een belangrijke wedstrijdbespreking, de tijd dringt, dus: wel een beetje opschieten, met die foto.

“Doen we”, zegt Sneijder zelf echter, en rolt de mouwen van zijn polo omhoog. Kalm poseert de voetballer voor de fotoshoot, mét quasi-Hazes-tattoo.

In hoeverre herken je jezelf eigenlijk in Hazes, als mens? Qua achtergrond zijn er wel wat raakvlakken.
“We zijn allebei volksjongens, opgegroeid in een typische volksbuurt. Dat schept toch een band. Als wij vroeger in Ondiep (volksbuurt in Utrecht, red.) over straat liepen in de zomer, en de ramen stonden open, dan klonk overal Hazes. Ook de Marokkaanse jongens uit onze buurt houden van Hazes. Maar wat ik zo mooi vond aan hoe hij in het leven stond: André was altijd onder de mensen. Zo ben ik ook een beetje. Ik hou van bedrijvigheid, van gezelligheid. Van vrienden en familie om me heen. Dat is toch een beetje dat volkse, denk ik. André kon ook niet zo goed alleen zijn volgens mij. Daar heb ik ook een beetje last van.”

Is dat geen nadeel voor een voetballer, die hang naar ‘midden in het leven’ staan?
“Het hoort bij me. Ik heb er ook weleens last van gehad, zoals destijds in Madrid. Maar uiteindelijk was de wil om te slagen altijd groter. Anders was ik ook niet zo ver gekomen, denk ik.”

Om met Hazes te spreken, het kostte Bloed, zweet en tranen soms. Zoals in de aanloop naar het WK van 2014.
“Ja, al had dat niet alleen met mijn levensstijl te maken. Ik kwam uit een moeilijke periode met Internazionale. Een heel ingewikkeld machtsspel was dat, waarin ik een lange periode amper had gespeeld. Daardoor kwam ik met een achterstand binnen bij Galatasaray, met alle gevolgen voor Oranje van dien. Ik verloor mijn aanvoerdersband, dat heeft heel veel pijn gedaan. Misschien was dat wel mijn grootste teleurstelling. Maar het maakte ook iets los van: ik knok me terug. Wat er ook gebeurt.”

Sneijder werkte maandenlang om weer topfit te worden, onder meer dankzij de hulp van kickbokser Gökhan Saki, die een intensief trainingsprogramma afwerkte met de voetballer. “Ja, dat was letterlijk bloed, zweet en tranen. Als ik ergens trots op ben in mijn carrière, dan is het op die periode. Op het WK in Brazilië heb ik me weggecijferd voor Oranje, in een andere rol dan ik gewend was. Ik wist dat ik minder beslissend zou zijn op die plek, meer aan de zijkant van het middenveld. Maar dat was het allemaal waard.”

Ik heb fantastische herinneringen aan Oranje, maar het gemiste EK zal altijd een litteken blijven.
Wesley Sneijder

Toen André Hazes zijn voetbalklassieker Wij houden van Oranje uitbracht, was Sneijder vier jaar. In juni 1988 stond hij met zijn vader Berry langs de A2, ter hoogte van Utrecht, wachtend op de gouden kampioensploeg van Rinus Michels. In korte broek en een oranje shirtje. “Ik weet daar niet heel veel meer van”, graaft Sneijder in z’n geheugen. “Ja, dat het wachten heel lang duurde. Ik was nog iets te klein om het me heel bewust te herinneren, maar toch voelt dat EK van 1988 voor iedereen van mijn generatie als iets magisch. Van Basten-Gullit-Rijkaard. We waren allemaal idolaat van die gasten.”

Wij houden van Oranje doet me nog steeds wat. Het is toch een soort tweede Wilhelmus geworden. Een voetballiedje dat nooit aan kracht verliest. Als ik het luister, voel ik me trots. Ik heb nu meer dan honderd interlands gespeeld. Als klein ventje, langs de A2 met mijn vader, had ik dat nooit kunnen bedenken.”

VAN DE TRIBUNES
KLINKT HET WILHELMUS
NU NOG MOOIER DAN VOORHEEN
ACH, WIE LAAT GEEN TRANEN

Wij houden van Oranje (1988, hoogste notering in de Top 40: #3)

Voelt die trots ook niet een beetje als buikpijn nu, zo kort voor het EK (mei 2016, red.)?
“Tuurlijk. En dat gaat voorlopig nog niet over. Ik kan er nog steeds wakker van liggen dat we er niet bij zijn, óók omdat je als voetballer niet het eeuwige leven hebt. Ik ben nu 31 jaar. Mijn vriend Johnny Heitinga is al gestopt. Ik kan mezelf wel voor de gek blijven houden, maar ooit komt er een moment dat het is afgelopen. Ik heb fantastische herinneringen aan Oranje, maar dit gemiste EK zal altijd een litteken blijven.”

Sneijder scrollt nog maar eens langs de rij met Hazes-nummers. Buiten is het al donker. De club Galatasaray staat in brand dezer dagen, als gevolg van een sportief dramatisch seizoen. De ene na de andere trainer is al ontslagen. Op het Florya Metin Oktay-trainingscomplex is het nog altijd een komen en gaan van Turkse mannen, druk met van alles en nog wat.

“Geef mij nu je angst – ik geef je er hoop voor terug”, zegt Sneijder, half zingend. “Dat is toch een hartstikke mooie zin?”

“Je kunt daar ook arrogant of lacherig over doen, maar iedere Nederlander begrijpt de teksten van Hazes. Heus niet iedereen zal fan zijn, maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat mensen er niéts mee hebben. Zijn nummers zijn ook zo tijdloos. Hij is nu alweer meer dan tien jaar dood, maar over twintig jaar draai ik hem ook nog.”

André is nu alweer meer dan tien jaar dood, maar over twintig jaar draai ik hem ook nog.
Wesley Sneijder

De voetballer is vorig jaar vader geworden van een zoontje, Xess Xava. Aan Kleine Jongen ontkomen we dus ook niet, vandaag. “Dat liedje luisteren met dat ventje op je arm; ik kan me niet voorstellen dat er jonge vaders zijn die dat onberoerd laat.”

Zij gelooft in mij? “Mooi nummer, maar ik heb daar niet iets heel specifieks mee”, zegt Sneijder. “Dat kan ook een kwestie van tijd zijn. Ik leef m’n eigen leven draai ik altijd, maar mijn andere favorieten wisselen een beetje, afhankelijk van hoe ik me voel.”

Zijn vrouw Yolanthe is al een aantal dagen in Nederland voor televisie-opnames. Zoon Xess is mee. “Het is koud zonder jou!” zegt Sneijder lachend – en daar klinkt de Hollandse blues alweer, door de stenen gangen in Istanbul.

De avond valt in Turkije. Sneijder is op weg naar de masseur in een ruimte verderop, morgen wacht een belangrijke bekerwedstrijd, als Sneijder zich nog even omdraait, met karakteristieke brede grijns. “Het is tijd, de hoogste tijd”, neuriet de voetballer, op zijn slippertjes, met een duim omhoog.

Een kijkje achter de schermen voor wie benieuwd is naar de totstandkoming van bovenstaande foto’s, die eerder verschenen in SANTOS #02:

Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.