Stukje Stijl: Hoofdzaak

Woord: Arno Kantelberg
Gepost: 12-04-2018
Officieus Stijladviseur des Vaderlands Arno Kantelberg over hoeden, petten en voetbal. “Een hoed is een statement. Het geeft je persoonlijkheid, ook al is het niet altijd de persoonlijkheid die je zelf zou willen. Memphis Depay weet daar alles van.”

Beeld: VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #03, november 2016.

Het was een ongewoon warme zomerdag in Londen en we zaten in gehuurde leunstoelen in Green Park. Op de kale klets van mijn reiskompaan Wilfried de Jong huisde een bruine Homburg, zojuist afgerekend bij Lock & Co Hatters, de oudste hoedenzaak – sinds 1676 – ter wereld.

De term ‘huisde’ gebruik ik hier niet lichtzinnig; de Homburg was van het rijzige soort, met een golvende gleuf. “De burgemeester onder de hoeden”, noemde Wilfried zijn nieuwe aankoop. In de koesterende zon liet hij zijn vingers even langs het zachte vilt gaan, alsof-ie ’m even proefde. “Als je oude foto’s van De Kuip ziet”, zei Wilfried, “dan zie je beneden de petten en boven de hoeden, zo’n hele ring vol.”

Arbeiders droegen petten, directeuren droegen hoeden.

Gert Bals met pet.

Voetbaltrainers die petten droegen, waren ook jongens van de gestampte pot: Kees Rijvers, Barry Hughes, Jack Charlton – niet toevallig allemaal trainers met een kalend bovendek.

Ik kan me eigenlijk maar één hoedendragende trainer herinneren: Joop Brand, in de jaren zeventig en tachtig trainer van clubs als Sparta en Telstar. Brand (ook kalend) droeg een geruite Trilby, zo’n gleufhoedje met een smalle rand die aan de achterkant omhoog wijst, aan de voorkant omlaag. De Trilby heeft een beetje een louche imago, het is een hoed die je draagt naar de paardenrennen. Zeker als je hem iets naar voren kantelt, is het een schalkse hoed (volgens Frank Sinatra wordt je uitstraling bepaald door de hoek waarmee je je hoed draagt). Als ik zo kijk naar de foto waarop Kees Rijvers en Joop Brand wat palaveren voorafgaand aan een wedstrijd tussen PSV en Go Ahead Eagles (zie onder), beeld ik me in dat Brand na afloop van de wedstrijd in zijn Ford Thunderbird is gestapt om twee blondines in bontjas op te halen voor een pretavond in Club Chantal. Terwijl hij daar de kurken nog eens flink liet knallen, zat Rijvers bij moeder de vrouw achter de piepers – spannender dan een tweede schep appelmoes ging het niet worden.

Een hoed is een statement. Het geeft je persoonlijkheid, ook al is het niet altijd de persoonlijkheid die je zelf zou willen. Memphis Depay weet daar alles van.

Petdrager Kees Rijvers (links) in gesprek met hoeddrager Joop Brand.

Hoe zit het eigenlijk met hoofddeksels op het veld? Spelers mogen uiteraard niets op de bol dragen. Toch zit er wel enige rek in die regel. Doelmannen mogen een pet dragen tegen het schijnsel van de zon, al is dat door de hoge stadions tegenwoordig niet meer nodig. Jammer eigenlijk. Wat zou ik Jeroen Zoet graag zien met zo’n flat cap die ze in de tv-serie Peaky Blinders dragen. Het zou een mooie ode zijn aan in 2016 overleden Gert Bals, de doelman met de pet die voor zowel PSV als Ajax keepte.

Doelman Leo van Straaten van Volendam droeg in de jaren zeventig een blauwe valhelm ter bescherming van zijn hoofd. Zoals Petr Cech (Arsenal) nog altijd een beschermende muts draagt en Cristian Chivu dat deed bij Internazionale.

Cristian Chivu met rugbyhelm.

Er is nog een uitzondering op de FIFA-regel, eentje met enige actuele relevantie. Het is de speelsters van het nationale team van Iran toegestaan een hijab te dragen om religieuze redenen (voor de helft zijn de speelsters overigens omgebouwde mannen; daar doen de ayatollahs dan weer niet moeilijk over).

Zou je dat aan de mannenkant ook kunnen doorvoeren? Zouden sikhs een tulband mogen dragen, spelers van Ajax een keppeltje (flauw, ik weet het)? Achter de religieuze hoed zit de gedachte dat je het hoofd bedekt omdat er nog iets boven je is, iets hogers. Het is in die zin niet alleen een teken van vroomheid, ook van bescheidenheid. Dat zou ik de voetballers van vandaag ook wat meer gunnen.

Barry Hughes (met pet) en Jules Ellerman (zonder pet) zijn blij met elkaar.

Arno Kantelberg is, naast hoofdredacteur van het tijdschrift Esquire, officieus Stijladviseur des Vaderlands.
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”