Top 15 clubliederen volgens Leo Blokhuis

Woord: Leo Blokhuis
Gepost: 22-05-2018
Mister Top 2000 en voetballiefhebber Leo Blokhuis stelde een top 15 samen van clubliederen van de huidige eredivisieclubs, inclusief een kleine geschiedschrijving.

Beeld: Soenar Chamid sportfotografie/VI Images
Eerder verschenen in SANTOS #05, december 2017.

In het voorjaar van 2017 ondersteunde toenmalig Heracles-voorzitter Jan Smit de oproep van de fans van zijn club om een clublied te schrijven. Studio Sport-presentator Tom Egbers, fan van de club uit Almelo, beklemtoonde daarop in Twentsche Courant/Tubantia de noodzaak van een clublied. “Iedereen roemt Hand in hand van Feyenoord, maar Heracles is een oudere club dan Feyenoord en heeft geen bekend clublied dat iedereen kan meezingen. Terwijl cabaretier Herman Finkers zo veel liedjes heeft waarin de club voorkomt.”

Een tijdloos lied dat over zestig jaar nog steeds gezongen wordt, dat is de inzet in Almelo. Frappant overigens dat daar nu pas over wordt nagedacht bij het in 1903 opgerichte Heracles, want de geschiedenis van het clublied bestrijkt al ruim een eeuw.

Ook sc Heerenveen en Roda JC blijken trouwens geen officiële verenigingschansons te hebben geadopteerd. Het volkslied van de provincie volstaat voor hun wedstrijden. Vandaar dus een top 15.

1. Sparta Rotterdam - Sparta Marsch (1909)

De oudste, meest legendarische clubmars van ons land heeft niets aan kracht ingeboet. Jaap Blazer componeerde de mars ter gelegenheid van het eerste kampioenschap van de club. “De eeuwig nummer twee, nu eind’lijk dan gebroken. Met de oude manier van doen, is zij na twintig jaren Neerlandsch Kampioen”, zong hij, zichzelf begeleidend op piano.

In 1930 kreeg het lied zijn definitieve tekst, geschreven door Jan Wolf, de eindredacteur van clubblad De Spartaan. “Rood-Wit gaat nooit verloren. En jaren nog hierna, zullen wij laten horen S-P... A-R... T-A…!” Wat een historie, wat een mooie melodie. “Rood wit is onze glóóórie”; je staat al met 1-0 voor als dit uit je stadionspeakers klinkt. En dan ook nog op dat prachtige Kasteel.

2. Ajax - Ajax (Kampioens-)Marsch (1918)

Fraaie melodie met blufferige tekstregels: “Geen club die óns kan evenáren. Rood en wit wórdt kampioen.” Het is de arrogantie die Ajax geliefd maakt bij de eigen fans en gehaat bij de rest, want op moment van schrijven was Ajax nog nooit kampioen geworden. 

De ode aan de “dapp’re strijders fier en koen” werd geschreven door een van de twee hoofdredacteuren van Ajax’ clubblad, de heer  D. Knegt. De muziek van de mars ontsproot uit het brein van de Belg Emile Painparé. De zoon van componist Jules Painparé had het neutrale Amsterdam waarschijnlijk nooit als thuisbasis gekozen als de Eerste Wereldoorlog niet in zijn thuisland had gewoed. 

“Een juichtoon daav’re langs de velden” was precies op tijd af, korte tijd later werd Ajax voor het eerst daadwerkelijk landskampioen. Het zal het zelfvertrouwen vergroot hebben.

Niet alles is meer als het origineel. In 1963 werd het bevlekte woord “heil” vervangen door “hup”. Zanger en acteur Fred Wiegman leende aanvankelijk zijn stem ervoor. In 2001 nam een van de zangers uit het befaamde Amsterdamse Zwanenkoor, Joop Leeuwendaal, de versie op die tegenwoordig in de Johan Cruijff ArenA gedraaid wordt. Dat Leeuwendaal ook actief is als jeugdtrainer bij Ajax, zorgt voor bonuspunten.

Dat de zanger van het clublied van Ajax ook actief is als jeugdtrainer bij de club, zorgt voor bonuspunten.​
3. Excelsior - Ferme jongens, stoere knapen (1942)

Alleen de eerste regel al pakt je: “Férme jongens, stoere kná-pen, ons lokt het vrije voetbalveld.” Componist Willy Schootemeijer had zijn sporen verdiend met de bekende voetbalmars Koning Voetbal – uitgebracht in 1923, kort nadat Nederland met 9-3 van België had gewonnen. De tekst kwam ook in dit geval van een clubbladredacteur, Toon Kenters, die later voorzitter werd van de club, maar in 1952 in zijn slaap aan een hartstilstand overleed.

Zijn functie werd overgenomen door Henk Zon alias Mister Excelsior. Zon zette bij zijn afscheid 25 jaar later samen met Rotte’s Mannenkoor het clublied nog eens op plaat. Met recht. Zon, die zich voor de gelegenheid omdoopte tot Henri Soleil, blijkt een verdienstelijk zanger. 

Het prachtlied krijgt concurrentie van een uitheems lied dat de laatste jaren ook in andere stadions opduikt, onder meer in De Kuip: Neil Diamonds Sweet Caroline, maar dan voorzien van een Nederlandse tekst.

4. Willem II - Hup Willem II, stoere kerels (1928/1979)

Ook Willem II heeft zo’n stokoud lied, al bestond de club al ruim dertig jaar toen in 1928 Hup Willem II, stoere kerels het levenslicht zag. Pas in 1977 volgde een officiële opname. The Wooltown Jazz Band met zangeres Hanneke Dirven durfde het vlak voor het einde van de nacompetitie aan op eigen initiatief de studio in te duiken met een vrolijke schare fans. Het resultaat is een opname die in delen uiteenvalt: eerst de supporters die luid “Leev’ hoezee voor Willem II” zingen, daarna doet Dirven het beschaafd over en volgt de begeleiding van een parmantig dixielandorkest.

De Tilburgse club promoveerde inderdaad, de single ging als warme broodjes over de toonbank en wordt nog altijd kort voor aanvang in het Koning Willem II Stadion gedraaid. Terecht. Vooral als Dirven inzet, krijgt het lied Champions League-niveau.

Vooral als Hanneke Dirven inzet, krijgt het clublied van Willem II Champions League-niveau.
5. Feyenoord - Hand in hand kameraden (1963)

Het bekendste clublied, Hand in hand van Feyenoord, kent ook de meest interessante geschiedenis. De Duitse componist Wilhelm Speidel schreef in de negentiende eeuw de melodie van de mars. In de loop van de tijd zijn er verschillende clubs die er een tekst op gemaakt hebben. De Schiedammers van SVV zongen het bijvoorbeeld een tijdje. 

In 1958 waaide Hand in hand over naar Enschede waar de legendarische Friese crack Abe Lenstra destijds speelde. SC Enschede neemt het in de kampioenswedstrijd op tegen DOS en Abe komt ter verhoging van de feestvreugde met de single Abe! Abe Lenstra zingt. Op de A-kant staat Geen woorden maar daden. “Geen woorden maar daden, we willen bovenaan, geen woorden maar daden, geen club die ons zal slaan”, zingt Abe. Maar DOS sloeg SC Enschede wel en de single werd logischerwijs geen succes. 

Drie jaar later schrijft Jaap Valkhoff op verzoek van Johnny Hoes een nieuwe tekst op het lied. Er komen twee versies: de één is “Hand in hand, voor Ajax 1”, de andere is “Hand in hand, voor Feyenoord 1”.

Aanvankelijk komen er twee versies: de één is ‘​Hand in hand, voor Ajax 1’​, de andere is ‘​Hand in hand, voor Feyenoord 1’​.

Geboren Rotterdammer Jaap Valkhoff wordt ook wel de aartsvader van het levenslied genoemd. Hij schrijft onder andere Oh Johnny, de ode van Tante Leen aan Johnny Jordaan. In 1957 koopt Valkhoff van zijn royalty’s de Oase Bar in Rotterdam. Jaap Pluggers is er portier en die vraagt of Valkhoff ook voor hem een lied kan schrijven. Tien minuten later is het nummer Japie de Portier geboren. Pluggers mag het opnemen en noemt zich voor de gelegenheid Jacky van Dam. 

Het nummer komt op single uit en wordt 300.000 keer verkocht. Pluggers mag uiteraard nog een plaatje maken. In 1963 neemt hij als Jacky van Dam de definitieve versie op van Hand in hand. Dat wordt het officiële  clublied van Feyenoord. 

Ondanks de Ajax-link is het sindsdien het lied dat in De Kuip het meeste klinkt. Tot afgrijzen overigens van enkele clubiconen die de oorlog nog meemaakten, zoals wijlen Fred Blankemeijer, van 1940 tot zijn dood in 2010 verbonden aan Feyenoord als speler, scout, directeur en senior manager. Niet vanwege ‘020’. Zij vonden marsliederen te veel aan de oorlog refereren.

6. FC Twente - Eenmaal zullen wij de kampioenen zijn (1974)

Een bijna jazzachtig lekker liedje, bescheiden en toch vol verlangen. De opname dateert uit 1974. Voor de zangpartij werd Twente-middenvelder Eddy Achterberg bereid gevonden. Bij elke vlotte competitiestart van de Tukkers werd het clublied aangehaald. Pas in 2010 werd de bezongen droom eindelijk bewaarheid.

7. FC Groningen - Laat ons weer juichen (1974)

Geen hoogmoedswaanzin bij de Trots van het Noorden. Het clublied straalt juist een bescheiden underdogpositie uit, maar werkt desondanks prima in het stadion. De clubnaam is uitstekend mee te brullen: FC FC Gróóóningen. Saillant: het nummer werd geschreven door de geboren Fries Bert Tinge, die ook een paar Heerenveen-liederen achter zijn naam heeft staan.

Saillant: het clublied van FC Groningen werd geschreven door de geboren Fries Bert Tinge.
8. PSV - Voor rood-wit gezongen (1950)

Een late voetbalmars met een weinig opvallende melodie, maar geschreven door een echte clubman, dat telt. In 1950 bedacht Jo Vermeulen, die in de jaren 20 nog een paar keer onder de lat stond bij PSV, de tekst. Ook de componist werd kort bij huis gevonden, te weten Kees van der Weijden, dirigent van de Philips Harmonie.

Het is nog altijd het officiële clublied, ondanks stevige concurrentie van PSV wat ben je mooi, waarin alle grote clubmannen geëerd worden (“Oooohhh Fritsje Philips, Luucie Nilis, Romarioooo”). Ook een pakkend lied, maar als de bekendste zingende supporter van PSV, Guus Meeuwis, “Vooruit nu roodwitten, vooruit PSV” ten gehore brengt, zoals hij deed in het Philips Stadion bij het eeuwfeest in 2013, dan ben je verkocht.

9. ADO Den Haag - ADO, zet in uw krachten (1946)

Hotseknotsmelodie, maar toch zeer sympathieke hoempamars net na de oorlog geschreven door voorzitter Nico de Doelder en secretaris Toon Martens. Met een bijna padvinderachtige moraal wijdt het lied een volledig couplet aan de jeugd, die opgeroepen wordt “met goede zin te trainen”, want: “ADO’s toekomst te verzeek’ren is de plicht die op hen rust”. Hoewel Harry Klorkesteins O, o, Den Haag tijdens thuiswedstrijden bij opkomst van de teams en na door ADO gescoorde doelpunten uit de speakers klinkt, blijft ADO, zet in uw krachten het officiële clublied. Een prestatie op zich.

10. NAC - Hup NAC (1969)

Biertje in de hand en gaan: “Hee hee hee hee hup N.A.C.!” Het wat carnavaleske nummer werd opgenomen door Albert Brosens en geschreven door Gaby Dirne, de man die ooit met Charles Aznavour op het podium mocht staan. Dirne troefde met zijn nummer Vader Abraham af, die een poging deed met NAC blijft altijd scoren.

Het clublied van NAC werd geschreven door Gaby Dirne, de man die ooit met Charles Aznavour op het podium mocht staan. Hij troefde daarmee Vader Abraham af.
11. Vitesse - Geel en zwart zijn onze kleuren (2005)

Een schlager aan de Rijn? “Daar moet je echt bij Vitesse voor zijn, want dat is toch zo fijn”, zingt Emile Hartkamp. Deze bewerking van Rot sind die Rosen is een trage meezinger, maar meezingen kún je.

12. VVV-Venlo - Alles heej is VVV! (2005)

Modernste van het stel, de Noord-Limburgse club gooit de historie blijkbaar makkelijk overboord. Prima liedje op zich van de groep Neet oét Lottum, maar pas bij het refrein, met de oneindige stroom aan V’s, komt het echt los.

13. FC Utrecht - Utereg me stadsie (1975)

Klaboem-achtig lied, meer een stadswandeling door Utrecht dan een voetballied, maar toch charmant. De Utrechtse cabaretier Herman Berkien bewerkte een nummer van acteur Rijk de Gooyer uit 1956. Als ik boven op de Dom kom werd zo Utereg me stadsie. Nog altijd het officiële clublied ondanks verwoede pogingen van Henk Westbroek en Henk Temming van Het Goede Doel.

14. PEC Zwolle - Heel PEC zingt mee (1910)

(Heel PEC zingt mee lijkt onvindbaar op YouTube, dus moeten jullie het in dit geval stellen met het officieuze clublied van PEC Zwolle: Als de coach roept, kom Zwolle, we gaan er weer voor. SANTOS zegt sorry.)

“Zwolle hup hup hup, hier met die cup.” Ja, zelfs in Zwolle vinden ze dat er betere teksten zijn dan deze. Heel PEC zingt mee dateert naar het schijnt al ergens uit de jaren tien van de vorige eeuw en zal aanvankelijk ook een mars geweest zijn. De tekst hangt nog ingelijst in een vitrine in Zwolle, maar niemand weet meer hoe de melodie was.

Al een tijd klinkt in Zwolle een nieuwer clublied op de melodie van het Zwanenmeer van Verdi: Als de coach roept, kom Zwolle, we gaan er weer voor. Die melodie wordt overigens vaak in voetbalstadions gebruikt, al dan niet met eigen tekst. Op zich is dat opvallend, want het Slavenkoor is in de Nabucco van Verdi een klaagzang van de in ballingschap weggevoerde Israëlieten, die als slaven moeten werken voor koning Nebukadnezar.

Net zo makkelijk klinkt trouwens Dans je de hele nacht met mij van De Sjonnies bij PEC.

De tekst hangt nog ingelijst in een vitrine in Zwolle, maar niemand weet meer hoe de melodie was.
15. AZ - Retteketet AZ (1974)

Carnavaleske hoempa met wonderlijke, voor niet-West-Friezen onbegrijpelijke teksten. “AZ moet bovenaan, laat ze met hun water naar de dokter gaan”, zingen de Mirlitons. Op zich ook weer niet verrassend, want componist Charles Compagne houdt niet van gelaagde teksten. Hij schreef ook Ben Cramers Zai Zai Zai.

​Het clublied van AZ is carnavaleske hoempa met wonderlijke, voor niet-West-Friezen onbegrijpelijke teksten.
Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
Reportage

Welcome to Madchester

Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.