Welcome to Madchester

Woord: Menno Pot
Gepost: 09-11-2018
Nergens zijn voetbal en popmuziek zo verweven als in Manchester, de stad van City en United, maar ook van Oasis, The Stone Roses, New Order en andere bands. Hoe is die jaloersmakende verstrengeling ontstaan? We gingen in ‘Madchester’ op zoek naar het antwoord, van de pubs in Ancoats tot in het slaperige Moston.

Beeld: Getty Images
Eerder verschenen in SANTOS #05, december 2017.

Oldham Street, Northern Quarter

Een druilerige woensdagavond in Oldham Street, hoofdader van het Northern Quarter, de uitgaanswijk van Manchester. Voor de pubs (klassieke als Gullivers, hippe als The Crafty Pig) staan groepjes jonge mannen te praten, pints in de hand. Soms zijn het baardige hipsters, maar de working class blaast hier ook nog een partijtje mee. Naar groepjes passerende vrouwen (kortgerokt, hooggehakt) worden beledigingen geroepen die complimenteus bedoeld zijn, waarop de vrouwen beledigingen terugroepen die dankbaar bedoeld zijn.

Manchester, het kan niet anders, want veel typischer gaat het niet worden: we zien hier en daar voetbalshirts (het rood van United, het lichtblauw van City, maar vooral uitshirts van die twee). We horen het zangerige, ronde Manc-accent, terwijl uit de kroegen muziek klinkt die in bijna alle gevallen van plaatselijke makelij is. Het accent ligt zwaar op de jaren tachtig en negentig. Live Forever van Oasis. I Wanna Be Adored van The Stone Roses. Blue Monday van New Order. Maar ook Not Nineteen Forever van The Courteeners, jonge honden in de playlist. Het lijkt soms wel alsof álle jonge mannen in Manchester carbondoorslagen van Oasis’ Liam Gallagher of Ian Brown van de ‘Roses’ zijn: streetwise, working class, sympathiek, trots, branievol met bijpassend loopje, precies op de delicate grens tussen nonchalance en ‘Wat moet je nou?’. Witte gympen, Fred Perry-polo’s, tot boven dichtgeritste sportjacks of lange jassen met capuchons, Oasis-kapsels, soms een vissershoedje van het type dat ze hier een bucket hat noemen. Onmiskenbaar: Manchester.

Zo zien ze er al generaties uit, de Mancunians, in de pubs en de platenzaken in deze trendy wijk, maar ook op de tribunes van Old Trafford of het City of Manchester Stadium (dat tegenwoordig de sponsornaam Etihad draagt) of een van de kleine profclubs uit de stadsregio: Bury, Oldham, Rochdale.

De verwantschap tussen voetbalcultuur en popmuziek is in Engeland bijna overal duidelijk voelbaar, maar nergens zo sterk als hier in Manchester, waar het twee kanten van dezelfde medaille zijn, uithangborden van de stad. Hoe kan dat toch?

The Haçienda, Whitworth Street

We lopen terug richting het treinstation Oxford Road, even langs de plek waar van 1982 tot 1997 de wereldberoemde nachtclub The Haçienda gevestigd was, kloppend hart van de muziekscene waartoe zowel gitaarbands als house-acts behoorden. ‘Welcome to Madchester.’ Het pand is afgebroken, er staat nu een nieuw appartementencomplex (The Haçienda Apartments), met een rondlopende gevel die de oude club subtiel in herinnering roept.

In een pub aan de overkant wacht Dave Haslam (55). Hij was Haçienda-dj van 1986 tot de allerlaatste avond in mei 1997 en is nu schrijver annex cultureel stadschroniqueur. Zijn boek Manchester, England (1999) is een must voor iedereen die iets wil begrijpen van de stad waar rockzangers en voetbalsupporters uit hetzelfde hardhout gesneden lijken te zijn.

De hoogtijdagen van het huwelijk tussen voetbal en popmuziek zijn niet moeilijk aan te wijzen: dat was de periode 1990-1997. Op 27 mei 1990 beleefde de ‘Madchester’-rage zijn hoogtepunt toen de band The Stone Roses een legendarisch geworden optreden verzorgde op Spike Island (30.000 mensen; mínstens 30.000 xtc-pillen). The Haçienda was de coolste club ter wereld. In de jaren daarna begon de opmars van Oasis: doorbraak in 1994, wereldfaam in 1995, twee legendarische concerten in het stadion van Manchester City, het oude Maine Road, in 1996.

Maar er was meer. De Oasis-broers Liam en Noel Gallagher waren er als fanatieke City-supporters vast niet erg blij mee, maar zoals Oasis van Manchester een rockhoofdstad maakte, zetten de Reds van United (na de hondsberoerd verlopen jaren tachtig) de stad eindelijk weer eens ferm op de kaart als voetbalhoofdstad: Europacup II in 1991, voor het eerst sinds 1967 landskampioen, in de jaren daarna nóg vier landstitels en uiteindelijk (in 1999) een Champions League-triomf.

Wat de versmelting van voetbal en muziek écht bezegelde, was het feit dat United de top bereikte met een handvol geboren en getogen Mancunians in de ploeg, die – als ze gingen stappen – vaak opdoken in tenten als The Haçienda, in de voorhoede van de popmuziek: de gebroeders Phil en Gary Neville, Nicky Butt, Paul Scholes en in hun kielzog vaak twee sterren die eigenlijk ook een beetje golden als locals, al kwamen ze eigenlijk uit Wales (Ryan Giggs) en Londen (David Beckham). “In de jaren tachtig was Manchester de belangrijkste muziekstad van Europa”, zegt Haslam, “maar het voetbal stelde weinig voor. In de eerste helft van de jaren negentig kwam alles samen. Dat veroorzaakte een golf van trots en verloste Manchester van het eeuwige minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van Londen. Nou ja, een beetje dan.”

Er ontstond een gevoel van tribalism: stammenstrijd, ‘wij tegen Londen’. Kijk, dán komt muziek ineens dicht bij de voetbalcultuur te staan.
Dave Haslam, voormalig Haçienda-dj en nu schrijver annex cultureel stadschroniqueur

Het proces was al langer aan de gang. Haslam wijst naar het einde van de jaren zeventig: vanaf dat moment begonnen de voetbal- en muziekcultuur gelijkenissen te vertonen en zich naar elkaar toe te bewegen.

“In de jaren zestig beleefde zowel City als United succesvolle jaren en waren er ook heel succesvolle popbands in Manchester, zoals The Hollies en Herman’s Hermits, maar die groepen droegen hun afkomst niet echt uit. In de jaren zeventig bleef dat aanvankelijk zo: 10cc was huge, maar tussen de muziek en de stad bestond geen connectie. Er was ook geen infrastructuur in Manchester: geen toonaangevende zalen, geen platenlabels. Dat veranderde aan het einde van de jaren zeventig, met de komst van punk en daarna post-punk en new wave. Buzzcocks, The Fall, Joy Division en later New Order waren wél typische straatjongens van hier. Je hoorde het aan hun accent, ze droegen dat noordelijke working class-gevoel uit en verwezen naar hun afkomst.”

Niet lang daarna richtte Tony Wilson het platenlabel Factory Records op ( Joy Division, New Order, A Certain Ratio, The Durutti Column en later Happy Mondays zouden er hun werk uitbrengen), opende The Haçienda en had Manchester zélf een infrastructuur. “Dat gaf een stoot zelfbewustzijn. Er ontstond in die periode ook een gevoel van tribalism: stammenstrijd, ‘wij tegen Londen’. Kijk, dán komt muziek ineens dicht bij de voetbalcultuur te staan.”

Gevoelens van rivaliteit tussen City- en United-fans? Natuurlijk waren die er ook toen, maar van haat en geweld tussen rood en lichtblauw was zelfs in de gewelddadige jaren tachtig zelden sprake – en in de muziekscene al helemaal niet. De Unitedfans waren er royaal in de meerderheid: Tony Wilson was een fanatieke Red, net als Peter Hook en Bernard Sumner van Joy Division en later New Order. Mark E. Smith van The Fall juichte voor City, net als veel later de broertjes Gallagher van Oasis, maar Shaun Ryder van Happy Mondays was een Red. De kleurgrens liep zelfs dwars door The Stone Roses heen, met drummer Reni als eenzame City-aanhanger achter het United-driemanschap van zanger Ian Brown, gitarist John Squire en bassist Mani.

“Voor zover ik weet, heeft niemand ooit serieus last gehad van vijandige supporters”, vertelt Dave Haslam. “Dat valt ook wel te verklaren: we zijn een kleine stad die pas de laatste jaren een beetje van zijn minderwaardigheidscomplex verlost is geraakt. Je was fan van United of City, maar bovenal van Manchester. De trots op het succes van de stad won het, zeker in die tijd, van de onderlinge rivaliteit.”

Armoede, verpaupering, werkloosheid en een grimmig soort wetteloosheid op straat. Dat zag je natuurlijk terug in voetbal en muziek.
Dave Haslam

Dat sentiment draaide overigens om meer dan alleen voetbal en muziek. Het had ook met werkelijke maatschappelijke achterstelling te maken. Opeenvolgende Thatcher-regeringen sluisden genadeloos geld uit het noordwesten weg voor investeringen in het rijkere zuidoosten, vooral in en rond het oppermachtige Londen.

“Manchester lag in de jaren zeventig en tachtig echt op apegapen”, zegt Haslam. “Armoede, verpaupering, werkloosheid en een grimmig soort wetteloosheid op straat. Dat zag je natuurlijk terug in voetbal en muziek: in de stadions laaide het hooliganisme op, in de muziek kreeg je punk, ska en two-tone, militante stromingen die soms rechtstreekse banden hadden met hooligans.”

Ancoats

De trendy wijk die nu Northern Quarter heet, was vroeger zo’n deplorabele buurt. Veel Mancunians gebruiken nog de naam van de oude industriewijk waar het Northern Quarter tegenaan ligt en min of meer in overloopt: Ancoats. Hier hebben de verweerde pakhuisgevels, verbouwde fabriekspanden en ongelijkmatige woningbouw de echte geschiedenis van Manchester aan zich voorbij zien trekken. Een geschiedenis van Ierse en Caraïbische immigranten die kwamen werken in de fabrieken en de textielmolens van bijvoorbeeld Ancoats, waar het leven hard was en de huisvesting slecht. Haslam: “Arbeiders hebben weinig geld. Ze kopen geen kaartjes voor opera of concertgebouw. In plaats daarvan gingen ze op vrijdag naar de pub om zich vol te gieten, te zingen en te dansen. Al in negentiende-eeuwse reportages lees je dat de Mancunians leven voor het weekend en een hedonistisch volkje zijn.”

Voetbal was óók volksactiviteit, óók in opkomst in de tweede helft van de negentiende eeuw. De sport was in Manchester en omgeving nog populairder dan in de rest van Engeland. In de jaren twintig zat geen Engels stadion zo vol als Maine Road van Manchester City. Ook Old Trafford was een uitzonderlijk groot voetbaltheater.

Voetbal en muziek waren misschien wel de enige twee beroepsgroepen waarin een jongen uit een arm gezin, zonder opleiding en zonder geld, tóch een eerlijke kans had om rijk en beroemd te worden. Dat besef heeft in Manchester diep wortel geschoten; alleen als voetballer of als rock-’n-roller maken jongens als Phil Neville en Liam Gallagher kans om rijke sterren te worden, zonder hun afkomst te hoeven verloochenen.

Is it worth the aggravation to find yourself a job when there’s nothing worth working for?”, zong Liam Gallagher in Cigarettes & Alcohol, over Mancunian-hedonisme gesproken.

Niet zo vreemd dat je het dichtst bij de harten van de locals komt met muziek die je gevoelsmatig associeert met voetbalsupporters in een stadion. Muziek die je sámen beleeft en meebrult, het liefst een beetje dronken en met een Manc-accent: no nonsense, no bullshit, keep it fucking real – en draag de trots voor je stad uit. Het verklaart waarom 10cc, Simply Red en Jay Kay van Jamiroquai (hoe succesvol ze ook waren) niet de zenuw raakten die Oasis, The Stone Roses, The Smiths, New Order, Happy Mondays en tegenwoordig The Courteeners, I Am Kloot en Elbow wél raken. Ze appelleren aan het ethos van de arbeidersklasse. Intellect? Prima, maar laat het dan wel het intellect van de straat zijn.

“Manchester bevindt zich nu in een interessante fase”, zei Dave Haslam eerder op de dag. “Als je mensen vraagt wat de coolste muziekstad van Engeland is, is de kans groot dat ze Manchester noemen. United en City zijn ook bepaald geen underdogs meer. Manchester wordt hipper en rijker. Het is nu een stad waar je naartoe kunt komen om carrière te maken. Ooit was Manchester wars van nostalgie, zeker ook in de muziekscene, maar als je nu naar United of City gaat, hoor je voor de wedstrijd The Stone Roses, New Order, Oasis en noem ze maar op. Logisch, want de gemiddelde stadionbezoeker in de Premier League is een jaar of veertig. Als je aan Bernard Sumner of Mark E. Smith vraagt waarom ze destijds hun bands oprichtten, zullen ze antwoorden: ‘Omdat de muziek op radio en tv helemaal niets voor me betekende.’ Daarom gingen ze die betekenisvolle muziek maar zelf maken.”

Stephen Patrick Morrissey van The Smiths zong het al in de hit Panic: “Hang the blessed DJ/ because the music that they constantly play/ it says nothing to me about my life.

Haslam: “Die attitude zie je ook in het voetbal. Het is geen toeval dat juist in deze stad een fan-owned club als FC United Of Manchester is ontstaan. Je ziet de prijs voor een kaartje op Old Trafford en denkt: Dit heeft helemaal niks meer met mij te maken – en dus stamp je zelf een club uit de grond. FC United herstelt allerlei oude tradities van arbeidersstad Manchester in ere: socialisme, rekening houden met de kleine portemonnee, gemeenschapszin, solidariteit. Daar hoort ook nieuwe muziek bij, al heb ik er laatst zelf een ouderwetse Haçienda-set gedraaid.”

Broadhurst Park, Moston

Op de vraag of we misschien de studio even mogen zien van waaruit FCUM Radio uitzendt, schieten Ben Hughes en ‘Swampy’ in de lach. Een studio? Die hebben ze helemaal niet! FCUM Radio, het eigen onlineradiostation van FC United Of Manchester, zendt uit vanuit de woon- en slaapkamers van de vrijwillige presentatoren.

We staan voor het stadionnetje Broadhurst Park in de slaperige, lommerrijke woonwijk Moston. Zelfs hier heeft FCUM Radio geen eigen ruimte. Zijn wedstrijdverslagen doet Swampy live vanaf de tribune. Ben herinnert zich de eerste keer nog, in 2006: het regende dat het goot en hij zat verslag te doen aan de rand van het veld, onder een opengescheurde vuilniszak om de apparatuur droog te houden.

Terug naar de stad dan maar, waar Ben en Swampy in een pub vertellen over FCUM Radio en FC United. De club werd in 2005 opgericht door afvallige supporters die de poenigheid beu waren toen United werd overgenomen door de Amerikaan Malcolm Glazer. Na een jaar, in 2006, ging FCUM Radio de lucht in. Alle presentatoren zijn vrijwilligers. Swampy is hoofdcommentator bij alle wedstrijden, kritisch en onafhankelijk, maar natuurlijk wel pro-FC United. “We ouwehoeren veel. Er moet wel iets te lachen zijn, want FC United speelt in de National League North, niveau zes van de Engelse piramide. Meestal zit je naar behoorlijke baggerwedstrijden te kijken.”

Het amateurradiostation trekt tijdens wedstrijden het verbijsterend hoge aantal van bijna 20.000 luisteraars. Ook alle wedstrijden van het vrouwenteam worden live verslagen en er zijn talkshows over de prestaties van FC United en over nonleague football in de volle breedte. Maar het bijzonderst aan FCUM Radio is toch de muziekprogrammering. Elke dag is de zender in de lucht, met opvallend goede, afzonderlijke programma’s voor indierock, classic rock, blues, jazz, folk, soul, Northern Soul, funk, gothic, reggae, moderne elektronica en meer. De presentatoren stellen hun eigen playlists samen: geen restricties, als het maar toffe muziek is. De shows hebben namen als Very Fucking Loud, The Wildcard, Goths Moths & Mancs, Rambling Mancunian en Digital Dancefloor. Alles is terug te horen als podcast op de website van de zender.

“We zijn een cultuurstad, hè”, zegt Ben Hughes. “Dat schept morele verplichtingen. We realiseren ons ook dat we in een traditie staan: Wil je goede muziek op de radio? Dan begin je die radiozender toch zelf! Dat is Manchester en het is typisch voor de stad dat er een vrij groot publiek voor is. Voor een onlineradiostation doen we het goed. Ze beginnen ons al na te doen, in andere regio’s.”

Meer lezen over voetbal en muziek? Bestel dan SANTOS #05, het themanummer waarin onze liefde voor gitaren en de bal samenkomen.

Lees ook
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht
in 51 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Dit keer Stadion Galgenwaard van FC Utrecht zoals je het nog niet eerder zag.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van FC Utrecht:
de Galgenwaard als huiskamer

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Jean-Paul Rison (1990), bekend van het voetbalpraatprogramma FC Afkicken en nu werkzaam voor Eurosport, bezocht zo’n 150 stadions in een stuk of 10 landen, maar uiteindelijk gaat er voor hem niets boven de Galgenwaard.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

21 redenen om
SANTOS #09
in huis te halen

Wij van SANTOS houden van stadioncultuur, van samen in hetzelfde vak, van samen lachen en samen huilen, van hopen tegen beter weten in. We vonden het de hoogste tijd om die liefde op papier te zetten, de hoogste tijd voor SANTOS #09 dus.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap
in 59 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag De Vijverberg van De Graafschap op op z’n aller-, allermooist.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van De Graafschap:
prijzenkast vol verhalen

Op zoek naar de ziel van onze achttien Eredivisie-stadions vragen SANTOS en de Eredivisie CV een legertje insiders, van een beetje bekend tot heel bekend, wat hun club voor hen betekent. Vandaag Sjoerd Weikamp, lid van de Raad van Commissarissen van De Graafschap en bovenal supporter.
SANTOS #09: NAAR HET STADION

De ziel van Excelsior
in 54 foto’s

Fotograaf en stadionfetisjist Marco Magielse reist deze maanden langs de achttien Eredivisie-stadions om ze op geheel eigen wijze vast te leggen. Vandaag het thuis van Excelsior: klein maar fijn.