Wonen in het hol van de leeuw

Woord: Nik Kok
Gepost: 23-10-2018
We zijn groot voorstander van het credo support your locals, maar eerlijk is eerlijk: wonen in het hol van de leeuw, dat heeft ook wel wat. Voor ons themanummer over De Klassieker gingen we op bezoek bij drie Ajacieden uit Rotterdam en drie Feyenoorders uit Amsterdam. “Je moet weten wanneer je je mond moet houden, hè?”

Beeld: Lennaert Ruinen
Eerder verschenen in SANTOS #04, oktober 2017.

Krijn van Berkel: “Als Feyenoorder in Amsterdam moet je een dikke huid hebben.”

“Als Feyenoorder in Amsterdam moet je wel een beetje een dikke huid hebben. Maar gelukkig word ik sinds een maand of twee ook weleens gefeliciteerd. Ik verberg mijn liefde voor Feyenoord nooit. Ik ben dj, zet weleens Hand In Hand op, en heb een grote tattoo van Feyenoord op mijn arm.”

“Zelf kom ik uit Alphen aan den Rijn. Mijn vader bracht me de liefde voor Feyenoord bij, maar op een gegeven moment gingen al mijn vrienden naar Amsterdam. Ik dacht eerst nog: no way dat ik daarheen verhuis. Ik ben toch gezwicht. Als je over die grachten fietst en de zon schijnt; dat is toch wel een heel fijn gevoel. Bovendien: Feyenoord leeft in Rotterdam veel meer dan Ajax in Amsterdam. De sfeer in de ArenA... ik begrijp het gewoon niet. Het is er stil. Er proberen soms jongens rottigheid met me uit te halen als ze zien dat ik voor Feyenoord ben. Zulk soort guys overbluf ik gewoon. Ik heb trouwens het idee dat in Amsterdam de haat tegen PSV veel groter is. Dat enorme ego en die bluf die bij Ajax hoort, dat moet je hier in Amsterdam altijd maar een beetje voor lief nemen. Maar ik heb van die momentjes dat het me te veel wordt.”

Laurens Smit: “Ik vind het wel stoer om in de concurrerende stad fan te blijven van de club waar je altijd al voor was.”

“Rotterdam is mooi. Ik ben er verliefd op. Het is een stad in de lift. Kijk je bij mijn woning naar buiten, dan zie je de Erasmusbrug. Schitterend! Amsterdam is weer rauwer en Amsterdammers zijn bluffers. Meer Amerikaans. Daar houd ik niet zo van. Dat is mijn wereld niet.”

“Maar ondanks mijn absolute voorkeur voor de stad Rotterdam, ben ik altijd voor Ajax geweest. Ooit ging ik met mijn buurman mee naar De Meer. Ik zag Bergkamp. Ik zag schitterend voetbal. Daarna kwamen de grote successen. Ik vind het wel stoer om in de concurrerende stad fan te blijven van de club waar je altijd al voor was. Al vind ik het toch wel kicken dat mijn vrienden tijdens de kampioenschapsviering van Feyenoord over Rotterdam konden schreeuwen dat ze daar vandaan komen. Misschien de enige dag dat ik voor Feyenoord had kunnen zijn. Haha. Ik draag hier ook gewoon een Ajax-shirt. Dan doen er weleens wat mensen bijdehand, maar als je dan wat terugzegt, blijft het meestal stil. Extremer vind ik een man die mij heeft ontvriend op Facebook omdat ik een foto van mijn zoontje en mij, die gemaakt is in de ArenA, op mijn tijdlijn had gezet. Doe toch normaal man, denk ik dan.”

Michael Wilkes: “Dat mijn vader nooit voor Feyenoord heeft gespeeld, kán natuurlijk niet eigenlijk.”

“Als zoon van Faas Wilkes heb ik een goede reden om voor Ajax te zijn, vind ik. Want dat mijn vader, toch een van de grootste voetballers die Rotterdam heeft voortgebracht, nooit voor Feyenoord heeft gespeeld, kán natuurlijk niet eigenlijk. Komt door de keuzeheren. Die bepaalden in die tijd dat mijn vader niet mocht komen. Hij was de eerste prof van Nederland en ook de eerste die terugkeerde vanuit het buitenland. Te duur, vonden ze.”

“Haat naar Feyenoord heb ik nooit gehad, hoor. De eerste wedstrijd die ik bezocht, was Sparta-Ajax. Toen was ik aanvankelijk voor Sparta. Want ja, Rotterdam hè. Dat ben ik wel, een echte Rotterdammer. Ajax speelde natuurlijk veel beter en mooier dan Sparta. Zo vormde zich mijn voorkeur voor Ajax.”

“Ik ben naar Wenen geweest voor de Champions League-finale. Maar ook in Stuttgart, naar de Europacup 1-finale van PSV. En tijdens de UEFA Cup-finale van Feyenoord zat ik in De Kuip. Kan best. Ik vind: Feyenoord en Ajax hebben elkaar nodig. Ze kunnen niet zonder elkaar. Met die oppervlakkige haat tussen de clubs heb ik niks. Mijn broer is geboren in Amsterdam en die is juist weer voor Feyenoord. Grappig, hè.”

“Van Raemon Sluiter kun je zeggen dat hij een echte Feyenoorder is. Ik kan het prima met hem vinden. Coen Moulijn was goed bevriend met mijn vader. Een ontzettend warme man. Sowieso ben ik de enige in mijn Rotterdamse zaalvoetbalteam die voor Ajax is. Dat wordt geaccepteerd. Al pesten we elkaar. Sander de Kramer is voor Excelsior en Feyenoord, Hugo Borst voor Sparta. Tja, wie wordt dan het meeste gepest? Ik niet, haha!”

Rinus Israël: “Twee keer heb ik de kans gehad om bij Ajax te spelen. Ik heb het niet gedaan.”

“Ik heb ook een tijd in Rotterdam gewoond. Dat was in de tijd dat ik bij Feyenoord speelde. Maar direct na die tijd ben ik toch weer teruggegaan naar Amsterdam. Ik vind Amsterdam een mooie stad en er woont veel familie. Ik woon hier best. Ik heb dat verschil in mentaliteit nooit zo heel erg gemerkt. In Rotterdam werd ik liefdevol opgevangen.”

“Ze zeggen wel dat wij Amsterdammers arrogant zijn. Of cynisch. Nou, ik ben hoogstens dat laatste. Wel vond ik altijd als ik vroeger met de jeugd van DWV tegen die van Ajax speelde, dat het wat verwende jongetjes waren. Maar verder... Ik ben heel goed met Sjaak Swart bijvoorbeeld. Iemand van wie je zou kunnen zeggen dat hij voor Ajax is. En andersom kennen ze me hier in Noord wel. Niemand heeft ooit vervelend tegen me gedaan.”

“Twee keer heb ik de kans gehad om bij Ajax te spelen. Ik heb het twee keer niet gedaan. Eén keer bij DWS, maar die interesse zette niet door. Daarna, toen ik na Feyenoord eenmaal bij PEC Zwolle speelde, wilde Hans Kraaij senior me hebben. Maar ik sukkelde met mijn knieën. En ik kon het ook moeilijk opbrengen na die jaren bij Feyenoord, eerlijk gezegd. Bovendien had ik nog een sportzaak in Rotterdam. Ik ben er niet rouwig om.”

Frank Peijnenburg: “Ik ben ooit naar Amsterdam verhuisd vanwege mijn studie, maar van Ajax heb ik nooit kunnen houden.”

“Het Feyenoord-gevoel komt eigenlijk het best naar voren in die recente documentaire van Andere Tijden Sport. Met de Feyenoord-spelers die de fans onthalen op de kade van Lissabon. Een beetje de omgekeerde wereld. Dát is voor mij de kern. Gewoon, basaal, vriendelijk.”

“Ik ben ooit naar Amsterdam verhuisd vanwege mijn studie, maar van Ajax heb ik nooit kunnen houden. Van Amsterdam wel, maar dat staat voor mij voor iets heel anders. Ik vocht mij vrij van het benauwde katholicisme in het zuiden. In de hoofdstad wilde ik groots en meeslepend leven. Maar de bezieling voor Ajax heb ik nooit zo gezien hier. Er is enthousiasme, dat wel. Maar échte liefde? Nee.”

“Ik heb nog een schitterend Feyenoord-shirt van vroeger. Zonder reclame erop. Zoals het hoort. Dat trek ik weleens aan in de sportschool. Ik pronk ermee. Soms word ik er wel op aangesproken, maar alleen maar op een vriendelijke manier. In het zaalvoetbalteam waarmee ik al dertig jaar door heel Amsterdam voetbal, praten we over voetbal zoals we over muziek praten. Met iedereen die z’n mening klaar heeft. Iedereen is voor Ajax, behalve ik. Sinds het kampioenschap van Feyenoord heb ik al aangekondigd dat ik veel in mijn Feyenoord-shirt zal verschijnen. Nu kan dat.”

Stani Menick: “Ik heb wel een paar keer moeten rennen met mijn Ajax-shirt aan.”

“Je moet weten wanneer je je mond moet houden in Rotterdam, hè? Nadat Ajax het kampioenschap verspeelde op de laatste speeldag, kreeg ik ze, hoor. Van die Facebookberichten met van die joodse mannen die in de prullenbak een schaal zoeken. Of na de verloren Europa League-finale. Kreeg ik die ene met die drie kruizen. Van drie keer geen prijs.”

“Ik kan het allemaal hebben, hoor. Andersom heb ik hen natuurlijk ook genoeg gepest. Ik ben opgegroeid in Feyenoord-gebied, maar kom nu eenmaal uit een familie die van goed voetbal houdt. En toen ik net voetbal ging kijken, won Ajax de UEFA Cup. Ondanks mijn voorliefde voor Ajax voelt Rotterdam als thuis. Als je via de Kop van Zuid naar het centrum rijdt, dan is dat toch een schitterend beeld?”

“Ik heb wel een paar keer moeten rennen met mijn Ajax-shirt aan. Een keer toen een auto langsreed en ze wat riepen. Ik riep wat terug, maar er zaten nogal veel grote jongens in die auto. Ik vind dat het niet zou moeten uitmaken voor wie je bent in welke stad. Sport zou juist moeten verbroederen. In Duitsland kunnen supporters gewoon gezamenlijk naar het stadion. Daar denk ik weleens aan als ik in de stad weer wat naar mijn hoofd geslingerd krijg.”

Kun je geen genoeg krijgen van De Klassieker? Bestel dan snel SANTOS #04, het nummer dat we wijdden aan de mooiste en meest beladen voetbalwedstrijd van Nederland.
Lees ook
Rubriek

Shirtje kijken:
FC Twente

Grafisch ontwerper en voetbalshirtprofessor Floor Wesseling duikt voor SANTOS zo nu en dan een bijzonder shirt op uit zijn eindeloze verzameling. Dit keer is het een exemplaar dat de vrouwen van FC Twente droegen in 2016-2017. “Ik voorzie dat grote merken zich de komende jaren steeds meer zullen toeleggen op vrouwenvoetbal.”
Reportage

Pirlo and
the City

In de relatieve anonimiteit van New York City begon Andrea Pirlo in de Verenigde Staten aan een tweede leven. In sportief opzicht was het geen doorslaand succes, maar dat maakte het niet minder intrigerend. Koen van der Velden, onze man ter plaatse, volgde het spoor van de Maestro in de Big Apple.
Interview

Schoenen. Bal.
Veldje. Liefde.

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin van Persie alles over de heilige drie-eenheid.
Beeldreportage

City vóór
de sjeik

Als vermaard rockfotograaf portretteerde Kevin Cummins (Manchester, 1953) de grootste muziekhelden op aarde, van Ian Curtis tot Mick Jagger en van Oasis tot The Smiths. De gezworen Manchester City-supporter maakte in 2003 óók een van de mooiste voetbalfotoboeken ooit: We’re not really here, over het laatste seizoen van City in Maine Road, het oude stadion in de volksbuurt Moss Side.
Interview

Het mooiste voetbal
volgens Dennis Bergkamp

Dennis Bergkamp, icoon van het kunstzinnige voetbal, neemt plaats op de praatstoel. Wie inspireerden de jonge Dennis? Wie vervoeren de huidige Bergkamp? “Kopieergedrag ergert me, kopiëren leidt tot mislukken, omdat een kopie nooit zo goed is als het origineel.”
Reportage

Op pad met
lotingkoning
Heinrich Welling

Eigenlijk is Heinrich Welling competitieplanner en coördinator wedstrijdzaken bij de KNVB, maar Nederland kent hem als de snordragende ‘baas der balletjes’ tijdens bekerlotingen. Hij doet ze overal in het land, ook voor jeugdcups, ruim twintig keer per seizoen. “Roep het maar lekker hard, Mathijs!”